Wervelkolom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wervelkolom
Columna vertebralis
Wervelkolom van de zijkant bezien
Wervelkolom van de zijkant bezien
Synoniemen
Latijn Spina[1][2][3]

Spina vertebralis[2][4][3][5]
Spina dorsi[6][2][4][3][5][7]
Columna dorsi[2]
Columna spinalis[5]
Columna vertebrarum[4][3]
Spina sacra[7]
Syrinx hiera[5][7]
Fistula sacra[5][7]
Pecten[7]
Spina circa dorsum[7]
Compages vertebrarum[5]
Rhachis[1][4][3][5]
Rachis[5]
Carina[5]
Acantha[8][4][3][5]

Oudgrieks Ῥαχις[7][9]

Ἅκνηστις[9]
Kνῆστις[9]
Ἅκανθα[7][9]

Portaal  Portaalicoon   Biologie

De menselijke wervelkolom,[10] ook wel ruggengraat[2] genoemd, of columna vertebralis[11] bestaat uit 33 of 34 wervels, met tussen elke twee wervels een tussenwervelschijf (behalve tussen Atlas en Axis). Dit geldt voor 99,9% van de mensen; in uitzonderlijke gevallen komt ook wel eens een (incomplete) achtste nekwervel of zesde lendenwervel voor.

Opbouw van de wervelkolom[bewerken]

Van boven naar onderen:

De naamgeving voor de individuele wervels wordt in jargon afgekort tot C1-7 voor de cervicale of halswervels; tot T1-12 of Th1-Th12 voor de thoracale of borstwervels, tot L1-5 voor de lumbale of lendenwervels en tot S1-5 voor de sacrale of heiligbeenwervels.

Door de vorm van de wervels en omdat ze boven elkaar zijn gepositioneerd, ontstaat er een hol kanaal dat door de wervelkolom loopt. Dit kanaal noemt men het wervelkanaal of canalis vertebralis. [11] Hierbinnen bevindt zich het ruggenmerg. Vernauwing van het wervelkanaal heet wervelkanaalstenose.

De wervels beschermen het ruggenmerg en dragen het gewicht. Omdat lagergelegen wervels meer gewicht te dragen hebben dan die in de nek, zijn ze ook groter en anders van vorm. De wervelkolom steunt op het bekken.

De wervelkolom van de mens heeft een dubbele s-vorm. Door deze vorm worden schokken die ontstaan bij lopen of rennen geïsoleerd van de gevoelige hersenen. De krommingen in deze s-vorm worden aangeduid met de termen kyfose en lordose. Een kyfose is een kromming met de bolle kant richting de dorsaalzijde (achterzijde (en dus de holle kant richting de ventrale zijde (voorzijde)), zoals in de thoracale, de sacrale en de coccygeale wervelkolom. Een lordose is een kromming met de bolle kant richting de voorzijde (en dus de holle kant richting de achterzijde), zoals in de cervicale en de lumbale wervelkolom. Is er sprake van een onnatuurlijke kromming, dan wordt gesproken van een hyperlordose (te holle rug) of een hyperkyfose (bochel). Een scoliose is een onnatuurlijke draaiing in de wervelkolom, waarbij wervels een zijdelingse kromming hebben en/of verdraaid zijn in de lengte-as.

Cervicale wervelkolom[bewerken]

De cervicale wervelkolom bestaat uit 7 halswervels, nekwervels of vertebrae cervicales. De bovenste nekwervel (C1) ondersteunt de schedel en wordt de atlas[12] genoemd. De tweede nekwervel (C2) wordt axis[13] of draaier genoemd. Ook wordt de naam epistropheus [12] (Latijnse spelling) gebruikt, afkomstig van Oudgrieks ἐπιστροφεύς épistropheús.[12] Dit woord is afkomstig[12] van het werkwoord ἐπιστρέφειν epistrephein, omdraaien.[12][9] In het Oudgrieks wordt deze naam verwarrend genoeg ook gebruikt voor de eerste halswervel.[12][9] De atlas en de axis kunnen ten opzichte van elkaar veel meer draaien dan andere wervels. De overige nekwervels worden aangeduid met C1-7 (van bovenaf geteld). C7 wordt vanwege zijn grote doornuitsteeksel (processus spinosi) ook wel vertebra prominens genoemd, omdat het bij de meeste mensen de eerste wervel is die van buitenaf te identificeren is. De stand van de gewrichtsvlakjes waarmee de wervels onderling met elkaar zijn verbonden is vrij vlak, waardoor in dit gedeelte van de wervelkolom de meeste bewegingsmogelijkheden bestaan. Het overgangsgebied tussen het onderste deel van de nek en bovenste deel van de borstwervelkolom is de cervicothoracale overgang (CTO). De CTO is in de anatomie het gebied van C7 (onderste halswervel) en Th1 (eerste borstwervel). Het is een belangrijke aanhechtingsplaats van spieren en banden (ligamenten), en een verzamelplaats van bloedvaten, zenuwen en lymfevaten.

Thoracale wervelkolom[bewerken]

De thoracale wervelkolom bestaat uit 12 borstwervels, rugwervels of vertebrae thoracicae. Door hun vorm zijn niet alle bewegingen mogelijk. De doornuitsteeksels (processus spinosi) van deze wervels wijzen schuin naar onderen, en liggen als het ware als dakpannen wat over elkaar. Wanneer iemand ouder wordt en de tussenwervelschijven dunner worden, kan iemand een gebogen bovenrug krijgen. Dit komt doordat de achterzijde van de wervels door die dakpanconstructie minder inzakt. De thoracale wervels worden aangeduid met Th1 t/m Th12 (van bovenaf geteld), of soms T1 t/m T12.

De ribben (costae) sluiten aan op deze wervels.

Lumbale wervelkolom[bewerken]

Het onderste deel van de rug bestaat uit 5 lendenwervels (L1 t/m L5, van bovenaf geteld). In vergelijking met de andere wervels hebben deze wervels een groter wervellichaam (corpus vertebrae), vanwege het gewicht dat ze moeten dragen. De doornuitsteeksels (processus spinosi) van deze wervels wijzen recht naar achteren. De stand van de gewrichtsvlakken waarmee de wervels onderling zijn verbonden, maken dat in de lumbale wervelkolom de meeste voor- of achterwaarts beweging mogelijk is.

Heiligbeen[bewerken]

Het heiligbeen (os sacrum) is één botstuk dat bestaat uit 5 met elkaar vergroeide wervels. Ze worden aangeduid met S1 t/m S5.

Staartbeen[bewerken]

Het staartbeen (os coccygis) of de stuit bestaat uit 4 (ook wel 3 of 5) met elkaar vergroeide wervels.

Bij dieren[bewerken]

Bij gewervelden zoals het paard, het rund, het schaap, de geit, het varken, de hond en de kat komt men de volgende verdeling tegen.

  • Halswervels:
    • gewoonlijk: 7 [14]
  • Borstwervels:
    • paard  : 18 [14]
    • rund  : 13 [14]
    • schaap  : 13 [14]
    • geit  : 13 [14]
    • varken  : 13-16 [14]
    • hond  : 12-14, gewoonlijk 13 [14]
    • kat  : 12-14, gewoonlijk 13 [14]
  • lendenwervels:
    • paard  : 5-7 [14]
    • rund  : 6 [14]
    • schaap  : 6-7 [14]
    • geit  : 6-7 [14]
    • varken  : 5-7, meestal 6 [14]
    • hond  : 7, soms 6 [14]
    • kat  : 7 [14]
  • heiligbeenwervels:
  • staartwervels:
    • paard  : 15-21 [14]
    • rund  : 18-20 [14]
    • schaap  : 3-24 [14]
    • geit  : 12-16 [14]
    • varken  : 20-23 [14]
    • hond  : 20-23 [14]
    • kat  : 20-23 [14]

Externe link[bewerken]

Literatuurverwijzingen
  1. a b Castelli, B. & Bruno, J.P (1713). Lexicon medicum Graeco-Latinum. Leipzig: F. Thomas
  2. a b c d e Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. a b c d e f Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  4. a b c d e Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  5. a b c d e f g h i j Dunglison, R. (1856). ‘’Medical lexicon. A dictionary of medical science.’’ (13th edition).Philadelphia: Blanchard and Lea.
  6. Diemerbroeck, I. de (1679). Anatome corporis humani. Leiden: Ioan Ant. Huguetan. & Soc.
  7. a b c d e f g h Fonahn, A. (1922). Arabic and Latin anatomical terminology. Chiefly from the Middle Ages. Kristiania: Jacob Dybwad.
  8. Barrow, J. (1749). Dictionarium medicum universale: or a new medicinal dictionary. London: T. Longman and C. Hitch/A. Miller.
  9. a b c d e f Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  10. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  11. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  12. a b c d e f Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  13. Triepel, H. (1927). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Anhang: Biographische Notizen.(Elfte Auflage). München: Verlag J.F. Bergmann.
  14. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z aa ab ac Koch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek