Borstbeen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Borstbeen
Sternum
Bot
Gray115.png
Gray's Anatomy 27,119
MeSH A02.835.232.904.766
Dorlands/Elsevier s_23/12758288
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het borstbeen[1] of sternum[2][3] is het been in het midden van de borstkas waaraan de sleutelbeenderen en de ware ribben vastzitten. Het borstbeen maakt samen met de ribben ventilatie van de luchtwegen mogelijk.

Onderdelen[bewerken]

Het borstbeen bestaat uit drie hoofddelen:

Het middendeel bestaat uit een aantal delen, sternebrae genoemd.[7] Bij de mens en Cetacea zijn de sternebrae vergroeid tot één deel[7] en wordt dan vervolgens het corpus sterni genoemd. Bij andere dieren wordt het middendeel mesosternum genoemd.[5]

Aandoeningen[bewerken]

Een aangeboren vervorming van het borstbeen wordt pectus genoemd.

Naam[bewerken]

Sternum[bewerken]

Het woord sternum is een overzetting van het Oudgrieks στέρνον stérnon.[8] Bij de Griekse schrijver Homerus wordt het begrip στέρνον gebruikt in de betekenis van borst van de man.[9][10] Homerus gebruikt het begrip στῆθος stethos voor de borst van zowel de man als de vrouw.[9][10] De Griekse arts Hippocrates gebruikt στέρνον in de betekenis van borst,[9][10] en στῆθος als borstbeen.[9][10] Bij de Griekse arts Galenus zien we (pas) het στέρνον in de huidige betekenis van borstbeen.[9][10]

Het στέρνον moet eigenlijk gezien worden als het (voorste) vaste benige deel van de borst.[11] Vanuit die optiek sluit het Oudgriekse begrip στερεός/στερρός,[11] vast/hard[10] erbij aan. Het Nederlandse borstbeen sluit overigens meer aan bij de Latijnse variant os pectoris,[12][13] afgeleid van os, "been/bot"[14] en pectus, "borst".[14] In het klassieke Latijn komt het begrip pectus ook in de tweede betekenis van borstbeen voor.[14]

Processus xiphoides[bewerken]

Naast de naam processus xiphoides [13][15] komen ook de namen os xyphoides [12] en cartilago xiphoides [13]/xiphodes [11] voor. Deze Latijnse namen gaan terug op twee Oudgriekse begrippen voor de processus xiphoides die bij de Griekse arts Galenus voorkomen.[10]

De vorm os xyphoides komt overeen met ξιφοειδές ὀστοῦν xiphoeidés ostoun.[10] Zowel het Latijnse os als het Oudgriekse ὀστοῦν betekenen bot/been.[14][10] Het Oudgriekse ξιφοειδές betekent zwaardvormig,[11][10] afgeleid van ξίφος.[10] Naast ξίφος komt de vorm ξύφος[11][10] voor, waar de vorm xyphoides (met y in plaats van i) meer mee overeenkomt. In het (anatomisch) Engels komt een soortgelijke vorm xyphoid [16] voor. In het Latijn komen ook de meer 'zuivere' vormen os ensiforme,[12] met ensiformis afgeleid van ensis ("zwaard"[14]) en os gladioli, met gladioli ("van het zwaardje"[14]), voor. Het Nederlandse zwaardvormig aanhangsel [17] sluit hier bij aan.

De vorm cartilago xiphoides/xiphodes gaat terug op ξιφοειδής χόνδρος xiphoeidés chóndros.[10] Zowel cartilago als χόνδρος betekenen kraakbeen.[14][10] De vorm xiphodes komt overigens overeen met de Griekse nevenvorm ξιφώδης xiphōs.[11] In het Latijn komen voor dit Oudgriekse begrip ook meer 'zuivere' vormen voor zoals cartilago ensiformis,[12][11], cartilago gladialis, met gladialis afgeleid van gladius ("zwaard"[14]), cartilago mucronatus, met mucronatus ("puntig"[14]) afgeleid van mucro ("zwaartpunt/zwaard"[14]) en cartilago cultralis, met cultralis afgeleid van culter ("mes"[14]) voor. Deze eerste drie bijvoeglijke naamwoorden komen overigens ook voor in de begrippen processus ensiformis,[12][18][19] processus gladialis [12] en processus mucronatus.[12] Het Nederlands kent het equivalente zwaardachtig kraakbeen.[12]

Naast processus xiphoides en cartilago xiphoides komt men ook nog de vormen processus xiphoideus [2][4] en cartilago xiphoidea [20] tegen. De vorm xiphoideus/xiphoidea wordt door sommigen[21] gezien als onjuiste omzetting van ξιφοειδής naar het Latijn.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Raven, C.P. (1959). Anatomische atlas. Ten gebruike bij het onderwijs aan verplegenden en bij de opleiding voor eerste hulp bij ongelukken. Amsterdam: Scheltema & Holkema N.V.
  2. a b His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  3. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  4. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  5. a b c Koch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag.
  6. Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  7. a b Slijper, E.J. (1941). De voortbewegingsorganen. In J.E.W. Ihle (Red.), Leerboek der vergelijkende ontleedkunde van de vertebraten. Deel I. (2de druk). (pp.95-222). Utrecht: N.A. A. Oosthoek’s Uitgevers Mij.
  8. Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  9. a b c d e Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  10. a b c d e f g h i j k l m n Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  11. a b c d e f g Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  12. a b c d e f g h Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  13. a b c Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  14. a b c d e f g h i j k Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  15. Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  16. Anderson, D.M. (2000). Dorland’s illustrated medical dictionary (29ste uitgave). Philadelphia/London/Toronto/Montreal/Sydney/Tokyo: W.B. Saunders Company.
  17. Reys, J.H.O. & Reys, A.M. (1978). Beginselen der anatomie van het bewegingsapparaat. (8ste druk). Zutphen: B.V. W.J. Thieme & Cie.
  18. Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Auflage). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  19. Donáth, T. & Crawford, G.C.N. (1969). Anatomical dictionary with nomenclature and explanatory notes. Oxford/London/Edinburgh/New York/Toronto/Syney/Paris/Braunschweig: Pergamon Press.
  20. Foster, F.D. (1891-1893). An illustrated medical dictionary. Being a dictionary of the technical terms used by writers on medicine and the collateral sciences, in the Latin, English, French, and German languages. New York: D. Appleton and Company.
  21. Triepel, H. (1908). Memorial on the anatomical nomenclature of the anatomical society. In A. Rose (Ed.), Medical Greek. Collection of papers on medical onomatology and a grammatical guide to learn modern Greek (pp. 176-193). New York: Peri Hellados publication office.