Automatische externe defibrillator

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Een AED-apparaat op Luchthaven Schiphol.
Een AED-apparaat in het centrum van Monaco

Een automatische externe defibrillator (Engels: Automated External Defibrillator, afgekort met AED) is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt voor het reanimeren van een persoon met een circulatiestilstand als gevolg van ventrikelfibrilleren.

De AED dient op een geautomatiseerde manier een elektrische schok toe met als doel een gestoord hartritme te stoppen. Dan krijgt de sinusknoop de kans de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

Belangrijk verschil[bewerken]

Een AED is geen hartmassageapparaat[bewerken]

Een AED wordt ten onrechte wel eens een hartmassageapparaat genoemd. Een AED geeft echter een elektrische schok en geen hartmassages.

Hartmassage (ook wel thoraxcompressie genoemd) is een reanimatiemiddel dat manueel wordt uitgevoerd. Het gebruik van een AED en toedienen van hartmassage zijn elkaar aanvullende hulpmiddelen voor reanimatie van een patiënt met hartstilstand. Het gebruik van hartmassage is echter van levensbelang, ook als een AED tijdens de reanimatie wordt ingezet.

Als een schok gaat worden toegediend, moet, volgens de instructies van de AED, afstand worden gehouden, en wordt even niet gemasseerd.

De discussie vol- versus semi-automatische AED heeft een beide zijden zowel voor als tegenstanders. Wetenschappelijk onderzoek geeft geen uitsluitsel of 'beter' of 'slechter', enkel het feit dat een semi-automaat sneller een schok kan toedienen werd vastgesteld.

Een hartmassageapparaat is een geheel ander reanimatiehulpmiddel.

Niet iedere defibrillator is een AED[bewerken]

Defibrillatoren waarbij het hartritme te zien is op een display (beeldscherm) en er zonder automatische analyse gedefibrilleerd kan worden, vallen niet onder de Automatische Externe Defibrillatoren.

Werking[bewerken]

Een AED bestaat onder andere uit een microprocessor en elektroden. De elektroden verzamelen informatie over het ritme van het hart, welke informatie door de microprocessor wordt geïnterpreteerd. Als er sprake is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie, adviseert de microprocessor een schok om het hart te defibrilleren. Met toediening van de elektrische schok wordt getracht het myocard (hartspierweefsel) te depolariseren (ontladen), om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

Toepassing[bewerken]

Bij personen met een circulatiestilstand, is het van belang dit zo snel mogelijk te herkennen en zo snel mogelijk hulp te bieden. Deze hulp wordt de keten van overleven genoemd en bestaat uit:

  • zo spoedig mogelijk alarmeren via het noodnummer 112;
  • zo spoedig mogelijk starten met Basic Life Support;
  • zo spoedig mogelijk een AED inzetten

zodra professionele hulp is gearriveerd:

  • zo spoedig mogelijk Advanced Life Support (uitgebreide medische hulp) verlenen.

Doordat een AED een eenvoudig te bedienen automatisch toestel is, is het nu mogelijk dat defibrilleren niet uitsluitend door de professionele hulpverleners kan worden uitgevoerd, maar ook door elke leek-hulpverlener die getuige is van de noodsituatie. Na het aanzetten zal het toestel de hulpverlener door middel van gesproken instructies begeleiden. Het zal de hulpverlener vragen om de elektroden op de borst van het slachtoffer te plakken en het zal nadien automatisch een analyse van het hartritme maken. Stelt het toestel vast dat er sprake is van ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie, dan zal een elektrische schok worden geadviseerd en zal het de hulpverlener instrueren om deze toe te dienen. Of bij de recentere vol-automatische toestellen zal de defibrillator op automatische wijze de schok toedienen. Vervolgens gaat men weer door met borstcompressies en beademen (Basic Life Support).

Gebruik in Nederland[bewerken]

Het is iedereen toegestaan om in geval van een noodsituatie of een levensbedreigende situatie een AED te gebruiken. Gelet op het feit dat de Wet BIG niet uitsluit dat in noodsituaties door niet-bevoegden voorbehouden handelingen worden verricht en toepassing van de AED slechts in noodsituaties plaatsvindt, ontbreekt de noodzaak om defibrillatie in de vorm van de AED te schrappen als voorbehouden handeling. Uiteraard blijft defibrillatie als zodanig (te weten door middel van andere apparaten dan de AED) als voorbehouden handeling in artikel 36 van de Wet BIG gehandhaafd.

Gebruik in België[bewerken]

Het gebruik van de defibrillator wordt geregeld bij het Koninklijk Besluit van 21 april 2007. Voor niet-professioneel gebruik zijn uitsluitend toestellen van categorie 1 toegelaten. Deze toestellen bezitten geen ECG scherm en laten niet toe om in manuele modus te werken. Het toestel kan volautomatisch of semi(half)-automatisch zijn, dat wil zeggen zonder of met schokbevestigingstoets. Het Rode Kruis-Vlaanderen beveelt aan toestellen te gebruiken die volautomatisch zijn.

Een AED categorie 1 mag bediend worden door zowel professionele als niet-professionele gebruikers op de hierna omschreven wijze:

  • de betrokken gebruiker gaat slechts over tot defibrillatie indien de patiënt niet bij bewustzijn is en geen normale ademhaling vertoont;
  • bij elk gebruik moet zo snel mogelijk het noodnummer 112 verwittigd worden.

Alle publiek ter beschikking gestelde defibrillatoren dienen in een verzegelde kast te worden geplaatst.

Opleiding[bewerken]

Een algemene sensibilisering en opleiding van de brede bevolking is noodzakelijk voor een optimale reanimatie en gebruik van de defibrillator. Zowel in België als in Nederland kan men voor opleidingen BLS AED terecht bij diverse bedrijven en instellingen. In Vlaanderen zijn er twee grote organisaties die opleidingen organiseren: het Rode Kruis-Vlaanderen en Het Vlaamse Kruis.

Externe links[bewerken]