Ventrikelfibrilleren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Ventrikelfibrilleren
Coderingen
ICD-10 I49.0
ICD-9 427.41
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Ventrikelfibrilleren (ook wel kamerfibrilleren of VF genoemd) is een toestand waarbij de spiervezels van de hartkamers wel samentrekken, maar niet gecoördineerd, zodat er geen pompfunctie bestaat (het bloed stroomt niet meer en de weefsels worden niet meer van zuurstof voorzien). Hierdoor verliest het slachtoffer binnen ca. 10 seconden na het ontstaan van het ventrikelfibrilleren het bewustzijn, en zal, als er niet wordt ingegrepen, binnen ca. 5 minuten onherstelbare hersenbeschadiging optreden, en na meer dan 10 minuten vrijwel zeker de dood intreden.

De enige manier om deze toestand te bestrijden is door een geforceerde elektrische schok door het hart: defibrillatie. Hiervoor bestaan apparaten die defibrillators heten en die in ziekenhuizen, ambulances en op andere risicoplaatsen te vinden zijn. Bij binnen enkele minuten defibrilleren is de kans op volledig herstel zeer groot. Op steeds meer plaatsen worden Automatische Externe Defibrillatoren of AED's geplaatst. Iedereen kan ze bedienen aangezien het toestel zowel gesproken als visuele instructies geeft. Het toestel voert de nodige analyses uit en dient indien nodig zelfstandig een elektrische schok toe. Ook worden in gebieden waar de ambulance niet binnen enkele minuten aanwezig kan zijn, een brandweervoertuig uitgerust met een dergelijk apparaat. Deze voertuigen worden als First Responder Brandweer of FRB aangeduid.

Bij een acuut hartinfarct is het optreden van ventrikelfibrilleren de voornaamste onmiddellijke doodsoorzaak. Door het correct toepassen van hartmassage en beademing kan het slachtoffer in leven worden gehouden tot de levensreddende schok kan worden toegediend.

In de praktijk blijkt dat 19 van de 20 mensen die buiten het ziekenhuis worden gereanimeerd door omstanders, uiteindelijk toch overlijden.[1]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Herlitz J, Svensson L, Holmberg S, Angquist KA, Young M, “Efficacy of bystander CPR: intervention by lay people and by health care professionals.” Resuscitation, 66 (2005) 291–5