Ventrikel (hart)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
1. Rechter atrium (boezem), 2. Linker atrium, 3. Bovenste holle ader, 4. Aorta, 5. Longslagader, 6. Longader, 7. Mitralisklep, 8. Aortaklep, 9. Linker ventrikel (kamer), 10. Rechter ventrikel, 11. Onderste holle ader 12. Tricuspidalisklep, 13. Pulmonalisklep,
De ventrikels of hartkamers zijn de holten in het hart waarmee door samentrekking van de hartspier het bloed de slagaders in gestuwd wordt. De linkerventrikel stuwt zuurstofrijk en koolstofdioxidearm bloed het lichaam in en is verantwoordelijk voor de bovendruk zoals die met een bloeddrukmeter gemeten wordt. De rechterventrikel stuwt zuurstofarm en koolstofdioxiderijk bloed naar de longen.
Kleppen [bewerken]
Als de kamers samentrekken (systole) zijn de kleppen tussen boezems en kamers gesloten, (zodat het bloed niet teruggepompt wordt) en de kleppen naar de longslagader en de aorta open. Als de kamers ontspannen en zich vullen (diastole) is dat juist andersom.