Reanimatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Iemand vindt dat de tekst van Hartmassage in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Reanimatie

Beluister

(info)

Reanimeren is het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop wanneer er sprake is van een circulatiestilstand. Indien zowel de ademhaling als de circulatie weer op gang gebracht moet worden, spreekt men ook wel van cardiopulmonaire resuscitatie (CPR).

Om te kunnen leven, is de constante aanvoer van zuurstofrijk bloed van levensbelang. Onze organen kunnen niet functioneren zonder zuurstof. De hersenen zijn het kwetsbaarst: na vier tot zes minuten zonder zuurstof raakt al een (groot) gedeelte zo beschadigd, dat normaal functioneren misschien niet meer mogelijk is. Het transport van zuurstof via ons bloed kan op twee manieren worden verstoord:

  • Bloed wordt niet meer rondgepompt omdat het hart niet (goed) functioneert. Het hart kan wel bewegen (fibrilleren) maar heeft geen effectieve pompwerking. We spreken dan van een circulatiestilstand. Bij een hartstilstand is er geen of nihil beweging.
  • Er wordt geen zuurstof meer in het bloed opgenomen. Dit wordt een ademhalingsstilstand genoemd.

Als er sprake is van een ademhalings- en circulatiestilstand wordt dit de klinische dood genoemd. Echter, door zo snel mogelijk te starten met de reanimatie kan hersendood mogelijk worden voorkomen. Het is dus van groot belang dat de reanimatie zo snel mogelijk wordt gestart.

Inhoud

Richtlijnen [bewerken]

In Nederland vormt de Nederlandse Reanimatieraad (NRR) het belangrijkste instituut op het gebied van de publicatie van richtlijnen ten aanzien van de reanimatie. De richtlijnen gelden als meest gehanteerde protocollen voor leken.

Zowel de leken-eerstehulpverlener (EHBO'er) als de professional hanteren het ABC-protocol. De leek voert het BLS (Basic Life support) al dan niet met een AED (Automatische Externe Defibrillator) uit, terwijl de professionele eerstehulpverlener (anesthesiemedewerker, IC-verpleegkundige, ambulanceverpleegkundige, artsen) de ALS (Advance Life Support) uitvoert. Er wordt gebruikgemaakt van Europese reanimatieprotocollen, die op enkele punten aangepast zijn door de NRR.

ABC-protocol [bewerken]

Internationaal hanteert men consequent het ABC-protocol.

  • Airway (luchtweg)
  • Breathing (ademhaling)
  • Circulation (circulatie)

Pas als de problemen in de luchtweg, ademhaling en circulatie onder controle zijn, gaat men verder met de

  • Disability (bewustzijn)
  • Expose / Environment (omgevingsfactoren, met name warmte- en koudeletsels).

Actuele richtlijnen BLS/AED [bewerken]

De richtlijnen worden elke vijf jaar gepubliceerd tijdens het Congres van de NRR (Nederlandse Reanimatie Raad) In april 2006 zijn de nieuwste richtlijnen gepubliceerd. Bij een ademhalingsstilstand gaat men uit van een circulatiestilstand.

De actuele richtlijnen zijn als volgt:

  • Aanspreken / aanschudden slachtoffer
  • Een bewusteloos slachtoffer controleren op ademhaling (door middel van "chin-lift": Inspecteer de mondholte en daarna gedurende 10 seconden kijken, luisteren en voelen of er een ademhaling aanwezig is.)
    • Bij aanwezige ademhaling :
  • alarmeren (112), eerste hulp verlenen en slachtoffer in stabiele zijligging leggen
    • Bij afwezige ademhaling :
  • (laten) alarmeren (112), een AED (Automatische externe defibrillator) (laten) halen.
  • Start met 30 borstcompressies (ca 18 seconden ofwel 100 per minuut) achtereen op de borstkas en beadem 2 keer
  • Sluit de AED zo snel mogelijk aan en volg altijd de gesproken aanwijzingen die het apparaat voorstelt.
  • Ga door met de cyclus van 30 borstcompressies en 2 beademingen totdat professionele hulp (bijvoorbeeld ambulancemedewerkers) de medische zorg heeft overgenomen.

De huidige richtlijn (2006) stelt het belang van het geven van borstcompressies boven dat van beademen; liever geen beademing en wel borstcompressies dan niets doen, het op gang houden van circulatie staat voorop. Bij drenkelingen en kleine kinderen is beademen wel van levensbelang.

In 2013 zijn er richtlijnen Besluitvorming over reanimatie gekomen.[1]

Technieken [bewerken]

Reanimeren bestaat uit het geven van beademingen en borstcompressies.

Borstcompressies [bewerken]

De theorie achter het masseren is dat door het eerst indrukken en daarna loslaten van de borstkas er een negatieve druk wordt gecreëerd in het hart, waardoor de grote vaten bloed kunnen aanzuigen. Die negatieve druk wordt pas na een reeks massages bereikt. Uit onderzoek bleek dat de 15 compressies die in het verleden werden gehanteerd, onvoldoende waren. Met 30 massages heeft men langer voordeel van de negatieve druk.

Beademen [bewerken]

Wanneer er professionele hulp aanwezig is, start men met het beademen met behulp van een beademingsballon (ambu-bag). De patiënt moet ook geïntubeerd worden. Wanneer de luchtweg om een of andere reden niet meer doorgankelijk is, dient een tracheotomie plaats te vinden.

De rol van de hulpverlening [bewerken]

Meestal zal een professionele hulpverlener niet binnen enkele minuten ter plaatse zijn. Het is daarom belangrijk dat zo veel mogelijk mensen de basale reanimatievaardigheden aanleren. Omdat een circulatiestilstand meestal wordt veroorzaakt door het onregelmatig samentrekken van het hart, ook wel fibrillatie genoemd, is daarbij het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED) aan te bevelen. Alleen met behulp van dit apparaat kan het normale hartritme mogelijk worden hersteld. AED's komen op steeds meer plaatsen in Nederland beschikbaar.

Wanneer er professionele eerstehulp is van een ziekenwagen, urgentie-wagen (MUG of PUC) of in het ziekenhuis kan er medicatie ter ondersteuning gegeven worden en kan er bijkomend ingegrepen worden. De overlevingskansen van het slachtoffer hangen sterk af van de snelheid waarmee de ambulance ter plaatse is. Alvorens te beademen instrueert men dus liefst een omstander om hulp te halen of 112 te bellen.

In principe gaat men door met de reanimatie totdat professionele hulp het overneemt, het slachtoffer bijkomt, of het slachtoffer door een arts is doodverklaard.

Cursussen [bewerken]

Door geheel Nederland worden reanimatie- en AED-cursussen gegeven, de z.g. BLS-cursus (Basic Life Support). Er zijn cursussen waar met zekerheid de NRR richtlijnen worden toegepast. Deze cursussen worden geleid door instructeurs die zijn gecertificeerd door de NRR. Zij worden elke twee jaar zelf getraind in het geven van de verschillende cursussen BLS, AED, etc. Men kan deze instructeurs terugvinden in het register van de ERC (European Resuscitation Council). Deze registratie, heeft mede als doel om de kwaliteit van de trainingen te garanderen. In principe is iedereen bevoegd een AED apparaat te gebruiken, maar is niet iedereen bekwaam. Onjuist gebruik door gebrek aan training kan leiden tot een niet adequate reanimatiepoging. Het is verstandig om de trainingen minstens 1 keer per jaar te herhalen.

Bij enkele eerstehulp-opleidingen in Nederland is standaard AED-bediening opgenomen en behoeft er geen aparte reanimatie- / AED-cursus gevolgd te worden.

Kans op succes [bewerken]

Er wordt internationaal veel onderzoek verricht op het gebied van reanimatie. Opvallend daarbij zijn de aanmerkelijk grote verschillen tussen de diverse onderzoeken. Een sluitend succespercentage is daarom ook niet te geven. In het algemeen kan worden gesteld, dat de kans op succes helaas niet groot is. Belangrijke aspecten die de kans van slagen bepalen zijn:

  • De conditie van het slachtoffer voorafgaand aan de reanimatie;
  • De tijd waarbinnen de reanimatie/eerste schok heeft plaatsgevonden;
  • De kwaliteit van de uitgevoerde beademingen en borstcompressies;
  • De snelheid en kwaliteit van de verdere opvolging door professionele hulpverleners.

In een Zweeds onderzoek uit 2005 werd bij maar liefst 29.700 patiënten bekeken hoeveel mensen na 1 maand nog in leven waren (dus nog zonder te vragen of dit b.v. in coma aan de beademing was of gezond buiten het ziekenhuis). Na 1 maand was 2,2% van de niet door omstanders gereanimeerden nog in leven; 4,9% van degenen die door niet-professionals waren gereanimeerd, en 9,2% van de mensen die door (toevallig als omstander aanwezige) professionele hulpverleners waren gereanimeerd[2]. Volgens dit onderzoek is het aantal mensen dat zonder aanmerkelijke neurologische schade overleeft, nog aanzienlijk kleiner.

Hoewel er een kleine overlevingskans is, zijn pogingen tot reanimatie dus zeker niet zinloos. Als het niet lukt, hoeft de hulpverlener (amateur of professional) zich echter niet schuldig te voelen; dat zal meestal de uitkomst zijn. 70% tot 80% van de reanimaties buiten het ziekenhuis zijn niet succesvol. Aannemelijk is, dat dit getal bij aanwezigheid en gebruik van een AED veel lager zou liggen. Cijfers van de Amsterdam Arena en Schiphol bevestigen dit.[3]. Naar aanleiding hiervan wordt er op grote schaal onderzoek gedaan naar de rol van AED's in reanimaties. Voorbeelden hiervan zijn het BurgerAED initiatief in Noord-Holland waar first responders (burgers) met aed's reanimatie starten tot professionele hulp arriveert.

Uit een Japans onderzoek (2006) [4] zou echter blijken dat in geval van hartstilstand na een hartaanval de overlevingskansen verdubbelen indien enkel en alleen hartmassage toegepast wordt. Beademing zou tijdverspilling zijn. Aangenomen werd dat bij een hartstilstand door de hartaanval de persoon automatisch extra zuurstof krijgt door de hyperventilatie waarmee de aanval begon, maar door de stilgevallen bloedcirculatie bereikt deze zuurstof de hersenen niet meer. Indien snel ingegrepen wordt en enkel hartmassage toegepast wordt, zou de ademhaling vanzelf weer op gang moeten komen. Hartmassage is op zich ook een minieme, onrechtstreekse vorm van beademing want de borstholte wordt afwisselend groter en kleiner, aldus Japanse wetenschappers. Bij verstikking zou de combinatie met beademing dan wel meer aangewezen zijn.

Internationaal wordt er getwijfeld aan de uitkomsten van het Japanse onderzoek, mede door de omstandigheden en de uitgangscijfers ervan. Ook in Nederland worden er vraagtekens bij gezet, met name door Dr. Koster, cardioloog en onderzoeker van het "Arrest 17" onderzoek, een langdurig Nederlands onderzoek over reanimaties buiten het ziekenhuis.[5]

Uit het Japanse onderzoek werd geconcludeerd dat, van degenen die op de klassieke manier gereanimeerd werden, dus inclusief mond-op-mondbeademing, een veel kleiner deel overleefde dan van de mensen die alleen hartmassage kregen. Er werd niet gekeken naar onderliggende oorzaken of de effectiviteit van compressies tijdens de reanimatie. Correctie in de analyse heeft niet plaatsgevonden, zodat het niet met zekerheid te zeggen valt of het gemeten effect - een hoger sterftecijfer onder degenen die op klassieke wijze werden gereanimeerd - toe te schrijven is aan wel of niet beademen.[5]

Tevens worden er proeven gedaan met het koelen van de hersenen tijdens reanimatie. Ambulancepersoneel zorgt in de beginfase van de reanimatie voor een forse temperatuurdaling in het hoofd van de patiënt, waardoor het metabolisme in de hersenen daalt en dus minder snel zuurstofgebrek optreedt. De aanname is dat patiënten hierdoor een betere overlevingskans hebben, ook na de reanimatie (postreanimatie-mortaliteit).

Ongewenste reanimatie [bewerken]

Soms wenst een patiënt in voorkomend geval niet gereanimeerd te worden of vinden artsen reanimatie zinloos. Om niet-reanimeerafspraken beter zichtbaar te maken, bestaan er een niet-reanimatiepenning en niet-reanimatiepolsbandje.[6]

Zie ook [bewerken]

Noten [bewerken]

  1. http://www.verenso.nl/wat-doen-wij/vakinhoudelijke-producten/richtlijnen/anticiperende-besluitvorming-over-reanimatie-bij-kwetsbare-ouderen
  2. Herlitz J, Svensson L, Holmberg S, Angquist KA,Young M. Efficacy of bystander CPR: intervention by lay people and by health care professionals. Resuscitation. 2005 Sep;66(3):291-5.
  3. 'Meer kans overleven hartstilstand op Schiphol', [1], NRC handelsblad, 2 oktober 2007 (link geraadpleegd 6 nov 2009)
  4. SOS-KANTO study group. Cardiopulmonary resuscitation by bystanders with chest compressions only (SOSKANTO):an observational study. Lancet 2007; 369: 920-26
  5. a b 'Toch wel beademen?, [2], Wetenschap 24, 4 april 2007 (link geraadpleegd 6 nov 2009)
  6. http://www.asz.nl/nieuws/nieuwsberichten_homepage/14661/

Externe links [bewerken]