Vliegveld
Een vliegveld is een luchtvaartterrein met een of meer start- en landingsbanen waar vliegtuigen kunnen opstijgen en landen.
Een luchthaven is een vliegveld dat gebruikt wordt voor de burgerluchtvaart. Een militair vliegveld wordt wel een vliegbasis genoemd en een helikopterlandingsplaats een helihaven. In sommige gevallen worden vliegvelden gebruikt voor zowel de burgerluchtvaart als de militaire luchtvaart. Vaak worden in dit geval de startbanen gedeeld, maar zijn de andere faciliteiten gescheiden. Een voorbeeld van een vliegveld met een gedeelde burgerlijke en militaire functie is Vliegbasis Eindhoven.
Met uitzondering van de kleinste vliegvelden, heeft elk vliegveld een communicatiepunt van waaruit luchtverkeersleiders de uitgaande en binnenkomende vliegbewegingen coördineren. Luchthavens voor passagiersvervoer hebben incheckpunten voor passagiers en bemanning.
Inhoud |
Geschiedenis en ontwikkeling [bewerken]
De eerste plaatsen waar vliegtuigen opstegen en landden waren grasvelden. Het vliegtuig kon van elke hoek aan komen vliegen alnaargelang de windrichting. Een kleine verbetering waren dirt-only-velden, die bij droog weer de wrijving van het gras verminderden. Uiteindelijk werden ze vervangen door verharde oppervlakten die landingen bij alle weersomstandigheden overdag en 's nachts mogelijk maakten.
De titel "het oudste vliegveld ter wereld" wordt betwist, maar het College Park Airport in Maryland, US, opgericht in 1909 door Wilbur Wright, wordt meestal gezien als het oudste volledig operationele vliegveld.[1]
Andere vliegvelden die reeds jaren als zodanig in gebruik zijn:
- Het Vliegveld Kiewit nabij Hasselt in Belgisch Limburg is actief sedert 1909 [2]
- Luchthaven Bremen werd geopend in 1913 en wordt nog steeds gebruikt.
- Luchthaven Schiphol werd geopend op 16 september 1916 als militair vliegveld en accepteerde algemene luchtvaart vanaf 17 december 1920.
- Sydney Airport in Sydney, Australië geopend in januari 1920.[3]
- Luchthaven Rome Ciampino werd in 1916 geopend, maar is een paar keer gesloten geweest voor non-scheduled verkeer.
Het eerste gebruik van de term "airport" verscheen in een krantenartikel uit 1919, in een referentie naar Bader Field in Atlantic City, New Jersey.[4]
Het groeiende vliegverkeer tijdens de Eerste Wereldoorlog leidde tot de aanleg van vliegvelden. Vliegtuigen moesten deze van bepaalde richtingen aanvliegen wat leidde tot hulpmiddelen om de landingsrichting en de landingshoek te bepalen.
Na de oorlog voegden sommige militaire vliegvelden accommodaties toe om passagiers af te handelen. Een van de eerste was de luchthaven Le Bourget in Le Bourget bij Parijs. Het eerste internationale vliegveld dat opende was Croydon Airport in Zuid-Londen, hoewel er toen al 9 maanden een vliegveld in Hounslow als zodanig had dienstgedaan.[5] In 1922 werd het eerste vliegveld uitsluitend voor commerciële luchtvaart geopend in Königsberg in Duitsland. De vliegvelden uit die tijd waren bestraat, wat zowel nachtvluchten als zwaardere toestellen mogelijk maakte.
De eerste verlichting werd aan het einde van de jaren twintig aangebracht; in de jaren dertig begon men het Approach lighting system te gebruiken. Dit gaf de goede richting en daalsnelheid aan. De kleuren en knipperintervallen van de lichten werden standaard onder de International Civil Aviation Organization (ICAO).
Na de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveldontwerp ingenieuzer. Passagiersgebouwen werden samen in een cirkel gezet, met landingsbanen in groepen rond de luchthaven.
Luchthavenconstructie groeide sterk in de jaren zestig met het toenemende straalvliegtuigverkeer. Landingsbanen werden tot 3 kilometer lang, gemaakt van asfalt of beton.
Naam [bewerken]
Vliegvelden hebben een naam om ze van andere vliegvelden te kunnen onderscheiden. Er zijn drie mogelijkheden:
- Het vliegveld heeft een naam van zichzelf. Het bekendste Nederlandse voorbeeld is Schiphol.
- Het vliegveld is genoemd naar het dorp waar het ligt. Voorbeelden: Eelde, Zaventem.
- Het vliegveld wordt aangeduid met de nabijgelegen grote stad, soms meerdere steden.
In dienstregelingen, op vliegtickets e.d. wordt vrijwel steeds de naam van de stad gebruikt. Dus niet Schiphol maar Amsterdam, niet Eelde maar Groningen. De naam van het vliegveld wordt alleen vermeld als een stad meer dan één vliegveld heeft, zoals London Heathrow.
De naam van het vliegveld of dorp raakt vaak in vergetelheid, wordt beschouwd als niet officieel bestaand of als de voormalige naam. Voorbeeld is de naam Zestienhoven, die officieel niet meer wordt gebruikt: dat vliegveld heet thans officieel Rotterdam The Hague Airport. Ook komt het voor dat een vliegveld met alle namen wordt aangeduid, zoals Groningen Airport Eelde, wellicht om te vermijden dat men denkt dat Groningen niet hetzelfde vliegveld is als Eelde.
Sommige vliegvelden zijn naar twee of meer steden genoemd: Münster-Osnabrück, Maastricht-Aachen, Bazel-Mulhouse-Freiburg. Het betreft vaak steden aan weerszijden van een internationale grens. Dit maakt het ook mogelijk, afhankelijk van de bestemming, een specifiek bilateraal luchtvaartverdrag te gebruiken. Voor vluchten volledig binnen de EU is dat niet meer van belang. Een vlucht naar Bazel-Mulhouse-Freiburg kan naar behoefte als een vlucht naar Zwitserland, Frankrijk of Duitsland geregistreerd worden.
Het Ierse vliegveld Shannon is naar een rivier genoemd, die later ook de naam van een dorp werd. Ook in dienstregelingen wordt deze naam gebruikt.
Faciliteiten [bewerken]
Het verschilt per luchthaven hoeveel faciliteiten en mogelijkheden er zijn, zoals het aantal start- en landingsbanen, hangars, vrachtopslagmogelijkheden, bagageafhandelingsfaciliteiten en andere op passagiers en vliegtuigen toegespitste voorzieningen. Tevens zijn er een groot aantal ondersteunende en dienstverlenende afdelingen of nevenbedrijven, zoals voor catering en schoonmaak. Verder valt nog te denken aan toevoer van brandstof, reparaties aan vliegtuigen en vliegtuigonderdelen, brandweer en medische diensten, politiecontrole en -bewaking, faciliteiten voor cabine- en grondpersoneel en alle administratie, management, communicatie en publiciteit.
De grote luchthavens worden in de regel gebruikt voor internationaal verkeer, en hebben naast commerciële activiteiten ook uitgebreide douane- en veiligheidsvoorzieningen. Voor de passagiers zijn er op een luchthaven doorgaans informatiebalies, wachtruimtes, horecagelegenheden, winkels, wisselkantoren en soms zelfs gebedsruimtes. Al deze ruimtes bevinden zich over het algemeen in één groot gebouw, de terminal. Zo'n terminal kan qua functies min of meer met het stationsgebouw van het spoorwegstation vergeleken worden.
Er zijn verscheidene manieren om de passagiers vanuit het terminalgebouw tot het vliegtuig te brengen. Vroeger gebeurde dat meestal per bus. Ook vandaag worden speciale luchthavenbussen gebouwd door verschillende firma's. Dergelijke bussen zijn meestal breed (om de capaciteit te verhogen); soms zelfs te breed om over de openbare weg te rijden. Het aantal zitplaatsen is klein omdat de rit toch vrij kort duurt. Eenmaal bij het vliegtuig aangekomen, stappen passagiers erin via een beweegbare trap, die meestal op een auto gemonteerd is.
Tegenwoordig worden de luchthavenbussen nog weinig gebruikt. De meeste luchthavens beschikken thans over pieren, waaraan de vliegtuigen "aanleggen". Dan stappen de passagiers via een vliegtuigslurf vanuit het terminalgebouw naar het vliegtuig zonder buiten te komen.
Ook sluit een goede luchthaven aan op adequate transportmogelijkheden over land. Vele luchthavens, waaronder die van Brussel, hebben een spoorwegaansluiting. Dan is het treinstation in het terminalgebouw geïntegreerd. Sommige luchthavens zijn met de steden verbonden door middel van ongewone transportsystemen, zoals monorail, people mover, of zelfs magneetzweeftrein.
Kleinere vliegvelden zijn doorgaans alleen geschikt voor kleinere types vliegtuigen, die korte afstanden kunnen afleggen. De faciliteiten zijn navenant minder. Het allerkleinste type vliegveld is de vliegstrip, meestal niet meer dan een korte startbaan in een verder onbegaanbaar gebied. Deze kleine vliegvelden hebben weinig verkeer en er wordt "op zicht" (VFR) gevlogen, zonder radioprocedures.
Nederland [bewerken]
Vliegvelden in Nederland zijn:
België [bewerken]
Vliegvelden in België zijn:
"** met beperkt gebruik door recreatief burgerverkeer
Zie ook [bewerken]
- Lijst van luchthavens
- Vliegvelden gesorteerd naar IATA-code
- Lijst van vliegvelden in Europa
- Lijst van drukste luchthavens
| Bronnen, noten en/of referenties
Externe links |
| Zie de categorie Airports van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |