Poel (water)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Poel als wateropslag en drinkplaats

Een poel is een omsloten stilstaand en ondiep oppervlaktewater. Ze werd gegraven voor verschillende gebruiksdoeleinden zoals watervoorziening voor het vee, opslag van bluswater of als visvijver.

Poelen in het landschap zijn vaak een overblijfsel van een gegraven drinkplaats voor het vee. Ook werden poelen gegraven om de waterhuishouding te regelen voor het omliggende landbouwland. Bij overvloedige regenval werd er water in opgevangen zodat het weglopende water de landbouwgrond minder erodeerde, en er werd meteen een reserve opgebouwd voor bevloeiing tijdens droge periodes.

Ook restanten van turfstekerij en bijvoorbeeld ijzerertsontginning in de Kempische zandgronden lieten ondiepe poelen na. IJzeroer werd ook wel poelerts genoemd. Andere poelen, meestal langwerpig, groef men om bloedzuigers te kweken. Een paard of ander vee werd door de poel met bloedzuigers geleid, waarna men kon 'oogsten' door de bloedzuigers van het dier te plukken. Ook kraters van bombardementen kunnen als poel in het landschap achterblijven, zoals bijvoorbeeld in het natuurdomein Tommelen bij Hasselt.

Poelen hebben landschappelijke waarde en worden ook (her-)aangelegd als broedplaats voor bijvoorbeeld amfibieën en insecten. Een paddenpoel is een water met een bij uitstek voor amfibieën geschikt biotoop. Overheden zoals de provincie Antwerpen bieden ondersteuning bij het herinrichten van landschappen met aanleg van poelen.

In het taalgebruik wordt poel ook wel als synoniem benut voor plas of vijver. Die hebben daarentegen niet de associatie met het ondoorzichtig water in een poel die leidde tot de uitdrukking 'poel des verderfs'. Meestal heeft een poel een natuurlijk uiterlijk, al kan de term ook buiten deze context gebruikt worden.

In noord en oost Nederland spreekt men eerder van dobbe, in de kust- en poldergebieden duidt men omsloten wateroppervlakte ook aan als kolk.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties