Metro (vervoermiddel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Metro
Brusselse metrotrein
Brusselse metrotrein
Aandrijving elektromotor
Periode sinds tweede helft 19e eeuw
Snelheid tot ca. 120 km/h
Beschikbaarheid openbaar vervoer
Infrastructuur rails
Doelgroep stedelijk en regionaal vervoer
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer
Electric railway train.jpg
Trein van de City & South London Railway, in 1890 de eerste ondergrondse elektrische spoorweg ter wereld en nu onderdeel van de Londense metro
Tünel Istanbul.jpg
De tweede ondergrondse urbane spoorweg ter wereld, de Tünel, opende in 1875 haar deuren in Constantinopel, hoofdstad van het Ottomaanse Rijk, het huidige Istanbul, Turkije. Het is een kabelspoorweg.
Beijing Subway Longze station.jpg
Bovengronds station (Longze) van de metro van Peking
Nyc subway 34st station.jpg
Schwebebahn ueber Strasse.jpg
Mk Rotterdam Metro 4.jpg
Carte Métro de Paris.svg
Kaart van de Metro van Parijs

Een metro (ook wel ondergrondse of stadsspoorweg) is een vorm van openbaar spoorwegvervoer in grote steden of agglomeraties die gebruikmaakt van een conflictvrije baan (ongelijkvloerse kruisingen). Dat betekent dat de lijn meestal is aangelegd in een tunnel of op een viaduct. De metro kenmerkt zich door een hoge rijfrequentie en een grote reizigerscapaciteit en houdt zowel wat betreft snelheid als stationsafstand en gewicht van het rollend materieel het midden tussen trein en tram.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste metro ter wereld reed in Londen; de lijn werd op 10 januari 1863 geopend. Deze eerste metro, in het Verenigd Koninkrijk 'Underground' genoemd, werd getrokken door een stoomlocomotief. De overstap naar elektriciteit werd al snel gemaakt omdat de stoom en het roet de stations en de reizigers bevuilden. Op het Europese vasteland reed de eerste metro in 1875 in Istanboel, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. [1] Daarna volgde in 1896 de metro van Boedapest eveneens in 1896 de metro van Glasgow, en in 1900 de metro van Parijs.

Etymologie[bewerken]

De eerste ondergrondse spoorlijn in Londen kreeg de naam Metropolitan Railway ("grootstedelijke spoorweg"), naar de maatschappij die de lijn bouwde. De andere lijnen, alle gebouwd door particuliere bedrijven, kregen andere namen. Thans is het hele Londense systeem in handen van een enkel bedrijf, Transport for London, en Metropolitan Line is de naam van de oudste lijn van het systeem.

Naar het voorbeeld van de Londense Metropolitan werd de ondergrondse in Parijs Chemin de Fer Métropolitain genoemd, kortweg métro. Hierdoor ontwikkelde de term zich van eigennaam tot de benaming van het vervoermiddel.

De benaming metro, in tegenstelling tot het Frans meestal zonder accent op de e en met de klemtoon op de eerste lettergreep, is thans internationaal bekend, maar er zijn ook andere benamingen, per taal en soms per stad verschillend. Zo spreekt men in New York over de subway (maar in de Amerikaanse hoofdstad Washington weer van metro), in de Duitstalige landen van U-Bahn (Untergrundbahn) en in Japan "chikatetsu" (地下鉄, letterlijk vertaald "metaal onder de grond"). In Nederland werd aanvankelijk ook wel van "stadsspoorweg" gesproken, maar dat begrip is in onbruik geraakt. Het Afrikaans heeft wel een eigen benaming voor metro ontwikkeld: moltrein, hoewel Zuid-Afrika en Namibië zelf geen ondergrondse hebben.

Hoewel het woord metro zijn oorsprong dus in Londen vindt, zullen de Londenaren dat woord zelf nooit gebruiken, afgezien van Metropolitan Line voor een van de spoorlijnen van het netwerk. De officiële Londense benaming van het hele netwerk is Underground en in de volksmond zegt men the Tube. (Enigszins technisch onderlegde Britten gebruiken het woord tube liever alleen voor de dieperliggende lijnen met een geboorde tunnel met ronde doorsnede.[2] De Metropolitan Line en de District Line hebben ondiep liggende, gegraven rechthoekige tunnels en mogen eigenlijk geen tubes heten.)

Dienstregeling[bewerken]

Een metro voert in veel steden een zeer frequente dienst uit, bijvoorbeeld een trein per 5 minuten. Een dienstregeling is er wel, maar wordt door de meeste reizigers niet gebruikt. Zij gaan op een willekeurig moment naar het station, want er komt altijd wel een trein binnen een paar minuten. Wie de trein voor zijn neus ziet wegrijden, wacht geduldig op de volgende. Over het algemeen wordt de dienstregeling buiten de spits meer geraadpleegd, daar de treinen dan minder frequent gaan.

Dezelfde werkwijze wordt toegepast door de meeste veerponten. De interlokale spoorwegen overwegen op sommige drukke lijnen een metrosysteem in te voeren met een zeer frequente dienstregeling.

Kenmerken[bewerken]

Wielen[bewerken]

Er zijn twee soorten metro's: metro's op spoorrails en metro's op luchtbanden. De metro op gewone rails is de bekendste en oudste vorm. De bandenmetro's zijn echter in opkomst, vooral in steden in Frankrijk zoals Parijs, Rijsel, Lyon en Marseille.

Voeding[bewerken]

De eerste Londense metro reed met een stoomlocomotief. De speciale stoomlocomotieven waren wel voorzien van koud water waarmee de stoom gecondenseerd kon worden. Daarnaast waren er vrij veel plaatsen in open lucht waar volop gestookt kon worden. Tegenwoordig rijden alle metro's op elektriciteit, veelal 750V gelijkspanning. In Italië, Spanje en Azië worden metro's veelal gevoed door een bovenleiding. Om bouwkosten bij tunnelbouw te besparen wordt meestal in plaats van bovenleiding gebruikgemaakt van een derde rail. Meestal wordt het systeem toegepast waar een sleepstuk aan de onderkant langs gaat. Bij oudere systemen wordt de stroom ook wel eens afgenomen aan de zijkant of bovenkant van de derde rail. Bij de Londense metro is er ook een speciale vierde rail voor de retourstroom die normaliter door de rails gaat. De metro van Glasgow was oorspronkelijk getrokken door een kabel.

Gehandicapten[bewerken]

Een metro heeft bijna altijd een vrijwel gelijkvloerse instap. Of een metro te gebruiken is door gehandicapten, hangt dan ook vooral af van de vraag of het perron met een lift bereikbaar is. Volgens de moderne inzichten moet het perron altijd met een rolstoel bereikbaar zijn, maar dat is lang niet overal het geval. Op sommige -meestal zeer diep gelegen- stations is het gebruikelijk dat alle reizigers de lift gebruiken, maar vaak moeten de reizigers daarna en daarvoor nog een paar trappen op of af.

Speciale metro's[bewerken]

De Wuppertaler Schwebebahn, een monorail in Wuppertal, staat niet op de rails maar hangt aan de rails boven de weg of rivier. Hierdoor kent de Schwebebahn geen gelijkvloerse kruisingen en mag het systeem een metro genoemd worden. Ook de Dorfbahn Serfaus, hoewel dat eigenlijk geen metro is, is in Europa uniek doordat de treinen zweven op luchtkussens.

Regelgeving[bewerken]

In Nederland dient de uitvoerder van een metrodienst zich te houden aan het Metroreglement uit 1981. Dit is gebaseerd op de bepalingen over stadsspoorwegen in de Locaalspoor- en Tramwegwet uit 1900.

Metrosystemen[bewerken]

Benelux[bewerken]

In de Benelux zijn er drie steden met een metronetwerk:

De metro heeft relatief laat zijn intrede in de Lage Landen gedaan. Dat kwam vooral door de geringere omvang van de steden, het bestaan van een uitgebreid tramnetwerk en de vrij goede bereikbaarheid, waardoor er lange tijd geen noodzaak was voor een duur en ingrijpend vervoermiddel als de metro. Pas door de snelle groei van de steden in de twintigste eeuw en de spectaculaire opkomst van de auto vanaf de jaren 50, waardoor de bereikbaarheid snel verslechterde, ontstond de behoefte aan een snel en betrouwbaar stadsvervoermiddel voor de wat grotere afstanden: de metro.

Premetro / tramtunnel[bewerken]

Desondanks bleef het aanleggen van een metronetwerk op veel plaatsen een te kostbare aangelegenheid. Daarom werden in een aantal steden ondergrondse trambanen aangelegd, in België premetro genoemd. Deze zijn te vinden in:

Verdere plannen voor andere steden werden opgeborgen vanwege de enorme kosten en overlast voor omwonenden die de bouw met zich meebrengen.

Sneltram[bewerken]

In Utrecht werd in plaats van een volwaardige metro gekozen voor een sneltram: de Utrechtse sneltram. Ook delen van het Rotterdamse en Amsterdamse metronetwerk (resp. 8,4 en 9,8 kilometer) zijn uitgevoerd als sneltram.

Hybride[bewerken]

Het RandstadRail-netwerk tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer is eveneens te beschouwen als een sneltram, maar het deel vanaf de tramtunnel in Den Haag naar Zoetermeer en de Krakeling in Zoetermeer voldoet aan de definitie van metro. RandstadRail sluit in Den Haag via de Netkous aan op het Haagse tramnetwerk en in Rotterdam via het Statenwegtracé op de Rotterdamse metro.

Andere landen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal Openbaar vervoer
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Geschiedenis van het openbaar vervoer in Istanbul volgens de website van het IETT (Istanbulese Electrische Tram en Kabelspoor organisatie). IETT Geraadpleegd op 11 Juni, 2009
  2. Tube-lines is een term die vaak gebruikt wordt in vaktijdschriften en spoorhobbybladen. De metrotreinen geschikt voor tube-trajecten verschillen ook uiterlijk van vorm en binnenruimte met de bredere "subsurface" treinen. Zelf de vloerhoogte is aanmerkelijk lager. Zelf voor de leek is er een duidelijk verschil.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek