Cameratoezicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Camera in Amsterdam
Aankondiging cameratoezicht in Arnhem

Cameratoezicht is het houden van toezicht op een gebouw, gebied of (groepen) mensen met behulp van bewakingscamera's. De twee belangrijkste doelen van cameratoezicht op openbare plaatsen zijn a) het terugdringen van overlast en criminaliteit en b) het vergroten van veiligheidsgevoelens. Daarnaast worden opgenomen beelden gebruikt voor opsporing en vervolging van criminelen. Camera's worden ook in veel gebouwen en op niet-openbare plaatsen ingezet - het doel is dan niet de handhaving van de openbare orde, maar bewaking en beveiliging. De Engelse term voor cameratoezicht en camerabewaking is Closed-circuit television (CCTV).

Inhoud

[bewerken] Cameratoezicht op openbare plaatsen

In navolging van de gemeente Ede die er in 1997 mee begon, zetten veel Nederlandse gemeenten cameratoezicht in de openbare ruimte in. Zij gebruiken het als instrument om de openbare orde te handhaven en criminaliteit en overlast tegen te gaan. Camerabeelden kunnen zowel live als achteraf worden gebruikt: bij live toezicht worden de beelden, meestal tijdens risico-uren, bekeken door gemeentelijk personeel, politiemensen en/of particuliere beveiligers. Daarnaast kunnen opgenomen beelden achteraf door de politie worden gebruikt als bewijsmateriaal. Live toezicht werkt, zo is althans de verwachting van voorstanders, preventief en opsporing achteraf werkt repressief.

[bewerken] Wetgeving Nederland

Sinds 2006 is in de Gemeentewet (artikel 151-c) een wettelijke basis gelegd voor cameratoezicht op openbare plaatsen ter handhaving van de openbare orde en veiligheid. Daarin staat dat de gemeenteraad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid moet geven om cameratoezicht in te stellen. Hiervoor moet de APV worden aangepast. Vervolgens wijst de burgemeester de plaatsen aan waar cameratoezicht komt. Ook bepaalt hij de duur van het cameratoezicht - het is namelijk een tijdelijk instrument. Daarbij bedient de burgemeester zich van de onder zijn gezag staande politie voor de operationele regie. Gemeenten kunnen de kwaliteit van camerasystemen en toezichtcentrales vergroten door deze te laten certificeren door een certificerende instelling.[1]

Andere wetten en regels die een rol spelen bij cameratoezicht zijn het EVRM, de Wet bescherming persoonsgegevens en de Grondwet. In die wetten komt het woord 'camera' weliswaar niet voor, maar deze wetten geven wel aan hoe ver een gemeente mag gaan in de aantasting van de persoonlijke levenssfeer en hoe er met opgenomen beelden (persoonsgegevens) moet worden omgegaan door de verwerker (= eigenaar camerasysteem). Verder staat in deze wetten, net als in de Gemeentewet, dat cameratoezicht noodzakelijk, proportioneel, subsidiair en kenbaar moet zijn.

Op de BES-eilanden kan de eilandsraad op basis van artikel 156 van de WolBES de gezaghebber bij eilandsverordening de bevoegdheid geven om op nauwkeurig aangeduide plaatsen cameratoezicht in te stellen.

[bewerken] Hoeveelheid cameratoezicht in Nederland

Gemeenten die cameratoezicht op straat hebben, moeten dit melden bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Maar dat doen ze niet allemaal, waardoor niemand met zekerheid kan zeggen hoeveel Nederlandse gemeenten cameratoezicht in de openbare ruimte toepassen. Een onderzoek in 2006 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken [2] concludeerde dat een vijfde van alle Nederlandse gemeenten cameratoezicht op straat inzet. Nog eens veertien procent had ten tijde van het onderzoek plannen om het komende jaar cameratoezicht in te voeren. In drie vijfde van de gemeenten worden de beelden live bekeken, in de rest (twee vijfde) worden de beelden alleen achteraf bekeken als zich een bijzondere gebeurtenis heeft voorgedaan. Omdat er gemiddeld zo'n dertig camera's per gemeente hangen, is de beste schatting van het aantal gemeentelijke camera's in Nederland op dit moment (eind 2010) drieduizend. De kosten bedragen gemiddeld 300.000 euro per gemeente, inclusief de kosten voor verbindingen en live toezicht.

Toevoeging aan dit onderdeel op 22-06-2011:

De gegevensverwerking bij cameratoezicht in het kader van de handhaving van de openbare orde valt sinds 2008 onder artikel 8 of 9 van de Wet Politiegegevens. De camerabeelden worden daardoor niet meer beschouwd als een aparte gegevensverwerking maar vallen onder de politiegegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van de dagelijkse politietaak. Als gevolg hiervan is het gestelde omtrent de meldingplicht bij het CBP van de gegevensverwerking in de Wet Bescherming Persoonsgegevens, niet van toepassing. De Wet Politiegegevens voorziet verder niet in een verplichting tot registratie van de gegevensverwerking door middel van camera's. Om toch inzicht te geven in de plaatsing van de camera's is een particulier initiatief gestart en de website CameraLocaties.nl[3]opgericht, waar men als bezoeker de camera's op een kaart kan plaatsen. De website werkt volgens het wiki-pricipe. Dat wil zeggen dat de bezoekers zelf informatie toevoegen of aanpassen.

[bewerken] Effecten van cameratoezicht

Het effect van cameratoezicht is moeilijk aan te tonen, omdat cameratoezicht bijna altijd als onderdeel van een pakket aan maatregelen wordt ingevoerd. Ook is goed en gedegen evaluatieonderzoek kostbaar en tijdrovend.

Monitorruimte voor cameratoezicht in Alkmaar

Er circuleren onder beleidsmakers en politici allerlei ideeën over het effect van cameratoezicht, maar er is nog geen onderzoek dat de effectiviteit onomstotelijk heeft kunnen bewijzen. Er is overigens ook nog geen onderzoek dat heeft aangetoond dat het niet werkt. Eén gezaghebbende evaluatie[4] is in 2005 gepubliceerd in opdracht van het Britse Home Office. In zes van de dertien gebieden die zij onderzochten, bleek sprake te zijn van een 'relatief substantiële afname van criminaliteit in het cameragebied vergeleken met het controlegebied'. Maar slechts in twee gevallen was sprake van een statistisch significant effect en in één van die twee gevallen zou het effect ook een andere oorzaak kunnen hebben. In de andere zeven gebieden nam de criminaliteit toe, maar dat kwam door andere oorzaken dan het cameratoezicht. Het gevoel van onveiligheid daalde in twaalf van de dertien gebieden, maar slechts in drie gebieden was sprake van een afname die sterker was dan in het controlegebied. Die afname was echter nergens statistisch significant. De onderzoekers concluderen echter niet dat cameratoezicht niet werkt: mits goed doordacht en uitgevoerd kan cameratoezicht een positief effect sorteren.

[bewerken] Nederlandse evaluaties

De evaluaties van cameratoezicht in Nederland laten een gemengd beeld zien.

  • In Alkmaar [5] bleek het veiligheidsgevoel onder bezoekers en bewoners van het cameragebied te zijn verbeterd. Ook het aantal slachtoffers van criminaliteit en overlast was gedaald (onderzoeksperiode: 2004-2005).
  • In Amsterdam zijn verschillende gebieden met camera's. De evaluaties worden per stadsdeel uitgevoerd.
    • In het centrum van Amsterdam (Wallen en Nieuwendijk) bleek uit de evaluatie[6] dat er minder delicten zijn gepleegd. Op de Wallen nam het aantal delicten af met 27 procent en in het Nieuwendijkkwartier met 30 procent. In beide gebieden blijkt deze daling groter dan in de rest van de politieregio. Veiligheidsgevoelens lieten een minder duidelijk beeld zien. Bij de eerste drie metingen (2003-2005) was nog geen verbetering zichtbaar, maar in 2006 leek dat wel het geval te zijn: de bewoners van de Nieuwendijk voelden zich veiliger dan in 2003 en ook de bezoekers van de twee cameragebieden voelden zich in 2006 veiliger dan in 2003. De bewoners van de Wallen zijn de uitzondering: zij voelden zich in 2006 net zo onveilig als in 2003 (onderzoeksperiode: 2004-2007).
    • In Amsterdam Noord hangen sinds 2006 camera's in twee gebieden: het Waterlandplein en Parlevinker/Zeevaarthof. De evaluatie [7] liet zien dat de effecten niet konden worden aangetoond omdat er geen nulmeting was gehouden. In elk geval bleek wel dat er nauwelijks actief gebruik werd gemaakt van het systeem: de logboeken van de politie en de toezichthouders in de alarmcentrale in Tiel waren zo goed als leeg. Politiecijfers lieten een lichte daling zien, maar het was niet duidelijk of dit een effect van de camera's was.
    • Rondom het Centraal Station van Amsterdam hangen sinds 2005 zeventien gemeentelijke camera's. De evaluatie[8] liet zien dat de veiligheid in het hele gebied is verbeterd, maar dat het moeilijk is om aan te geven welke maatregelen (camera's of iets anders) hiervoor verantwoordelijk waren. In een jaar tijd zijn achttien incidenten waargenomen door de toezichthouders achter de monitoren.
    • In Amsterdam Zuidoost zijn vijf gebieden met cameratoezicht. Uit een evaluatie van 2000 tot 2007[9] bleek dat de politiecijfers een verbetering te zien gaven, die slechts gedeeltelijk door enquêtes werd bevestigd. Ook bleek dat er tegengestelde ontwikkelingen waren in slachtofferschap onder bewoners en bezoekers van de cameragebieden. Het veiligheidsgevoel ontwikkelt zich licht positief, maar vergeleken met andere gebieden in de stad voelen mensen zich hier nog altijd relatief onveilig.
  • In Apeldoorn [10] hangen sinds 2002 14 camera's in het uitgaansgebied rond het Caterplein. Het aantal door de politie geregistreerde incidenten in het cameragebied is gestegen, terwijl er buiten het cameragebied niets veranderde. Dit kan een positief effect zijn: met de camera's worden incidenten gezien die anders onopgemerkt zouden blijven. Het veiligheidsgevoel in het uitgaansgebied is volgens 68% van de ondervraagde voorbijgangers verbeterd. Het is niet bekend of de camera's hebben geleid tot een verplaatsing van problemen naar andere gebieden.
  • In Arnhem [11] hangen sinds 2000 53 camera's in het het uitgaanscentrum: de Korenmarkt, het Jansplein en de omliggende straten en stegen. Daarnaast ook in een aantal straten tussen de binnenstad en het Roermondsplein, Stationsplein, Willemsplein, Velperplein en de Markt. Het aantal geregistreerde incidenten is toegenomen (waarschijnlijk doordat met de camera's meer wordt gesignaleerd. Het veiligheidsgevoel onder uitgaande jongeren is verbeterd. Ruim een derde van de bewoners en ondernemers van de binnenstad voelen zich veiliger. Wel is er mogelijk een gedeeltelijke verplaatsing van problemen naar het omliggende gebied.
  • In Delft [12]is het aantal geregistreerde incidenten met 7% gedaald ten opzichte van het jaar vóór invoering van cameratoezicht. Maar in de rest van de gemeente daalde het aantal aangiften ook met 7% – relatief gezien is er dus geen verbetering of verslechtering in het stationsgebied opgetreden. De overlast is zowel volgens politieregistraties als volgens enquêtes met 10% tot 30% gedaald na de invoering van cameratoezicht. Enquêtes op straat en onder reizigers in de trein, laten zien dat mensen zich ’s avonds veiliger zijn gaan voelen op het stationsplein en in het station zelf.
  • In Ede [13] hangen sinds 1998 19 camera's in het uitgaansgebied. In 1999 werden 40% minder incidenten geregistreerd dan in 1998. De sterkste daling werd gevonden bij diefstal uit/vanaf motorvoertuigen en vernielingen/vandalisme. Lichte afname bij ernstige en lichte geweldsdelicten. Omwonenden, bezoekers en 15-34 jarigen voelen zich in 2000 veiliger dan in 1999. Dit is positiever dan het landelijke beeld. Samenscholing en onrust rond sluitingstijd is toegenomen. Drugsoverlast is in het gebied verminderd, maar waarschijnlijk verplaatst naar elders. Overlast van drugsdealers en gebruikers is verplaatst naar andere gebieden in Ede-Stad. Andere overlast heeft zich niet verplaatst. Volgens horeca-ondernemers (niet volgens bezoekers) is het Museumplein aantrekkelijker geworden. Politie kan gerichter optreden en daders bekennen sneller. Agenten voelen zich veiliger bij optreden.
  • In Groningen [14] hangen sinds 1999 veertien camera's in het uitgaansgebied rond de Grote Markt. Het aantal geregistreerde geweldsdelicten steeg met 11%, aangiften stegen met 15%. Het aantal aangehouden verdachten steeg met 57%. Enquêtes onder bewoners, bezoekers en horeca-ondernemers laten zien dat het veiligheidsgevoel is vergroot. Van verplaatsingseffecten lijkt geen sprake te zijn.
  • In Heerlen [15] hangen sinds 2003 130 camera's in het kader van Operatie Hartslag. In 2004 werden door de toezichthouders 13.000 incidenten waargenomen. De hoeveelheid geweld en agressie nam af, volgens de evaluatie. De meeste mensen die werden ondervraagd voelden zich veiliger. Van verplaatsing was nauwelijks sprake. Wel werd er in de opvang voor verslaafden meer gedeald dan voorheen (dat gebeurde vroeger op straat).
  • In Rotterdam [16] bleek dat er minder geweldsdelicten werden gepleegd: in vier van de zes cameragebieden was het geweld afgenomen. De doelstelling om overlast te reduceren is niet overal gehaald. Een groter gevoel van veiligheid is gedeeltelijk bereikt: in metrostation Delfshaven en op de kop van de Mathenesserdijk was de veiligheidsbeleving duidelijk verbeterd (onderzoeksperiode: 2000-2001).

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links


Referenties
  1. Er zijn hiervoor twee Beoordelingsrichtlijnen opgesteld; zie: www.hetccv.nl > dossiers > cameratoezicht regeling
  2. Onderzoek uit 2006 van het Ministerie van BZK
  3. Cameratoezicht in kaart
  4. Assessing the impact of CCTV, Gill & Spriggs, 2005 (uit web.archive.org)
  5. Evaluatie cameratoezicht Alkmaar (uit web.archive.org)
  6. Evaluatie cameratoezicht Wallen en Nieuwendijk Amsterdam 2003-2006 (PDF)
  7. Noord.pdf&dir=rapport Evaluatie cameratoezicht Amsterdam Noord (PDF)
  8. Evaluatie cameratoezicht Amsterdam Stationseiland (PDF)
  9. Evaluatie cameratoezicht Amsterdam Zuidoost (PDF)
  10. Evaluatie cameratoezicht Apeldoorn
  11. Evaluatie cameratoezicht Arnhem
  12. Evaluatie cameratoezicht Delft (PDF)
  13. Evaluatie cameratoezicht Ede
  14. Evaluatie cameratoezicht Groningen
  15. Evaluatie cameratoezicht Heerlen
  16. Evaluatie cameratoezicht Rotterdam
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen