Privacy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reclame voor een telefoondienst tijdens de republikeinse conventie in Chicago in 1912. Een verkoopargument was het privékarakter van het gesprek omdat de operatoren niet konden meeluisteren.

Privacy, privésfeer, persoonlijke levenssfeer of eigenruimte is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. De uitspraak van "privacy" volgt de Amerikaans-Engelse uitspraak, niet de Brits-Engelse. De Van Dale omschrijft privacy als de persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven. Daarbij komt tegenwoordig:

  • Zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt.
  • De wens onbespied en onbewaakt te leven.

Het is aan het Engels ontleend en wordt in het Nederlands meestal uitgesproken als praaivesie (ˈpraɪvəsiː), onder invloed van de Amerikaans-Engelse variant. De Brits-Engelse uitspraak is privvesi (ˈprɪvəsɪ). Het is een ruim begrip: het gaat om de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van het eigen lichaam en van de eigen woning, de bescherming van familie- en gezinsleven en het recht vertrouwelijk te communiceren via brief, telefoon, e-mail. Privacy betekent dat iemand dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar inbreuk op maakt of weet van heeft. Privacy heeft met verschillende disciplines te maken, zoals ethiek, informatiekunde en rechtsgeleerdheid.

Historische wortels[bewerken]

Het recht op privacy wordt omschreven als het recht om met rust te worden gelaten. The right to be let alone werd voor het eerst door de Amerikaan Thomas Cooley omschreven in 1879 en een jaar later door Warren & Brandeis overgenomen. Het is de eerste juridisch getinte definitie.[1][2] Het is niet toevallig dat het woord Engelse wortels heeft. Daar begon de industriële revolutie. Volgens Van Dale duikt het na 1950 op in het Nederlands. Gezien er voordien geen woord voor privacy bestond, is het te vermoeden dat het daarvoor in onze streek ofwel niet bestond of vanzelfsprekend was. De privacybehoefte gaat terug op de eed van Hippocrates, die geneesheren vertrouwelijk laat omgaan met hun patiënteninfo. Toch was voor 1800 privacy nauwelijks voorhanden, waren er "geen geheimen" zoals Lea Dasberg het uitdrukt. De gedachte dat kinderen langzaam ingeleid moeten worden in het seksuele leven, bestond niet. "Behalve op het kasteel en vanaf het einde van de 17e eeuw in de huizen van de hoge burgerij, sliep kinderen en ouders in dezelfde ruimte. Aan nachtkleding bestond tot in de 17e eeuw vreemd genoeg alleen... de nachtmuts!"[3] Badhuizen waren gemengd, bevallen gebeurde in aanwezigheid van kinderen, zuigelingen kregen in het openbaar de borst. De industrialisatie en de verstedelijking zorgen in de 19e eeuw voor een nieuwe, anonieme levenswijze. Tegelijk zorgen de massamedia voor pikante details over bekende personen. Dit noopt, eerst in Amerika, na 1870 tot een formele definitie van het begrip en tot een wetgeving. Latere bepalingen verzekeren het recht op privacy van de burger ten opzichte van de overheid.[4]

Ethiek[bewerken]

Privacy is onderdeel van ethische kwesties. Er bestaat een spanning tussen privacy en andere belangen, zoals strafvordering en bestrijding van ongewenst gedrag. Zo zorgden de wetten in het kader van de strijd tegen terrorisme (zoals de Amerikaanse Patriot Act) voor beroering omdat ze de privacy van burgers aantastten. Voorstanders claimen dat het privacyverlies niet opweegt tegen de voordelen, zoals een bestrijding van terrorisme. Een andere kwestie betreft personalisatie van computers. Wederom is de vraag of de dataopslag opweegt tegen de voordelen van de op de gebruiker afgestemde computerfunctionaliteit.

Ethiek bindt formeel niet, wetgeving wel. Rechtsnormen zijn echter mede gebaseerd op ethische overwegingen. Ethiek kan verder gaan dan wetgeving: niet alles wat onfatsoenlijk, dus onethisch is, is onrechtmatig.

Wetgeving[bewerken]

Het recht op privacy wordt in verschillende internationale verdragen gegarandeerd. In artikel 17 van het VN-verdrag voor Burgerlijke en Politieke rechten uit 1966 staat:

  1. Niemand mag worden onderworpen aan willekeurige of onwettige inmenging in zijn privéleven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling, noch aan onwettige aantasting van zijn eer en goede naam.
  2. Een ieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.

Ook artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens garandeert deze rechten. Burgers van Europese landen die partij zijn bij het verdrag kunnen zich bij de rechter op dit verdrag beroepen. Het recht op privacy is niet absoluut; beperkingen op dit recht zijn ingevolge lid 2 van artikel 8 EVRM mogelijk. De manier waarop het verdrag wordt toegepast, verschilt wel. In Nederland heeft dit verdrag voorrang op nationale wetgeving. Hierbij moet worden opgemerkt dat de Nederlandse rechter een verdragsbepaling met voorrang toepast (hij zet de nationale bepaling dus 'opzij'), als de bepaling 'een ieder verbindende bepaling' is (artikel 93 en 94 Grondwet). In Duitsland heeft het EVRM geen voorrang, maar eenzelfde positie als andere wetten. Dit vloeit voort uit het dualistisch systeem dat Duitsland kent. Daar staat tegenover dat voor Nederland het EVRM belangrijk is in die zin dat formele wetten (wetten afkomstig van regering en Staten-Generaal gezamenlijk) wel aan het verdrag getoetst kunnen worden, terwijl formele wetten niet aan de Grondwet getoetst kunnen worden. In Duitsland kunnen wetten wel aan de Grondwet getoetst worden door het Constitutioneel Hof.

Concrete regels voor de bescherming van persoonsgegevens werden opgenomen in een Conventie uit 1981 van de Raad van Europa (met aanvullend protocol in 2001).[5] Deze regels werden overgenomen in Richtlijn 95/46/EG (Databeschermingsrichtlijn) van de Europese Unie, en later omgezet in nationale wetgeving.[6][7]

Nederland[bewerken]

In Nederland is het recht op privacy vastgelegd in de artikelen 10 tot en met 13 van de Nederlandse Grondwet. Een onderdeel van privacy, de verwerking van persoonsgegevens, wordt sinds 1 september 2001 nader geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Voordien werd dit in de Wet persoonsregistraties (Wpr) geregeld. Naast de Wbp regelen onder meer de Wet bescherming persoonsgegevens BES, de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES en de Wet Politiegegevens de bescherming van persoonsgegevens. De organisatie die zich met de privacy van de Nederlandse burger bezighoudt, is het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Verder zijn de volgende private organisaties actief: Bits of Freedom (privacy op het internet) en Buro Jansen & Janssen.

België[bewerken]

In België is het recht op privacy vastgelegd in artikel 22 van de Belgische Grondwet. De materie wordt verder geregeld door de wet van 8 december 1992 voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, beter bekend als de Privacywet,[8] het Koninklijk Besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het KB van 17 december 2003 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de samenstelling en de werking van bepaalde sectorale comités opgericht binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verantwoordelijk voor de controle is een onafhankelijk overheidsorgaan, Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (CBPL) genoemd. Naast controle nemen ze ook initiatieven tot informatieverstrekking, waarvan de belangrijkste de website 'ik beslis'[9] is, specifiek gericht op jongeren, hun ouders en de onderwijswereld.[10]

Binnen Vlaanderen wordt de materie verder geregeld in het eGovernmentdecreet van 18 juli 2008.[11] Het decreet regelt de uitwisseling van persoonsgegevens tussen overheidsinstanties. Er wordt voorzien in een Toezichtcommissie[12] en een veiligheidsconsulent per overheidsinstantie. Met het decreet van 13 juli 2012 wordt een Vlaamse Dienstenintegrator opgericht om de gegevensuitwisseling tussen instanties te vereenvoudigen en te optimaliseren.[13]

Europese Unie[bewerken]

Binnen de overige landen van de Europese Unie zijn onderstaande openbare instellingen per lidstaat verantwoordelijk m.b.t. de privacy:

  • Bulgarije: Commission for Personal Data Protection
  • Cyprus: Office of the Commissioner for Personal Data Protection
  • Denemarken: Datatilsynet
  • Duitsland: Der Bundesbeauftragte für den Datenschutz
  • Estland: Estonian Data Protection Inspectorate
  • Finland: Tietosuojavaltuutetun toimisto
  • Frankrijk: Commission Nationale de l'Informatique et des Libertés
  • Griekenland: Personal Data Protection Authority
  • Hongarije: Parliamentary Commissioner for Data Protection and Freedom of Information Hungary
  • Ierland: Data Protection Commissioner
  • Italië: Garante per la protezione dei dati personali
  • Letland: Datu valsts inspekcija
  • Litouwen: Valstybinė duomenų apsaugos inspekcija
  • Luxemburg: Commission nationale pour la protection des données
  • Malta: Office of the Commissioner for Data Protection
  • Oostenrijk: Datenschutzkommission
  • Polen: Generalny Inspektor Ochrony Danych Osobowych
  • Portugal: Commissão Nacional de Protecção de Dados
  • Roemenië: National Authority for the Supervision of Personal Data Processing
  • Slovenië: Urad varuha clovekovih pravic
  • Slowakije: Úrad na ochranu osobných údajov
  • Spanje: Agencia de protección de datos
  • Tsjechië: Úřad pro ochranu osobních údajů
  • Verenigd Koninkrijk: Data Protection Register
  • Zweden: Datainspektionen

Privacy versus veiligheid[bewerken]

Privacy en veiligheid worden door veel mensen, onder andere bij overheden en in de politiek, voorgesteld als aan elkaar tegengestelde waarden. Anderen benadrukken juist dat het voor de veiligheid en het goed functioneren van een democratie nodig is dat mensen zich onbespied voelen. Burgers moeten zich vrij kunnen bewegen en in vrijheid hun gedachten en meningen kunnen uiten aan wie zij daar zelf voor kiezen, zonder dat dit tegen ze kan worden gebruikt.

De toenemende hoeveelheid wetten en regels als gevolg van (onder meer) terrorismebestrijding leidt tot een toenemend aantal maatregelen die strijdig lijken met het privacybeginsel. Ook de grote toename van de hoeveelheid persoonsgegevens die op het internet beschikbaar is, zet de privacy onder druk. De verleiding om deze gegevens te gebruiken voor andere doelen dan waarvoor ze bedoeld zijn, is groot. Dat geldt voor bedrijven en overheden, maar ook voor criminelen. Het steeds verder verzamelen van gegevens leidt tot een profiel voor elke burger. Op basis van dit profiel worden beslissingen genomen over die burger, ook zonder dat hij of zij dat weet. De overheid en haar diensten kunnen fouten maken of info niet goed beveiligen. Hierdoor neemt de privacy af.

Het bestrijden van terrorisme kan daarentegen ook worden gezien als een onderdeel van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer; dan vergroten de veiligheidsmaatregelen juist de privacy.

Privacy op het internet[bewerken]

De privacy heeft het op internet hard te verduren en kan in gedrang komen na het publiceren van een tekst, het sturen van een bericht of het invullen van een formulier. Zelfs het bezoeken van een website verraadt al een hoop over de bezoeker, bedrijven als Google, Facebook en Twitter leiden uit bezoekersgedrag zelfs gegevens af die de bezoekers ze niet vertellen.[14] Men slaagt er in om zo een profiel te maken van de persoon en diens levensstijl om dat zo te gebruiken voor gepersonaliseerd adverteren. De gebruiker kan hierop anticiperen door op te letten met het verschaffen van informatie en foto's en door zijn surfgedrag aan te passen.

Cultuur[bewerken]

De zoektocht naar privacy, het gebrek eraan en de gevolgen daarvan zijn terugkerende thema's in de kunst.

Literatuur[bewerken]

Variërend van de hofintriges in het Makura no Soshi van Sei Shonagon omstreeks het jaar 1000 en de verheerlijking van de onbaatzuchtige gemeenschapszin in Utopia van Thomas More uit 1516, tot aan de alziende stalen blik in de ogen van Big Brother in 1984 van George Orwell uit 1949, dat een extreme dystopie beschrijft. In de roman Brave New World schetst Aldous Huxley samenleving waar geen privéleven bestaat: "iedereen behoort toe aan alle anderen".

Film[bewerken]

Sneakers is een film van Phil Alden Robinson uit 1992 met Ben Kingsley en Sidney Poitier die als een groep meesterkrakers de grenzen opzoeken van de beveiliging van computergegevens. Een sneaker is een computerkraker. Teamleider Robert Redford leeft al jaren onder pseudoniem en zoekt een waarborg voor zijn anonimiteit.

Pop[bewerken]

Somebody 's Watching Me is het debuutalbum van de Amerikaanse r&b-artiest Rockwell uit 1984, zoon van Motownoprichter Berry Gordy en zwager van Jermaine Jackson, die samen met zijn broer Michael het refrein zingt op het gelijknamige titelnummer, een top 3-hit in verschillende landen, waaronder Nederland.[15] De zanger geeft uiting aan het gevoel dat hij continu wordt gadegeslagen; de buurman en de postbode bespioneren hem en hij durft niets meer te ondernemen, "I can't enjoy my tea!".

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The Right to Privacy. Warren & Brandeis. Harvard Law Review (1890) Geraadpleegd op March 8, 2010
  2. Martens, Bern, Het elfde gebod. Beschouwingen over informatietechnologie, ethiek en samenleving, Acco, Leuven, 2000, p. p. 34-35 ISBN 9789033446146.
  3. ELIAS NORBERT. Ueber den Prozess der Zivilisation. Sociogenetische und psychogenetische Untersuchungen. 2 dln. Bern, 1969, dl. I, p. 225-227; DASBERG LEA. Grootbrengen door kleinhouden als historisch verschijnsel, Meppel, Boom, 1984 p. 47.
  4. MARTENS BERN. Het elfde gebod. Beschouwingen over informatietechnologie, ethiek en samenleving, Acco, Leuven, 2000, p. 35. Doorheen de geschiedenis zijn er talloze voorbeelden te geven van inbreuken op de privacy. Als Marcello Geppetti in 1962 experimenteert met een nieuw stuk technologie, de zoomlens, schrikt hij de wereld op met een foto van een kussende Elizabeth Taylor en Richard Burton. Twee gehuwde mensen met kinderen, nietsvermoedend aan kussend in het katholiekste land van de wereld… het beeld gaat de wereld rond.
  5. ETS 181 Additional Protocol to the Convention for the Protection of Individuals with regard to Automatic Processing of Personal Data regarding supervisory authorities and transborder data flows, 8 november 2001.
  6. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 Publicatieblad Nr. L 281 van 23/11/1995 blz. 0031 - 0050.
  7. Big Brother in Europa R. Jespers, uitgeverij EPO, ISBN 9789064456183 (2010), p. 129.
  8. Privacywet en uitvoeringsbesluiten. CBPL Geraadpleegd op 20141014
  9. ikbeslis.be
  10. (nl) Privacy & Data Protection Day: u beslist!
  11. Vlaamse Regering. Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (B.S. 29/10/2008. codex.vlaanderen.be (20080718) Geraadpleegd op 20141008
  12. Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. vlaamsetoezichtcommissie.be Geraadpleegd op 20141008
  13. Decreet houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator. vlaanderen.be (20120713) Geraadpleegd op 20141014
  14. Hoe Google weet wat wij ze niet vertellen
  15. Radioveronica.nl: 80's & 90's Hits, Somebody 's Watching Me (Peter Teekamp)