Dataretentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dataretentie (ook wel bekend onder het Engelse data retention) is een begrip dat refereert aan het opslaan van telefonie- en internetgegevens door overheden en commerciële organisaties. Deze gegevens kunnen voor verschillende doeleinden gebruikt worden, bijvoorbeeld om achteraf informatie te achterhalen over criminele incidenten, om correspondentie te achterhalen en zo criminele activiteiten te voorkomen, of om de gegevens te gebruiken voor marketingdoeleinden. Het is een onderwerp dat sterk speelt in privacykwesties, zeker sinds het begin van de 21e eeuw, toen verschillende overheden dataretentie wilden gebruiken in de zogenaamde 'strijd tegen terrorisme', en mediaproducenten streden tegen illegale kopieën van hun producten.

Europese Unie[bewerken]

Richtlijn nr. 06/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006, betreffende de bewaring van gegevens die zijn gegenereerd of verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van Richtlijn nr. 02/58/EG (richtlijn dataretentie, Data Retention Directive) is op 3 mei 2006 in werking getreden (Pb EU, L105/54) en voorziet in een verplichting voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten tot het bewaren van een bepaalde lijst van telecommunicatiegegevens gedurende een bepaalde periode.

Dit is een Europese richtlijn van de Europese Commissie om internet- en telefoniegegevens voor een bepaalde tijd op te slaan, en ter beschikking te houden van politie- en veiligheidsdiensten. De bewaarplicht is gebaseerd op een plan van de G8 uit mei 2001 wat erop is gericht op misdrijven op internet effectiever te bestrijden. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 wordt ook terrorisme als een reden gegeven voor de maatregel. De meeste landen (ook België bij monde van minister Patrick Dewael van binnenlandse zaken en Nederland - minister Piet Hein Donner van justitie) zijn voorstander hiervan, al moet er voldoende afweging zijn ten opzichte van de privacy.

Op 14 december 2005 heeft het Europees Parlement (met 378 stemmen voor, 197 tegen en 30 onthoudingen) het compromis gesteund dat de fractievoorzitters van de twee grootste partijen in het EP, de christendemocraten en de sociaaldemocraten, enige dagen voorafgaand aan de plenaire vergadering hadden bereikt met de Raad. Dit akkoord wijkt af van het voorstel dat de LIBE commissie en haar rapporteur Alvaro aan het parlement had voorgelegd. Deze heeft gevraagd zijn naam als rapporteur te schrappen aangezien hij zich niet kon vinden in het compromis.

De richtlijn is op 15 maart 2006 ondertekend door het Europees Parlement en de Raad. Gelet op een implementatietermijn van 18 maanden betekende dat dat de richtlijn op 15 september 2007 geïmplementeerd diende te zijn in de nationale wetgeving van de lidstaten.

In Duitsland heeft de rechter op 27 februari 2009 bepaald dat de bewaarplicht niet in overeenstemming is met het EVRM: "Het Gerechtshof ziet in de Bewaarplicht een schending van het grondrecht op privacy. Zij is in een democratie onnodig. Het individu geeft geen aanleiding voor die inbreuk, maar kan bij normaal gedrag wel geïntimideerd worden vanwege het risico op misbruik en het gevoel gecontroleerd te worden (..) Het op grond van artikel 8 van het EVRM opgelegde evenredigheidsbeginsel wordt door de richtlijn niet nageleefd, en is daarom ongeldig".[1][2]

In het Verenigd Koninkrijk is de zogenaamde "Data Retention (EC Directive) Regulations 2009" op 6 april 2009 van kracht geworden. Sindsdien moeten internet providers in het Verenigd Koninkrijk details van internet toegang (met name IP adres), e-mailberichten en internet telefonie opslaan. De inhoud van de communicatie wordt niet opgeslagen, net zo min als het bezoek van websites.[3] Telefoongegevens van het vaste net en mobiele net werden al opgeslagen door de telefoonbedrijven, inclusief de geografische locatie van de gebruikers.[4]

Sinds het najaar van 2005 speelt er een discussie over deze dataretentie in het Europees Parlement. Verschillende groeperingen (waaronder vertegenwoordigers van de muziek- en filmindustrie) willen dataretentie verplicht stellen in de Europese Unie, waardoor onder meer Internet Service Providers gegevens over het internetgebruik van hun klanten voor een bepaalde tijd zouden moeten bewaren.

Op 15 december 2005 nam het Europees Parlement een voorstel aan dat het opslaan van communicatiegegevens verplicht stelt, maar niet de communicatie zelf. Men zal dus kunnen nagaan wie met wie wanneer contact heeft gehad via de telefoon, sms, of e-mail, maar de inhoud van de communicatie hoeft men niet te bewaren. De meeste Nederlandse Europarlementariërs stemden tegen de bewaarplicht. De enige uitzonderingen waren Jan Marinus Wiersma (PvdA) en de CDA-fractie.

Voor de Nederlandse implementatie zie Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens.

Het Europees Parlement heeft in juni 2010 een resolutie aangenomen (Schriftelijke Verklaring 29/2010, Written declaration 29) om Richtlijn nr. 06/24/EG uit te breiden tot zoekmachines.[5]

Kritiek[bewerken]

Enkele organisaties die ageren tegen dataretentie zijn European Digital Rights, Bits of Freedom, de Piratenpartij[6] en Privacy International. Ook de provider XS4ALL heeft zich openlijk uitgesproken tegen datarententie. Zij hebben de volgende bezwaren:

  • de autoriteiten krijgen te veel macht;
  • het is illegaal en in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
  • het is zinloos omdat criminelen en terroristen met wisselende telefoons en e-mailaccounts de autoriteiten toch wel op een dwaalspoor brengen; het kost autoriteiten en providers veel inspanningen terwijl het voor criminelen slechts een irritatie is.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Germany: Data Retention Is Disproportionate, European Digital Rights, 25 maart 2009
  2. Urteil des Verwaltungsgerichtes Wiesbaden vom 27. Februar 2009, Arbeitskreis Vorratsdatenspeicherung, 16 maart 2009: Das Gericht sieht in der Datenspeicherung auf Vorrat einen Verstoß gegen das Grundrecht auf Datenschutz. Sie ist in einer demokratischen Gesellschaft nicht notwendig. Der Einzelne gibt keine Veranlassung für den Eingriff, kann aber bei seinem legalen Verhalten wegen der Risiken des Missbrauchs und des Gefühls der Überwachung eingeschüchtert werden (..) Der nach Art. 8 ERMK zu wahrende Verhältnismäßigkeitsgrundsatz ist durch die Richtlinie 2006/24/EG nicht gewahrt, weshalb sie ungültig ist.
  3. The Data Retention (EC Directive) Regulations 2009, Office of Public Sector Information (OPSI), 6 april 2009
  4. Net firms start storing user data, BBC, 6 april 2009
  5. [1]
  6. https://tweakers.net/nieuws/83090/piratenpartij-wil-bewaarplicht-afschaffen.html