Piet Hein Donner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Piet Hein Donner
Piet-hein-donner-portret.jpg
Algemene informatie
Naam Jan Pieter Hendrik Donner
Geboren 20 oktober 1948
Partij CDA
Titulatuur mr.
Politieke functies
1997-2002 Lid van de Raad van State
2002 Informateur
2002-2006 Minister van Justitie
2006-2007 Lid Tweede Kamer
2007-2010 Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
2010-2011 Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
2012-heden Vicepresident van de Raad van State
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Jan Pieter Hendrik (Piet Hein) Donner (Amsterdam, 20 oktober 1948) is een Nederlandse jurist en politicus voor het Christen-Democratisch Appèl (CDA). Sinds februari 2012 is Donner vicepresident van de Raad van State. Omdat het staatshoofd formeel voorzitter van de raad is, wordt de vicepresident in Haagse kringen officieus de 'onderkoning van Nederland' genoemd.

Donner was onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1996-1997) en was lid van de Raad van State (1998-2002), voordat hij vanaf 2002 minister van Justitie werd in de kabinetten Balkenende I, II en III. In september 2006 trad hij af naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid over de Schipholbrand. Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd hij in februari 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Balkenende IV, tot oktober 2010. In oktober 2010 werd hij Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte I. Donner diende op 16 december 2011 zijn ontslag in bij Koningin Beatrix, om vicepresident van de Raad van State te worden.

Loopbaan[bewerken]

Donner werkte als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken, later op Justitie, en werd in 1990 lid, en in 1993 ook voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 1998 trad hij toe tot de Raad van State. Hij was in die periode voorzitter van de naar hem genoemde commissie, de commissie-Donner, belast met het doen van voorstellen over het omvormen van het WAO-stelsel.

Minister van Justitie[bewerken]

Na de Tweede Kamerverkiezingen 2002 werd Donner op 17 mei door de koningin benoemd tot informateur. Op 4 juli sloot hij de informatie af met het advies een formateur te benoemen die als opdracht kreeg een kabinet met de partijen CDA, LPF en VVD tot stand te brengen. Hoewel hij in het verleden vaker had aangegeven het ministerschap niet te ambiëren ("Het is een foute veronderstelling dat een ambtenaar ook minister kan zijn. Beleid maken en beleid verkopen, dat zijn verschillende zaken."[bron?]), trad hij op 22 juli 2002 als Minister van Justitie toe tot het Kabinet-Balkenende I. In datzelfde jaar werd begonnen met prestatiecontracten tussen overheid en politie.

Na de verkiezingen van 22 januari 2003 werd Donner opnieuw tot informateur benoemd. Op 27 mei 2003 trad hij toe als Minister van Justitie tot het Kabinet-Balkenende II.

Op 6 november, vier dagen na de moord op Van Gogh, pleitte minister Donner op een CDA-congres voor het aanscherpen van naleving van de Wet inzake smalende godslastering (art. 147 Sr). Zijn grootvader had de wet in 1932 ingevoerd. Omdat een groot deel van de samenleving vond dat met de moord op Van Gogh de vrijheid van meningsuiting in het geding was, diende Lousewies van der Laan een motie in voor afschaffing van deze wet. Dit voorstel werd behalve door de christelijke partijen ook verworpen door VVD'er Frans Weisglas en de PvdA. Op 6 november 2009 dienden de oppositiepartijen SP, VVD en D66 een initiatiefwetsvoorstel in om het verbod in zijn geheel af te schaffen[1].

Op 17 juni 2005 overleefde Donner een motie van wantrouwen die ingediend was door de Lijst Pim Fortuyn naar aanleiding van wanbeleid rondom het proefverlof van tbs'ers. Eerder overleefde Donner een politiek debat over een wegens ontucht veroordeelde tbs'er die tijdens zijn proefverlof een meisje uit Eibergen ontvoerde en misbruikte.

Op 5 september 2005 kwam Donner onder vuur te liggen, nadat in de zaak van de Schiedammer parkmoord bleek dat Justitie willens en wetens bewijsmateriaal achterhield waardoor een onschuldige man tot achttien jaar cel en tbs was veroordeeld wegens verkrachting van en moord op de tienjarige Nienke Kleiss. Ook in hoger beroep werd het bewijsmateriaal achtergehouden, terwijl het Nederlands Forensisch Instituut, dat ook onder Donners verantwoordelijkheid viel, aan meer dan honderd medewerkers van Justitie een presentatie had vertoond waarin werd aangetoond dat de veroordeelde onschuldig was - een feit dat het instituut niet in zijn officiële rapport in de zaak had vermeld. Mede hierdoor kon de later veroordeelde dader Wik H. doorgaan met het plegen van zedendelicten. Minister Donner ontkende de ernst van de situatie. Op 6 september 2005 gaf de Tweede Kamer Donner een week de tijd om per brief opheldering te geven over het mogelijke verzwijgen van belangrijke feiten door Justitie in de Schiedammer parkmoord. In het daaropvolgende debat overleefde Donner een motie van wantrouwen.

Aftreden[bewerken]

Op 21 september 2006 trad Donner af na de presentatie van het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid met betrekking tot de Schipholbrand. De hoofdverantwoordelijke voor de brandveiligheid was volgens de raad de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), welke onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie viel. In zijn verklaring aan de Tweede Kamer zei Donner dat hij het debat over het eindrapport niet wilde belasten met een discussie over het aftreden van bewindslieden. Daar was volgens hem het onderwerp te belangrijk voor. Hij liet daarbij doorschemeren dat hij de conclusies van het rapport niet volledig onderschreef.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid[bewerken]

Donner in 2008 als minister van Sociale Zaken

Op 22 februari 2007 werd Donner beëdigd tot Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het vierde kabinet van Jan-Peter Balkenende.

Hij kreeg scherpe kritiek op zijn plannen het ontslagrecht te versoepelen. Deze werden na rijp beraad uitgesteld. In juli 2008 lekte uit dat Donner in een interview in de Telegraaf zou opperen te willen laten onderzoeken of de pensioenleeftijd naar 70 jaar zou kunnen worden opgetrokken. Hij riep hiermee de woede van de PvdA over zich af. Ook zijn eigen partij, het CDA, zag niets in dit proefballonnetje, omdat toen zelfs het ophogen van de pensioenleeftijd naar 67 jaar (nog) niet aan de orde was.[2][3]

Minister van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties[bewerken]

Op 14 oktober 2010 werd Donner beëdigd tot Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte I.

Op 6 juli 2011 berichtten de media dat Donner waarschijnlijk vicevoorzitter van de Raad van State zou worden, als opvolger Herman Tjeenk Willink. Donner zelf hield zich op de vlakte. „Ik speculeer nooit verder dan de dag dat ik leef”, reageerde hij. Premier Rutte maakte bekend dat er na het zomerreces een advertentie geplaatst zou worden waarop iedereen mag reageren, ook ministers. Op 1 oktober 2011 noemde partijvoorzitter Ruth Peetoom Donner een goede kandidaat en op 3 oktober bevestigde dagblad Trouw dat Donner vicevoorzitter zou worden. Tijdens de laatste persconferentie voor het herfstreces maakte Rutte bekend dat Minister Opstelten van Justitie de procedure zal leiden in plaats van Donner (Binnenlandse Zaken). Rutte gaf aan dat er formeel nog geen kandidaten waren en dat de procedure nog in gang moest worden gezet.

In zijn laatste brief aan de Tweede Kamer schreef Donner dat de Nederlandse regering niets ziet in wetgeving die regelt dat politici met een strafblad uit hun ambt worden gezet. Hij antwoordt dit op vragen van de PvdA-Kamerleden Pierre Heijnen en Jeroen Dijsselbloem van de PvdA naar aanleiding van de kwestie-Van Meurs, de voor kinderporno veroordeelde Arnhemse politicus.

Vicepresident Raad van State[bewerken]

Op 16 december 2011 droeg het kabinet-Rutte Piet Hein Donner voor als vicepresident van de Raad van State. Hij trad om die reden dezelfde dag nog af als minister en werd meteen opgevolgd door Liesbeth Spies. In februari 2012 nam hij het vicepresidentschap van de Raad van State over van Herman Tjeenk Willink.

Persoonlijk leven[bewerken]

Donner stamt uit een familie van gereformeerde juristen. Zijn vader, André Donner, was rechter aan het Europees Hof van Justitie en als lid van de Commissie van Drie betrokken bij het onderzoek naar de Lockheed-affaire. Zijn grootvader, Jan Donner, was minister van Justitie voor de ARP en van 1946 tot 1961 president van de Hoge Raad. Piet Heins oom Jan Hein Donner (1927-1988) was schaakgrootmeester en drievoudig kampioen van Nederland.

Donner is getrouwd en is belijdend lidmaat van de Protestantse Kerk in Nederland (en vóór het ontstaan daarvan van de Gereformeerde Kerken in Nederland).

Trivia[bewerken]

  • In 1968 werd Donner lid van de Oratorische Vereeniging I.V.M.B.O., een dispuut verbonden aan het Studentencorps aan de Vrije Universiteit.
  • In december 2005 werd Donner door de parlementaire pers gekozen tot politicus van het jaar.
  • In februari 2006 verraste de als zeer degelijk bekende staande Donner iedereen door onder de artiestennaam De Don een door hem gezongen rap te lanceren. Hierin lichtte hij zijn drugsbeleid toe en kondigde hij in dat kader harde maatregelen aan. Donner reageerde met zijn rap op burgemeester Leers van Maastricht die daarvoor, in samenwerking met rockgroep de Heideroosjes, het nummer 'Da's toch dope man' opnam.[4] Donners rap werd door het ministerie van Justitie op het internet geplaatst en kon daardoor legaal worden opgevraagd. Ze werd binnen korte tijd enkele tienduizenden keren gedownload.
  • Op 15 mei 2006 sprak Donner onder de titel "Recht en Waarheid in deze wereld" de Robert Regout-lezing uit aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij verwoordde daarin zijn bezwaren tegen de dominante "cultuur van onbehagen" en lanceerde een pleidooi voor maatschappelijke betrokkenheid en duurzaam optimisme.
  • Op vrijdag 27 maart 2009 nam Donner tijdens de ministerraad met een 1 aprilgrap een aantal collega's bij de neus. Donner wees hen erop dat een aantal ministers regelmatig 's nachts werkt en dat de Arbeidsinspectie bestuurlijke boetes dreigde op te leggen. Hij deed daarom een voorstel om de werk- en rusttijden van ministers en staatssecretarissen te regelen. De werktijden zouden maximaal 168 uur per week mogen zijn.
  • In de HP/De Tijd van 10 december 2010 is een artikel gewijd aan de studententijd van de bewindslieden van Kabinet-Rutte I onder de titel het 'Corpsballenkabinet'. Over Donner komt men bijna niets te weten: 'Niemand wil iets zeggen: zijn dispuutgenoten niet, zijn studiegenoten niet en zelfs zijn vrouw niet. Of toch? "Ik kan wel een boek schrijven over de studentenjaren van Piet Hein."'[5]
  • Donners eerste voornaam is Jan, maar zo wordt hij niet genoemd. Zijn oudere broer heet namelijk ook Jan. Dat komt doordat de twee broers naar de twee grootvaders genoemd zijn.

Curriculum vitae[bewerken]

Opleidingen[bewerken]

Loopbaan[bewerken]

  • 1976 - 1981 ambtenaar bij het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken
  • 1981 - 1990 raadadviseur Stafafdeling Wetgeving publiek recht van het ministerie van Justitie
  • 1982 - 1984 vanuit het ministerie van Justitie gedetacheerd bij de Tweede Kamer ten behoeve van de parlementaire enquête over het RSV-concern
  • 1990 - 1993 lid Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
  • 1993 - 1997 voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
  • 1998 - 2002 lid Raad van State
  • 2002 - 2006 minister van Justitie
  • 2006 - 2007 lid Tweede Kamer
  • 2007 - 2010 minister van Sociale Zaken
  • 2010 - 2011 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • per 1 februari 2012 vicepresident Raad van State

Nevenfuncties[bewerken]

  • Voorzitter Centre for European Security Studies in Groningen
  • Voorzitter Vereniging tot christelijke verzorging van geestes- en zenuwzieken ?Vereniging Bennekom?
  • Voorzitter Scientific Council ASWB
  • Lid Curatorium van de Stichting Maatschappelijk Ondernemen Midden- en Kleinbedrijf
  • Voorzitter van het Interkerkelijk beraad in Overheidszaken (CIO)
  • Lid Raad van Advies Nederlands Christelijke Sport Unie
  • Lid Wetenschappelijke raad T.M.C. Asser Instituut
  • Lid Curatorium van de NCW

Publicaties[bewerken]

  • Artikelen op het terrein Europees recht, Vreemdelingen-recht, Staatsrecht, Publiek Rapporteur EBN-rapport "Vierde bestuurslaag"
  • Rapporteur EBN-rapport "Europa: Wat nu?"; (WRR-Voo-rstudie nr. 91)
  • "Staat in beweging"; (WRR-Voo-rstudie nr. 100)
  • Rap De Don in samenwerking met Meester G.

bron:CDA via nieuwsbank

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Frans Rutten
Voorzitter WRR
1993-1997
Opvolger:
Michiel Scheltema
Voorganger:
Benk Korthals
Minister van Justitie
2002-2006
Opvolger:
Ernst Hirsch Ballin
Voorganger:
Aart Jan de Geus
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
2007-2010
Opvolger:
Henk Kamp
Voorganger:
Ernst Hirsch Ballin
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
2010 - 2011
Opvolger:
Liesbeth Spies
Voorganger:
Herman Tjeenk Willink
Vicepresident van de Raad van State
2012-heden