Piet Hein Donner
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Piet Hein Donner | |
|---|---|
|
|
|
| Geboren | 20 oktober 1948 |
| Functie | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Partij | CDA |
| Titulatuur | Mr. |
| Politieke functies | |
| 2002-2006 | Minister van Justitie |
| 2006-2007 | Lid Tweede Kamer |
| 2007-heden | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Parlement & Politiek - biografie (bron) | |
Jan Pieter Hendrik (Piet Hein) Donner (Amsterdam, 20 oktober 1948) is een Nederlands politicus. Hij was van 2002 tot 2006 minister van Justitie in de kabinetten Balkenende I, II en III. Op 21 september 2006 trad hij af naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid over de brand die op 27 oktober 2005 in een cellencomplex op Schiphol woedde en elf mensen het leven kostte. Op 30 november 2006 werd hij lid van de Tweede Kamer. Op 22 februari 2007 werd hij minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Balkenende IV.
Donner stamt uit een geslacht van gereformeerde juristen. Zijn vader André Donner, was rechter in het Europees Hof van Justitie en als lid van de Commissie van Drie betrokken bij onderzoek naar de Lockheed-affaire. Zijn grootvader, Jan Donner, was minister van Justitie voor de ARP en van 1946 tot 1961 president van de Hoge Raad. Piet Hein Donner zelf is jurist en politicus voor het CDA. Hij was onder meer voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, lid van de Raad van State en minister van Justitie en is anno 2009 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Donner is, evenals Jan Peter Balkenende, belijdend lidmaat van de Gereformeerde Kerken in Nederland (thans PKN).
Inhoud |
[bewerken] Loopbaan
Donner werkte als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken, later Justitie en werd in 1990 lid, in 1993 voorzitter, van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 1998 trad hij toe tot de Raad van State. Hij was in die periode voorzitter van de commissie-Donner die voorstellen deed over het omvormen van het WAO-stelsel.
Na de verkiezingen in 2002 werd Donner op 17 mei door de koningin benoemd tot informateur. Op 4 juli sloot hij de informatie af met het advies een formateur te benoemen die als opdracht kreeg een kabinet met de partijen CDA, LPF en VVD tot stand te brengen. Hoewel hij in het verleden vaker had aangegeven het ministerschap niet te ambiëren ("Het is een foute veronderstelling dat een ambtenaar ook minister kan zijn. Beleid maken en beleid verkopen, dat zijn verschillende zaken"), trad hij op 22 juli 2002 als Minister van Justitie toe tot het Kabinet-Balkenende I. In datzelfde jaar werd gestart met prestatiecontracten tussen overheid en politie.
Na de verkiezingen van 22 januari 2003 werd Donner opnieuw tot informateur benoemd. Op 27 mei 2003 trad hij toe als Minister van Justitie tot het Kabinet-Balkenende II.
Op 6 november, vier dagen na de moord op Van Gogh, pleitte minister Donner op een CDA-congres voor het aanscherpen van naleving van de Wet op de Smalende Godslastering (art. 147 Sr). Omdat een groot deel van de samenleving vond dat met de moord de vrijheid van meningsuiting in het geding was, diende Lousewies van der Laan een motie in voor afschaffing van deze wet. Dit voorstel werd behalve door de christelijke partijen ook verworpen door VVD'er Weisglas en de PvdA.
Op 17 juni 2005 overleefde Donner een motie van wantrouwen die ingediend was door de Lijst Pim Fortuyn naar aanleiding van wanbeleid rondom het proefverlof van TBS'ers. Eerder overleefde Donner een politiek debat over een wegens ontucht veroordeelde TBS'er die tijdens zijn proefverlof een meisje uit Eibergen ontvoerde en misbruikte.
[bewerken] Schiedammer parkmoord
Op 5 september 2005 kwam Donner onder vuur te liggen nadat in de zaak van de Schiedammer parkmoord bleek dat Justitie willens en wetens bewijsmateriaal achterhield waardoor een onschuldige man tot achttien jaar cel en TBS was veroordeeld wegens verkrachting van en moord op de tienjarige Nienke Kleiss. Ook in hoger beroep werd het bewijsmateriaal achtergehouden, terwijl het Nederlands Forensisch Instituut, dat ook onder Donners verantwoordelijkheid viel, aan meer dan honderd medewerkers van Justitie een presentatie had vertoond waarin werd aangetoond dat de veroordeelde onschuldig was - een feit dat zij niet in hun officiële rapport in de zaak hadden vermeld. Mede hierdoor kon de later veroordeelde dader Wik H. doorgaan met het plegen van zedendelicten.
Minister Donner ontkende de ernst van de situatie. Op 6 september 2005 gaf de Tweede Kamer Donner een week de tijd om per brief opheldering te geven over het mogelijke verzwijgen van belangrijke feiten door Justitie in de Schiedammer parkmoord. In het daaropvolgende debat overleefde Donner een motie van wantrouwen.
[bewerken] Aftreden
Op 21 september 2006 trad Donner af na de presentatie van het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid m.b.t. de Schipholbrand. De hoofdverantwoordelijke voor de brandveiligheid was volgens de raad de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), welke onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie viel. In zijn verklaring aan de Tweede Kamer zei Donner dat hij het debat over het eindrapport niet wilde belasten met een discussie over het aftreden van bewindslieden. Daar was volgens hem het onderwerp te belangrijk voor. Hij liet daarbij doorschemeren dat hij de conclusies van het rapport niet volledig onderschreef.
[bewerken] Kabinet-Balkenende IV
Op 22 februari 2007 werd Donner beëdigd tot Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het vierde kabinet van Jan-Peter Balkenende.
Hij kreeg scherpe kritiek op zijn plannen het ontslagrecht te versoepelen. Deze zijn na rijp beraad uitgesteld. In juli 2008 lekte uit dat Donner in een interview in de Telegraaf van zondag zou opperen dat hij wil laten onderzoeken of de pensioenleeftijd naar 70 jaar kan worden opgetrokken. Hij riep hiermee de woede van de PvdA over zich af. Ook zijn eigen partij, het CDA, zag niets in dit proefballonnetje, omdat het ophogen van de pensioenleeftijd naar 67 jaar zelfs niet aan de orde was.[1][2]
[bewerken] Trivia
In 1968 werd Donner lid van de Oratorische Vereeniging I.V.M.B.O., een dispuut verbonden aan het Studentencorps aan de Vrije Universiteit.
Zijn oom Jan Hein Donner (1927-1988) was schaakgrootmeester en drievoudig kampioen van Nederland.
In december 2005 werd Donner door de parlementaire pers gekozen tot politicus van het jaar. Dit nadat eerder Rita Verdonk door de lezers van de Volkskrant en de redactie van TweeVandaag tot politicus van het jaar werd gekozen.
In februari 2006 verraste de als zeer degelijk bekende staande Donner iedereen door onder de artiestennaam De Don een door hem gezongen rap te lanceren. Hierin lichtte hij zijn drugsbeleid toe en kondigde hij in dat kader harde maatregelen aan. Donner reageerde met zijn rap op burgemeester Leers van Maastricht die daarvoor, in samenwerking met rockgroep de Heideroosjes, het nummer 'Da's toch dope man' opnam.
Donners rap werd door het ministerie van Justitie op het internet geplaatst en kon daardoor legaal worden opgevraagd. Ze werd binnen korte tijd enkele tienduizenden keren gedownload.
Op 15 mei 2006 sprak Donner onder de titel "Recht en Waarheid in deze wereld" de Robert Regout-lezing uit aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij verwoordde daarin zijn bezwaren tegen de dominante "cultuur van onbehagen" en lanceerde een pleidooi voor maatschappelijke betrokkenheid en duurzaam optimisme.
Op vrijdag 27 maart 2009 heeft Donner tijdens de ministerraad met een 1 aprilgrap een aantal collega's bij de neus genomen. Donner wees hen erop dat een aantal ministers regelmatig 's nachts werkt en dat de Arbeidsinspectie bestuurlijke boetes dreigde op te leggen. Hij deed daarom een voorstel om de werk- en rusttijden van ministers en staatssecretarissen te regelen.
[bewerken] Curriculum vitae
[bewerken] Opleidingen
- Gymnasium-B
- studie Nederlands recht (doctoraalexamen 1974), Vrije Universiteit Amsterdam
- 1974 - 1975 onderzoek aan de University of Michigan, Ann Arbor, Michigan, Verenigde Staten
[bewerken] Loopbaan
- 1976 - 1981 ambtenaar bij het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken
- 1981 - 1990 raadadviseur Stafafdeling Wetgeving publiek recht van het ministerie van Justitie
- 1982 - 1984 vanuit het ministerie van Justitie gedetacheerd bij de Tweede Kamer ten behoeve van de parlementaire enquête over het RSV-concern
- 1990 - 1993 lid Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
- 1996 - 1997 voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
- 1998 - 2002 lid Raad van State
- 2002 - 2006 minister van Justitie
- 2006 - 2007 lid Tweede Kamer
- 2007 - nu minister van Sociale Zaken
[bewerken] Nevenfuncties
- Voorzitter Centre for European Security Studies in Groningen
- Voorzitter Vereniging tot christelijke verzorging van geestes- en zenuwzieken ?Vereniging Bennekom?
- Lid Adviesraad CNV
- Voorzitter Scientific Council ASWB
- Lid Curatorium van de Stichting Maatschappelijk Ondernemen Midden- en Kleinbedrijf
- Voorzitter van het Christelijke Sociaal Congres
- Voorzitter van het Interkerkelijk beraad in Overheidszaken (CIO)
- Lid Raad van Advies Nederlands Christelijke Sport Unie
- Lid Wetenschappelijke raad T.M.C. Asser Instituut
- Lid Curatorium van de NCW
- Lid Oratorische Vereeniging I.V.M.B.O.
[bewerken] Publicaties
- Artikelen op het terrein Europees recht, Vreemdelingen-recht, Staatsrecht, Publiek Rapporteur EBN rapport "Vierde bestuurslaag"
- Rapporteur EBN rapport "Europa: Wat nu?"; (WRR-Voo-rstudie nr. 91)
- "Staat in beweging"; (WRR-Voo-rstudie nr. 100)
- Rap De Don in samenwerking met Meester G.
bron:CDA via nieuwsbank
[bewerken] Externe links
| Voorganger: Frans Rutten |
Voorzitter WRR 1993-1997 |
Opvolger: Michiel Scheltema |
| Voorganger: Benk Korthals |
Minister van Justitie 2002-2006 |
Opvolger: Ernst Hirsch Ballin |
| Voorganger: Aart Jan de Geus |
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2007-heden |
Opvolger: - |
| Referenties: |
|

