Anti-Revolutionaire Partij
De Anti-Revolutionaire Partij (ARP) was de eerste politieke partij in Nederland. Ze bouwde verder aan een al bestaande parlementaire stroming, die was begonnen door Guillaume Groen van Prinsterer. De naam 'antirevolutionair'[1] verwijst naar het verwerpen van de ideeën van de Franse Revolutie.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
De partij werd opgericht door Abraham Kuyper in 1879. Het belangrijkste strijdpunt van de ARP was de gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. De traditionele achterban van de ARP werd gevormd door de (neo)calvinistische 'kleine luyden'. Kuyper begreep dat hij meer zetels nodig had om invloed uit te oefenen en pleitte daarom voor uitbreiding van het kiesrecht, hetgeen daadwerkelijk geschiedde in 1917. De politieke strategie van Kuyper was de antithese, het bewerkstelligen van een politieke scheidslijn tussen confessionele partijen, zoals zijn eigen ARP en de katholieken, enerzijds en de seculiere partijen anderzijds. Hiermee kon hij een meerderheid krijgen voor zijn politieke standpunten.
De ARP had een sterke binding met de (mede door Kuyper gestichte) Gereformeerde Kerken in Nederland (kortweg Gereformeerde Kerk genoemd); ruim 80% van de ARP-kiezers was gereformeerd. Eenzelfde percentage van de ARP-bestuurders was lid van dit kerkgenootschap, de overigen kwamen vooral uit de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerk bij de ARP. Vaak zaten voor de ARP dominees in de Tweede Kamer.
De ARP kende een sterke aanhang in Friesland, Overijssel, het Gelderse en Zuid-Hollandse platteland en Zeeland. De gemeenten Urk, Grijpskerke, Grootegast, Almkerk en Zuidland golden als grootste bolwerken van de ARP.
Partijleiders na Kuyper waren Hendrik Colijn, Jan Schouten, Sieuwert Bruins Slot en Willem Aantjes. In de Tweede Wereldoorlog ging de ARP ondergronds. Veel antirevolutionairen namen deel aan het verzet. De Nederlandse regering in Londen werd geleid door ARP-voorman Pieter Sjoerds Gerbrandy.
De ARP had, vanuit haar visie op de overheid als draagster van een van God gegeven wettig gezag, grote moeite met de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, die in 1949 na twee politionele acties niettemin plaatsvond. Vanaf de jaren zestig ging ze zich ontwikkelen in meer vooruitstrevende richting. Zo bleven ARP-ministers en -Kamerfractie in de nacht van Schmelzer in 1966 trouw aan het kabinet Cals-Vondeling. Vervolgens haalde de Anti-Revolutionaire voorman Jelle Zijlstra echter als premier van een tussenkabinet de kastanjes uit het vuur voor de KVP.
In 2001 verscheen er onder auspiciën van de Vereniging van Christen-Historici een nieuw standaardwerk over de geschiedenis van de partij: De Anti-Revolutionaire Partij, 1829-1980, onder redactie van George Harinck, Roel Kuiper en Peter Bak (Uitgeverij Verloren, Hilversum).
Afsplitsingen [bewerken]
Omdat de Anti-Revolutionaire Partij sterk verbonden was met de Gereformeerde Kerken in Nederland, werkten kerkelijke conflicten vaak in de ARP door.
In 1894 zorgde een conflict tussen Kuyper en de invloedrijke Alexander de Savornin Lohman over uitbreiding van het kiesrecht (Kuyper was voor, maar Lohman tegen) dat Lohman uit de fractie stapte en de Vrij-Antirevolutionaire Partij stichtte (een van de voorlopers van de Christelijk-Historische Unie).
Ter linkerzijde van de ARP stichtte A.P. Staalman, die vond dat partijleider Kuyper te weinig een sociaal gezicht liet zien, in 1905 de Christen-Democratische Partij.
In 1918 richtten enkele bevindelijk-gereformeerden de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) op, uit onvrede over de samenwerking van de ARP met de rooms-katholieken en het overwegend Kuyperiaanse karakter van de partij. Hun voorman ds. G.H. Kersten was het niet eens met enkele leerstellingen van de Gereformeerde Kerken en de ARP en vond dat de bevindelijk-gereformeerden hieruit politieke consequenties moesten trekken.
Toen de ARP eind jaren veertig geen positie wilde kiezen in een kerkelijk conflict binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland over doop en genadeverbond, dat leidde tot de zogenaamde Vrijmaking, volgde een politieke afsplitsing in de vorm van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), waarbij veel vrijgemaakt-gereformeerden zich aansloten.
Ledental [bewerken]
| Jaar | Aantal leden | Jaar | Aantal leden |
|---|---|---|---|
| 23 februari 1946 | 86.500 | 31 december 1967 | 90.904 |
| 1950 | 102.737 | 31 december 1968 | 87.378 |
| 1955 | 98.028 | 31 december 1969 | 83.127 |
| 31 december 1956 | 95.038 | 31 december 1970 | 80.695 |
| 31 december 1957 | 97.186 | 31 december 1971 | 74.118 |
| 31 december 1958 | 99.340 | 1 januari 1973 | 69.742 |
| 31 december 1959 | 99.613 | 1 januari 1974 | 65.116 |
| 31 december 1960 | 97.980 | 1 januari 1975 | 61.761 |
| 31 december 1961 | 98.544 | 1 januari 1976 | 59.495 |
| 31 december 1962 | 100.847 | 1 januari 1977 | 57.661 |
| 31 december 1963 | 98.016 | 1 januari 1978 | 57.642 |
| 31 december 1964 | 95.796 | 1 januari 1979 | 56.405 |
| 31 december 1965 | 94.164 | 1 januari 1980 | 54.500 |
| 31 december 1966 | 93.398 |
Christen Democratisch Appèl [bewerken]
In 1967 was de ARP samen met de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de Katholieke Volkspartij (KVP) in gesprek over het begrip 'christelijke politiek'. De respectieve fractieleiders Biesheuvel, Mellema en Schmelzer kwamen op televisie het motto 'samen uit, samen thuis' toelichten. Onder leiding van Piet Steenkamp richtten de drie partijen in 1973 het Christen-Democratisch Appèl (CDA) op. In 1980 werden ARP, CHU en KVP opgeheven. Opvallend is, dat de ARP samen ging met een katholieke partij (KVP), terwijl zij tot laat in de jaren vijftig nog een licht negatieve opvatting had over het rooms-katholicisme.
Lijst van voorzitters van de ARP [bewerken]
| Afbeelding | persoon | periode |
|---|---|---|
| Dr. Abraham Kuyper | 1879 - april 1905 | |
| Dr. Herman Bavinck | april 1905 - 17 oktober 1907 | |
| Dr. Abraham Kuyper | 17 oktober 1907 - 31 maart 1920 | |
| Dr. Hendrikus Colijn | 14 april 1920 - 26 april 1933 | |
| Dr. Jan Schouten | 6 juni 1933 - 6 september 1939 | |
| Dr. Hendrikus Colijn | 6 september 1939 - 1 april 1941 | |
| Dr. Jan Schouten | mei 1945 - 22 juni 1955 | |
| Mr. Anton Roosjen | 22 mei 1955 - 23 april 1956 | |
| Dr. Wiert Berghuis | 23 april 1956 - 15 juni 1968 | |
| Mr. Anton Roosjen | 10 februari 1968 - 15 juni 1968 | |
| Dr. Mr. Antoon Veerman | 15 juni 1968 - 11 mei 1972 | |
| Drs. Jan de Koning | 9 februari 1974 - 13 december 1975 | |
| Hans de Boer | 13 december 1975 - 10 oktober 1980 |
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Christen-Democratisch Appèl | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
| Anti-Revolutionaire Partij | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|