Christelijk Nationaal Vakverbond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het Christelijk Nationaal Vakverbond is een Nederlandse werknemersorganisatie op christelijke grondslag.

Op 1 juni 2007 had het CNV ongeveer 335.000 leden. Voorzitter van het CNV is René Paas. Het algemeen bestuur van de CNV vakcentrale bestaat behalve uit vier dagelijks bestuursleden uit elf voorzitters van aangesloten bonden.

Inhoud

[bewerk] Aangesloten bonden

Bij het CNV zijn de volgende vakbonden aangesloten:

[bewerk] Geschiedenis van het CNV

[bewerk] Oprichting

Het CNV werd 13 mei 1909, in Arnhem, opgericht als koepelorganisatie voor een aantal christelijke vakbonden. De voorloper van het CNV was het Christelijk Arbeidssecretariaat (CAS), opgericht in 1900 door het Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimonium. In tegenstelling tot het drie jaar eerder opgerichte Nederlandsch Verbond van Vakverenigingen (NVV) keurde het CNV de klassenstrijd af. Het CNV was in de eerste plaats gericht op overleg. Nog steeds wordt het CNV gekenmerkt door een sterke voorkeur voor overleg en een zekere afkeer van harde acties. Soms worden echter ook wel harde acties zoals stakingen toegepast.

Aanvankelijk is het CNV een interconfessionele organisatie, dat wil zeggen dat zowel protestanten als rooms-katholieken lid van het CNV zijn. De textielarbeidersbond "Unitas", die vooral in Twente actief was, is een goed voorbeeld van een interconfessionele bond. Nadat de katholieke bisschoppen in 1912 uitspreken dat katholieke arbeiders geen lid mogen zijn van een interconfessionele organisatie, scheiden de katholieke leden zich af van het CNV. In RK kring komt een eigen, landelijk samenwerkingsverband van rooms-katholieke bonden: het Rooms Katholieke Werkliedenverbond (RKWV); een voorloper van het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV).

[bewerk] Het CNV groeit

Het CNV groeit aarzelend. Met name het aantreden van Klaas Kruithof in 1912, de Eerste Wereldoorlog en het dreigende communisme dragen bij aan de groei van het CNV. De oorlog leidt tot werkloosheid onder de Nederlandse arbeiders en via de vakbonden wordt het systeem van werkloosheidsuitkeringen via de bonden verder uitgebouwd. Bovendien betrekt de politiek de arbeidersbeweging bij de noodzakelijke aanpassingen. In 1910 bedraagt het aantal leden ruim 6400, tien jaar later 47.700.

[bewerk] Opbouw

De jaren twintig zijn de jaren van opbouw van de vakbeweging en het CNV. De cao wordt steeds vaker ingezet als instrument om arbeidsvoorwaarden te regelen. Naast het CNV bestaan het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) en het Rooms-Katholiek Werkliedenverbond (RKWV). De verhoudingen met het socialistische NVV worden vooral gekenmerkt door polarisatie, die met de rooms-katholieke vakbeweging zijn vriendschappelijker. In 1929, aan de vooravond van de grote economische crisis, telt het CNV 58.500 leden.

[bewerk] Het CNV in de Tweede Wereldoorlog

In de herfst van 1940 komt het CNV-bestuur tot de conclusie dat de toch al beperkte zelfstandigheid in gevaar is. De Nederlandse vakbeweging moet naar Duits model worden ingericht. In dat model is geen plaats voor een vakbeweging met een christelijke grondslag. De Duitsers willen samenwerking tussen de drie Nederlandse vakcentrales verplichten. Het CNV is daar tegen. Op 25 juli 1941 wordt door de Duitsers meegedeeld dat een NSB'er aan het hoofd van het CNV zal komen te staan. Bestuurders van het CNV stellen daarop hun functie beschikbaar. De leden wordt schriftelijk meegedeeld dat de christelijke vakbeweging is opgeheven.

[bewerk] Het CNV na de oorlog

Twee dagen na de bevrijding van het noordelijk deel van Nederland, 7 mei 1945, komen de CNV-bestuurders weer bij elkaar. Op 25 juli van dat jaar wordt het CNV officieel heropgericht. Het CNV telt inmiddels 93.000 leden. Het CNV richt zich in die jaren op het tot stand brengen van de publiek-rechtelijke bedrijfsorganisatie, waardoor de werknemers meer invloed zouden krijgen op de gang van zaken in het bedrijfsleven. Ook de uitbouw van het stelsel van sociale zekerheid krijgt de nodige aandacht.

Het CNV steunt het overheidsbeleid gericht op economisch herstel en accepteert – met enige moeite – de geleide loonpolitiek. Door die politiek blijven de lonen in Nederland laag en kan met veel succes op de wereldmarkt worden geopereerd. In korte tijd is de oorlogsschade hersteld en begint de Nederlandse economie een geweldige groeispurt.

[bewerk] Fusiebesprekingen

In het begin van de jaren zeventig vinden er besprekingen plaats tussen het CNV, het NVV en het NKV om te komen tot meer samenwerking in federatief verband. In 1974 blijkt dat er geen overeenstemming valt te bereiken. Als gevolg hiervan fuseren het NVV en het NKV in 1976 tot de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) onder voorzitterschap van Wim Kok, maar het CNV haakt af en blijft zelfstandig doorgaan.

[bewerk] Economische crisis

Na 1973 groeit de werkloosheid al, maar vooral aan het begin van de jaren tachtig stijgt de werkloosheid tot ongekende hoogte. Het CNV verzet zich tevergeefs tegen aanpassingen in het stelsel van sociale zekerheid en bepleit een herverdeling van het beschikbare werk via vut en arbeidstijdverkorting. De vakcentrale pleit vanuit zijn maatschappijvisie voor het leggen van verantwoordelijkheden bij werkgevers en werknemers op het terrein van sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid. Het verkorten van de arbeidstijd, het bevorderen van deeltijdarbeid en het matigen van de loonontwikkelingen vormen in deze periode onder het voorzitterschap van Anton Westerlaken kernbegrippen van het beleid. In de jaren '90 van de vorige eeuw bereikt het CNV zijn huidige omvang.

[bewerk] CNV in het nieuwe Millennium

Aan het begin van het nieuwe millennium laait, als gevolg van de vergrijzing, het debat over de sociale zekerheid opnieuw op. Het kabinet zet stappen om vut en prepensioen - instrumenten die de werkloosheid in de tachtiger jaren moesten doen verminderen - af te schaffen. Als protest organiseert de gezamenlijke Nederlandse vakbeweging (CNV, MHP en FNV), met als motto “Nederland verdient beter”, op 2 oktober 2004 de grootste vakbondsmanifestatie ooit waarbij meer dan 300.000 mensen zich verzamelden op het Amsterdamse Museumplein. Ondanks het verzet is de trend gezet en wordt in Nederland langer doorgewerkt. Het CNV kiest in dit verband voor verhoging van de participatiegraad, o.a. door de combinatie werken en zorgen beter mogelijk te maken.


In 2003 voltooiden wetenschappers uit de kring van de Vereniging van Christen-Historici een bundel portretten over voortrekkers van de christelijk-sociale beweging: "Het kromme recht buigen: Mensen en hun motieven in de geschiedenis van de protestants-christelijke sociale beweging" (uitg. Aksant, Amsterdam). De redactie van deze bundel lag bij de historicus prof. dr. George Harinck.

[bewerk] Externe link

[bewerk] Literatuur

  • Jan Jacob van Dijk en Paul E. Werkman: Door geweld gedwongen, het CNV in oorlogstijd
  • H. Amelink: Onder eigen banier
  • H. Amelink: Met ontplooide banieren
  • A. Stapelkamp en J. Schipper: De Banier opnieuw geheven. Geschiedenis van het Christelijk Nationaal Vakverbond in Nederland in de jaren van de tweede wereldoorlog
  • K. Dijkstra: Beweging in Beweging – het CNV na 1945
  • P. Hazenbosch: Het CNV nader bekeken
  • P.E. Werkman: “Laat uw doel hervorming zijn!” – Facetten van de geschiedenis van het Christelijk Nationaal Vakverbond in Nederland (1909-1959)

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
 
Persoonlijke instellingen
in andere talen