Pieter Sjoerds Gerbrandy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pieter Sjoerds Gerbrandy
Gerbrandy.jpg
Algemene informatie
Naam Pieter Sjoerds Gerbrandy
Geboren Goënga, 13 april 1885
Overleden Den Haag, 7 september 1961
Partij ARP
Titulatuur prof. mr. dr.
Politieke functies
1917-1920 Lid gemeenteraad van Sneek
1919-1930 Lid Provinciale Staten van Friesland
1920-1930 Lid Gedeputeerde Staten van Friesland
1939-1942 Minister van Justitie
1940-1945 Minister-president
1941-1942 Minister van Koloniën
1942-1945 Minister voor Algemene Oorlogsvoering
1945 Minister van Justitie (ad interim)
1948-1959 Lid Tweede Kamer
1955-1961 Minister van Staat
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Pieter Sjoerds Gerbrandy[1] (Goënga, 13 april 1885Den Haag, 7 september 1961) was minister-president van Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Levensloop[bewerken]

De gereformeerde Gerbrandy werd geboren in het dorpje Goënga bij Sneek in een welgestelde familie van boeren. Zijn vader was wethouder van Wymbritseradeel en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland. Gerbrandy volgde het gymnasium aan een internaat te Zetten. Daarna studeerde hij rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij in 1911 promoveerde. Na een periode als advocaat en procureur in Leiden, waar hij de rechten van textielarbeiders verdedigde, vestigde hij zich in Sneek. In 1918 maakte hij, als reserve-kapitein, deel uit van de eerste groep vrijwillige militairen die naar Den Haag kwamen na Troelstra's poging de socialistische revolutie uit te roepen om deze de kop in te drukken.

Van 1920 tot 1930 was Gerbrandy voor de Anti-Revolutionaire Partij lid van Gedeputeerde Staten van Friesland. In 1930 keerde hij terug naar de Vrije Universiteit als hoogleraar. In 1934 werd hij daarnaast lid van de Radioraad.

Premier[bewerken]

In 1939 werd hij minister van justitie in het Kabinet-De Geer II, het eerste van de zogenaamde Londense kabinetten. Zijn deelname aan dit "nationale kabinet" werd hem door Colijn en de overige kopstukken van de Anti-Revolutionaire Partij (met wie hij voordat hij toetrad, geen overleg had gevoerd) ernstig kwalijk genomen. In de zomer van 1940 werd hij uit de ledenadministratie van de partij geschrapt, met als reden: "vertrokken zonder achterlating van adres."[2] Hij vluchtte op 13 mei 1940 met het kabinet naar het Verenigd Koninkrijk en werd in september 1940 door Koningin Wilhelmina eigenhandig tot premier benoemd in Kabinet-Gerbrandy I en later in Kabinet-Gerbrandy II. In februari 1945 stapten de socialistische ministers uit zijn kabinet. Gerbrandy formeerde een nieuw kabinet (Kabinet-Gerbrandy III), dat op 12 mei 1945 demissionair werd toen Nederland was bevrijd. Vanuit Londen inspireerde hij met zijn kenmerkende stemgeluid in radiopraatjes het verzet.

Lid Tweede Kamer[bewerken]

Gerbrandy was vanaf 1948 lid van de Tweede Kamer. Na de oorlog was hij als voorzitter van het Comité tot Handhaving van de Rijkseenheid fel opposant van de Indiëpolitiek van de achtereenvolgende kabinetten. Hij trok zich als Kamerlid vaak weinig aan van de lijn die door de fractie was uitgestippeld. Hij zette zich sterk in voor een gelijkwaardige positie van het Fries. In 1955 werd hij benoemd tot Minister van Staat en in 1956 werd hij lid van de Commissie van drie die een oplossing moest vinden voor de Greet Hofmans-affaire. In 1959 stelde hij zich niet herkiesbaar als Kamerlid.

Parlementaire enquête regeringsbeleid 1940-1945[bewerken]

Jodenvervolging[bewerken]

In één van de verhoren door de Parlementaire Commissie van Gerbrandy op maandag 13 december 1954 verklaarde Gerbrandy naar aanleiding van zijn radiorede op 21 oktober 1943 dat hij op dat tijdstip niet heeft geweten dat de Joden door middel van gasovens werden uitgemoord. Echter op dinsdag 19 oktober 1948 verklaarde Meijer Sluyser tegenover de parlementaire Commissie dat hij in 1942 op een middag bij Gerbrandy kwam, en deze tegen hem zei: „Zeg, er is een officier uit Polen gekomen, die daar ontsnapt is; deze vertelt mij, dat de Joodse Nederlanders, die naar Polen vervoerd worden, naar de gaskamers gaan. Kun jij zo iets geloven?"

Plannen voor een staatsgreep[bewerken]

Gerbrandy in de hal bij de entree vanaf het Binnenhof

Gerbrandy was in 1947/1948 nauw betrokken bij plannen tot het, desnoods met geweld, afzetten van het Kabinet Beel in 1948. Gerbrandy en andere conservatieve prominenten, zoals de generaals Hendrik Johan Kruls (toenmalig chef-staf van het leger), Michael Rudolph Hendrik Calmeyer (sous-chef Generale Staf), Simon Spoor (bevelhebber Nederlands-Indië), oud-generaal Henri Gerard Winkelman en de admiraal Conrad Helfrich, waren samen met in het bijzonder de ARP-politici zeer verbolgen over de concessies die het Kabinet-Beel I had gedaan ten aanzien van de route, die tot zelfstandigheid van voormalig Nederlands-Indië zou moeten leiden, welke bij de zogenaamde Overeenkomst van Linggadjati was vastgelegd. Men noemde de concessies onder meer ongrondwettig. Sommige leden hadden fundamentele bezwaren tegen 'Indische' onafhankelijkheid per se. Anderen, zoals Gerbrandy zelf, waren tegen onderhandelingen met een 'collaborateur', zoals Soekarno door vele Nederlanders werd gezien vanwege zijn samenwerking met de Japanse bezetter tijdens de oorlogsjaren. Enkele van de voornoemde lieden brachten onder leiding van Gerbrandy en Charles Welter de bezwaren in een buitenparlementaire entiteit, het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid, naar buiten. Gerbrandy, lid van de Tweede Kamer voor de ARP, zou zich in de media fel keren tegen het Kabinet, en een radiotoespraak houden, die leidden zou tot een twee maanden durend radioverbod van staatswege.

Er leefden onder de leden van het Comité echter ook plannen, die het daglicht minder goed verdroegen. De christelijk-antirevolutionaire samenzweerders zetten plannen voor een staatsgreep op touw, waarbij geweld niet zou worden geschuwd als dat noodzakelijk zou blijken te zijn om het doel te bereiken. Toen bleek dat de zaken al waren uitgelekt, liet men de plannen varen. Later, begin 1948, werd opnieuw een poging gedaan, welke door generaal Kruls uitvoerig, maar wellicht niet geheel onbevangen, in zijn memoires werd weergegeven. Kruls wees een gewelddadige actie af. Gerbrandy deed toen pogingen de rechterhand van generaal Spoor, de generaal-majoor Engles, voor zijn opvattingen te winnen. Hoewel de conservatieve legertop niet onsympathiek tegenover Gerbrandy zijn opvattingen stond, zag men geen kansen hem te steunen of te faciliteren. Opvallend genoeg werd geen der prominente deelnemers door de veiligheidsdienst of justitie over de plannen bevraagd, hoewel archieven van de veiligheidsdiensten en politie bewijsstukken van de zaak bevatten. Het bleek ook geen belemmering om Gerbrandy in 1955 tot Minister van Staat te benoemen.

Nog op 4 december 1979 werden over de zaak Kamervragen gesteld door Tweede Kamerlid Henk Waltmans van de toenmalige PPR. Loe de Jong besprak de opmerkelijke en weinig belichte episode uitgebreid in zijn epiloog op het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog in deel 12 (tweede helft), in het hoofdstuk Commissie Generaal / Linggadjati.

Standbeeld en zendmast[bewerken]

Standbeeld van Gerbrandy in Sneek

Ter herinnering aan Gerbrandy is in het centrum van Sneek een bronzen standbeeld van hem geplaatst. Het is vervaardigd door de beeldhouwster Maria van Everdingen uit Loënga, in opdracht van het Comité Oprichting Nationaal Gedenkteken Prof. P.S. Gerbrandy. Op 14 oktober 1976 werd het onthuld door koningin Juliana.

Tevens is de zendmast in Lopik (Gerbrandytoren) in 1965 naar hem genoemd.

Publicaties van Gerbrandy[bewerken]

Onder meer

  • Het Heimstättenrecht, [S.l.], [s.n.], 1911. Proefschrift V.U. Amsterdam.
  • De tegenwoordige stand van den schoolstrijd, Amsterdam, Drukkerij de Standaard, [1918]. Serie: Voor onderwijs en opvoeding, no. 14.
  • met J. R. Slotemaker de Bruïne: Éendaagsche conferentie van christelijke patroons in Nederland: referaten, Rotterdam, Lebertas, 1919.
  • Socialisatie of bedrijfsorganisatie, Amsterdam, Kirchner, 1922.
  • Lijkverbranding, Amersfoort, 1924. Serie: Calvinistische Juristen Vereeniging.
  • De strijd voor nieuwe maatschappijvormen, Amsterdam, De Standaard, [1928]
  • Eenige opmerkingen over de verhouding van handelsrecht en arbeidsrecht : voorstellen omtrent de arbeidsovereenkomst ter zee, Amsterdam, Van Bottenburg, 1930.
  • Burgerlijke rechter en administratie : verhouding der rechterlijke macht tot andere overheidsorganen, Amsterdam, Bakker, 1932.
  • Het vraagstuk van den radio-omroep, Kampen, Kok, 1934. Serie: Maatschappelijke vraagstukken van den dag.
  • Wetstoepassing of wetsverkrachting? de regeering beschikt afwijzend op het verzoek tot verbindendverklaring van ondernemersovereenkomsten voor het bakkersbedrijf, Amsterdam, Van Bottenburg, [1937]
  • Calvinisme en maatschappelijke orde, [Reunisten-Organisatie], [1937?]. Serie: Publicaties van de Reunisten-Organisatie van N.D.D.D., no. 9
  • Rapport van den Hoogen Raad van Arbeid inzake de toepassing van artikel 12 der Arbeidswet en daarmee samenhangende punten, 's-Gravenhage, Algemeene Landsdrukkerij, 1937.
  • Rapport inzake het wetsontwerp houdende de instelling van een havengewest voor het gebied van de Beneden-Maas, Vlaardingen, 1939.
  • Television in its genesis, Leyden, Sijthoff, [1939?]
  • National and international stability, Althusius, Grotius, Van Vollenhoven, Oxford University Press, 1944.
  • Eenige hoofdpunten van het regeeringsbeleid in Londen gedurende de oorlogsjaren 1940-1945, ['s-Gravenhage], [Rijksuitgeverij], [1946]
  • Het roer moet om!, [S.l., s.n., 1947]
  • met J. W. Meyer Ranneft en Ch. J. I. M. Welter: Sinister page in U.S. history, [S.l., s.n.], 1949.
  • met J. M. Somer en Henk Krijger: Zij sprongen in de nacht: de Nederlandse inlichtingendienst te Londen in de jaren 1943-1945, Assen, Van Gorcum, 1950.
  • De scheuring van het Rijk; het drama van de Indonesische crisis, Kampen, J.H. Kok, 1951.
  • Ambon en de A.R. Partij; de vrijheidsstrijd van de Republiek der Zuid-Molukken, Kampen, J.H. Kok, 1956.
  • met F C Gerretson; J W Meijer Ranneft; W A P Smit; G Puchinger: In memoriam Prof. Dr. F.C. Gerretson, erelid der Societas Studiosorum Reformatorum, afdeling Utrecht (1930-1958), Utrecht, H. de Vroede, 1958
  • met Lou de Jong: Landgenoten! : de radiotoespraken van minister-president Prof. Mr. P.S. Gerbrandy in de jaren 1940-1945 gehouden voor Radio Oranje en De Brandaris, Franeker, Wever, 1985.

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur en voetnoten[bewerken]

  1. Gerbrandy's naam luidde volgens zijn geboorteakte officieel Pieter Gerbrandij. Het patroniem Sjoerds behoorde niet tot zijn officiële naam.
  2. Cees Fasseur, Een dame van ijzer. Koningin Wilhelmina en de nationale gedachte Amsterdam, Uitgeverij Balans, 2012, p.72

Kabinetsfuncties[bewerken]

Voorganger:
Johannes Anthonie de Visser
Minister van Justitie
1939-1942
Opvolger:
Johannes Regnerus Maria van Angeren
Voorganger:
Dirk Jan de Geer
Voorzitter van de Ministerraad
1940-1945
Opvolger:
Wim Schermerhorn
Voorganger:
Charles Welter
Minister van Koloniën
1941-1942
Opvolger:
Hubertus van Mook
Voorganger:
Hendrik van Boeijen
Minister van Algemene Oorlogsvoering
1942-1945
Opvolger:
Wim Schermerhorn
Voorganger:
Gerrit Jan van Heuven Goedhart
Minister van Justitie
1945
Opvolger:
Hans Kolfschoten