Minister van staat (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Minister van Staat (Nederland))
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel behandelt de situatie in Nederland. Zie minister van staat voor de algemenere betekenis.

De titel minister van staat is in Nederland een eretitel die in uitzonderlijke gevallen wordt toegekend door de Koning(in), op voordracht van de ministerraad. De titel wordt tegenwoordig toegekend aan politici of staatslieden die geen publieke functie meer vervullen. De titel heeft geen wettelijke basis. Er zijn geen criteria voor het verkrijgen van de eretitel.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Minister van Staat was aanvankelijk de benaming voor een minister, dat wil zeggen het hoofd van een departement.[2] Artikel 5 van de Derde Afdeeling van de Constitutioneele Wetten van Staat (1806) luidde: "De Algemeene bestiering des Koningrijks is, onder 't onmiddelijk beleid van vier Ministers van Staat, door den Koning te benoemen, te weten: Een Minister van Buitenlandsche Zaken; Een Minister der Zee- en Landmagt; Een Minister der Financiën; en Een Minister der Binnenlandsche Zaken.[3] Ook de Constitutie voor het Koninkrijk Holland (1806) sprak in deze zin van Ministers van Staat: "Het Generaal Bestuur des Koningrijks is onder het onmiddelijk toevoorzigt van Ministers van Staat; de Koning benoemt dezelve, en bepaalt hun getal en werkzaamheden." (artikel 27).[2] De Grondwet van 1814 sprak niet langer over ministers van Staat maar over "hoofden der ministeriële departementen". Toch benoemde Koning Willem I bij Koninklijk Besluit van 16 september 1815 (Stcrt. nr. 223) twee "ministers van Staat", die toegang kregen tot de bij datzelfde KB ingestelde kabinetsraad, een adviesorgaan van de Koning.[4] Deze ministers van Staat waren te vergelijken met ministers zonder portefeuille: ze stonden niet aan het hoofd van een departement maar kregen wel, zij het vaak weinig omvangrijke, taken toegewezen. De benoeming van Gijsbert Karel van Hogendorp tot minister van staat wijst er volgens Engels op dat de functie op dat moment reeds aan het veranderen was in de richting van een ereambt.[5] De functionele inhoud van de minister van Staat verdween volledig in 1849, toen de kabinetsraad niet meer bijeenkwam. Dat was het gevolg van de instelling in 1823 van de Raad van Ministers, waartoe ministers van staat geen toegang hadden.[6] Sindsdien is 'minister van staat' nog slechts een eretitel.

Tegenwoordige functie[bewerken]

De ministers van staat maken geen deel uit van de ministerraad, maar kunnen in sommige situaties door het staatshoofd worden geraadpleegd, bijvoorbeeld bij een kabinetsformatie. Ook kan aan ministers van staat op andere momenten om advies worden gevraagd, bijvoorbeeld bij gecompliceerde staatsrechtelijke kwesties. Daarnaast wordt ministers van staat wel eens gevraagd om de regering bij bepaalde gebeurtenissen te representeren. Een minister van staat bezit een diplomatiek paspoort.

De titel wordt toegekend voor het leven, tezamen met de aanspreekvorm excellentie (hoewel het laatste alleen nog gebezigd wordt in meer formele, schriftelijke correspondentie). Niettemin is de titel aan zes dragers ontnomen. Naast aan een aantal dissidenten tijdens de Belgische Revolutie, is hij ontnomen aan Gijsbert Karel graaf van Hogendorp in 1819 (vanwege zijn kritiek op het financiële beleid van koning Willem I) en aan Dirk Jan de Geer in 1947 (vanwege zijn houding in de Tweede Wereldoorlog).

Voor de Tweede Wereldoorlog kwam het regelmatig voor dat ministers van staat publieke functies vervulden, zo waren bijvoorbeeld Cort van der Linden en Colijn minister van staat terwijl ze premier waren. Na de Tweede Wereldoorlog is Louis Beel de enige persoon die nog zitting had in de ministerraad terwijl hij minister van staat was.

Marga Klompé en Els Borst zijn de enige vrouwelijke ministers van staat in de Nederlandse geschiedenis.

Ministers van staat (huidige)[bewerken]

naar datum van benoeming

Ministers van staat (overleden)[bewerken]

naar datum van benoeming

Ontheven uit hun functie[bewerken]

Al snel na de totstandkoming van het zelfstandige koninkrijk België in 1831 voerde dat land zelf ook de eretitel minister van staat in (zie aldaar).

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • J.W.M. Engels, 'Constitutionele observaties bij de minister van Staat' in C. van Baalen e.a. (red.), De Republiek van Oranje, 1813-2013. Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2013, Amsterdam: Boom 2013.

  1. NRC: Van Agt teleurgesteld over uitblijven eretitel Minister van Staat
  2. a b Engels 2013, p. 77.
  3. Artikel 5: Koning benoemt ministers van Staat voor uitvoering Generaal Bestuur, geraadpleegd op 10 maart 2014.
  4. H.T. Colenbrander (red.), Gedenkschriften van Anton Reinhard Falck, 's-Gravenhage 1913, p. 408-410, aangehaald door Engels 2013, p. 78.
  5. Engels 2013, p. 78.
  6. De Raad van Ministers was samengesteld uit de departementshoofden en de secretaris van Staat (de voorloper van de directeur van het Kabinet van de Koning) en stond onder voorzitterschap van de vicepresident van de Raad van State. Vgl. Engels 2013, p. 78-79.
  7. a b Benoeming ministers van Staat website Rijksoverheid, 21 december 2012