Alexander Willem Frederik Idenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Willem Frederik Idenburg
Alexander Idenburg
Alexander Idenburg
Algemene informatie
Naam Alexander Willem Frederik Idenburg
Geboren Rotterdam, 23 juli 1861
Overleden Den Haag, 28 februari 1935
Functie gouverneur-generaal van Nederlands-Indië
Sinds 1909-1916
Partij ARP
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Alexander Willem Frederik Idenburg (Rotterdam, 23 juli 1861Den Haag, 28 februari 1935) was een ARP-politicus, onder meer gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, gouverneur van Suriname en minister van Koloniën.

Militaire loopbaan[bewerken]

Alexander Idenburg bezocht de HBS, vervolgens de Koninklijke Militaire Academie en werd in 1881 benoemd tot tweede luitenant bij het korps der Genie en sappeurs in Oost-Indië. Hij volgde lessen aan de eerste afdeling van de Hogere Krijgsschool en vertrok eind 1882 naar Indië, waar hij aanvankelijk werd geplaatst bij het korps genietroepen te Willem I. In 1883 werd hij bevorderd tot eerste luitenant bij het korps genietroepen en in 1885 volgde zijn overplaatsing naar de gewestelijke geniedienst te Soerabaja; van 1886 tot 1889 was hij adjudant van de commandant van datzelfde korps. In 1889 werd Idenburg overgeplaatst bij de gewestelijke geniedienst in Atjeh, in 1892 tot kapitein benoemd om in 1894 met verlof naar Nederland te vertrekken. Hij keerde in 1896 naar Indië terug en werd bij het Departement van Oorlog te Weltevreden geplaatst; kort daarop werd hij benoemd bij de generale staf. Vanaf 1896 tot 1901 was Idenburg adjudant (rechterhand) van verschillende commandanten van het Indische leger, achtereenvolgens Jacobus Augustinus Vetter, luitenant-generaal Swart en Heribert Cornelis Pieter de Bruijn. In 1901 werd hij eervol uit de dienst ontslagen.

Politieke carrière[bewerken]

Idenburg werd in 1901 voor het kiesdistrict Gouda afgevaardigd naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal; hij deed zich daar kennen als een begaafd redenaar en als een grondige kenner van Indische toestanden. Een jaar later, in 1902, volgde hij de overleden minister van Koloniën op in het Kabinet-Kuyper tot 1905, toen dit Kabinet door de uitslag van de Kamerverkiezingen plaats moest maken voor het Kabinet-De Meester. Tijdens was hij de eerste minister in Nederland die actief beleid uitvoerde in het kader van de zogenaamde Ethische politiek. Er werd onderzoek gedaan naar de slechte sociale positie van de inlanders op Java en er kwam meer aandacht voor inlands onderwijs. De speciale aandacht van Idenburg had daarbij het christelijk onderwijs. Hij wilde ook een westerse wetgeving voor de inlandse bevolking, die nog onder het Adatrecht leefde.

In 1905 werd hij benoemd tot gouverneur van Suriname; deze functie bekleedde hij tot 1908. In datzelfde jaar werd hem weer het verzoek gedaan op te treden als Minister van Koloniën in het Kabinet-Heemskerk. Ditmaal duurde zijn ministerschap slechts een jaar omdat hij in 1909 benoemd werd tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Zijn bewind, zowel hier als in Suriname, kenmerkte zich door een krachtige bevordering van de economische ontwikkeling en hulp aan de verarmde inlandse bevolking, evenals door maatregelen tot verhoging der welvaart van deze bevolking. Idenburg bekleedde de functie van gouverneur-generaal van 1909 tot 1916, toen hij terugkeerde naar Nederland en in 1918 voor de derde keer, ditmaal in het Kabinet-Ruijs de Beerenbrouck tot Minister van Koloniën werd benoemd; hij moest echter, in 1919, om gezondheidsredenen, de portefeuille neerleggen. Een jaar later werd Idenburg door de Provinciale Staten van Zuid-Holland benoemd tot lid van de Eerste Kamer, waarin hij vijf jaar zitting had en voorzitter was van de Anti-Revolutionaire fractie. In 1924 werd hij benoemd tot lid van de Raad van State, welk ambt hij tot zijn dood toe bekleedde. Met het bekleden van het ambt van Staatsraad trad Idenburg uit de actieve politiek. Een jaar eerder, ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van H.M. de Koningin, werd hij benoemd tot Minister van Staat. Idenburg bemiddelde bij diverse conflicten, onder meer tussen Abraham Kuyper en Theodorus Heemskerk. Hij was bevriend met Colijn en Kuyper en werd door beide als zijn opvolger van partijleider Kuyper gezien. Idenburg hield dat zelf echter af, onder andere vanwege zijn gezondheid.

Persoonlijk[bewerken]

Idenburg groeide op in de Nederlandse Hervormde Kerk, maar sloot zich in 1882 aan bij de Christelijke Gereformeerde (Afgescheiden) Kerk. Toen dit kerkgenootschap in 1892 nagenoeg helemaal samenging met de Nederduits Gereformeerde Kerken (Dolerende), die zich in 1886 van de Hervormde Kerk hadden afgescheiden, in de Gereformeerde Kerken in Nederland, werd Idenburg gereformeerd. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (als adjudant van de commandant van het Indische leger), werd benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw gedurende zijn verblijf in Suriname, en werd begiftigd met het Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw bij zijn aftreden als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en bezat verschillende buitenlandse onderscheidingen. Hij trouwde met zijn nicht Elise Duetz en kreeg zeven kinderen, waarvan er vier jong overleden.

Bronnen, noten en/of referenties
  • 1935. A.W.F. Idenburg overleden. Het Vaderland (28 februari 1935)
  • 2013. Hans van der Jagt, 'Aan tafel bij een fijn gezin. Gouverneur A.W.F. Idenburg door de ogen van zijn dochter', in: Tijdschrift voor Biografie, 2 (2013) 1, pp. 53-61.
Voorganger:
J.W. Bergansius (a.i.)
Minister van Koloniën
1902-1905
Opvolger:
D. Fock
Voorganger:
D.H. Havelaar (a.i.)
Gouverneur van Suriname
1905-1908
Opvolger:
P. Hofstede Crull (a.i.)
Voorganger:
Th. Heemskerk
Minister van Koloniën
1908-1909
Opvolger:
J.H. de Waal Malefijt
Voorganger:
T.B. Pleyte
Minister van Koloniën
1918-1919
Opvolger:
Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck