Johannes Camphuys

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Camphuys
Gouverneur-generaal Johannes Camphuys
Gouverneur-generaal Johannes Camphuys
Geboren 18 juli 1634
Haarlem
Overleden 18 juli 1695
Batavia
Land/partij Flag of the Netherlands.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Dienstjaren 1684-1691
Rang Gouverneur-generaal van de VOC
Portaal  Portaalicoon   VOC

Jo(h)annes Camphuys (Haarlem, 18 juli 1634 - Batavia, 18 juli 1695) was van 11 januari 1684 tot 24 september 1691 gouverneur-generaal van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).

Biografie[bewerken]

Joannes Camphuys werd geboren te Haarlem op 18 juli 1634. In zijn jeugd was hij leerling bij een zilversmid in Amsterdam. Hij vertrok op 1 november 1652 aan boord van de Lastdrager naar Indië. Het schip leed echter schipbreuk op 2 maart 1653 bij de Shetlandeilanden. Camphuys overleefde de ramp en vertrok op 23/08/1653 aan boord van de Vergulde Draak. Hij werd klerk bij de algemene secretarie in Batavia. Na 11 jaar op de secretarie werd hij koopman. Hij werd in 1670 opperkoopman en in 1671 vertrok hij naar de VOC-post als opperhoofd in Dejima, Japan. Deze functie kregen normaal alleen vertrouwelingen van de regering. Zoals door de Japanners bedongen, keerde hij terug na een jaar, maar bekleedde de functie daarna nog twee keer (in 1673 en 1675), afgewisseld met het lidmaatschap van de Raad van Justitie. Hij was sterk geïnteresseerd in Japan, en bracht wetenschappers, zoals Willem ten Rhijne en kunstenaars naar Dejima.

In 1677 werd hij secretaris van de Hoge Regering en president van het college van weesmeesters. Hij voerde onderhandelingen met de gezanten van Bantam. In 1678 werd hij raad-extra-ordinair van Indië. In 1681 werd hij gewoon lid van de Raad van Indië.

Op 11 januari 1684 werd Joannes Camphuys als opvolger van Cornelis Speelman als gouverneur-generaal aangesteld, aanvankelijk een voorlopige benoeming totdat de Heren XVII de aanstelling hadden goedgekeurd. Omdat een aantal mensen zich gepasseerd voelden bij de benoeming, was zijn verstandhouding met de Raad daarna niet optimaal. Hij was soms niet aanwezig en voerde zelfs besluiten niet uit wanneer hij het daarmee niet eens was. Maar de Heeren XVII waren op zijn hand en dus kon hij zijn gang gaan. Onder zijn bewind was er vrede in de archipel. In 1684/1686 werden Amoy?, Lianyungang, Ningbo, Xiamen en Kanton opengesteld voor handel met het buitenland. Op 17 december 1690 kreeg hij op zijn eigen herhaald verzoek ontslag. Hij droeg het ambt van landvoogd op 24 september 1691 over aan Willem van Outhoorn.

Hij vertoefde sindsdien afwisselend op zijn buitenplaats bij Batavia en zijn bij zijn afscheid als gouverneur-generaal aan hem geschonken eiland Edam voor de kust van Batavia, waar hij een huis naar Japans model had laten bouwen en planten en dieren uit alle delen van Indië verzamelde. Hij had daarover schriftelijk contact met Georg Everhard Rumphius op Ambon. Camphuys had een kopie laten maken van de boeken van Rumphius, zodoende kon zijn werk toch nog worden uitgegeven, toen het schip op de Indische Oceaan verloren ging. Op donderdag at hij vaak Japans met behulp van stokjes. Hij overleed op zijn 61ste verjaardag in 1695 en is in de Hollandse kerk te Batavia begraven.

Camphuys was, hoewel rechtschapen, geen krachtig bestuurder. Zijn bestuur werd niet gekenmerkt door belangrijke gebeurtenissen. Vermeldenswaard zijn de opstand van Soerapati op Java en het traktaat met Bantam van 17 april 1684. Hij slaagde er niet in de corruptie onder ambtenaren aan te pakken, maar deed zelf mee door het creëren van monopolies. Hij had veel belangstelling voor de wetenschap, verzamelde Japanse objecten en hij steunde Engelbert Kaempfer dan ook waar mogelijk, met wie hij een voorliefde voor Japan deelde. Camphuys schreef een verhandeling over Het Koningrijk Jakatra, door den Heer Gouverneur-Generaal Jan Pieterszoon Koen veroverd dat opgenomen is in François Valentijns standaardwerk Oud en Nieuw oost-Indiën.

Een aantal straten in Nederland is naar hem genoemd, waaronder in de Utrechtse wijk Lombok en het Bezuidenhoutkwartier in Den Haag.

Camphuys was niet getrouwd en had geen kinderen.

Bron[bewerken]

  • Stapel, F.W. (1941) Gouverneurs-Generaal van Nederlandsch-Indië, p. 35.
  • De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Amsterdams Historisch Museum 1992.

Literatuur[bewerken]

  • A. J. van der Aa: Biographisch woordenboek der Nederlanden. Haarlem, 1852-1878, Band 3, S. 25-26.
  • O. Z. van Haren: Proeve op de leevens-beschryvingen der Nederlandsche doorlugtige mannen: behelzende het leeven van Joannes Camphuis, Haarlemmer. Zwolle, 1772.
  • W. Michel: Jo(h)annes Camphuys. In: W. Michel / B. Terwiel (hrsg.): Engelbert Kaempfer Werke, Heutiges Japan. München, 2001, Bd. 1/2, S. 92-93.
  • W. Michel, E. Werger-Klein: Drop by Drop - The Introduction of Western Distillation Techniques into Seventeenth-Century Japan. Journal of the Japan Society of Medical History, Vol. 50 (2004), Nr. 4, S. 463-492.
  • P.C. Molhuysen, P.J. Blok. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek. Leiden, 1911-1937, Band 6, Sp. 262-264.
  • L.P. van Putten: Ambitie en Onvermogen, Gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië. Rotterdam, 2002.
  • François Valentijn: Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende Een Naaukeurige en Uitvoerige Verhandelinge van Nederlands Mogentheijd. Vierde Deel. Dordrecht-Amsterdam, 1726, S. 316-323.
  • H. Zeeman: Het leven, de daden en lotgevallen van Jan Camphuis. Amsterdam, Schalekamp, 1833.

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Cornelis Speelman
Gouverneur-generaal van de VOC
1684-1691
Opvolger:
Willem van Outhoorn