Ministerraad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ministerraad wordt gevormd door alle ministers van een bepaalde regering, dus zonder eventuele staatssecretarissen of onderministers.

Nederland[bewerken]

Ministerraad van het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III (1929-1933), 1929.
De plaatsen van de ministers in het kabinet-Rutte II (2012-heden).

In Nederland maken alle ministers deel uit van de ministerraad; elke minister heeft stemrecht. Staatssecretarissen maken geen deel uit van de ministerraad; ze hebben alleen toegang tot de raad als ze zijn uitgenodigd. In de Nederlandse ministerraad wordt overlegd over het algemeen regeringsbeleid, besluiten worden bij meerderheid genomen. De ministerraad wordt soms aangevuld met de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, deze grotere raad wordt de Rijksministerraad genoemd. De minister-president is voorzitter van de ministerraad.

Sinds 1983 wordt de ministerraad in de Grondwet genoemd in artikel 45 lid 1. De werkwijze van de ministerraad is geregeld in het Reglement van Orde voor de Ministerraad. De ministerraad vergadert één keer per week, in principe op vrijdag. Meestal vergadert de raad in de Trêveszaal van het ministerie van Algemene Zaken aan het Binnenhof in Den Haag. Tijdens de voorbereiding van de begroting en als er andere grote of dringende zaken spelen, vergadert de raad vaker. Besprekingen van de ministerraad zijn niet openbaar en alles wat besproken wordt is vertrouwelijk. Na afloop van de vergadering geeft de minister-president een persconferentie, hij gaat dan in op de besluiten die tijdens de vergadering genomen zijn.

De ministerraad zoals die nu bestaat, is ontstaan in 1842. Voor die tijd vergaderden ministers ook wel samen, maar de raad was geen volwaardig instituut. Bovendien werden de gezamenlijke vergaderingen voorgezeten door de koning (dat heette dan de Kroonraad) of door de president of vicepresident van de Raad van State. De toenmalige ministers waren feitelijk dienaren of adviseurs van de koning, besluiten werden door de koning genomen. In 1842 kwam er een nieuw reglement van orde voor de ministerraad, in dat reglement werd vastgelegd dat ministers voortaan gezamenlijk konden vergaderen onder voorzitterschap van één van de ministers; de koning of Raad van State hoefde er niet meer bij te zijn. De raad kwam ook toen al één keer per week bijeen, ze stelde adviezen op voor de koning. Na de Grondwetsherziening van 1848 kwam er in 1850 een nieuw reglement van orde voor de ministerraad. In dat reglement werd de positie van de ministerraad ten opzichte van de koning versterkt. De raad besprak voortaan alle zaken die voor het land van belang waren en de ministerraad kon voortaan bindende besluiten nemen. De besluiten moesten bij meerderheid genomen worden, was een minister het niet eens met een besluit en wilde hij zich niet bij het meerderheidsbesluit neerleggen, dan moest hij aftreden. Als een besluit eenmaal genomen is, mag een minister niet meer van het kabinetsstandpunt afwijken. Dit homogeniteitsbeginsel houdt in dat het kabinet naar buiten toe een eenheid dient te vormen.

Vanaf 1842 kende de raad een wisselend voorzitterschap, elke drie maanden trad een andere minister op als voorzitter. Van dit principe werd nogal eens afgeweken en na 1880 was het wisselend voorzitterschap er alleen nog in naam, in de praktijk was er een vaste voorzitter. In 1922 werd het vaste voorzitterschap vastgelegd in het reglement. Sinds men in Nederland de titel minister-president kent (vanaf 1945) is hij de voorzitter van de ministerraad. Vanaf 1983 is de ministerraad opgenomen in de Grondwet.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Parlement & Politiek: de ministerraad