Napoleon Bonaparte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Napoleon I
1769-1821
Napoleon in 1812
Napoleon in 1812
Keizer der Fransen
Periode 1804-1814
Voorganger Eerste Franse Republiek
Opvolger Lodewijk XVIII (koning)
Keizer der Fransen (Honderd dagen)
Periode 1815
Voorganger Lodewijk XVIII (koning)
Opvolger Napoleon II
Koning van Italië
Periode 1805-1814
Voorganger --
Opvolger --
Vader Carlo Maria Buonaparte
Moeder Maria Laetitia Ramolino
Dynastie Bonaparte
Grandes Armes Impériales (1804-1815)2.svg
Wapen als keizer van Frankrijk

Napoleon Bonaparte (Ajaccio (Corsica), 15 augustus 1769Longwood House (Sint-Helena), 5 mei 1821) was een Frans militair en politieke leider tijdens de laatste stadia van de Franse Revolutie. Als Napoleon I was hij van 1804 tot 1815 Keizer der Fransen. Zijn juridische hervorming, de Code Napoléon, had een grote en blijvende invloed op het recht in vele landen, waaronder Nederland en België. Het best wordt hij echter herinnerd door de rol die hij in de naar hem genoemde Napoleontische Oorlogen speelde. Het gelukte hem in het eerste decennium van de 19e eeuw een groot deel van Europa onder Frans gezag te brengen.

Napoleon werd op Corsica geboren. Zijn ouders waren van adellijke Genuese afkomst. In de jaren voor de Franse Revolutie werd hij op het vasteland van Frankrijk tot artillerieofficier opgeleid. Bonaparte kreeg onder de Eerste Franse Republiek bekendheid. Hij wist de Eerste- en Tweede Coalitie tegen Frankrijk te verslaan. In 1799 pleegde hij een staatsgreep, waarna hij zichzelf als Eerste Consul installeerde; vijf jaar later riep hij zichzelf in navolging van Karel de Grote tot keizer van Frankrijk uit. In het eerste decennium van de 19e eeuw was het Eerste Franse Keizerrijk onder Napoleon betrokken bij een reeks van conflicten - de Napoleontische Oorlogen - waarbij alle Europese grootmachten betrokken waren. Na een serie van overwinningen slaagde Frankrijk er in om een dominante positie in continentaal Europa in te nemen. Bij de handhaving van de Franse invloedssfeer maakte Napoleon gebruik van uitgebreide allianties, waar hij vrienden en familieleden in machtsposities in andere landen benoemde om daar als Franse vazallen te heersen, zijn broer Lodewijk Napoleon in het Koninkrijk Holland is hiervan een voorbeeld.

De veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812 betekende een keerpunt. Zijn Grande Armée werd voor een belangrijk deel vernietigd en hij slaagde er niet in deze in de korte tijd, die hem nog restte, opnieuw op te bouwen. In 1813 versloeg de Zesde Coalitie het leger van Napoleon in de Slag bij Leipzig. Het volgende jaar viel de Coalitie Frankrijk binnen. Napoleon werd tot aftreden gedwongen en verbannen naar het eiland Elba. Minder dan een jaar later slaagde Napoleon er echter in te ontsnappen. Hij wist de macht in Frankrijk weliswaar opnieuw te grijpen, maar in de beslissende Slag bij Waterloo, vlakbij Brussel, in juni 1815 leed hij een nederlaag. Daarna bracht hij de laatste zes jaar van zijn leven in gevangenschap van de Britten op het eiland Sint-Helena door. Een autopsie zou hebben geconcludeerd dat hij stierf aan maagkanker.

Inhoud

Napoleons geboorte en jeugd

Napoleon werd geboren als Napoleone di Buonaparte. Hij was de tweede zoon van Maria Laetitia Ramolino en Carlo Maria Buonaparte, die advocaat was. De familie Buonaparte was van bescheiden afkomst.

De geboorte van Napoleon is met meerdere legendes omgeven. Toen hij geboren werd zou zijn moeder geen kans meer hebben gezien haar bed te bereiken; Napoleon zou hierdoor geboren zijn op een tapijt waarin klassieke heldenfiguren en heroïsche taferelen uit de Ilias waren verwerkt. Madame Mère — zoals Napoleon zijn moeder altijd noemde — sprak dit verhaal echter tegen, en zei dat in het huis geen tapijt aanwezig was, en als dit er zou zijn geweest, zou het tapijt in de warme maand augustus niet meer in de woonkamer hebben gelegen.[bron?] Wellicht heeft Napoleon deze versie van zijn geboorte zelf verzonnen tijdens zijn verblijf op Sint-Helena.

Ook zou er tijdens zijn geboorte opschudding zijn ontstaan door de bijzondere stand van de planeten. Er verscheen rond die tijd een komeet, maar dit gebeurde al op 2 augustus 1769, twee weken voor de geboorte van Napoleon. Ook de naamgeving door Laetizia en Carlo Buonaparte wordt door legendes omgeven. De naam Napoleon zou bijvoorbeeld verwijzen naar "woestijnleeuw" of "napolitaan"; in werkelijkheid werd Napoleon naar een neef vernoemd.[bron?]

Napoleon groeide op Corsica op. Al op jonge leeftijd werden hem allerlei leidinggevende kwaliteiten toegedicht. Hij zou op school vaak soldaatje hebben gespeeld en zou daarbij altijd het voortouw hebben genomen. Vader Carlo wist, door goede maatjes te worden met een Franse gouverneur, een studiebeurs voor zijn zoon te bemachtigen, en op negenjarige leeftijd vertrok Napoleon naar een militaire school in Brienne, op het Franse vasteland. Hier ontstond er een tweeledig beeld van de jonge Napoleon: enerzijds werd hij gezien als een jonge, sterke leider, anderzijds werd hij gezien als de eenzaat, de gehate vreemdeling die nooit met de rest mee mocht spelen. Vanaf dat moment koesterde Napoleon de wens om een Corsicaanse vrijheidsstrijder te worden en de Fransen van het eiland te verjagen. Hij zag Pasquale Paoli, die in ballingschap in Londen woonde, als zijn grote voorbeeld in de strijd tegen de Franse overheersing.

Napoleon ging op vijftienjarige leeftijd studeren aan de École Militaire te Parijs. Alle uitstekende lerarenprognoses uit deze tijd zijn bewaard gebleven, inclusief die van de ene leraar (Duits) die het mis had. Waarschijnlijk heeft Napoleon al deze prognoses echter zelf opgesteld op Sint Helena, om zijn verheerlijking nog meer kracht bij te zetten. Napoleon deed op de École Militaire vervroegd examen, slaagde en werd op zijn zestiende benoemd tot tweede luitenant. Toen de Franse Revolutie uitbrak sloot Napoleon zich daarbij aan. Tijdens de revolutie werd Paoli uitgenodigd om terug te keren. Nadat hij door de revolutionairen in Parijs als een held was ontvangen, vestigde hij zich in 1790 opnieuw op Corsica - nu een Frans departement - waar hij de leiding van het plaatselijk bestuur in handen kreeg. Tot zijn medewerkers van die tijd behoorde ook de jonge officier Napoleon Bonaparte. Maar Paoli kreeg het moeilijk met de revolutie toen die steeds radicaler werd. In 1793 mislukte een poging om met een Frans legertje vanuit Corsica het naburige Sardinië te veroveren, omdat Paoli de expeditie heimelijk had gesaboteerd. Als gevolg daarvan eiste de Nationale Conventie in Parijs zijn arrestatie. Paoli ontketende opnieuw een opstand en verdreef met Britse hulp de Fransen uit hun voornaamste steunpunten. Daarbij moest ook de familie Bonaparte vluchten, die zich inmiddels tegen Paoli had gekeerd. In 1794 stelde Corsica zich onder Brits gezag. Als het zelfstandige Anglo-Corsicaans Koninkrijk kreeg het een eigen grondwet, met de Britse koning George III als koning en de Brit Sir Gilbert Elliot werd onderkoning. Paoli werd echter door de Britten aan de kant geschoven en verliet in 1795 voorgoed het eiland. Een jaar later zou Corsica definitief Frans worden.

Italiaanse veldtocht van 1796

1rightarrow.png Zie Italiaanse veldtocht van Napoleon voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Napoleon maakte grote indruk bij het Franse revolutionaire bewind met zijn optreden tijdens het Beleg van Toulon en werd benoemd tot bevelhebber van de artillerie van het Armée d'Italie, het Franse leger aan het Italiaanse front.

In 1795 sloeg hij op bloedige wijze een royalistische opstand in Parijs neer (de opstand van 13 Vendémiaire). Napoleon, nu een nationale held, werd bevorderd tot brigadegeneraal en kreeg op 2 maart 1796 het bevel over het Armée d'Italie. Hij stak de Alpen over, veroverde Piemonte en ging vanuit hier via de Po-rivier richting het oosten.

Het leek erop dat het een makkelijke doortocht zou worden, maar Napoleon werd bij Caldiero staande gehouden en moest zich zelfs gedeeltelijk terugtrekken. Hierna volgden er twee slagen (de Slag bij Arcole en de Slag bij Rivoli) die Napoleon verbazingwekkend won. Dankzij deze overwinningen kon Napoleon doordringen tot op 100 km afstand van Wenen, waar Aartshertog Karel om een wapenstilstand vroeg.

Deze Italiaanse veldtocht was voor Napoleon een grote doorbraak. Maar de roem die hij dankzij de Italiaanse veldtocht genoot was meer te danken aan handige propaganda achteraf dan door zijn daadwerkelijke successen.

Expeditie naar Egypte

1rightarrow.png Zie Expeditie van Napoleon naar Egypte voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Bonaparte Voor de Sfinx, Jean-Léon Gérôme, 1867-1868

Na een triomftocht door Parijs met Italiaanse oorlogsbuit, zette Napoleon zijn zinnen op Egypte. Hij wilde zijn vergaarde roem doen toenemen[bron?] en had daarnaast met zijn Egyptische expeditie twee doelen voor ogen: Frankrijk een grotere koloniale macht laten worden dan Groot-Brittannië en de Britten treffen in het hart van het Britse Rijk. Het Directoire (destijds het Franse revolutionaire bewind) zag de in macht rijzende Napoleon liever gaan, maar wilde daarvoor niet de hele vloot riskeren. Bovendien werd het einddoel - Egypte veroveren en doorstoten naar India - als onhaalbaar gezien. Napoleon wist koppig zijn zin door te drijven en vertrok in 1798 naar Egypte. Onderweg versloeg hij de Maltese ridderorde op Malta, waarbij tevens 2000 slaven werden vrijgekocht en de kathedraal van Valletta werd geplunderd.

Eenmaal aangekomen in Egypte en onderweg naar Caïro werd het leger - dat geen ervaring had met dit soort klimaatomstandigheden - geteisterd door hitte, uitdroging en ziekte. Uiteindelijk zouden hierdoor meer soldaten sterven dan op het slagveld. Napoleon behaalde een overwinning op de Mamelukken in de Slag bij de piramiden. Weldra volgde minder goed nieuws, het Italiaanse front stond op instorten en de terugweg werd afgesloten doordat de Franse vloot bij de Slag van de Nijl was verslagen door de Britse vloot onder bevel van Horatio Nelson. Daarnaast verklaarde de sultan van het Ottomaanse Rijk Napoleon de oorlog omdat hij de Mamelukken had verdreven. Napoleon trok naar Syrië om de sultan voor te zijn. Na aanvankelijke successen moest Napoleon het beleg van Akko opgeven en toch terugtrekken.

Napoleon, inmiddels terug in Caïro, zag dat de situatie hopeloos was. Halsoverkop verliet hij Egypte, wist langs de Britse vloot te komen en keerde terug naar Frankrijk.

Machtsgreep

Napoleon als Eerste Consul
1rightarrow.png Zie Staatsgreep van 18 Brumaire voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1799 kwam het onpopulaire Directoire in steeds groter wordende binnenlandse problemen, terwijl Frankrijk werd bedreigd door buitenlandse mogendheden, die successen boekten tijdens de Tweede coalitie tegen Frankrijk. Het land werd geteisterd door inflatie, enorme staatsleningen, grote armoede, een slecht functionerende ambtenarij en corruptie. Emmanuel Joseph Sieyès, een van de leden van het Directoire, plande een staatsgreep om het Directoire omver te werpen. Hij vroeg de enorm populaire Napoleon om hierbij militaire steun te verlenen.

Na deze staatsgreep van 18 Brumaire op 9 november 1799 wilde Sieyès oorspronkelijk een soort president als staatshoofd aanstellen, een functie die hij voor zichzelf in gedachten had. Bonaparte wees dit idee echter resoluut af en dwong een ander soort regering af, het Consulaat, met drie consuls (voor drie jaar benoemd) aan het hoofd van de regering. Bonaparte, die de militaire macht in handen had en enorme populariteit genoot, kon Sieyès passeren en zichzelf naar voren schuiven als Eerste Consul.

In de daaropvolgende jaren schakelde Bonaparte zijn tegenstanders stap voor stap uit en trok alle macht naar zich toe. Na een mislukte aanslag op zijn leven op 24 december 1800, gepleegd door royalisten, gaf Bonaparte de schuld aan de Jakobijnen en deporteerde 130 prominente Jakobijnen naar Guyana. Ook ontnam hij de gekozen Assemblée alle wetgevende macht, de senaat, die door Bonaparte zelf werd benoemd, behield die macht.

Met het Concordaat van 15 juli 1801 sloot hij vrede met paus Pius VII en nam zo de monarchisten de wind uit de zeilen. Na de Vrede van Amiens met Groot-Brittannië in 1802 drukte hij een nieuwe grondwet door, waarbij hij tot Consul voor het leven werd benoemd. De meest republikeinse troepen werden in 1803 naar Haïti gestuurd; daar moest een opstand neergeslagen worden, wat overigens niet zou lukken. In 1804 werd een monarchistisch complot (geleid door onder meer Moreau en Pichegru) ontmaskerd.

Bonaparte had nu alle macht en regeerde als dictator. De weg was vrij om zich helemaal van de overgebleven schijndemocratie te ontdoen en zichzelf tot keizer uit te roepen. Op 18 mei 1804 stemde de senaat om Bonaparte tot keizer te benoemen. Op 2 december van dat jaar kroonde hij zichzelf tot keizer in de Notre-Dame van Parijs als Napoleon I, Keizer der Fransen.

Oorlogen en veroveringen

Franse keizerrijk 1811 (bruin) met vazalstaten en bondgenoten (lichtbruine kleuren) en tegenstanders en neutralen (paars)
1rightarrow.png Zie Napoleontische oorlogen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens Napoleons periode als Eerste Consul en keizer van Frankrijk voerden andere Europese landen, waaronder Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk en Pruisen, continu oorlog tegen Frankrijk. Napoleon wist zijn vijanden echter keer op keer te verslaan en kreeg zo meer en meer controle over Europa. Op Napoleons hoogtepunt, rond 1812, was bijna heel Europa Frans, een Franse vazalstaat of een Franse bondgenoot. Het huidige België en Nederland werden ingelijfd in Napoleons keizerrijk.

Bezette gebieden en bondgenoten

Frankrijk had Nederland en delen van het huidige Duitsland en Italië in zijn macht. Napoleon zette daar verschillende familieleden op de troon: zijn oudere broer Jozef werd koning van Napels en later Spanje, zijn broer Lodewijk koning van Holland, zijn broer Jérôme koning van Westfalen, zijn zus Elisa prinses van Lucca en Piombino en groothertogin van Toscane, zijn zwager Joachim Murat eveneens koning van Napels (na Jozef) en zijn stiefzoon Eugène de Beauharnais onderkoning van het Koninkrijk Italië.

In 1801 voegden Oostenrijk en Rusland zich hierbij. In 1802 maakte de Vrede van Amiens vervolgens een einde aan de oorlog met Groot-Brittannië. Napoleon had toen voldoende politieke rust en kon beginnen met de wederopbouw van Frankrijk.

Vijanden

Napoleon werd in eerste instantie door de Europese staten gezien als degene die in Frankrijk de onrust na de Franse Revolutie de kop wist in te drukken. Zijn veroveringsdrang en zijn monarchistische neigingen boezemden dan weer vrees in. Ook zijn 'zelfkroning' tot keizer werd door de vorstenhuizen niet gewaardeerd. Vanaf 1803 kreeg Napoleon daardoor steeds meer vijanden. Engeland was de eerste die het bondgenootschap opzegde, daarna sloten Rusland, Zweden, het Heilige Roomse Rijk, Oostenrijk en Napels zich hierbij aan en samen verklaarden ze Frankrijk de oorlog. De Oostenrijkers vielen Beieren binnen en Napoleon trok snel tegen hen op. Hij versloeg een groot Oostenrijks leger bij Ulm, en ging toen door naar Wenen en bezette zelfs de Oostenrijkse hoofdstad. De Oostenrijkse en Russische legers wilden Wenen heroveren maar dit lukte hen niet. Deze slag werd in Austerlitz beslecht. Het resultaat was dat Oostenrijk en Rusland vrede sloten met Frankrijk. Rusland moest zich nu wel houden aan de boycot van Engeland.

De Russische veldtocht van "La Grande Armée"

1rightarrow.png Zie Veldtocht van Napoleon naar Rusland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het bondgenootschap van Rusland met Frankrijk leidde tot klachten van de Russische handel en nijverheid. Zij waren grotendeels afhankelijk van handelsbetrekkingen met Engeland, terwijl één van de voorwaarden van het bondgenootschap deelname aan de blokkade van Engeland was. Dit stond namelijk in het Continentaal stelsel. De Russische tsaar, Alexander I, zag dat zijn economie schade opliep, en trachtte deze voorwaarden te verzachten. Napoleon bleek echter doof voor deze klachten, en uiteindelijk herstelde de tsaar het contact met zijn oude handelspartner Engeland. Op 31 december 1810 liet Rusland weten geen bondgenoot meer te willen zijn van Frankrijk. Napoleon was het hier niet mee eens, en trok naar Rusland; hij had het plan om heel Europa te veroveren. In 1812 maakten Frankrijk en Rusland zich dan ook klaar voor de oorlog.

Napoleon stelde een leger van 500 000 man van verschillende nationaliteiten samen aan de oostgrens van het huidige Polen. Naast Fransen (50% bij infanterie, 35% bij cavalerie) waren ook Italianen, Polen, Pruisen, Zwitsers, Nederlanders, Duitsers en Spanjaarden vertegenwoordigd. Het leger werd "La Grande Armée" genoemd. Veel van de soldaten waren nog onder de twintig en waren geronseld uit weeshuizen.[bron?] Op 22 juni verklaarde Napoleon aan Rusland de oorlog. Hij inspecteerde zijn troepen die dag. De volgende dag begon hij met de oversteek van de Memel. De oversteek werd gecompleteerd op 24 juni, waarna hij Rusland verder binnenviel. "Over twee maanden vraagt Rusland mij om vrede" ('Avant deux mois, la Russie me demandera la paix'), zei hij.[bron?] Helaas voor Napoleon werd er niet gevochten in Finland (door de Zweden), en ook niet via de Balkan. Toen de Russen zagen hoe groot het leger van Napoleon was, trokken ze zich terug. Op hun terugweg pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe, ze vernielden alles wat maar bruikbaar zou kunnen zijn voor Napoleon, en vergiftigden zelfs de waterputten. In het leger van Napoleon braken allerlei besmettelijke ziekten uit, zoals tuberculose en vlektyfus. Napoleon had gedacht de Russen vlak over de grens al te verslaan en verder van het veroverde land te leven, maar moest een uitputtende tocht maken met schermutselingen en gebrek aan voorraden.

Napoleon nam zich voor om door te gaan tot de Russische stad Vitebsk en daar slag te leveren, of om te keren. Maar ook daar waren de Russen hem op 18 juli ontkomen. Napoleon koos ervoor om door te gaan, omdat de andere opties om uitgedund terug te keren in Parijs of te overwinteren hem niets leken. Napoleon dacht dat bij Smolensk Alexander zeker zou gaan strijden. Op 15 augustus bereikte het Franse leger de Dnjepr. Bij Smolensk vonden op 17 augustus daadwerkelijk gevechten plaats, maar niet de beslissende waarop Napoleon gehoopt had. Hierop trok het Russische leger zich verder terug. Napoleon koos er weer voor om door te gaan. Tsaar Alexander I droeg het bevel over de twee Russische legers over aan veldmaarschalk Michail Koetoezov en droeg hem op eindelijk het gevecht met de Fransen aan te gaan. Die confrontatie zou plaatsvinden bij Borodino. Een groot aantal Franse soldaten was onderweg gestorven of gedeserteerd en er moesten eenheden achterblijven om zijn flanken en bevoorradingslijnen te beschermen. Op 5 september leverde felle strijd de Fransen controle op over de Schevardino-redoute, die een sleutelpositie innam voor hun verdere opmars. Op 6 september werd een adempauze ingelast, waarop op 7 september de strijd verderging. De Slag bij Borodino verliep aanvankelijk gunstig voor de Fransen. Prins Eugène veroverde Borodino, en maarschalk Ney nam delen in van een belangrijke defensieve positie die bekendstond als de Drie Pijlen. Ney vroeg Napoleon de cavalerie van de Keizerlijke Garde in te zetten voor een beslissende actie, maar Napoleon weigerde dit, omdat dit een te grote gok zou zijn geweest. Delen van de Franse troepen lagen uren onder vuur, zonder aan de strijd te mogen of te kunnen deelnemen. De Fransen doorstonden echter de kogelregens van de Russen, en ze wisten de belangrijke Grote of Rajevski-redoute in handen te krijgen. Het aantal gesneuvelden was hoog: 25.000 Fransen en 50.000 Russen. ’s Nachts verlieten de Russen vrijwel ongemoeid het slagveld en ze trokken zich terug. De Russen werden niet achtervolgd door Murats cavalerie, want Napoleon koos ervoor zijn overwinning te consolideren.

Na 800 kilometer in 82 dagen bereikte hij Moskou. Op dat moment was al meer dan de helft van het leger van Napoleon omgekomen, en nog steeds had hij geen beslissende slag kunnen leveren. De Russische verliezen waren groter, maar de Russen konden deze nog aanzuiveren. Het Russische leger onder aanvoering van veldmaarschalk Michail Koetoezov had besloten Moskou niet te verdedigen, maar de stad te evacueren, en ook het leger oostelijk van Moskou terug te trekken. Napoleon "kreeg" Moskou wel, maar de tsaar hoefde zich niet over te geven. Bovendien staken de Russen ook hun eigen "tweede hoofdstad" in brand om zo Napoleon uit te putten. De Russen wilden geen vredesverdrag, en door tekort aan voedsel kon Napoleon niet anders doen dan zich terugtrekken. De grote brand in Moskou droeg zeker bij aan de Russische eindzege, maar de gouverneur Rostoptsjin beleefde er weinig plezier aan. Het aanstichten van de brand is hem tot zijn dood kwalijk genomen.

Napoleons terugtocht uit Rusland

De terugtocht uit Rusland was verschrikkelijk. Napoleon was al 400.000 soldaten en 100.000 paarden verloren tijdens de heenreis en nu zouden er nog veel bijkomen. Diegene die waren overgebleven waren redelijk uitgerust, voldoende gevoed en goed getraind. Het was vooral de jonge lichting die het begeven had. Napoleon besloot door een verkeerd uitgevoerde verkenning toch dezelfde weg terug te nemen. Dit was een grote fout. Alles was al kaalgeplukt en kaal geroofd. Vervolgens viel de winter in en vanaf 6 november kwam de temperatuur niet meer boven het vriespunt, hoewel de temperatuur voor Russische begrippen nog hoog te noemen was. Veel soldaten stierven door bevriezing, mede doordat ze zo slecht gekleed waren. De wegen waren door bevriezing onbegaanbaar, de weinige paarden die nog over waren braken hun benen en de vele gewonden vielen uit karren en werden verpletterd.[bron?] Toen het leger de rivier de Berezina overstak, begaf een van de geïmproviseerde bruggen het, waarbij vele soldaten in het ijskoude water omkwamen. Het leger werd steeds aangevallen, en toen het op 18 december 1812 de Russische grens bereikte was nog ongeveer een derde van de soldaten in leven.

Napoleon wist dat de tocht naar Rusland een enorme blunder was, maar gaf de strenge winter - die in verband wordt gebracht met een aantal vulkaanuitbarstingen en El Niño[bron?] - de schuld. De rampzalig verlopen veldtocht leidde tot een anti-Franse stemming in alle landen onder Frans gezag en tot onrust in Italië, de Nederlanden en Zwitserland. In Spanje raakten de Fransen in het defensief. Pruisen, tot dan toe een onwillige bondgenoot, verklaarde de keizer de oorlog. Rusland stond dus niet langer alleen. Frankrijk gaf zich echter nog niet gewonnen en versterkte zijn leger. In mei 1813 versloegen de Fransen hun Pruisische en Russische tegenstanders te Lützen en bij de Slag bij Bautzen. Maar in augustus 1813 rukten drie tegen Napoleon verbonden legers op naar Saksen: de Oostenrijkers, een Russisch-Pruisisch leger en een legermacht van Zweden en Russen. Tussen 16 en 19 oktober vond bij Leipzig de grote Volkerenslag plaats, waarin Napoleon verpletterend werd verslagen. De keizer trok zich vervolgens terug achter de Rijn. Ondanks zijn desastreuze nederlaag hoopte hij Frankrijk nog voor een invasie te kunnen behoeden.

Met zijn resterende troepen (ondanks een tekort aan manschappen) kon hij toch nog de geallieerden een tijdje op afstand houden. Maar toen Napoleon naar Lotharingen trok om de geallieerde bevoorradingslijnen af te snijden, openden de Verbondenen onverwacht hun offensief richting de Franse hoofdstad. Deze bleek niet voldoende voorbereid op een dergelijke aanval. Op 31 maart 1814 werd Parijs veroverd. Napoleon werd op 6 april 1814 gedwongen afstand te doen van de troon, en werd verbannen naar Elba, een eiland in de Middellandse Zee vlakbij de kust van Italië. Lodewijk XVIII nam de macht in Frankrijk over. Hij ging echter tot nieuwe zuiveringen over (Witte Terreur).

Waterloo

1rightarrow.png Zie Honderd Dagen (1815) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tien maanden na de verbanning naar Elba ontsnapte Napoleon. Hij landde bij Juan-les-Pins en ging terug naar Parijs. Hij reisde via de naar hem vernoemde 'route Napoleon' naar Grenoble, kreeg steun van legeronderdelen, en verder kreeg hij de steun van het volk dat niet tevreden was met Lodewijk XVIII. Deze gaf nog wel opdracht Napoleon te arresteren, maar alle agenten en legers die werden gestuurd liepen naar Napoleon over. Het volk was de Witte Terreur zat, en bij het leger was Napoleon nog altijd zeer populair. Zij namen het op voor Napoleon, en Lodewijk vluchtte naar Gent. De geallieerden, die op dat moment juist in Wenen een congres hadden belegd om de nieuwe grenzen van Europa te bepalen (zie Congres van Wenen), schrokken hiervan.

Nadat Napoleon de macht weer had overgenomen verklaarde hij slechts Frankrijk vreedzaam te willen regeren. De geallieerden geloofden hier niets van, dus stelde hij een nieuw leger samen. Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Engeland maakten zich klaar voor een nieuwe oorlog, Napoleon moest zich verdedigen om niet al te kwetsbaar over te komen.
Napoleon wilde in de Zuidelijke Nederlanden de Engelsen en de Pruisen verslaan, voordat ook de Oostenrijkers een leger konden sturen. De Fransen, de Engelsen en een klein contingent Nederlandse troepen troffen elkaar vlak bij Waterloo. Napoleon viel meerdere keren aan, maar de Engelsen, onder leiding van de hertog van Wellington, hielden stand en toen de Pruisen zich bij de Engelsen aansloten, verloor Napoleon op 18 juni 1815 de Slag bij Waterloo.

Door zijn soldaten aan hun lot over te laten, kon Napoleon ontsnappen. Hij vluchtte naar de havenstad Rochefort en wilde vandaar naar de Verenigde Staten. De haven werd echter door de Engelsen geblokkeerd, en Napoleon zag geen andere uitweg dan zich over te geven. Op 22 juni 1815 moest Napoleon voor de tweede keer afstand doen van de troon en dit keer voorgoed.

Ballingschap en dood op Sint-Helena

Praalgraf in de Dôme des Invalides in Parijs

De Engelsen beloofden hem aanvankelijk asiel in hun eigen land, maar eenmaal met Napoleon in handen verbraken ze die belofte en verbanden ze de keizer naar het afgelegen eiland Sint-Helena in de Atlantische Oceaan nabij Zuid-Afrika, waar hij overigens met respect door zijn bewakers werd behandeld.[bron?] Napoleon bracht zijn laatste jaren door met tuinieren, het schrijven van zijn herinneringen en het aanleren van de beginselen van de Engelse taal. Gedurende zijn zesjarige verblijf op Sint-Helena werd Napoleon onder anderen terzijde gestaan door graaf Charles-Tristan de Montholon, een voormalig brigadegeneraal en Louis-Joseph Marchand, die later executeurs testamentair van de keizer werden.

Op 5 mei 1821 stierf Napoleon Bonaparte op Sint-Helena, hij was toen 51 jaar oud. Oorspronkelijk werd aangenomen dat hij was overleden aan kanker, waarschijnlijk maagkanker. Er zou hierbij sprake zijn geweest van een erfelijke vorm van diffuse maagkanker, omdat ook zijn zus, zijn vader en zijn opa aan vaderszijde vermoedelijk aan deze kwaal zijn gestorven.[1] Uit later onderzoek is gebleken dat in zijn haar een hoge concentratie arsenicum aanwezig was, wat zou kunnen wijzen op moord. Recent onderzoek toonde echter aan dat die hoge concentraties arsenicum ook al in zijn haar aanwezig waren voordat hij werd verbannen. De ware doodsoorzaak kan dus alleen nog worden vastgesteld als er een autopsie op het lichaam mag worden uitgevoerd. Overigens werd arsenicum vaak voorgeschreven door artsen voor behandeling van maagklachten en psychische problemen. Napoleon had tijdens zijn succesvolle jaren al te lijden van maagklachten zodat hij dit middel waarschijnlijk van zijn eigen artsen al voorgeschreven kreeg.

Napoleons lichaam werd overgedragen aan Frankrijk en werd later in een praalgraf in de Dôme des Invalides te Parijs bijgezet. Dit is een van de bezienswaardigheden voor toeristen die de Franse hoofdstad aandoen.

Evaluatie

Napoleons kwaliteiten en foute inschattingen

Napoleon bleek als militair in opleiding uitzonderlijk goed te zijn in rekenen en kaartlezen. Hij heeft zelfs een meetkundige stelling, de Stelling van Napoleon, op zijn naam staan maar het is niet duidelijk of hij echt zelf deze stelling bewezen heeft. Het rekenen paste hij o.a. toe in de artillerie, bij het berekenen van de baan van een kanonskogel, het kaartlezen gebruikte hij zijn leven lang om vanaf (vaak slordige en foute) kaarten een goede positie en opstelling na te streven. Het blijkt dat Napoleon de slagen won, die hij op zijn zelfgekozen slagveld voerde. Een combinatie van die twee talenten leidde tot zijn capaciteit om een legerverplaatsing over vele honderden kilometers te plannen, waardoor hij een belangrijk of beslissend voordeel kon halen.

Karikatuur van Napoleon als Parijse notenkraker

Napoleon was een groot organisator. Hij heeft talloze bestuurlijke vernieuwingen doorgevoerd en in heel Europa een voorbeeld van een strak geregeld en doeltreffend bewind nagelaten. Hij was ook een bekwaam wetgever die zich door voortreffelijke juristen als Cambacérès liet adviseren.

Hij beging de fout dat hij het belang van de Engelse blokkade van Europese continentale havens (van Marseille tot aan Riga) onderschatte. Merkwaardig was dat de blokkade eenzijdig was: hoewel vanuit Engeland niets meer naar Europa mocht komen was uitvoer naar Engeland wel toegestaan; Frankrijk exporteerde graan en zonder dat graan zou Engeland verhongerd zijn.[bron?] Napoleon dacht nog in mercantilistische termen en dacht dat het stilleggen van de Britse export de Britse economie zou ruïneren.

Napoleon verkeek zich, zoals Adolf Hitler ruim een eeuw later, op het effect van de extreme winterkoude en de enorme afstanden in Rusland vergeleken met die van westelijk Europa. Zijn traditionele manier om zijn troepen 'van het land' te laten leven, dat wil zeggen door al plunderend op te marcheren, faalde in Rusland volledig vanwege de enorme omvang van zijn leger, de lange afstanden in Rusland en de verschroeide-aardetactiek van de Russen.

Hij ontwikkelde zich meer en meer tot een tiran. Censuur en een uitgebreide geheime politie onderdrukten alle kritiek op de keizer. Door steeds jongere rekruten op te roepen en voortdurend oorlog te blijven voeren putte hij Frankrijk demografisch en economisch uit.

Napoleon was een zeer bekwaam propagandist van zijn eigen zaak maar een slecht redenaar. Zowel bij zijn optreden voor de "Raad der Ouden" in Saint-Cloud tijdens zijn staatsgreep in 1799 als bij zijn rede voor de Senaat na de nederlaag in Rusland heeft Napoleon staan hakkelen[bron?] en sloeg zo een slecht figuur.

Waar zijn eigen macht niet in het geding was kon Napoleon tolerant en een ware zoon van de Franse Revolutie zijn. Hij emancipeerde de Joden en zag zich, theatraal als hij was, als de "Tweede Mozes" die een Groot Sanhedrin bijeen zou roepen. Van het inschakelen van de Joden voor de Keizerlijke zaak kwam echter weinig terecht en in 1812 beperkte Napoleon hun politieke en economische rechten weer. Hij werd desondanks geliefd bij de Europese Joden en Heinrich Heine vereerde de keizer.[bron?] De Napoleontische Code Pénal maakte een einde aan de vervolging van homoseksuelen. De slavernij werd door Napoleon daarentegen wèl verdedigd maar zijn poging om Santo Domingo te heroveren mislukte jammerlijk. Voor de vrouwenemancipatie had hij geen oog. Napoleon waardeerde ontwikkelde vrouwen als Madame de Staël beslist niet.[bron?]

De waardering van de persoon en zijn werk worden door de door Napoleon doelbewust gecreëerde legende gehinderd. Hij heeft zijn bekwaamste generaals stelselmatig belasterd en doodgezwegen. Op Sint-Helena is door de verbannen keizer zes jaar lang hard gewerkt aan een revisie van zijn loopbaan en de legende van de goedbedoelende, populaire staatsman. Alle mislukkingen werden op het conto van anderen geschreven. Door de verwrongen beeldvorming en de halve waarheden waarmee voor- en tegenstanders hun boeken vulden is het moeilijk om een objectief beeld van hem te krijgen.

De Napoleonliteratuur telde in 1946 al meer dan 100.000 werken. Sommige biografen zien hem als een hebzuchtige en nietsontziende tiran en trekken vergelijkingen met Hitler en Stalin. Anderen zien hem als de goedhartige "kleine korporaal" en benadrukken zijn prestaties.

Geopolitieke gevolgen

Napoleon bij het doorkruisen van de Alpen in 1799, door Jacques-Louis David (1800). In werkelijkheid bereed hij een ezel[2]

Napoleons veroveringen stimuleerden het Duitse nationalisme, dat Frankrijk nog parten zou gaan spelen en de opkomst van Rusland als een machtsfactor waarmee heel Europa rekening moest houden.

De Franse bezetting van Spanje vanaf 1808, die leidde tot de zes jaar durende Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, bood een groot deel van Spanjes Amerikaanse koloniën de kans zich onafhankelijk te maken. Van heel Latijns-Amerika bleven alleen Cuba en Puerto Rico nog onder Spaans gezag.

Het Franse streven om de verworvenheden van de Franse Revolutie te exporteren, is het minst succesvol gebleken en wellicht zelfs contraproductief geweest in Spanje, dat toch al achtergebleven en geïsoleerd was ten opzichte van de rest van West-Europa. Na de Franse tijd kwam in Spanje het uiterst reactionaire Carlisme op. Hoewel dit nooit de macht zou krijgen, werd het Spaanse isolement pas na 1975 echt doorbroken. Wat door de Fransen als vooruitgang was aangeprezen, ervoeren de Spanjaarden vooral als vernederingen en onbeschrijfelijke gruwelen, die door de Spaanse kunstenaar Francisco Goya zijn vereeuwigd in een serie etsen, de 'Desastres de la guerra'. In Spanje ontwikkelde zich tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog een nieuw type oorlog, de guerrilla, die door de Britten ijverig gesteund werd en waarop Napoleon en zijn kundige generaals geen goed antwoord hadden.

Frankrijk deed in 1803 afstand van de laatste kolonie op het Noord-Amerikaanse continent door verkoop aan de Verenigde Staten van Louisiana, dat vele malen meer omvatte dan de huidige deelstaat. Door de Louisiana Purchase verdubbelden de Verenigde Staten hun toenmalige grondgebied. De Franse Caraïbische slavenkolonie Haïti kon door middel van een opstand in 1804 onafhankelijk worden. Frankrijk had op het westelijk halfrond nog slechts Frans-Guyana en wat eilandjes in de Caraïbische Zee over.

Vernieuwingen ingevoerd tijdens het napoleontische bewind

Ondanks machtsmisbruik en zelfverrijking door Napoleon[3] is de invloed van de Franse Revolutie en de vervolgens door Napoleon geëxporteerde verworvenheden van de Revolutie op cultuur en bestuur van Europa van groot en blijvend belang gebleken. De feodalistische verhoudingen van het Ancien Régime in West- en Centraal-Europa, die al onder vuur lagen door de opkomst van de steeds invloedrijker wordende burgerij en door de volgelingen van de Verlichting, hadden een slag gekregen waarvan zij niet meer zouden herstellen. Niet adellijke afkomst, maar talent en opleiding werden doorslaggevend voor het bekleden van machtsposities. Loyaliteit werd in de eerste plaats verschuldigd aan het centrale gezag in plaats van aan een lokale (feodale) machthebber. Daarmee werd de weg vrijgemaakt voor het nationalisme en de daaruit voortkomende natiestaat.

Een aantal concrete verbeteringen zijn:

  • Verkeer: in continentaal Europa wordt sinds Napoleon vrijwel overal rechts gereden.[4] Het Europese wegennet werd fors uitgebreid met een reeks verbindingen tussen grote steden die vaak lijnrecht waren. Deze zijn ook nu nog herkenbaar als "route nationale". In Nederland zijn nog altijd, in die tijd aangelegde, wegen bekend als Napoleonsweg.
  • In het gehele gebied werden dezelfde maten en gewichten zoals de kilo, de meter en de liter ingevoerd; oude lokale maten werden afgeschaft.
  • Een gestandaardiseerde registratie van geboorten, huwelijken, echtscheidingen en overlijdens werd ingevoerd: de Burgerlijke Stand. Mensen moesten een definitieve spellingswijze van de veelal al bestaande achternaam opgeven. In de meeste streken van Nederland bestonden 'vaste' achternamen soms al sinds de middeleeuwen. Alleen in het noorden van Nederland waren vele namen voor de verplichte registratie nog niet gefixeerd.[5]
  • Veel (burgerlijke) wetgeving stamt uit deze tijd, zie het artikel over de Code Napoléon.
  • De maatschappelijke standen werden afgeschaft en hiermee tevens de speciale voorrechten en privileges van de geestelijkheid en de aristocratie. Dezen hadden voortaan dezelfde rechten en plichten als de burgerij.[6]
  • Veel versnipperde kleine staatjes, vorstendommen en heerlijkheden werden samengevoegd tot grotere overzichtelijke eenheden zoals in het gebied van het aloude Heilige Roomse Rijk waar vele kleine vorstendommen en staatjes bijeen gevoegd werden door het door Napoleon opgelegde Reichsdeputationshauptschluss. Een voorbeeld was de nieuwe Rijnbond. In het gebied van Nederland werd in deze tijd het departement van de Neder-Maas gevormd: de latere provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit bestond voorheen uit talloze versnipperde gebiedjes en heerlijkheden. [7]
  • Onderwijs en gezondheidszorg werden beter geregeld en beter toegankelijk gemaakt voor de gewone burgers.[8]
  • Carrièremogelijkheden voor iedereen in overheidsbestuur en leger (de hogere functies hierin waren voorheen bijna uitsluitend het terrein van de aristocratie) omdat vanaf Napoleon iemands capaciteiten belangrijker werden dan iemands afkomst.[9]
  • Nadat Napoleon in 1815 was verslagen, werd de door Napoleon "geroofde" kunst teruggeëist door de betreffende landen. Het was een eis van de tweede Vrede van Parijs (1815). Het levenswerk van conservator Vivant Denon van het Musée Napoleon werd alzo tenietgedaan. De teruggekregen kunstwerken werden echter niet langer als de privé-collectie beschouwd van een koning of prins maar ondergebracht in openbare musea. Het was het begin van de nationale musea in de meeste Europese landen; in Nederland van het Rijksmuseum Amsterdam.

Familieleven

Napoleon was stichter van de dynastie Napoleon. Zijn broers werden geacht het huis Bonaparte te zijn. Tijdens zijn leven is hij twee maal getrouwd geweest. In beide gevallen had het huwelijk een politieke of dynastieke achtergrond. Zijn huwelijk met Joséphine de Beauharnais was gelukkig maar hij moest scheiden om zijn wankele keizerrijk een wettige erfgenaam te kunnen nalaten. Het huwelijk met de Oostenrijkse keizersdochter was een politieke alliantie. De jonge vrouw verliet haar echtgenoot toen zij de kans kreeg en weigerde zich in de zomer van 1815 op Sint-Helena bij hem te voegen.

Napoleon zag zich na de dood van zijn vader als gezinshoofd. Hij bevorderde de loopbanen van zijn broers en verhief hen op hoge posten. De familiezieke Napoleon zag hun onbekwaamheid en hun corruptie door de vingers zoals hij dat ook bij zijn medewerkers deed. Op Sint-Helena noemde hij zijn verwanten "domkoppen, dieven en hoeren".[10]

Vrouwen en kinderen

Napoleons enige wettige zoon, Napoleon II

Napoleon had talloze liefdesaffaires met vrouwen en verwekte verschillende buitenechtelijke kinderen, naast zijn enige wettige zoon Napoleon II. De eerste belangrijke vrouw in zijn leven was Désirée Clary, de schoonzuster van Jozef Bonaparte en latere koningin van Zweden. Zij en Napoleon waren sinds 1794 samen en in 1795 en 1796 verloofd. Désirée huwde in 1798 Jean-Baptiste Bernadotte, de latere koning Karel XIV van Zweden.

Napoleon trad in 1796 in het huwelijk met Joséphine de Beauharnais (geboren als Marie-Josèph-Rose Tascher de la Pagerie), weduwe van Alexandre de Beauharnais en de maîtresse van de Franse machthebber Paul Barras (geruchten deden de ronde dat Barras eigenlijk homoseksueel was). Het huwelijk was stormachtig maar gelukkig. Napoleon nam de rol van vader over haar twee kinderen Eugène en Hortense en hun nichtje Stéphanie. Joséphine werd keizerin der Fransen, maar omdat zij de keizer geen kinderen schonk, liet deze zich op 5 december 1809 van haar scheiden. Gedurende zijn huwelijk met Joséphine verwekte Napoleon twee onwettige kinderen:

Beide zoons hadden nakomelingen.

Om zijn keizerschap te legitimeren dwong Napoleon in 1810 een huwelijk af met Marie Louise van Oostenrijk, dochter van de Oostenrijkse keizer Frans I. Ook zij werd keizerin en schonk Napoleon in 1811 een zoon: Frans Karel Jozef (Napoleon II), koning van Rome, later hertog van Reichstadt.

Verdere kinderen waarvan wordt vermoed dat Napoleon de vader is:

Napoleons commentaar op al deze veronderstelde liaisons werd door graaf de Las Cases opgetekend als "Hoe zou ik bij dit alles ooit tijd hebben gehad Europa te veroveren". Goethe noemde Napoleon "Keusch wie Eisen".

Zie ook

Externe link

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. B. Solokoff, Predisposition to cancer in the Bonaparte family, Am J Surg. 1938; 40: 673-678
  2. A. Lentin, The Napoleonic Phenomenon: From Enlightenment to Romanticism c.1780-1830, Open University Worldwide Ltd, 2004, p. 26
  3. Napoleon, Jacques Presser, 1946, Amsterdam
  4. Zweden schakelde pas over naar rechts rijden op 3 september 1967.
  5. Er bestaat een hardnekkige mythe dat mensen 'ludieke' achternamen als Naaktgeboren of Poepjes kozen; in werkelijkheid bestonden deze namen al langer, en zijn ze niet specifiek bij de vastlegging van de namen 'bedacht'. Zo is Poepjes het patroniem van de Friese naam Poppo, en bestonden bijnamen als Naaktgeboren al vóór de Franse tijd.Netwerk Naamkunde | De naammythe van Napoleon
  6. De vraag is alleen of dit echt de verdiensten waren van Napoleon zelf. Volgens de gerenommeerd historicus Pieter Geyl heeft Napoleon slechts het proces kunnen bevorderen door de veranderingen in de tijd. Hij schafte dan misschien mede door de revolutie de oude standen af, maar er kwam een nieuwe aristocratie op, de notabelen. Hun rijkdom en invloed namen toe onder het bewind van keizer Napoleon.
  7. Het klopt dat Napoleon heeft bijgedragen aan het vormen van grotere eenheden. Sommigen hebben echter twijfels over de werkelijke intenties van Napoleon. Had dit wel een nobel doel en is dat ook aan te merken als een concrete verbetering? Napoleon was bezig met het oprichten van een rijk dat zich eeuwig moest uitbreiden en uiteindelijk het hele Europese vaste land moest opslokken. Hier uit zou men de conclusie kunnen trekken dat Napoleon niet meer was dan een op macht uit zijnde dictator en niet iemand die met concrete verbeteringen bezig was voor de toekomst en het volk.
  8. Maar hier kan wel een kanttekening bij worden gemaakt. Men kan hem ‘de keizer van de Professoren’ noemen, echter hij was een ware hater van de vrije gedachte. Napoleon heeft zelf ook nog een uitleg gegeven met welk doel hij het onderwijs aan het hervormen was; 'Mijn voornaamste doel is een middel om aan politieke en morele inzichten leiding te geven'.[bron?] Kortweg was hij dus niet bezig met verbeteringen maar met indoctrinatie van zijn ideologie.
  9. Napoleon wist handig gebruik te maken van de dienstplicht. Dit heeft hij niet zelf bedacht; dit was al in de revolutie ingevoerd om de huur- of beroepslegers te vervangen. Ook hierbij zou iedereen gelijkwaardig moeten zijn; iedereen kon opgeroepen worden. De opgeroepenen moesten loten om te kijken of ze ook in dienst moesten. Lage nummers moesten daadwerkelijk in dienst, hoge nummers hadden vrijstelling. Het was echter toegestaan om je lot te 'ruilen' met iemand anders. Iemand die rijk was kon op deze manier makkelijk van zijn lot afkomen. Hij gaf dan gewoon iemand die arm was geld om in zijn plaats in het leger te gaan. Op die manier ontstond er een leger van armen, want de rijken ontweken massaal het leger. Er was nog meer ongelijkheid dan alleen die tussen arm en rijk. Joden mochten zich sinds 19 maart 1808 niet meer laten vervangen. Voor hen gold de regeling dus niet dat ze hun lot mochten ruilen - als zij een laag nummer trokken, moesten ze sowieso in dienst.
  10. Presser Blz. 500

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen