Karel VII van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel VII
1403-1461
Karel7.JPG
Koning van Frankrijk
Periode 1422-1461
Voorganger Karel VI
Opvolger Lodewijk XI
Graaf van Poitiers
Periode 1417-1422
Voorganger Jan van Touraine
Vader Karel VI van Frankrijk
Moeder Isabella van Beieren
Dynastie Huis Valois

Karel VII (Parijs, 22 februari 1403- Mehun-sur-Yèvre, 22 juli 1461) was koning van Frankrijk van 1422 tot aan zijn dood. Hij was de zoon van de mentaal gestoorde Karel VI uit het Huis Valois en Isabella van Beieren.

Hij oefende aanvankelijk slechts het feitelijk gezag uit over een beperkt deel van het koninkrijk, en moest zich verzetten tegen de aanspraken van de zich eveneens koning van Frankrijk noemende Engelse vorst Hendrik VI, die met de steun van de Bourgondiërs het gebied ten noorden van de Loire en Gascogne in het zuiden beheerste. Daarom werd hij ook spottenderwijs koning van Bourges genoemd. Hij leed vermoedelijk aan de bipolaire stoornis: hij werd onder meer verteerd door dwanggedachten over zijn afkomst, omdat het losbandige gedrag van zijn moeder, Isabella van Beieren, schandalen had veroorzaakt. Yolande van Aragón, de hertogin van Anjou, stelde hem onder haar bescherming en zou grote invloed op hem en de Franse politiek uitoefenen. In 1422 trouwde hij met haar dochter, Maria.

Een grote rol in zijn morele rehabilitatie als koning speelde het mysterieuze optreden van Jeanne d'Arc. Toen deze, na een aantal spectaculaire militaire successen, de karakterloze Karel ertoe overhaalde zich volgens de traditie tot koning te laten kronen in Reims op 17 juli 1429 scheen het tij definitief gekeerd. Karel viel evenwel spoedig daarna terug in zijn apathie en miste de kans tot herstel van de Franse eenheid. Het strekt hem niet tot eer dat hij geen enkele poging heeft ondernomen om zijn weldoenster Jeanne d'Arc uit de klauwen van de Engelsen te redden.

Hij slaagde er pas in het Franse gezag te herstellen nadat in 1435 de Bourgondische hertog Filips de Goede zich door de Vrede van Atrecht met hem had verzoend en tegelijkertijd interne tegenstellingen de Engelse weerbaarheid gebroken hadden. In 1444 waren Île-de-France en Gascogne opnieuw onder Karels controle gekomen, in 1449/1450 ook Normandië, en in 1451 Bordeaux en Bayonne.

Belangrijker nog dan het territoriale herstel was zijn reorganisatie van leger en financiën de basis van het latere vorstelijk absolutisme. Karel heeft hiervoor op uitstekende medewerkers een beroep gedaan: Pierre de Brézé, Jacques Coeur e.a., terwijl ook zijn maîtresse, Agnès Sorel, zijn aandacht vestigde op de problemen waarmee zijn koninkrijk worstelde, en hem tot energieker reageren aanmoedigde. Op militair gebied werkte hij aan de oprichting van een staand beroepsleger, dat de uitspattingen van de vroegere ongedisciplineerde legerbenden moest uitschakelen. Om deze onderneming te financieren, creëerde Karel belastingen (tailles) die niet onderworpen waren aan de voorafgaande toestemming van de Staten. Op kerkelijk terrein betekende de Pragmatieke Sanctie van Bourges (1438) eveneens een stap in de richting van het vorstelijk absolutisme, omdat daardoor de Franse kerk rechtstreekser onder het gezag van de koning werd geplaatst. Verzet tegen de groeiende koningsmacht rees vooral onder de adel, die onder meer in 1440 revolteerde (de praguerie), terwijl Karel na 1456 vaak had af te rekenen met de intriges van zijn zoon Lodewijk.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Karel huwde in 1422 met Maria van Anjou (1404-1463), dochter van Lodewijk II van Anjou, en werd de vader van: