Hugo Capet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hugo Capet
940-996
Hugues capet.jpg
Koning van Frankrijk
Periode 987-996
Voorganger Lodewijk V
Opvolger Robert II
Vader Hugo de Grote
Moeder Hedwig van Saksen

Hugo Capet (Frans: Hugues Capet) (Parijs, ca. 940 - Les Juifs bij Chartres, 24 oktober 996) was koning van Frankrijk van 987 tot 996. Zijn bijnaam Capet betekent "een mantel dragend" en werd hem waarschijnlijk gegeven ter onderscheid van zijn vader Hugo de Grote.

Erfenis[bewerken]

Hugo de Grote was in zijn tijd de machtigste man van Frankrijk, zelfs machtiger dan de koning. Bij de dood van zijn vader erfde Hugo Capet de meeste van zijn bezittingen en titels: Hugo werd hertog van de Franken (Neustrië), graaf van Parijs, Orléans, Poitou, Tours, etc., en lekenabt van o.a. Saint-Martin te Tours, Saint-Germain te Auxerre, St. Aignan te Orléans, Saint-Quentin en Sint-Vaast. Zijn broer Otto werd bovendien hertog van Bourgondië. De paus noemde hem de “glorierijke prins van de Franken”. Omdat Hugo nog minderjarig was traden zijn moeder Hedwig van Saksen en zijn oom Bruno, aartsbisschop van Keulen, op als regent. Zij waren zuster en broer van keizer Otto I de Grote.

De machtige Franse edelen maakten gebruik van Hugo's minderjarigheid door hun positie ten koste van hem te versterken, bv: Willem III van Aquitanië die de Poitou tegen Hugo wist te behouden, Theobald I van Blois die Chartres en Châteaudun verwierf, en Fulco II van Anjou die de omgeving van Nantes in handen kreeg.

Hertog[bewerken]

Als hertog voerde Hugo een voorzichtig beleid waarbij hij twee doelen nastreefde:

  • het behoud van zijn eigen dominante positie binnen Frankrijk, waarbij hij gebruik maakte van de steun van de verwante Duitse keizers
  • het behoud van de onafhankelijkheid van Frankrijk ten opzichte van Duitsland.

Hierbij was Hugo een bondgenoot van aartsbisschop Adalbero van Reims, die bang was dat Frankrijk een vazalstaat van Duitsland zou worden.

Ca. 968 verbeterde Hugo zijn betrekkingen met Willem IV van Aquitanië door met diens zuster te trouwen. In 978 beschermde Hugo koning Lotharius van Frankrijk in Étampes en verdedigde Parijs tegen Otto II, nadat Lotharius een riskante plundertocht naar Aken had ondernomen. In 981 veroverde Hugo Montrieul, ook bezocht hij in dat jaar Otto II in Rome. In 986 klaagde Lotharius Adalbero aan wegens hoogverraad. Hugo bestormde de rechtszitting en de koning kwam daarbij om het leven. Dit bleef zonder gevolgen voor Hugo.

Koning[bewerken]

Na de onverwachte dood van Lotharius' zoon Lodewijk de Doeniet in 987, hij stierf kinderloos na een jachtongeval, werd Hugo op 3 juli 987 te Senlis tot koning gekozen. Adalbero steunde hem met de volgende argumentatie: Het koningschap krijgt men niet op grond van erfrecht; men moet slechts hem op de troon verheffen, die zich zowel door zijn lichamelijke welgeschapenheid als door zijn geestelijke wijsheid onderscheidt, die door het geloof gesterkt en door grootmoedigheid gesteund wordt..[1] Hugo werd in Noyon of Reims gekroond en liet nog op 30 december 987 zijn zoon Robert II tot medekoning kronen, een poging om zijn opvolging te verzekeren.

Hoewel het eigenlijke grondbezit van Hugo veel kleiner was dan van zijn vader of van zijn belangrijke vazallen, had hij wel controle over Parijs, Orléans en een handvol kleinere steden, en over een aantal belangrijke abdijen en bisschopsbenoemingen in het noorden van Frankrijk. Zijn macht en rijkdom waren zo veel groter dan zijn grondbezit. Hij gebruikte de kerkelijke hervormingen, vooral de godsvredebeweging, om zijn gezag te vestigen en was goed bevriend met de abt van Cluny.

In 988 probeerde Karel van Neder-Lotharingen, een Karolinger en neef van Hugo, de troon te verwerven ten koste van Hugo. Karel veroverde Laon en liet zich tot koning kronen. Hugo belegerde de stad twee keer zonder resultaat. Hugo verbond zich met Odo I van Blois, in ruil voor het graafschap Dreux. In 991 kon Hugo Karel gevangennemen door verraad van de bisschop Arnulf van Laon (een neef van Karel maar benoemd door Hugo). Dit gaf overigens nog aanleiding tot heftige conflicten over diens positie, vooral binnen de kerk waarbij de bondgenoten van Hugo natuurlijk bisschop Arnulf steunen. Karel werd met zijn gezin gevangengezet in Orléans en zou daar overlijden.

Hugo verbond zich vervolgens met de graven van Normandië en Anjou, tegen Odo van Blois die Melun had geannexeerd. Melun werd heroverd maar Odo veroverde Nantes, dat weer werd terugveroverd. Toen Anjou weer te veel macht kreeg, viel dit bondgenootschap weer uiteen. De graaf van Barcelona (formeel deel van Frankrijk maar feitelijk al bijna 100 jaar onafhankelijk) deed een beroep op Hugo om steun tegen de Moren. Hugo wilde die verlenen in ruil voor erkenning als leenheer, maar uiteindelijk gebeurde er niets. In 993 werd een complot van Odo van Blois en de bisschop van Laon ontdekt, om Hugo te ontvoeren en over te dragen aan keizer Otto III. Dit bleef zonder gevolgen voor de betrokkenen. Na de dood van Odo in 996 weigerde Hugo een huwelijk van zijn zoon Robert met Odo's weduwe Bertha van Bourgondië. Hoewel Robert en Bertha oprecht van elkaar hielden (een bijzonderheid voor een koninklijk huwelijk in die tijd) en ondanks de grote voordelen (o.a. Bourgondië), gaf Hugo geen toestemming wegens bloedverwantschap. Hugo overleed aan de pokken en werd in Saint Denis begraven, voor het altaar van de heilige drie-eenheid naast zijn voorvader Odo I van Frankrijk. Robert verstootte prompt zijn vrouw en maakte Bertha zijn minnares en later ook zijn vrouw - en kreeg daarop grote problemen met de paus vanwege hun bloedverwantschap.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Hij was gehuwd met Adelheid van Aquitanië (945/952-1004), dochter van Adelheid van Normandië en van Willem III van Aquitanië graaf van Poitiers van 934 tot 963, en hertog van Aquitanië van 928 tot 963. Zij hadden vier kinderen:

Mogelijk had Hugo nog een buitenechtelijke zoon Gauzelin (ovl. 1030), abt van de abdij van Fleury en door Robert II benoemd tot aartsbisschop van Bourges.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Hugo Capet (940-996)
Overgrootouders Robert IV de Sterke (820-866)

Adelheid van Tours (-866)
Herbert I van Vermandois (850-907)

Bertha van Morvois (862-907)
Otto I van Saksen (850–912)

Hedwig van Babenberg (956-1003)
Diederik (-)

Reinhilde (-)
Grootouders Robert van Bourgondië (866-923)
∞ 895
Beatrix van Vermandois (880-931)
Hendrik de Vogelaar (876-936)
∞ 909
Mathilde van Ringelheim (895-968)
Ouders Hugo de Grote (897-956)
∞ 938
Hedwig van Saksen (914-965)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jansen, H.P.H. (1981) Geschiedenis van de Middeleeuwen, derde druk, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht - Antwerpen, ISBN 9027453772, p. 206.