Saint-Quentin (Aisne)
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
| Regio | Picardië | ||
| Departement | Aisne (02) | ||
| Arrondissement | Saint-Quentin | ||
| Kanton | hoofdplaats van 3 kantons: Saint-Quentin-Centre, Saint-Quentin-Nord en Saint-Quentin-Sud | ||
| Coördinaten | 49°50'N 3°17'E | ||
|
|
|||
| Oppervlakte | 22,56 km² | ||
| Inwoners (1 jan. 2009) | 55.971 (2.481 inw/km²) | ||
| Hoogte | 68 - 125 m | ||
|
|
|||
| Postcode | 02100 | ||
| INSEE-code | 02691 | ||
|
|
|||
| Monument voor de oorlogen in 1557, 1870-1871 en 1914-1918 | |||
|
|||
Saint-Quentin (soms in het Nederlands vertaald als: Sint-Kwintens) is een stad in het Noord-Franse Picardië, grofweg halverwege gelegen tussen Parijs, Rijsel en Brussel. Dicht bij Saint-Quentin ontspringen de Somme en de Schelde. Saint-Quentin vormt een onder-prefectuur in het departement Aisne. Het gemeentegebied telt drie kantons (kanton Saint-Quentin-Centre, -Nord en -Sud). De stad telde in 2000 ruim 59.000 inwoners.
Inhoud |
Romeinse tijd [bewerken]
Op de plaats van Saint-Quentin lag in de Romeinse tijd de nederzetting Augusta Viromanduorum, genoemd naar de Keltische Viromandui. Als stichtingsjaar wordt door de gemeente 27 v.Chr. genoemd. De huidige plaatsnaam is afgeleid van de martelaar Quintinus, die in Gallië missioneerde en rond 300 in Saint-Quentin werd vermoord. In Saint-Quentin ligt de van oorsprong 13e-eeuwse gotische basiliek, waarvan de bouw in de 15e eeuw werd beëindigd. Het patrocinium van deze Sint-Quintinus-basiliek gaat terug op de verering van de missionaris Quintinus, rond wiens graf in de 7e-9e eeuw de abdij van Saint-Quentin ontstond. In de 9e eeuw waren Hugo (zoon van Karel de Grote) en Lodewijk (kleinzoon van Karel de Grote) er abt.
Omdat Saint-Quentin eeuwenlang een strategische ligging heeft ingenomen, is de stad steeds opnieuw in strijd verwikkeld geweest, zowel in de 16e eeuw als tijdens de Frans-Duitse Oorlog en de Eerste Wereldoorlog. Omdat de stad in 1914-1918 vrijwel geheel werd verwoest heeft de wederopbouw in de jaren 1920 voor een groot aantal gebouwen in art-decostijl gezorgd.
Bezienswaardig [bewerken]
Bekende gebouwen zijn het stadhuis uit 1509, de op kilometers zichtbare romaanse basiliek, het theater Jean Vilar, het grote Palais de Fervaques en het station, opgetrokken in rode baksteen.
Bekend is het vlindermuseum met een zeer grote collectie.
Geografie [bewerken]
De onderstaande kaart toont de ligging van Saint-Quentin (Aisne) met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.
Demografie [bewerken]
Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).
Verkeer en vervoer [bewerken]
In de gemeente ligt spoorwegstation Saint-Quentin. Saint-Quentin was een hoofdstation op de internationale spoorlijn Parijs - Brussel. Het belang is minder sinds de openstelling van de TGV-nord, maar er zijn nog steeds goede verbindingen met onder meer Parijs per TER-treinen.
Verder ligt Saint-Quentin gelegen aan het Canal de Saint-Quentin waarmee de stad aangesloten is op vaarwegen.
Sinds 1985 is er een autotolweg A26 richting Cambrai opengesteld. Later is het aansluitend wegdeel naar het zuiden richting Reims geopend.
Bekende personen uit Saint-Quentin [bewerken]
- Dudo van Saint-Quentin (ca. 970- ca. 1043), geschiedschrijver aan het hof van de hertogen van Normandië
- Charles Gobinet (1613-1690), theoloog
- Maurice Quentin de La Tour (1704-1788), schilder; hofschilder van Lodewijk XV
- Gracchus Babeuf (1760-1797), journalist, revolutionair en agitator tijdens de Franse Revolutie
- Charles Rogier (1800-1885), een van de grondleggers van de Belgische staat, premier van België
- Léon Jean Dehon (1843-1925), rooms-katholiek priester en stichter van de congregatie van het Heilig Hart
- Amédée Ozenfant (1886-1966), kunstschilder, vertegenwoordiger van het puristisch kubisme
- Jacques Debary (1914-2011), acteur
- Maurice Dugowson (1938-1999), filmregisseur
- Jean-Marie Lefèvre (1953), dichter
- Francis Moreau (21 juli 1965), wielrenner
| Zie de categorie Saint-Quentin van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |