Kelten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Kelten in Europa en Anatolië, vroeger en nu:

██ Hallstatt kerngebied, rond de 6e eeuw v.Chr.

██ Andere delen van Europa waar vroeger Kelten woonden.

██ De zes overgebleven Keltische gebieden.

██ Gebieden waar thans nog een Keltische taal wordt gesproken.

Met Kelten wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die gedurende het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. Een Kelt was een spreker van een Keltische taal.
Hun voorouders verspreidden zich vanuit een kerngebied in Centraal-Europa zowel in westelijke als oostelijke richting. Rond het begin van onze jaartelling bevolkten Keltische stammen de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland en delen van Midden-Europa en de Balkan. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

Kenmerkende elkaar opvolgende Keltische culturen zijn de Hallstatt-cultuur, de La Tène-periode gevolgd door de Gallo-Romeinse periode en ten slotte de periode van de Keltische naties tot op heden, zoals aangegeven op het kaartje hiernaast.

Naamherkomst[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Namen voor de Kelten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De volkeren die nu collectief benoemd worden als 'de Kelten' werden in klassieke bronnen ook aangeduid als 'Galli' (Romeinse historici) of 'Galatae' (Griekse bronnen en Polybius). Deze benamingen werden door schrijvers uit de 1e eeuw v.Chr. gezien als synoniemen voor het Griekse 'Keltoi' en het Latijnse 'Celtae'. Zo schreef Julius Caesar over de inwoners van Gallië: "Wij noemen hen Galliërs, maar in hun eigen taal noemen zij zichzelf Kelten."

De naam 'Kelt' is in veel geografische en andere namen terug te vinden, hoewel niet altijd even herkenbaar. Meest waarschijnlijk is de naamgeving afkomstig van de Griekse historici Hecataeus van Milete en Herodotus uit de 5e eeuw v.Chr.; zij noemden het volk dat aan de La Tène-cultuur was verbonden, en met wie zij handel dreven, Keltoi.[1] Dit werd later overgenomen door de Romeinen.

Sommigen hebben als stam wal, zoals:

Anderen hebben als stam gal, zoals de volgende:

(Ankara was aanvankelijk de Keltische stad Ancyra)

Geschiedenis[bewerken]

De Kelten, een oud Indo-Europees volk, bereikten het hoogtepunt van hun gebiedsuitbreiding in de 4e eeuw v.Chr., toen ze hun invloed lieten gelden in heel Europa, van Groot-Brittannië tot Klein-Azië.[2]

Oorsprong en verspreiding[bewerken]

Verspreiding Kelten over Europa
1: Oorsprongsgebied ten noorden van de Alpen
L: La Tène
H: Hallstatt
2: Grootste verspreiding in ongeveer 400 v.Chr.
B: Britse eilanden
G: Galatië in Klein-Azië
I: Iberisch schiereiland
Keltische opgravingen in Galicië
Verdeling van Gallië tijdens de verovering door Julius Caesar rond 54 v.Chr.
Een Keltische godentriade

Belangrijke opgravingen uit het oorsprongsgebied van de Kelten (zuidelijk Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en oost-Frankrijk) werden in de 19e eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer de 6e eeuw v.Chr. trokken zij in noordwestelijke richting, tot zij rond 400 v.Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden, inclusief Britannia. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op.

Hoogtepunt van de keltische macht[bewerken]

In 335 v.Chr. trok volgens Strabo en Arianus een groep Keltische afgezanten naar Alexander de Grote ergens nabij de Donau waar hij de Balkanstammen bezocht. Ze werden er vriendelijk door hem ontvangen. Maar in de tweede helft van de 4e eeuw v.Chr. vertrokken ook Keltische krijgers vanuit het bassin van de Karpaten en volgden de Donauvallei zuidwaarts. Archeologische vondsten in Pannonië zoals rijke krijgersgraven nabij Kostalac (Pecine), daterend uit het eind van die eeuw, bevestigen dit. Tegen het begin van de 3e eeuw v.Chr. trokken de Kelten op veldtocht door Macedonië en Griekenland.

Zij plunderden Delphi in 279 v.Chr., maar leden daar een nederlaag. Hun krijgers verspreidden zich vervolgens. Een deel van hen trok naar Asia Minor en dat werden de Galaten, een ander deel trok naar Thracië en een derde deel keerde langs de Donau terug onder leiding van Bathanatos en vestigde zich aan de samenvloeiing van deze rivier met de Sava ten oosten van Sirmium. Dit waren de Scordisci. In de 4de en 3de eeuw voor Chr. bezetten de Kelten ook Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden zelfs de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden.

Assimilatie van de Kelten[bewerken]

Vanaf 100 v.Chr. waren de rollen omgedraaid en veroverden op hun beurt de Romeinen - die hun imperium aan het uitbreiden waren - de meeste Keltische gebieden in Europa behalve delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. Veel Kelten werden uitgemoord, anderen werden geromaniseerd. Op die manier verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties binnen het Romeinse Rijk. Alleen in afgelegen streken op het minder dichtbevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

Cultuur[bewerken]

De Kelten hebben nooit een politieke eenheid gevormd. Integendeel: ze bestonden uit verschillende stammen die elkaar vaak juist bestreden. Die verdeeldheid kwam Julius Caesar goed uit bij zijn verovering van Gallia. Het is ook niet duidelijk of de Kelten zichzelf Kelt noemden, want dat is de naam die de Grieken hen gaven. Het komt van het Griekse woord 'Keltoi' wat 'Barbaar' betekent. De Romeinen noemden hen Galli.(In De Bello Gallico beschrijft Caesar dat ze in hun eigen taal Celtae, en in de Romeinse taal Galli worden genoemd.) De Kelten maakten vaak gebruik van reeds van voor hun opkomst daterende megalithische bouwwerken om er hun eigen rituelen uit te voeren(bijvoorbeeld in de steenkringen in Carnac, Frankrijk en in Stonehenge[bron?] in Wiltshire, Verenigd Koninkrijk). Daarnaast hadden ze ook heilige bomen, waterbronnen en andere natuurlijke plaatsen die een rol speelden in hun religie.

Religie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Keltische mythologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Keltische feestdagen[bewerken]

Het religieuze jaar was in vieren verdeeld door telkens een belangrijke overgangsdag, waarop werd feestgevierd, meestal meerdere dagen. Deze speelden een rol in de Keltische mythologie:

  • Samhain of Halloween: de vooravond van 31 oktober, als einde van het jaar en begin van het nieuwe.
  • Imbolc: de vooravond van 1 februari, gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Brigit.
  • Beltain: de vooravond van 1 mei, ter ere van de god van leven en dood Bel
  • Lugnasa of Lughnasadh: de vooravond van 1 augustus, voor de zonnegod Lugh en de viering van de oogst.

Bouwwerken[bewerken]

Heuvelforten[bewerken]

In heel Europa werden sinds het neolithicum al heuvelforten gebouwd, maar gedurende de IJzertijd namen ze toe in zowel omvang als aantal. Ze werden gebouwd op alleenstaande heuvels en hadden afhankelijk van de regio muren van hout of steen met daar omheen een greppel. Binnen de muren bevonden zich hutten, opslagplaatsen en andere gebouwen.

Oppida[bewerken]

Vooral in Gallia ontstonden grotere nederzettingen, niet alleen op heuvels, maar ook op lager gelegen plaatsen. Julius Caesar refereert hiernaar als oppida, maar soms ook als urbs (stad). Het Gallische woord is dunon dat we in een gelatiniseerde vorm terugvinden in plaatsnamen als Lugdunum en Camolodunum.

Murus Gallicus van de oppidum Bibracte
Vroege huizenbouw in onze regionen, gereconstrueerd in Altenburg bij Bundenbach im Hunsrück (Duitsland)
Bronzen helm uit de Keltische La Tène-cultuur
Laatste Keltische gebieden in Europa.
Tweetalige wegwijzers in Wales, opgesteld in het Welsh en Engels

Brochs[bewerken]

Langs de kusten van Schotland bouwde men in de tijdsperiode van de Kelten ronde stenen torens genaamd brochs. Er zijn geen teksten uit die periode overgebleven met betrekking tot de brochs. Men weet daarom niet welk volk ze gebouwd heeft.

Crannógs[bewerken]

Langs de meren en in de moerassen van Schotland bouwde men kunstmatige eilanden die crannógs genoemd worden. Ze bestonden uit een houten platform op palen met daarop een hal of hut. Ze waren met een enkele brug met het land verbonden.

Huizen en hutten[bewerken]

Huizen waren er naargelang de streek en de periode van allerlei soort, van eenvoudige hutten, lemen hutten tot langhuizen in natuursteen. De steenhuttentechniek dateert uit de bronstijd. Deze waren deels in de grond gebouwd, bij voorkeur in een beschutte del ergens op een hoogte. De platte stenen werden kringsgewijs en later ook in rechthoekige vorm op elkaar gestapeld, waarbij de hogere rijen telkens iets meer naar binnen overhelden, zodat het geheel ten slotte kon worden gesloten. Daar bovenop werden graspollen geplaatst, zodat bij regen het water ten slotte over het geheel naar beneden liep. Deze bouwtrant bood een goede isolatie in zomer en winter.

Viereckschanzen[bewerken]

Van Brittannië tot Bohemen zijn aangelegde plaatsen aangetroffen, waar in een groot vierkant een terrein door een aarden wal werd afgebakend, met daar omheen een sloot en binnenin enkele min of meer grote rechthoekige hutten. De functie van deze 'viereckenschanzen' is niet bekend. Volgens militaire experts zouden ze totaal ongeschikt zijn als verdedigingskamp. Men neemt aan dat het afgebakend gebied mogelijk een heiligdom inhield, bestemd voor bijeenkomsten en vieringen.

Rituele schachten[bewerken]

Er zijn ook diepe ronde schachten gevonden op diverse plaatsen van ca. 1 meter doorsnee en 30 tot 40 m diep. Ze dateren uit de bronstijd. Meestal zijn deze met allerlei voorwerpen opgevuld die als wijgeschenk zouden kunnen hebben gediend, zoals houten beelden, maar ook dierenbotten, aardewerk, takken en zelfs balken. Vaak zijn ze gelegen binnen een viereckenschanz.

Smeden[bewerken]

Metaalbewerking stond bij de Kelten op een zeer hoog niveau; de Romeinen en Grieken spraken hier vol bewondering over[bron?]. Opgravingen van kunstig bewerkte metalen voorwerpen bevestigen dit beeld. Een voorbeeld hiervan is de gouden sierband van een drinkhoorn uit een graf in Eigenbilzen, gemaakt rond 400 v.Chr., thans bewaard in de Kon. Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. De maliënkolder is een Keltische uitvinding die door de Romeinen is overgenomen[bron?].

Om hun nek hadden aristocratische Kelten vaak een gevlochten halsband van goud of van een minder edel metaal, torques. Volgens de schriftelijke bronnen[bron?] was de bewerking van textiel eveneens van hoog niveau, maar daarvan is bijna niets teruggevonden. Romeinse (ook weer schriftelijke) bronnen spraken over het - voor hen onbekende - gebruik van broeken of 'bracae'. Volgens diezelfde geschreven bronnen zou de Keltische klederdracht bontgekleurd zijn en veel patronen (zoals ruiten of strepen) hebben.

Krijgers[bewerken]

Volgens verslagen van Romeinse schrijvers waren de Kelten zeer krijgshaftig: ze streden dikwijls naakt met hun haren met kalk en leem opgestijfd tot een soort 'punkkapsel'. Vaak werkten de strijders zich op tot een staat van razernij/extase waardoor ze in de strijd geen vermoeidheid of angst meer voelden en doorgingen tot ze overwonnen of sneuvelden. Ook bij de Germanen werden deze 'berserkers' door de Romeinen waargenomen. Hun uiterlijk wordt beschreven als over het algemeen grote gespierde kerels, roodharig of blond met hangsnorren en vaak tatoeages op hun lichaam. Bij de strijd verfden ze hun lichamen met "oorlogskleuren".

Hedendaags Keltisch taal- en cultuurgebied[bewerken]

Tot op heden zijn de laatste levende Keltische talen terug te vinden in de uiterst westelijke delen van Europa:

Hoewel het Gallisch mogelijk nog tot in de Frankische tijd her en der gesproken werd, is de aanwezigheid van een Keltische taal in Bretagne (afgeleid van Britannia; de Romeinse naam voor het huidige Groot-Brittannië) toch eerder terug te voeren op vluchtelingen/migranten vanuit Groot-Brittannië, veroorzaakt door de Angelsaksische invasies in de 5e eeuw van dat eiland.

Tot de moderne Kelten worden vaak Ieren, Welsh en Schotten gerekend. Het Engelse woord Welsh is verwant aan het Nederlandse woord Waals; beide betekenen vreemd, buitenlands althans in de ogen van de Germaanstalige buren.

De Keltische talen zijn 'kleine' talen die met uitsterven bedreigd zijn. Ze worden steeds meer verdrongen door de officiële landstalen Engels (Ierland en V.K.) en Frans (Frankrijk), al geldt het Iers wettelijk als de eerste taal van Ierland, en bezitten het Welsh en het Schots officiële status. Deze talen worden tegenwoordig beschermd door de Europese Unie, die minderheidstalen steunt. De talen zijn in het openbare leven steeds vaker te zien en de media besteden meer tijd aan Keltische talen. Het Manx, gesproken op het eiland Man in de Ierse Zee, was eigenlijk al sinds de jaren 60 uitgestorven, maar is nieuw leven ingeblazen. Het Cornisch, dat reeds in de 18e eeuw was uitgestorven, is op kunstmatige wijze gereconstrueerd en kent heden ten dage in zijn nieuwe vorm enkele honderden sprekers. De situatie van het Iers is het positiefst; het wordt volop onderwezen en de taal is erkend als een officiële taal in de E.U. Daarnaast is door middel van volkstellingen vastgesteld dat de praktische kennis van het Welsh tussen 1991 en 2001 in Wales is toegenomen met ruim 7%. Belangrijk bij het reanimeren van een kleine taal is dat men de taal in het alledaagse leven betrekt; het onderwijzen ervan is immers op zichzelf ontoereikend, zolang de taal in kwestie niet in de normale omgang van alledag wordt gestimuleerd.

Kelten in de Lage Landen[bewerken]

Keltische woorden in het Nederlands[bewerken]

Hoewel het Nederlands grotendeels op het Germaans is terug te voeren zijn er nog wel een paar Keltische woorden in aan te treffen, bijvoorbeeld ambt, ambacht, kar en gijzel-. Ook de namen van metalen zoals ijzer en lood zijn waarschijnlijk op de Kelten -die als smeden beroemd waren- terug te voeren. Ook duin, lei(steen), bok, eed, erf(genaam) en kade. Een budget was oorspronkelijk een 'zak'. Plaatsnamen op -ik, -rijk (Doornik, Kortrijk, Kamerijk) komen van Keltisch -acum en hetzelfde geldt voor -dunum als in Lugdunum (Fort van Lugh). Ook woorden als broek (uit bracca; de Romeinen spraken spottend over Gallia bracata), mouton en Ardennen (godin Arduenna) zijn van Keltische oorsprong. Via het Frans kwamen ook woorden als baret, bek, broche, bruusk, changeren, crème, graveel, lans, mijn (als ertsader), saai, tronie (alle uit het Gallisch). Uit het Bretoens erfden we woorden als: menhir, bijou, dolmen (letterlijk 'tafelsteen'), harnas.

Uit het Schots Gaelisch komen woorden als klok, clan, cairn (steenstapel), plaid, slogan (letterlijk: 'oorlogskreet'). Uit het Iers: brogue (schoentype), whiskey, uit het Welsh: corgi (lett. 'dwerghond'), cromlech (lett. 'kromme steen'), flanel, pinguïn (lett. 'witkop').[3]

Volgens de Belgische taalkundige Maurits Gysseling zou in de Lage Landen oorspronkelijk een aparte Indo-Europese taal zijn gesproken, die hij 'Belgisch' noemde. Namen van steden als Doornik, Namen, Dinant, Luik en ook Ardennen zouden echter Keltisch zijn. Er zou ook een aristocratie vanuit Duitsland zijn geleverd, wat tot een zekere germanisering leidde.

Keltische goudschat in België[bewerken]

Tijdens graafwerkzaamheden in oktober 1995 in de Belgische stad Beringen werd een "torque" (halsring) gevonden, twee fragmenten van torques, een halve armband en 25 munten, alle van massief goud. Onderzoek wees uit dat het qua munten zogenaamde regenboogschoteltjes betroffen. De datering van de muntjes in Beringen is ongeveer 90 v.Chr.; ze hebben alleen een voorstelling, geen schrift. Opmerkelijk is dat vrijwel identieke torques-halsringen zijn gevonden in Niederzier (bij Düren in de Eifel) in 1978. Mogelijk is in beide gevallen dezelfde goudsmid aan het werk geweest. Van belang is echter dat de Belgische vondst de meest noordelijke is van de goudvondsten uit de (late) ijzertijd op het Europese vasteland[bron?].

In België is het gebruikelijk de bevolking van de late ijzertijd te omschrijven als Kelten. Nederlandse archeologen volgen deze gewoonte niet, en behelpen zich hooguit met een vage term als Keltisch-Germaanse bevolking. Toch is een aanduiding als 'Keltische goudschat' niet ongegrond. Uit Romeinse bronnen weten we dat dit gebied in de late ijzertijd werd bewoond door de Eburonen. Zowel de naam van de stam als de namen van de aanvoerders die Julius Caesar in 50 v.Chr. versloeg - Ambiorix en Catuvolcus - zijn Keltisch. Daar komt bij dat verschillende archeologische vondsten, waaronder deze uit Beringen, wijzen op nauwe culturele contacten met het Duitse midden-Rijn gebied en met het noordoosten van Frankrijk. Die streken waren onmiskenbaar Keltisch, zodat we tenminste in cultureel opzicht ook in Beringen met redelijke zekerheid van Kelten mogen gewagen.

De provincie verwierf de schat voor de som van vier miljoen frank (ongeveer 100.000 euro) en stelde hem permanent tentoon in het bekende Provinciaal Gallo-Romeins Museum van Tongeren.

Keltische munten in Nederland[bewerken]

In maart 2005 zijn er 17 Keltische munten gevonden in het plaatsje Echt (Limburg). De munten stammen uit 50-20 voor Christus. Het gaat om zilveren munten, vermengd met koper en goud. In oktober 2008 werd een groep van 39 gouden en 70 zilveren Keltische munten gevonden in de Maastrichtse wijk Amby.[4] De zilveren munten behoren tot de groep van de Rijnlandse 'regenboogschoteltjes'. Kenmerkend is het schotelvormige profiel met specifieke afbeeldingen, zoals een driebeen. De gouden munten worden toegeschreven aan de stam van de Eburonen.[5] In de afgelopen decennia zijn er in Zuid- en Midden-Nederland regelmatig losse Keltische munten gevonden, maar nooit zoveel tegelijk. Volgens archeologen bevestigt dit dat de Maasvallei tot de invloedssfeer van de Keltische La Tènecultuur behoorde.

Keltische volkeren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor een vollediger overzicht raadpleeg de lijst van Keltische stammen
Keltische volken tijdens en na de Hallstatt cultuur

Musea met Keltische archeologica[bewerken]

  • Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel
  • Museum van de Kelten (Musée des Celtes), Libramont
  • Musée Luxembourgeois, Aarlen
  • Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Tongeren
  • Rijksmuseum van Oudheden, Leiden
  • Keltenmuseum Hochdorf, Eberdingen-Hochdorf, Duitsland
  • Metropolitan Museum, New York, Verenigde Staten
  • Museum, Archäologischer Park, Forschungszentrum, Glauberg, Duitsland

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Celts.

Literatuur[bewerken]

  • Clerinx, Herman, Kelten en de Lage Landen. Davidsfonds, Leuven, 2005.
  • James, Simon, Ontdek de wereld van de Kelten. Becht, Haarlem, 1994.
  • Janssens, Ugo, De Oude Belgen. Geschiedenis, leefgewoontes, mythe en werkelijkheid van de Keltische stammen. Uitgeverij The House of Books, Antwerpen, 2007.
  • Kruta V., Frey, O.H., Raftery, B. & Szabo M.: The Celts - (The Origins of Europe), 1991, Thames & Hudson Ltd., Londen ISBN 978 0500 015247
  • MacAulay, Donald [red.], The Celtic languages. [Cambrigde Language Surveys]. Cambridge University Press, Cambridge, 1992.
  • Matthews, Caitlín, De mysterieuze wereld der Kelten. Atrium, Alphen aan den Rijn, 1997.
  • Roberts, Timothy R., Keltische mythen en legenden. Atrium, Alphen aan den Rijn, 1995.
  • Toorians, Lauran [red.], Kelten en de Nederlanden van prehistorie tot heden. [Orbis Linguarum 1]. Peeters, Leuven-Paris, 1998.
  • Veelenturf, Kees [red.], Kelten & Keltologen. Inleiding over de Keltische talen en hun letterkunde. Gerard Timmer Prods, Amsterdam, 1993.
  • Waal, Esther de [red.], Het Keltische visioen: spiritualiteit van een verzonken wereld. Meinema, Zoetermeer, 2000.

Noten[bewerken]

  1. Pas in 1913 zou Joseph Dechelette dit volk associëren met de La Tène- cultuur, met name in zijn boek "Manuel d'archéologie préhistorique, celtique et gallo-romain."
  2. Bron: Encyclopaedia Britannica:'Celtic religion; Celtic religion, religious beliefs and practices of the ancient Celts.'
  3. Bron: Nicoline van der Sijs, Van Dale Groot Leenwoordenboek, Utrecht/Antwerpen, 2005 (met CD).
  4. Gemeente Maastricht (2008), Achtergrondinformatie bij de muntschat van Maastricht-Amby (pdf-file)
  5. Archeologiemagazine.nl 13 November 2008 - Unieke Keltische muntschat ontdekt in Maastricht

Externe links[bewerken]