Palissade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bouw van een palissade bij Nieuw-Amsterdam

Een palissade (of codicis, soms ook geschreven met dubbel-l als pallissade) is een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken, die vaak dienst doet als omheining. Een losse paal heet een palissadepaal en een van tevoren aan elkaar gemonteerde rij palen heet een palissadeband.

Kenmerken en toepassing[bewerken]

Aan de bovenkant worden de pallisadepalen vaak aan elkaar verbonden met een dwarslat of -paal, om de stevigheid te vergroten, aan de onderkant zijn de palen zo diep ingegraven, dat de omheining voldoende weerstand tegen indringers biedt. Aan de bovenkant werden de palen vaak van punten voorzien, om eroverheen klimmen te bemoeilijken.

In tuinen worden palissades (veelal lage van 20 tot 50 cm boven het maaiveld) toegepast om hoogteverschillen te realiseren of als lage omheining. Hiertoe worden zowel houten als stenen palissadebanden gebruikt, welke tot 1/3 of meer van de totale hoogte in de grond worden geplaatst zodat ze van één zijde (of beide zijdes) de druk van de grond erachter kunnen opvangen. Palissadebanden en ook losse palissadepalen worden in tuincentra verkocht.

Geschiedenis en etymologie[bewerken]

Ze werden onder andere in de Romeinse tijd en de middeleeuwen gebruikt als verdedigingswerk voor onder andere militaire kampen, omdat ze snel te bouwen zijn, doordat ze van hout gemaakt werden.

Het woord is afgeleid van het Franse woord palissade, en is verwant met het Italiaanse woord palizzata of het Latijnse palus (paal).

Het woord komt ook voor in palissade-laag, wat de laag is in een blad van een plant waar het bladgroen zich bevindt.