Circumvallatielinie (verdedigingswerk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Circumvallatielinie rondom Grol in 1627.

Een circumvallatielinie is een verdedigingswerk, gebouwd door belegeraars rondom een belegerde stad. De techniek werd al toegepast door Julius Caesar in het jaar 52 v.Chr. bij het beleg van Alesia, waar hij Vercingetorix versloeg. De circumvallatie werd ook al in 414 v.Chr. toegepast door de Grieken bij het beleg van Syracuse als onderdeel van de Siciliaanse expeditie. Later werd deze techniek met name in de Tachtigjarige Oorlog meerdere malen gebruikt tijdens het beleg van steden. Het doel van een circumvallatielinie is het voorkomen dat de stad versterking van buitenaf krijgt en dat de stad meer bevoorraad kan worden. Uitputting van een stad werd namelijk gebruikt om een stad tot overgave te dwingen. De linie diende er zo voor om een mogelijkheid tot ontzet van de stad te voorkomen.

Tachtigjarige Oorlog[bewerken]

Bij het beleg van Deventer in 1578 werden door de Staatse troepen van George van Lalaing, graaf van Rennenberg, voor het eerst in de Tachtigjarige Oorlog verdedigingswerken gebouwd die overeenkomen met de opzet van een circumvallatielinie. Bij het begin van het beleg waren deze verdedigingswerken nog niet aangelegd, waardoor troepen uit de stad voorraden naar de stad binnen konden halen. Op advies van Johan van den Kornput werd rondom de stad diverse schansen gebouwd en de IJssel geblokkeerd, waardoor de stad afgesloten werd. Van den Kornput noemde dit later een "nieuw maniere van schantzen".

Bij het Beleg van Coevorden werd voordat het daadwerkelijke beleg begon een circumvallatielinie aangelegd. Deze linie was niet geheel compleet, want ten oosten van de stad was een gedeelte open gelaten. Dit zorgde echter voor geen problemen, omdat dat gebied een moeras was en daardoor ondoorgaanbaar voor vijandelijke troepen. Tijdens het beleg van Geertruidenberg in 1593 werd wederom een circumvallatielinie aangelegd, evenals een contravallatielinie. De contravallatielinie was bedoeld om mogelijke uitvallen uit de stad het hoofd te bieden. De Biesbosch die destijds aan Geertruidenberg grensde, werd afgesloten door een halve maan van oorlogsschepen. Maurits van Oranje, legeraanvoerder van het Staatse leger en opdrachtgever voor het bouwen van de circum- en contravallatielinie, werd later geroemd om deze manier van belegeren. Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg schreef aan Maurits: "Deze overwinning wordt terecht een tweede Alesia genoemd en het gedeeltelijk herstel van de oude art en science militaire."[1]

In de eindstrijd van de Tachtigjarige Oorlog werd de circumvallatielinie nog steeds toegepast. Bij de belegering van Breda in 1624, werd onder leiding van Ambrogio Spinola een linie gebouwd. Hieraan werd door duizenden soldaten aan gewerkt en was na 17 dagen voltooid. De bekendste circumvallatielinies uit de Tachtigjarige Oorlog zijn die van Groenlo en 's-Hertogenbosch. Beide steden werden door Frederik Hendrik van Oranje belegerd en veroverd. Het bijzondere aan de linie rondom Groenlo is dat het nog deels te zien rondom de stad. De linie rondom 's-Hertogenbosch had als extra onderdeel een gracht en een dijk, omdat de loop van de Dommel en de Aa werd verlegd.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties