Kazemat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kazematten in het St. Lucianfort in Malta.
Kazematten in Naarden (Bovenaanzicht)

Een kazemat is een tegen vijandelijk vuur gedekte en van schietgaten voorziene ruimte voor de opstelling van een vuurwapen, aanvankelijk deel uitmakend van een vesting.

Situering[bewerken]

Oorspronkelijk is de kazemat een militair gebouw, dat als actief verdedigingswerk in gebruik is. Later worden alle overdekte ruimtes kazematten genoemd. De overdekking kan bestaan uit slechts balken of een gemetseld of betonnen gewelf onder een aarden wal. Ook kan een kazemat een vrijstaand bomvrij stenen of betonnen gebouw zijn. Kazematten worden zowel voor verdediging gebruikt als voor het bewaren van voorraden munitie en eten. In oorlogstijd dienen ze tevens als woonruimte voor de militairen.

Het woord kazemat komt van het Italiaanse casamatta en/of Spaanse casamata, beide afgeleid van het Byzantijnse begrip chasmata, een aanduiding voor een vesting met schietgaten. Het verwees naar de schietsleuven in stellingwerken. In het moderne Grieks is het woord chasma in gebruik voor 'spleet' of 'kloof'. Het is een bekend misverstand dat het in het Italiaans en Spaans tot casa verworden chas naar 'huis' of 'gebouw' verwijst.

In Nederland werden er tot in de jaren '30 van de afgelopen eeuw door het Nederlandse Ministerie van Defensie kazematten gebouwd: de laatste verrezen op de Afsluitdijk bij Den Oever en Kornwerderzand. Bij Kornwerderzand werden de kazematten in de meidagen van 1940 ingezet om de Duitse opmars door Nederland te stoppen. Sinds de Tweede Wereldoorlog worden betonnen onderkomens in de volksmond vaak aangeduid met 'bunker'.

Na de Tweede Wereldoorlog werden er nog wel nieuwe kazematten gebouwd ter verdediging van de IJssellinie, een verdedigingsplan uit de Koude Oorlog waarbij een deel van het land onder water kon worden gezet om zo een eventuele Russische opmars vanuit Duitsland te kunnen stoppen.

Later bleek vestingbouw door de tijd te zijn ingehaald: moderne oorlogsvoering met vliegtuigen en andere snel verplaatsbare voertuigen maakten de statische vestingwerken niet meer doorslaggevend in de oorlogsvoering. De bewegingsoorlog gaat immers uit van het doorbreken van de linies, gevolgd door een opmars waarbij de Kazematten snel afgesneden worden.