La Tène-periode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drieperiodensysteem
Holo-
ceen
Historische Tijd
La Tène-periode   Proto-
historie
Hallstatt-periode
IJzertijd
  Laat  
Midden
Vroeg
Bronstijd
Neolithicum Kopertijd  
Laat Pre-
historie
Midden
Vroeg
Mesoli- thicum of
Epipaleo-
lithicum
Laat
Midden
Vroeg
Pleisto-
ceen
Paleo- lithicum Laat
Midden
Vroeg
Steentijd

De La Tène-periode of La Tène-cultuur is een periode in de ijzertijd, genoemd naar de archeologische vindplaats van La Tène, aan de noordkant van het Meer van Neuchâtel in Zwitserland, waar een rijke vondst werd gedaan door Hansli Kopp in 1857.

De La Tène-periode die wordt geassocieerd met de Kelten liep tijdens de late ijzertijd (vanaf 450 v.Chr. tot de Romeinse periode in de 1e eeuw v.Chr.) en wordt gebruikt als periodisering in Oost-Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, België, Zuidwest-Duitsland, Tsjechië en Hongarije. In de vijf eeuwen van haar bestaan maakte zij een belangrijke esthetische en stilistische ontwikkeling door.
De La Tène-cultuur ontwikkelde zich zonder enige culturele onderbreking uit de vroege ijzertijdse Hallstatt-cultuur, gelijk met mediterrane invloeden van de Griekse nederzettingen in pre-Romeins Gallië en de daarop volgende Etruskische cultuur.[1] In de 4e eeuw v.Chr. had een verschuiving in het belang van de gevestigde centra plaats.
Artefacten uit de La Tène-periode zijn over een wijd gebied opgegraven, tot in delen van Ierland en Groot-Brittannië en noord-Spanje. Ontdekking van een uitgebreide grafcultuur bracht tevens een wijd handelsnetwerk aan het licht. Zo werd in Vix in het graf van een vooraanstaande jonge vrouw uit de 5e eeuw v.Chr. een kostbare Griekse bronzen krater ontdekt. Exportlijnen naar de Middellandse Zee regio toe steunden vooral op de winning van zout, tin, koper, barnsteen, de vervaardiging van wol en leder, bont en gouden voorwerpen. De Keltische metaalsmeedkunst genoot algemene waardering.

Sommige volken uit de La Tène-periode werden door klassieke auteurs uitdrukkelijk benoemd als Keltoi (Κελτoι).

In het noorden breidde zich simultaan de Jastorf-cultuur van noordelijk Duitsland uit.[2]

De La Tène site[bewerken]

Het oranje gebied toont waar de La Tène-periode vermoedelijk begon.
Huizenbouw in La Tène-periode, gereconstrueerd in Altenburg bij Bundenbach im Hunsrück (Duitsland)

La Tène is een dorp nabij het Meer van Neuchâtel in Zwitserland. Het is dé archeologische site voor de late ijzertijd periode van La Tène, ook als "Latène" of "La-Tène" gespeld.

In 1857, was door langdurige droogte het waterpeil van het meer ongeveer 2 m gedaald. H. Kopp, die op zoek was naar antiquiteiten voor kolonel F. Schwab, ontdekte bij het meest noordelijke punt van het meer, tussen de rivier Zihl en een punt ten zuiden van het dorp Marin-Epagnier, verscheidene rijen houten palen waarvan op dat moment ongeveer 50 cm in het water stak. Tussen deze palen vond Kopp ongeveer veertig ijzeren zwaarden.

De Zwitserse archeoloog Ferdinand Keller publiceerde in 1868 over deze vondsten in zijn invloedrijke eerste verslag over de Zwitserse paalwoningen (Pfahlbaubericht). In 1863 interpreteerde hij ze als overblijfselen van een Keltisch paaldorp. Eduard Desor, een geoloog uit Neuchâtel, begon kort daarop opgravingen aan de oever van het meer. Hij interpreteerde de site als een wapenzaal, opgericht op palen boven het meer en later vernietigd bij een vijandige aanval.

Door de eerste systematische daling van het waterpeil van de Zwitserse meren van 1868 tot 1883, kwam de site volledig droog te liggen. In 1880 legde E. Vouga, een leraar uit Marin-Epagnier, de houten overblijfselen van twee bruggen (Pont Desor en Pont Vouga) die oorspronkelijk 100 m lang waren en de overblijfselen van vijf huizen aan de kust bloot. Nadat Vouga zijn opgraafwerk daar had beëindigd, begon F. Borel, curator van het Marinmuseum, ook aan opgravingen. In 1885 vroeg het kanton aan de Société d`Histoire van Neuchâtel om de opgravingen voort te zetten, waarvan de resultaten door Vouga datzelfde jaar nog werden gepubliceerd. In totaal werden er meer dan 2500 objecten opgegraven in La Tène. Vooral metalen wapens werden gevonden, waaronder 166 zwaarden (de meeste zonder sporen van slijtage), 270 lanspunten en 22 schildknoppen, tezamen met 385 fibula's (mantelspelden), werktuigen en wagenonderdelen. Bovendien werden talrijke menselijke en dierlijke resten gevonden.

Er zijn verscheidene interpretaties van de site. Sommige geleerden geloven dat de brug werd vernietigd door hoog water, terwijl andere de site beschouwen als een offerplaats voor succesvolle veldslagen (er zijn bijna geen vrouwelijke sierstukken). De oorsprong van de La Tène-cultuur is ook omstreden: hij zou ergens ten noorden van de Alpen tussen de Marne en de bovenloop van de Donau hebben gelegen.

Graven en wagens[bewerken]

Vix krater, grootste Grieks mengvat meegegeven als grafgift

Bekend is het graf van een Keltische priesteres, edelvrouw of koningin in de grafheuvel van Vix (bij Mont Lassoix in Frankrijk) die in 1953 werd ontdekt. Het dateert uit de 6e eeuw v.Chr. en de vrouw is ongeveer 35 jaar geworden. Het graf van 3 op 3 meter is rijkelijk versierd en ingericht. De mummie lag op een wagen, waar de wielen van zijn afgenomen en opzij gezet. Behalve de gouden torque van bijna een halve kilo die bij het hoofd lag vond men ook andere fijne sieraden, Keltische fibula's, armbanden en beeldjes van vliegende paarden, alsook drinkgerei, mengbekers en een reusachtige Griekse krater (groot mengvat) van 1,65 m hoog, 265 kg zwaar met een inhoud van meer dan duizend liter. Deze laatste is de grootste die ooit ergens werd aangetroffen. Er staan Gorgonen op afgebeeld, naast Griekse krijgers en strijdwagens, en op het deksel staat een vrouwenfigurine. Nabij Waldalgsheim dicht bij de Rijn en de stad Bingen is een dergelijk wagengraf voor een vrouw gevonden, al was daar het lijk verdwenen.

Tijdsindeling van de La Tène-periode[bewerken]

De La-Tène-tijd wordt in vier (zeg drie) hoofdperioden ingedeeld:

Periode Dechelette Reinecke Datering
Vroeg-La-Tène A La Tène I La Tène A ca. 480 v. Chr. – ca. 380 v. Chr.
Vroeg-La-Tène B La Tène I La Tène B ca. 380 v. Chr. – 280 v. Chr.
Midden-La-Tène La Tène II La Tène C 280 v. Chr. tot 190 v. Chr. (regionaal tot ca. 150 v. Chr.)
Laat-La-Tène La Tène III La Tène D 190 v. Chr. tot begin moderne jaartelling

Verspreidingsgebied[bewerken]

Helm uit de La Tène II-periode.
Agris, Frankrijk.

De metaalbewerking in de La Tène-periode wordt gekarakteriseerd door ineen verwerkte spiralen en vlechten, op verfijnde bronzen voorwerpen, zoals vaatwerk, helmen en schilden, paardentuig en juwelen van de elite, vooral de "torques" en "fibula's". Hoewel de weergave van elegant gestileerde curvilineaire dierenmotieven een voortzetting was van de geometrische Hallstattpatronen, zijn de dierenmotieven eerder een Scythisch element (regio Oekraïne).

Hoewel er geen eenduidigheid bestaat over de precieze regio waarin de La Tène cultuur zich voor het eerst ontwikkelde, is er een brede consensus dat het centrum ervan in de noordwestelijke uithoeken van de Hallstatt-cultuur, ten noorden van de Alpen, hebben bevonden in een gebied tussen de vallei van de Marne en de Moezel in het westen en het huidige Beieren en Oostenrijk in het oosten. In 1994 werd een prototypisch ensemble van elite graven uit de vroege 5e eeuw v.Chr. opgegraven in Glauberg in Hessen, noordoost van Frankfurt am Main, in een regio die voorheen als periferisch aan de La Tène sfeer was beschouwd.[3]

Vanuit hun kerngebied verspreidden La Tène groepen zich gedurende de 4e eeuw naar Spanje, de Povlakte, de Balkan, en zelfs tot in Klein-Azië, in verschillende grote migratiegolven. In de 4e eeuw bereikte een Gallisch leger, onder leiding van Brennus de stad Rome en nam die in. In de 3e eeuw drongen Gallische bendes Griekenland binnen en bedreigden er het orakel van Delphi, terwijl een andere groep zich in Galatië vestigde.

Stervende Galliër met torque, Pergamonaltaar.
Capitoolmuseum, Rome.

De materiële cultuur van de La Tène-periode is verspreid over een groot gebied, waaronder delen van Ierland en Brittannië (de meer-woningen in Glastonbury, zijn een zeer bekend voorbeeld uit de La Tène-periode), Noord-Spanje, Bourgondië en Oostenrijk. In Vix, Frankrijk, werd een vrouw uit de elite van de 6e eeuw v.Chr. begraven met een bronzen ketel gemaakt in Griekenland.

Beroemde La Tène werken[bewerken]

Een spiegel uit de 1e eeuw v.Chr. in Desborough, Northants gevonden, met spiraal en trompet thema.

In de La Tène-periode werden ook rituele geulen gegraven, waarin votiefoffers en zelfs mensenoffers werden geworpen. Aan afgehouwen hoofden werd een grote kracht toegeschreven en werden vaak afgebeeld in beeldhouwwerken.

Noten[bewerken]

  1. European prehistory: a survey Sarunas Milisauskas p.354
  2. De Jastorf cultuur vormt het zuidelijk gedeelte van de Pre-Romeinse IJzertijd van noordelijk Europa.
  3. Mystery of the Celts.

Literatuur[bewerken]

  • Clerinx H., 2005: Kelten en de Lage Landen, Leuven.
  • Collis J., 2003: The Celts: Origins, Myths, Invention, Londen.
  • Verhart L., 2006: Op zoek naar de Kelten: nieuwe archeologische ontdekkingen tussen Noordzee en Rijn, Utrecht.
  • James S., 1999: The Atlantic Celts, Londen.
  • James S. - Rig V., 1997: Britain and the Celtic Iron Age, Londen.
  • Berthelier-Ajot, Nadine 1991: "The Vix Settlement and the Tomb of the Princess." in "The Celts" Moscati, Sabatino (ed.) Milano.

Externe links[bewerken]