Offer (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marcus Aurelius en leden van de keizerlijke familie brengen een offer uit dankbaarheid voor de geboekte successen tegen de Germaanse stammen. De keizer is afgebeeld in zijn functie van hogepriester (pontifex maximus) met ritueel bedekt hoofd (capite velato). Rechts staat een helper met een bijl om de schedel van het offerdier in te slaan. Bas-reliëf, Musei Capitolini, Rome.

Een offer (ook wel offerande), afgeleid van het Latijnse offerre ‘aanbieden’, is een geschenk, meestal aan God, een god, godin, of goden, maar ook aan andere machten zoals een fetisj of de doden. Het doel is te bedanken, goede gezindheid te krijgen, reiniging, hulp krijgen, vergiffenis vragen (een ‘zoenoffer’), enz. Het achterliggende principe wordt wel aangeduid met de Latijnse woorden do ut des: ‘ik geef opdat u (iets terug)geeft’.

Soorten offers in de Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

In het Bijbelboek Leviticus kun je lezen over de offers die het volk Israël aan God bracht. Maar ook al eerder in de Bijbel kun je lezen over verschillende momenten waarop mensen aan God offerden.

  • Brandoffer: Hierbij worden op een altaar (delen van) een offerdier verbrand, meestal een stuk vee. Over het brandoffer lees je meer in Leviticus 1.
  • Gelofteoffer: Het is een soort vrede offer, maar dan wel een offergave waartoe men zich door een gelofte heeft verplicht. Zie Lev. 7:16.
  • Graanoffer: Net als het reukoffer en het wijnoffer is het graanoffer een onbloedig offer.
  • Hersteloffer: Door een hersteloffer te brengen kon men vergeving ontvangen voor de zonden die men deed.
  • Reukoffer: Net als het graanoffer en het wijnoffer is het reukoffer een onbloedig offer.
  • Reinigingsoffer: Een reinigingsoffer wordt gebracht voor onopzettelijke zonden.
  • Vredeoffer: Het vredeoffer is bedoeld om een goede verhouding tussen God en de offeraar uit te drukken of teweeg te brengen.
  • Wijdingsoffer: Dit is een offer dat wordt gebracht ter gelegenheid van de wijding van de priesters.
  • Wijnoffer: Net als het reukoffer en het graanoffer is het wijnoffer een onbloedig offer.
  • Vuuroffer: Bij een vuuroffer wordt enkel vuur gemaakt als hoofdonderdeel van een ritueel.
  • Plengoffer (of libatie): Hierbij wordt vanuit een offerschaaltje of een vaasje iets vloeibaars ‘geplengd’ (uitgegoten), bijvoorbeeld wijn, melk of honing.
  • Geldoffer: Het doneren van geld aan een Chinese tempel of andere tempels.
  • Geuroffer: Er worden fijne geurende stoffen geofferd zoals mirre en wierook, omdat men ervan uitgaat dat de goden hiervan genieten (dit geldt niet in het boeddhisme).
  • Eerstelingenoffer: Een deel van de nieuwe oogst, bijvoorbeeld graan, wordt als dank aan een god geschonken.
  • Votiefoffer of wijgeschenk: Hierbij wordt als dank voor hulp een geschenk aan de god of de goden in de tempel of het heiligdom van de god gebracht. De schenker heeft de gelofte (Latijn: votum) gedaan als hij wordt geholpen na afloop op grond van zijn gelofte (ex voto) een geschenk te geven.
  • Mensenoffer: Hierbij wordt een mens gedood, soms ook in opdracht van de godheid.
  • Holocaust: Het geofferde wordt volledig verbrand. De rookzuil moet de goden welgevallig zijn.

Offerplechtigheden[bewerken]

Een jongeman brengt een plengoffer op een altaar. Attische roodfigurige vaasschildering, ca. 480 v.Chr.
Achilles brengt een offer aan Zeus, 5e eeuw

Offers kunnen in omvang verschillen van kleine handelingen tot enorme plechtigheden. Een klein offer is bijvoorbeeld bij de Romeinen het schenken van enkele graankorrels aan de huisgoden op het huisaltaar (lararium). Meestal zijn er voorschriften aan het brengen van offers verbonden. In het Oude Testament geeft God bijvoorbeeld specifieke voorschriften aan de Joden (Exodus 23: 18-19). Vaak vinden offers plaats in de vorm van omvangrijke rituelen, die door professionele (offer)priesters moeten worden uitgevoerd, omdat er vele specifieke handelingen en voorschriften aan te pas komen.

Een offerplechtigheid bij de oude Grieken kende bijvoorbeeld de volgende stappen: Om het altaar lopen, handen wassen en water plengen, aansteken van het vuur, bekransen van het offerdier, besprenkelen van het altaar en het offerdier met water, een gebed, bestrooien van het offerdier met spelt, het afsnijden en verbranden van het haar op zijn voorhoofd, het slachten, het villen en in delen snijden van het offerdier, verbranden van de daarvoor bestemde delen, opeten van de rest tijdens de offermaaltijd, bestrijken van het altaar met het bloed.

Offermaaltijd[bewerken]

Een Suovetaurilia-offer op een Romeins reliëf in het Louvre, 1e eeuw na Chr.
Offer op het strand van Kuta (Bali), een dagelijks hindoeistisch ritueel
Een shinto-offer in Japan

Bij een brandoffer werd doorgaans slechts een deel van het offerdier op het altaar verbrand. Het verbranden van een offerdier in zijn geheel was een uitzondering. De Grieken noemden dat een ‘holokautèsis’ of ‘holokaustèsis’ (van holos = ‘geheel’ en kaioo = ‘verbranden’). Orgaanvlees werd doorgaans aan de goden gegeven, terwijl de best eetbare delen van het offerdier tijdens een offermaaltijd werden opgegeten. Vaak was dit voor arme mensen een zeldzame gelegenheid om vlees te eten.

De Grieken hadden een mythe die deze verdeling van het vlees van het offerdier verklaarde. De Titaan Prometheus, die bekendstaat als helper van de mensen, bedroog de oppergod Zeus toen moest worden vastgesteld welk deel van het offerdier voor de goden was en welk deel voor de mensen. Hij maakte twee porties: een met het malse vlees maar bedekt met de ingewanden, en een met het gebeente maar bedekt met een laag vet. Zeus trapte in de list en koos het gebeente bedekt met vet. (Zie: Hesiodus, Theogonie 535-557.)

Bijzonderheden[bewerken]

Bij de oude Grieken, en met name bij Homerus, lezen we over het offeren van zogenaamde hecatomben, letterlijk ‘honderd runderen’. In de praktijk ging het echter meestal om minder dieren en hoefde het ook niet alleen om runderen te gaan. Zo werd het woord ‘hecatombe’ een woord om een groot dierenoffer aan te duiden.
  • Diabatèria:
De naam diabatèria werd door de oude Grieken gebruikt voor een offer bij het oversteken van een rivier of van een grens.
De Etrusken gebruikten een offerdier ook om de toekomst te voorspellen – een gewoonte die door de Romeinen werd overgenomen. Aan de toestand van de organen van het offerdier, en met name de lever, werden conclusies verbonden. Zo'n plechtigheid heette een haruspicium en de speciale priester, de haruspex (‘offerdierschouwer’), netśvis in het Etruskisch.
Een veelvoorkomend offer in de Romeinse tijd was het suovetaurilia waarbij een varken (sus), een schaap (ovis) en een stier (taurus) werden geofferd.
In veel oude culturen vonden mensenoffers plaats. Meestal zijn er echter geen concrete bewijzen, maar worden deze offers beschreven in verhalen en mythen. In het Oude Testament geeft God Abraham opdracht zijn zoon Isaak te offeren, maar verhindert dat ook op het laatste moment (Genesis 22), en moet Jefta zijn dochter offeren (Richteren 11). In de Griekse mythologie wijzen de verhalen over Agamemnon die zijn dochter Ifigeneia aan de godin Artemis offert, en over de Atheense kinderen die aan de Minotaurus worden geofferd, op het bestaan van mensenoffers.

Zie ook[bewerken]

Verder lezen[bewerken]