Achilles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Achilles (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Achilles.
De toorn van Achilles, geschilderd door François-Léon Benouville (Musée Fabre).

Achilles (Latijn) of Achilleus (Oudgrieks: Ἀχιλλεύς, Akhilleús [1]) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is de belangrijkste held uit de Trojaanse Oorlog en de hoofdpersoon in het boek van Homerus, Ilias. Homerus beschrijft de held als de schoonste, de dapperste, sterkste en verhevenste van alle helden. Latere legenden (Statius) beschrijven dat Achilles alleen kwetsbaar was in zijn hiel. Dit werd dan ook zijn dood, een giftige pijl die hem raakte in zijn hiel was zijn doodsoorzaak. Hij was de zoon van Peleus, de koning van de Myrmidonen in het Griekse Thessalië, en de Nereïde Thetis, de dochter van Nereus, de kleinzoon van Aiakos (Aeacus) en hierdoor een afstammeling van Zeus. Hij wordt vaak "Peleide" of "Aiakide" genoemd, epitheta die herinneren aan de afkomst van de snelvoetige Achilles.


Leven[bewerken]

Hij was de dapperste, schoonste, sterkste en verhevenste van alle Griekse heroën, die naar Troje trokken, en de grootste figuur in de Ilias van Homerus, die in dit heldendicht zijn daden heeft bezongen, zonder evenwel iets van zijn leven vóór de tocht te verhalen. Dit leven was volgens latere schrijvers zeer rijk in wonderbaarlijke gebeurtenissen. Ook heeft hij veel mensen gedood, onder meer in de oorlog tegen Troje. Centraal in de mythe van Achilles staat zijn verhouding met Patroklos, in verschillende bronnen omschreven als diepe vriendschap of liefde. Hij kwam om het leven in de strijd tegen Troje.

Karakter[bewerken]

Achilles heeft een complex karakter. Hij komt in de Ilias naar voren als een ideale, jonge, schone, dappere, vechtlustige held met sterke emotionele trekken. Zo heeft hij een sterke haat tegen vijanden, een grote liefde voor zijn vrienden, is hij snel tot tranen geroerd en handelt hij overhaast. Achilles neemt beslissingen vanuit de emoties die hij voelt. Er is in de loop der jaren steeds meer de nadruk gelegd op deze emotionele kant. Hij werd later het tegenbeeld van de stoa, waar de nadruk wordt gelegd op het verstand in plaats van het gevoel. Odysseus is voor deze filosofie een goed voorbeeld, hij handelt vanuit zijn verstand.[2] Opmerkelijk aan Achilles is dat hij ondanks zijn extreme uitingen beschikt over inzicht en zelfkennis. Hij weet in tegenstelling tot Hector al dat hij zal sterven. In zijn speech (Ilias IX, 308-429) twijfelt hij aan zijn plicht als held en overweegt hij om naar huis terug te keren. Liever zou hij een rustig leven leiden thuis dan eer te behalen in de Trojaanse Oorlog. Het bewust zijn van zijn sterfelijkheid (zijn geliefde Patroklos is dood en hij zal zelf ook sterven) is de reden dat hij zijn vijanden zonder genade in koele bloeden afmaakt (Ilias XXI, 34-135)[3].

Geboorte en jeugd[bewerken]

Peleus vertrouwt Achilles toe aan Cheiron (lekythos met witte achtergrond, ca. 500 v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

Zoals gezegd was Achilles de zoon van Peleus en de zeenimf Thetis, wiens huwelijk een goddelijke voorgeschiedenis had. Zeus en Poseidon hadden namelijk ook naar de hand van Thetis gedongen tot Prometheus, de voedsel-brenger, Zeus op de hoogte bracht van een voorspelling dat Thetis een zoon ter wereld zou brengen die zijn vader zou overtreffen.

Om deze reden trokken de twee goden zich terug als vrijers en lieten haar met Peleus trouwen.[4] Zoals bij de meeste mythen bestaat er ook een alternatieve versie van dit verhaal: in de Argonautica (IV 760) zinspeelt Hera op de kuise afwijzing van Zeus' avances door Thetis, die dus loyaal zou zijn geweest aan Hera's huwelijksband.

Volgens Statius in zijn Achilleïs - onze enige bron voor deze versie - dompelde zijn moeder hem dadelijk na zijn geboorte in de wateren van de Styx (rivier in Hades, de onderwereld), om hem onkwetsbaar te maken. Alleen zijn hiel, waaraan zij hem had vastgehouden, was hij kwetsbaar - vandaar de achilleshiel. Volgens een oudere mythe smeerde Thetis hem in met ambrozijn en hield hem toen boven een magisch vuur om het sterfelijke deel weg te branden[5]. Toen ze hierbij werd onderbroken door haar echtgenoot, liet ze hem en haar kind in haar woede achter.[6]

Niettemin zegt geen van de bronnen voor Statius iets over deze onkwetsbaarheid. Homerus verhaalt in zijn Ilias zelfs hoe Achilles werd verwond: de Paeonische heros Asteropaeus, zoon van Pelegon, daagde Achilles uit bij de Scamanderrivier. Hij wierp tegelijkertijd twee speren, waarvan een de elleboog van Achilles schampte, "een spoor van bloed trekkend".[7]

Ook in de fragmentarische gedichten van de Epische Cyclus die een beschrijving van zijn dood bevatten, zoals de Cypria (onbekend auteur), de Æthiopis door Arctinus van Milete, de Ilias Mikrà door Lesche van Mytilene en Iliou pèrsis door Arctinus van Milete, is er geen enkele verwijzing te vinden naar zijn onkwetsbaarheid of zijn beroemde Achilleshiel. In de latere vaasschilderingen die de dood van Achilles voorstellen, treft de pijl (of in vele gevallen pijlen) zijn lichaam.

Zijn vader gaf hem Phoinix tot leermeester, de zoon van Amyntor, die hem worstelen, lopen, rijden en het citerspel leerde. Hij kreeg de paarden Xanthus en Balius, die aan zijn vader als huwelijksgeschenken waren gegeven. Bovendien kreeg hij van de Centaur Cheiron onderwijs in de heelkunde op de Pilionberg.[8]

Achilles bij Lycomedes (bas-reliëf van een Atheense sarcofaag, ca. 240, Louvre)

Hij legde zich in zijn jeugd op de muziek en dichtkunst toe, maar de muze Kalliope verscheen aan de knaap in een droom, en zei hem, dat zij hem van haar geschenken slechts zoveel wilde geven, als hij nodig had om toekomstige droefheid te verzachten, of om een gastmaal op te luisteren. De Moira (Parcen), Pallas Athena en zij hadden namelijk besloten dat hij een krijgsman zou worden. Daarom moest hij zich in de wapenhandel oefenen. Zij zouden hem een zanger verwekken, die waardig was aan hemzelf. Reeds bij zijn geboorte was hem een kort leven voorspeld. Om hem aan dit noodlot te onttrekken, liet zijn liefhebbende moeder geen middel onbeproefd. De ziener Calchas verkondigde echter, toen de knaap negen jaren oud was, dat de stad Troje zonder hem niet veroverd kon worden. Zijn moeder Thetis verborg hem daarop, als meisje verkleed, bij de dochters van de koning Lycomedes op het eiland Skyros, waar hij door zijn verbintenis met diens dochter Deidameia een zoon kreeg, Pyrrhos genaamd, die naderhand Neoptolemos ("nieuw in de strijd") werd genoemd. Calchas maakte ondertussen aan de Griekse vorsten zijn verblijfplaats bekend, waarop de listige Odysseus (Ulysses) zich naar het hof van Lycomedes begaf en Achilles door een list onder de meisjes ontdekte. Hij legde namelijk bij de geschenken, die hij aan deze aanbood, ook een zwaard, en liet de krijgstrompet blazen; de jongeling greep terstond naar de wapenen en verried zich daardoor.

Oorlog tegen Troje[bewerken]

Nu hij ontdekt was vertrok hij met vijftig schepen naar Troje, vergezeld door zijn leermeester Phoinix en zijn boezemvriend Patroclus. Achilles moest kiezen tussen een lang en vreedzaam, maar roemloos leven en een vroegtijdige, maar beroemde dood. Tot droefheid van zijn moeder koos hij voor dat laatste. Gedurende de eerste jaren van de Trojaanse Oorlog verwoestte hij twaalf steden aan de kust en elf in het Trojaanse binnenland, en zolang hij in de gelederen van de Grieken streed, behielden zij steeds de overhand op de Trojanen. In alle gevaren stond hij onder de bijzondere bescherming van Pallas Athena en van Hera.

Toen de Grieken uitvoeren voor de oorlog tegen Troje, legden zij toevallig aan in Mysië, waar koning Telephos regeerde. In de strijd die toen uitbrak bracht Achilles Telephos een wond toe die niet wilde genezen. Telephos won de raad in van een orakel, dat verklaarde dat "hij die verwondde, zal genezen".

Volgens andere verhalen in Euripides' verloren gegane toneelstuk over Telephos, ging hij verkleed als bedelaar naar Aulis en vroeg daar aan Achilles om zijn wond te genezen. Achilles weigerde en beweerde geen medische kennis te hebben. Daarop hield Telephos Orestes gegijzeld, voor wiens vrijlating hij van Achilles eiste dat hij zijn wond hielp genezen. Odysseus redeneerde daarop dat het de speer was die de wond had toegediend en dat daarom de speer ze ook moest kunnen genezen. Stukken van de speer werden afgeschraapt op de wond en Telephos genas.

Volgens Plutarchus en de Byzantijnse geleerde Ioannes Tzetzes bevocht en doodde Achilles, zodra de Griekse schepen in Troje aankwamen, Cycnus van Colonae, een zoon van Poseidon, die buiten zijn hoofd onkwetsbaar was.[9]

Achilles doodt Troilus (witfigurige kylix getekend door Euphronius, nu in Perugia)

Volgens Dares Phrygius' De excidio Troiae historia[10] ("Verslag van de verwoesting van Troje"), de Latijnse samenvatting die het verhaal van Achilles doorgaf aan middeleeuws Europa, zag Achilles Troilus, de jongste zoon van Priamos en Hekabe (waarvan sommigen zeggen dat Apollon zijn vader was), terwijl hij zijn paarden buiten de muren van Troje liet drinken aan de Leeuwenfontein. De held werd verliefd op Troilus' schoonheid, die door Ibycus werd beschreven als "goud driemaal verfijnd". De jongeman wees zijn avances af en zocht zijn toevlucht in de tempel van Apollon. Achilles achtervolgde hem in het toevluchtsoord en onthoofdde hem op het altaar van de god zelf.[11] Op dat moment zou Troilus een jaar jonger zijn geweest dan twintig jaar, volgens de legende de leeftijd die Troilus moest bereiken opdat Troje onoverwinnelijk zou worden.[12]

De Briseis-affaire[bewerken]

In Lyrnessos, een van de door hem veroverde steden, maakte Achilles een mooi meisje buit, Briseis, de dochter van Brises. Agamemnon, de opperbevelhebber van de Grieken, had bij een vergelijkbare actie de schone Chryseis buitgemaakt. Zij was een dochter van Chryses, een priester van Apollon. Haar vader bood een enorm losgeld voor haar, maar Agamemnon weigerde Chryseis terug te geven. Daardoor brak er door toedoen van Apollon pest uit in het Griekse kamp. Ten slotte werd Agamemnon door Calchas - hierin gesteund door Achilles - aangeraden om haar terug te geven aan haar vader en grote offers te brengen ter ere van Apollon, om de pest weer af te wenden. Uit wraak eiste Agamemnon Briseïs op, om Achilles te straffen voor zijn steun aan Calchas.

Achilles geraakte hierdoor in heftige strijd met Agamemnon en het is deze twist waarmee de Ilias van Homeros begint.[13] Door de tussenkomst van de godin Pallas Athena zag Achilles ervan af Agamemnon te doden, maar hij zwoer niet meer aan de gevechten deel te nemen. Hij vroeg hulp aan zijn moeder om de Olympische goden aan te sporen partij te kiezen voor de Trojanen, zodat Agamemnon zich pijnlijk bewust zou worden van zijn vergissing.

Achilles verzorgt Patroklos (Etruskische roodfigurige kylix van de Sosias-schilder, ca. 500 v.Chr., Staatliche Museen te Berlijn)

Omdat Achilles niet meer meedeed verloren de Grieken hun overwicht. Zelfs toen zij in de grootste nood verkeerden weigerde hij alle hulp. Herhaaldelijk werden deze dan ook verslagen en groot waren de verliezen toegebracht door de dappere Hektor, de held van de Trojanen. Als Achilles zijn bijstand bleef weigeren zou alleen een smadelijke aftocht voor de Grieken resteren. Agamemnon liet daarom aan Achilles de schitterendste aanbiedingen doen, maar de held weigerde om zich aan zijn werkloosheid te laten ontrukken. Eindelijk, toen de Trojanen zelfs begonnen de schepen van de Grieken in brand te steken, gaf hij op diens dringende beden aan zijn geliefde vriend, speelmakker en wapenbroeder Patroklos toestemming, om in zijn plaats en in zijn wapenrusting met de Myrmidonen de vijand tegemoet te trekken. Maar hoe dapper Patroklos ook streed, hij viel door de hand van Hektor, die zich van de wapenrusting van Achilles als rechtmatige buit meester maakte. Toen Achilles deze treurmars hoorde, barstte hij in tranen uit over dit smartelijk verlies en sneed hij zich volgens traditie enkele haarlokken af.

Achilles hervat de strijd[bewerken]

Achilles sleept het lijk van Hektor achter zijn strijdwagen aan (benen kam gevonden te Oria, tweede helft 1e eeuw v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Tarente)

Maar weldra maakte deze diepe smart plaats voor de hevigste woede en besloot hij het lijk van zijn vriend te redden en hem op Hector te wreken. Zijn langdurige wrok verdween. Hij verzoende zich met Agamemnon, en zijn moeder Thetis zelf gaf hem nieuwe, door Hephaistos kunstig gesmede wapenen, waaronder vooral het schild een meesterstuk van kunst was. Daar hij een gelofte had gedaan om niet te eten vóór hij zijn vriend had gewroken, werd hij door Pallas met nectar en ambrozijn gesterkt. In de daarop volgende strijd doodde hij vele Trojanen, waaronder Lycaon, een zoon van Priamos. De stroomgod Xanthos raakte door zijn moorden in zulk een woede, dat hij hem in zijn wateren, die buiten hun oevers traden, wilde verzwelgen, maar Poseidon, Athena en Hephaistos stonden Achilles bij. Allen vluchtten voor hem, behalve Hector, die alleen aan de Skaiïsche poort stand hield. Na een verwoede strijd werd ook hij gedood door de Griekse held, en nu sleepte Achilles het lijk, achter zijn strijdwagen gebonden, rondom de stadsmuren. Daarna leverde hij de dode Hektor aan diens vader koning Priamos uit, die smeekte zijn zoon te mogen begraven.

Dood[bewerken]

Maar ook Achilles zelf vond bij de belegering de dood door een pijl, die Paris, wiens hand door Apollo werd bestuurd, op hem afschoot. Deze trof hem in zijn kwetsbare hiel. Latere dichters verhalen, dat Paris hem verraderlijk zou hebben getroffen, toen hij ongewapend in een tempel van Apollon was gekomen, om zich met de schone Polyxena, een van de talrijke dochters van koning Priamos in het huwelijk te verbinden. Om zijn lijk ontstond een hevige strijd tussen de Grieken en Trojanen. Eindelijk lukte het de dappere held Ajax uit Salamis het lijk van zijn vriend Achilles aan de handen van de vijanden te ontrukken en op zijn schouders uit de strijd weg te dragen. Hij zou met Odysseus strijden om Achilles' wapenen. Toen zijn lijk zou worden verbrand, ontrukte zijn moeder Thetis haar zoon aan de vlammen en voerde hem naar het eiland Leuce Eiland (nu Slangeneiland geheten), aan de monding van de Ister (Donau) gelegen. Daar leidde hij als heros (halfgod) een heerlijk leven.

Verering[bewerken]

Achilles werd vooral door de schippers vereerd, aan wie hij een gunstige vaart pleegde te verschaffen. Later strekte zich die verering over een groot deel van het oude Griekenland uit. De droefheid over zijn dood was algemeen. Muzen en Nimfen beweenden de lieveling van de goden, en toen door de Grieken (Achaeërs) op de zeekust nabij het voorgebergte Sigeion een vanaf zee zichtbare grafheuvel werd opgericht voor hem en voor zijn vrienden Patroklos en Antilochos, de zoon van Nestor, werden er luisterrijke lijkspelen gevierd[14]. Er is een cultus geattesteerd vanaf de 5e eeuw v.Chr.[15] en een stad, Achilleion genaamd, werd op deze plaats gesticht[16]. De Thessaliërs hielden er een jaarlijkse bedevaart naar toe[17], en onze bronnen vermelden dat het Perzische leger er Achilles kwam vereren tijdens de Medische Oorlogen[18], hierin gevolgd door Alexander de Grote[19] en Caracalla[20].

De cultus van Achilles was niet beperkt tot zijn tombe: hij werd tevens vereerd in Erythrai (Klein-Azië), Sparta en Elis (Peloponnesos) alsook op Astypalaia, een Cycladisch eiland[21]. Er was een archaïsche cultus van Achilles op Leuce Eiland, het Witte Eiland, in de Zwarte Zee, met een tempel en een orakel dat tot in de Romeinse periode bleef voortbestaan[22].

Zie ook[bewerken]


Voetnoten[bewerken]

  1. De naam is waarschijnlijk van niet-Indo-Europese oorsprong en werd, naargelang dit metrisch uitkwam, met één of twee lambda's geschreven, zie Griekse metriek.
  2. Hubert Cancic e.a., Der Neue Pauly, (Stuttgart 1996-2006) 77,78
  3. Pierre Grimal e.a., Oxford Classical Dictionary, (1993 Oxford) 6,7
  4. Aeschylus, Prometheus Geboeid 755-768; Pindaros, Nemeïsche oden V 34-37, Isthmische oden VIII 26-47; Poeticon astronomicon II 15.
  5. Apollonios van Rhodos, Argonautica IV 869-879.
  6. Hesiodos, Gynaikōn katalogos fr. 300 MW vermeldt water; Lycophron, Alexandra 177-179 meent dat het om vuur ging en preciseert dat zes kinderen op deze manier stierven.
  7. XXI 139-169.
  8. Hesiodos, Gynaikōn katalogos fr. 204.87-89 MW; Ilias XI 830-832. Zie ook Pindaros, Pythische oden VI 21.3, Nemeïsche oden III 43-58. De opvoeding van Achilles door Cheiron is het onderwerp van een verloren gedicht van Hesiodos: De voorschriften van Cheiron. T. Gantz, Early Greek Myth. A Guide to Literature and Artistic Sources, Baltimore, 1993, p. 231 en C.J. Mackie, 'Achilles' Teachers. Chiron and Phoenix in the Iliad', in G&R² 44 (1997), p. 1.
  9. Plutarchus, Griekse vragen 28; Ioannes Tzetzes, ad Lycophron.
  10. (passages?)
  11. Ioannes Tzetzes, ad Lycophron.
  12. Mythographus Vaticanus (I).
  13. Ilias IX 334-343.
  14. Homeros, Ilias XXIII, Odysseia XXIV 80-84.
  15. G. Hedreen, The Cult of Achilles in the Euxine, in Hesperia 60 (1991), p. 313.
  16. Plinius maior, Naturalis Historia V 15, Strabo, Geographika XIII 1.32, Diogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen I 74. Achilleion wordt reeds vermeld in Herodotos, Historiai V 94.
  17. Philostratos, Heroicus LIII 8-18.
  18. Herodotos, Historiai VII 43.
  19. Diodorus Siculus, Bibliotheca historica XVII 17.3, Arrianus, Anabasis I 12.1, Cicero, Pro Archia 24; Plutarchus, Alexander 72.
  20. Cassius Dio, LXXVII 7.
  21. G. Hedreen, The Cult of Achilles in the Euxine, in Hesperia 60 (1991), p. 314.
  22. G. Hedreen, The Cult of Achilles in the Euxine, in Hesperia 60 (1991), pp. 313-330.

Antieke bronnen[bewerken]

Referenties[bewerken]

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Oceanus
 
Tethys
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Asopus
 
Metope
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zeus
 
 
 
 
Aegina
 
 
 
 
Actor
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Endeïs
 
 
 
 
 
Aeacus
 
 
 
 
 
Psamathe
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Telamon
 
Periboea
 
Peleus
 
Thetis
 
Lycomedes
 
Phocus
 
Menoetius
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ajax
 
Tecmessa
 
Achilles
 
 
 
Deidameia
 
Eetion
 
Patroklos
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eurysaces
 
Hermione
 
 
 
Neoptolemus
 
 
 
Andromache
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Pielos
 
Molossos
 
Peramos