Odysseus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Odysseus (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Odysseus.
Odysseus die wijn aanbiedt aan de cycloop Polyfemus (Romeinse kopie van een laat-hellenistisch beeld, Museo Chiaramonti)
Afbeelding uit de Odysseus, ca. 60-40 v.Chr., bewaard in de Biblioteca Apostolica Vaticana

Odysseus (Oudgrieks: Ὀδυσσεύς of ook wel Ὀδυσεύς, Nederlandse uitspraak: Odíssuis) of Ulixes (Lat.) is een figuur in de mythencyclus rond de Trojaanse Oorlog. Hij is de koning van het eiland Ithaka, zoon van Laërtes en Antikleia, een listige Griekse aanvoerder, bedenker van de list met het houten paard waardoor na tien jaar de oorlog wordt gewonnen, waarna hij nog eens tien jaar rondzwerft voor hij thuiskeert. Hij is een belangrijk personage in de Ilias van Homerus als een van de belangrijkste Griekse helden; Homerus' Odyssee is volledig aan Odysseus gewijd. Ook andere klassieke dichters schreven over hem, zoals Sofokles ("Filoktetes"). Filosofen grepen graag terug op de Odysseus uit de "Ilias", die zij als boegbeeld van doorzettingsvermogen zagen. Dichters hadden een voorkeur voor de meer negatieve aspecten van de Griekse held, zoals de leugenachtigheid, en kozen voor hun Odysseus-interpretatie eerder de "Odyssee".

Belevenissen[bewerken]

De Trojaanse Oorlog[bewerken]

Als Odysseus net samen met Penelope, zijn vrouw, een kind (Telemachos) heeft gekregen, komt Menelaos samen met een groepje anderen, waaronder Palamedes, naar Ithaka om hem over te halen mee te vechten in de Trojaanse oorlog. Odysseus, die niet meewil na de geboorte van zijn zoon, doet alsof hij krankzinnig geworden is. Op het veld begint hij zout te zaaien. Palamedes, wetend hoe sluw Odysseus is, laat zich niet voor de gek houden en besluit te testen of Odysseus echt gek is. Hij neemt Telemachos en legt deze voor de ploeg. Meteen ontwijkt Odysseus zijn pasgeboren zoon, waardoor hij zichzelf blootgeeft. Odysseus laat zich overhalen, maar laat zijn vrouw beloven dat ze, als Odysseus niet teruggekeerd is voor Telemachos een baard op zijn kin heeft, een nieuwe man zal kiezen.

Na tien jaar vechten zien de Grieken in dat als ze op deze manier doorgaan, Troje niet ingenomen kan worden. Odysseus bedenkt de bekende list van het Paard van Troje, waarin Griekse strijders verstopt zitten. De Grieken varen met de rest van hun manschappen naar een verderop gelegen eiland en laten het reusachtige paard achter. De Trojanen zien dat de Grieken het hazenpad nemen en zien het paard als een offer aan de Trojanen. Ondanks de waarschuwingen van onder meer Laocoön trekken de Trojanen het paard de stad in, en na een nacht feestvieren, ligt de hele stad plat. De Grieken klimmen uit het paard en nemen de stad in. In de Trojaanse oorlog vecht Odysseus mee en krijgt na de dood van Achilles diens wapenuitrusting en niet Ajax (deze pleegt zelfmoord na het vermoorden van een kudde schapen, die hij door toedoen van Athena aanzag voor de Griekse aanvoerders. Deze wilde hij vermoorden omdat hij de wapenrusting niet kreeg).

Tijdens deze oorlog haalt Odysseus al de woede van Poseidon op zijn hals, toen hij het oog van de zoon van Poseidon uitstak. Poseidon belooft hem dan ook dat zijn terugreis niet helemaal zonder problemen zal verlopen.

De Kikonen[bewerken]

Odysseus begint na de inname van Troje aan zijn terugreis naar zijn eiland Ithaka en naar zijn vrouw Penelope. Als eerste komt hij aan op het eiland van de Kikonen. De Kikonen waren bondgenoten van de Trojanen tijdens de oorlog, en om deze reden verwoest Odysseus met zijn mannen het hele eiland en doodde hij alle Kikonen, behalve de priester Appolo Maro, die hem twaalf kruiken bedwelmende wijn schenkt, welke Odysseus later nog goed van pas gaan komen.

De Lotuseters[bewerken]

Odysseus doet de Cycladen aan, en vaart door naar het eiland van de Lotuseters (ook wel Lotoseters of Lotophagen genoemd) aan. De Lotuseters eten, zoals hun naam doet vermoeden, enkel lotus. Zodra Odysseus hier aankomt stuurt hij drie mannen op verkenning uit. Als deze na een bepaalde tijd niet terugkomen, besluit Odysseus met de anderen te gaan kijken. De verkenners willen niet meer terug naar huis, nadat ze van de lotus hebben gegeten. Odysseus sleurt de mannen van het eiland af en beveelt de anderen vooral niet van de toverbloemen te eten. De verkenners moeten worden vastgebonden op de boot als Odysseus met zijn mannen wegvaart. De plant lotus/lotos wordt door kenners gemerkt als een van de eerste verdovende middelen.

De cycloop Polyphemos[bewerken]

Odysseus verblindt Polyphemos

Odysseus komt aan op het eiland Sicilië, dat in die tijd bewoond wordt door cyclopen. Odysseus en zijn mannen komen in een reusachtige grot die gevuld is met rekken kaas en melk, en eruit ziet alsof er schapen worden gehouden. Als geschenk voor de gastheer heeft Odysseus de zakken wijn van de priester van de Kikonen meegenomen. Als ze een tijdje gewacht hebben, komt de reusachtige cycloop Polyphemos samen met zijn schapen de grot binnen en vraagt wie de vreemdelingen zijn. Odysseus zegt dat hij "Niemand" heet. Polyphemos is niet al te vriendelijk en besluit een paar mannen van Odysseus op te eten. Als geschenk voor Odysseus belooft Polyphemos echter hem als laatste op te eten. Odysseus wil de cycloop doden maar beseft dat hij en zijn mannen dan in de grot opgesloten zullen zitten aangezien ze niet sterk genoeg zijn het rotsblok voor de ingang weg te duwen. Daarom neemt hij zijn toevlucht tot een list.

Elke dag eet Polyphemos vier mannen op, twee 's morgens en twee 's avonds, en op een gegeven moment vraagt Odysseus of Polyphemos niet iets te drinken wil hebben. Hij geeft Polyphemos de zakken wijn, welke door Polyphemos helemaal worden leeggedronken. Deze valt in een diepe slaap. Odysseus maakt een gevonden paal heel erg spits en verwarmt deze in het vuur. Samen met nog vier mannen steekt Odysseus deze paal in het ene oog van Polyphemos, waardoor hij blind wordt. Polyphemos roept daarop de hulp van zijn broers in. Zijn broers vragen wie dat heeft gedaan, waarop Polyphemos antwoordt: "Niemand heeft me verblind!"

Odysseus beseft dat hij nog niet uit de grot is, omdat de enige uitgang wordt geblokkeerd door een grote steen, die onmogelijk is weg te krijgen. 's Morgens laat Polyphemos altijd de schapen naar buiten, en dit is volgens Odysseus het moment om te ontsnappen. Hij beveelt zijn mannen ieder onder twee schapen te gaan hangen en zo naar buiten te komen.Voor hem zelf blijft er echter nog maar een over, waar hij onder gaat hangen. Polyphemos voelt met zijn handen of alleen de schapen door de uitgang naar buiten gaan, en voelt zo dus niet dat er mensen onder de schapen hangen. Bij het laatste schaap, waar Odysseus onder hangt, krijgt hij argwaan, want dit exemplaar zou voorop moeten lopen. Toch laat hij hem door. Als Odysseus op zijn schip aangekomen is, kan hij het niet nalaten naar Polyphemos te roepen dat ze zijn ontsnapt. Als antwoord hierop gooit Polyphemos een rotsblok, dat het schip maar net mist. Odysseus roept Polyphemos nog na dat hij hem het liefst zou willen doden, wat wordt beantwoord met een tweede rotsblok. Polyphemos voelt zich gekwetst en roept de hulp in van zijn vader: de god Poseidon. Hij vraagt aan zijn vader of hij Odysseus de rest van zijn reis naar Ithaka nog moeilijker kan maken. Door zijn vlucht moest Odysseus zijn gezel Achaemenides achterlaten, maar die zou later door Aeneas worden meegenomen.

Aiolus[bewerken]

Na een tijdje te hebben gevaren, komt Odysseus aan op een eiland, waar hij Aiolus, de god van de wind, aantreft. Odysseus en zijn mannen worden goed ontvangen op zijn eiland en verblijven er meer dan een maand in het paleis van Aiolus. Als Odysseus weer vertrekt, krijgt hij van Aiolus een zak mee, die alle winden bevat, behalve de westenwind. Odysseus mag deze in geen geval openmaken voordat hij Ithaka bereikt heeft, anders zal het nog veel langer duren voordat hij Penelope terugziet. Zijn mannen zijn natuurlijk benieuwd wat er in de zak zit, maar Odysseus laat niets los. De mannen denken dat er goud en juwelen in de zak zitten, en denken dat Odysseus deze schatten voor zichzelf wil houden. Door de gunstige wind van Aiolus komen Odysseus en zijn mannen al snel in de buurt van Ithaka. Als de mannen bijna Ithaka bereikt hebben, valt Odysseus door vermoeidheid in slaap. Eén van de mannen maakt de zak open, en een geweldige storm breekt los, die hen van Ithaka afdrijft, terug naar het eiland van Aiolus. De god is erg verbaasd als hij Odysseus opnieuw ziet, maar als deze uitlegt wat er is gebeurd realiseert hij zich dat een van de Olympische goden Odysseus aan het tegenwerken is. Bovendien is hij boos dat Odysseus zo met zijn geschenk is omgegaan en hij zet hem en zijn gevolg dan ook direct uit zijn paleis.

De Laistrygonen[bewerken]

Na te zijn weggevaren van Aiolus, bereiken Odysseus en zijn mannen het eiland van de Laistrygonen. Bijna alle schepen van Odysseus meren aan in de haven, alleen Odysseus' schip blijft op een afstandje liggen. De Laistrygonen zijn reuzen en verpletteren met rotsblokken de schepen van Odysseus die in de haven liggen. Odysseus' schip weet op het nippertje te ontkomen en achterna gezeten door rotsblokken, varen ze naar Aeaea, het onderkomen van de tovenares Circe.

Circe[bewerken]

De tovenares Circe

Op Aeaea stuurt Odysseus een groep verkenners erop uit om te kijken wat het eiland te bieden heeft. Als deze echter erg lang wegblijven, besluit Odysseus zelf te gaan kijken. Op zijn zoektocht ontmoet hij Hermes, de boodschapper van de goden. Deze waarschuwt Odysseus voor de gevaarlijke toverdrank van de tovenares Circe. Als Odysseus hiervan drinkt, zal hij veranderen in een beest, tenzij hij een kruid, Moly genaamd, inneemt dat Hermes hem aanbiedt. Odysseus vertrouwt het niet, omdat Moly giftig is. Het lukt Hermes uiteindelijk om Odysseus te overtuigen. Odysseus eet het op, en gaat verder op zoek naar het paleis van Circe. Rondom het paleis ziet hij allerlei verschillende soorten beesten lopen. Hij komt erachter dat zijn mannen ook veranderd zijn in dieren, namelijk in zwijnen.

Odysseus ontmoet Circe en hij beveelt haar zijn mannen te laten gaan. Circe wil hem eerst een drankje aanbieden, en Odysseus drinkt dit op, omdat hij hoopt dat het kruid van Hermes werkt. Circe raakt helemaal van streek als Odysseus niet in een dier verandert, en zegt dat ze zijn mannen weer terug zal toveren, als Odysseus met haar naar bed gaat. Odysseus gaat met haar naar bed en zoals beloofd veranderen de dieren weer in mensen. Odysseus bleef één jaar op Aeaea samen met zijn mannen. Daarna trokken ze weer verder.

De Onderwereld[bewerken]

Odysseus in de onderwereld

Circe had Odysseus aangeraden naar de onderwereld te gaan en daar de schim van de blinde ziener Teiresias op te zoeken. Met hulp van Circe bereikt Odysseus de onderwereld en gaat er alleen binnen. Hij moet in de onderwereld een kuil graven, en daar drie offers brengen: een mengsel van melk en honing, zoete wijn en water. Hierover heen moet hij meel strooien, een aantal geloften afleggen en een zwarte ram en een zwart schaap offeren. Odysseus had van Circe gehoord dat Teiresias de eerste is die van het bloed mag drinken. Maar natuurlijk komen op het bloed alle schimmen af, die Odysseus met zijn zwaard op afstand probeert te houden. Tussen de schimmen ziet hij zijn moeder, die nog leefde toen hij van Ithaka wegging, maar ook haar mag hij niet van het bloed laten drinken, voordat Teiresias genoeg heeft. Eindelijk verschijnt hij, en hij voorspelt dat Odysseus en zijn mannen veilig op Ithaka zullen aankomen, als hij de koeien van Helios, de zonnegod, die grazen op het eiland Thrinakia, met rust laat. Thuis aangekomen zal hij de vrijers die met Penelope willen trouwen moeten doden, maar daarna zal hij een rustige oude dag hebben. Ook vertelt de ziener Odysseus dat Poseidon de oorzaak is van zijn tegenslag. Na deze voorspelling kon Odysseus eindelijk zijn moeder van het bloed laten drinken. Zijn moeder heeft zelfmoord gepleegd, omdat ze het niet meer aankon zonder hem te leven. Ook ontmoet Odysseus een van de leiders van de expeditie naar Troje, Agamemnon, die vertelt over zijn afschuwelijke dood.

Na de ontmoetingen met zijn moeder en Agamemnon, blijft Odysseus geen minuut langer in het dodenrijk. Ze varen terug naar het eiland van Circe, en vertrekken daar na een nacht goed te hebben geslapen. In totaal is Odysseus 5 dagen op het eiland gebleven, maar wat hij en zijn mannen niet weten, is dat iedere dag in het paleis een jaar in de echte wereld is. Als hij weer wil vertrekken vanaf het strand van Aeaea, ziet hij dat zijn schip onder het zand ligt. Ze moeten het eerst uitgraven.

De Sirenen[bewerken]

Odysseus luistert vastgebonden naar de Sirenen (detail op een Attische roodfigurige stamnos, ca. 480-470 v.Chr., afkomstig uit Vulci).

Sirenen zijn halfgodinnen, half vogel en half mens. Ze brengen de zeelui met hun gezang in verleiding om naar hen toe te varen. Vervolgens lopen de schepen op de rotsen en loopt het slecht af met de bemanning.

Odysseus had van Circe de goede raad gekregen om zijn oren en die van zijn mannen dicht te stoppen, zodat niemand in de verleiding kwam naar de sirenen toe te gaan en zijn eigen graf te graven. Hij stopte de oren van zijn mannen dicht met bijenwas, en liet zichzelf vastbinden aan de mast, zodat hij wel de gezangen hoorde maar niet naar ze toe kon varen. Hij geeft zijn mannen bovendien de opdracht dat als hij schreeuwde dat ze hem niet mochten losmaken, maar dat ze hem nog steviger moesten vastmaken. Zo kwamen ze ongeschonden langs het eiland van de sirenen.

Scylla en Charybdis[bewerken]

Een metgezel van Odysseus wordt door de Scylla gegrepen (Romeinse kopie van tweede-eeuws Grieks origineel, afkomstig uit de Villa Hadriana, Museo archeologico regionale di Palermo).

Na heelhuids de sirenen te zijn gepasseerd, kwam Odysseus met zijn schip door een smalle zeestraat, vermoedelijk de Straat van Messina. Plotseling duikt er een vreselijk monster op: Scylla. Het monster rukt zes van Odysseus' manschappen van het schip. Odysseus had, om geen angst te veroorzaken, hun niet verteld wat hun te wachten stond. Verderop was Charybdis, die driemaal per dag het water opslokt en weer uitspuwt. Met zes man minder komen ze hier toch nog doorheen.

Helios[bewerken]

Odysseus komt aan op Thrinakia, het huidige Sicilië, het eiland waar de zonnegod Helios zijn runderen laat grazen. Odysseus had dit eiland liever gemeden, gezien de waarschuwingen van Teiresias en Circe. Maar ze kunnen niet meer terug, en de mannen krijgen Odysseus zover minstens een dag op het eiland te blijven. Er breekt een periode van ongunstig weer aan, en Odysseus is verplicht langer op het eiland te blijven. Hij heeft zijn mannen doen zweren dat ze van de runderen afblijven, maar na een tijd raakt het voedsel op, en de mannen halen liever de woede van de goden op hun hals dan om te komen van de honger. Ze slachten een aantal runderen en braden ze boven een vuur. Odysseus wordt wakker, en komt scheldend en tierend naar de mannen toe. Helios dwingt Zeus de mannen te straffen, en Zeus belooft hem dat ze hun straf niet zullen ontlopen.

Als de wind is gaan liggen, kunnen Odysseus en zijn mannen weer vertrekken. Nog voor het eiland van Helios uit het zicht verdwenen is, breekt er een geweldig noodweer uit en raken de bliksemschichten van Zeus het schip van Odysseus, waardoor het zinkt. Alle mannen verdrinken, alleen Odysseus blijft in leven, en zal zijn tocht terug naar huis alleen moeten doorzetten.

Kalypso[bewerken]

Odysseus heeft zich nog net aan een stuk wrakhout kunnen grijpen, en drijft verder. Hij komt nog een keer bij Charybdis, die de zee leegzuigt, waardoor Odysseus zijn vlotje kwijtraakt. Hijzelf heeft zich nog net vast kunnen grijpen aan een tak op een eiland, en hangt aan die tak totdat Charybdis de zee weer uitspuugt. Hij springt op het vlot en gaat weer verder, zonder dat Scylla hem opmerkt.

Odysseus drijft aan op het mysterieuze eiland Ogygia, waar de godin Kalypso met nog een aantal andere vrouwen woont. Deze vrouwen giechelen als ze Odysseus zien, omdat zij nog nooit een man hebben gezien. Odysseus wordt op het eiland goed verzorgd, en Kalypso laat hem blijken wel van hem gecharmeerd te zijn. Kalypso zegt dat hij Penelope moet vergeten, en dat ze hem onsterfelijk en eeuwig jong kan maken, maar ze kan Odysseus er niet toe brengen af tezien van terugkeer naar huis en naar Penelope.

Athena vindt het verblijf van Odysseus op Ogygia na zeven jaar wel genoeg geweest en haalt Zeus over Hermes naar Kalypso te sturen, die haar beveelt Odysseus te laten gaan. Zij is onwillig en zegt dat de goden het gewoon niet kunnen hebben dat ze een sterveling bemint, bovendien zegt ze dat Zeus er zelf voor heeft gezorgd dat Odysseus hier aanspoelde. Uiteindelijk laat Kalypso Odysseus gaan, en beveelt hem een boot te bouwen, waarmee hij naar huis kan varen.

De Faiaken[bewerken]

Odysseus en Nausikaä

Als Odysseus het eiland van de Faiaken in zicht heeft, veroorzaakt Poseidon een storm, waardoor Odysseus weer schipbreuk lijdt. Hij denkt dat hij nu dood gaat, maar net op dat moment duikt de nimf Ino Leukothea op, die hem zegt dat hij veilig het eiland bereikt, als hij doet wat zij zegt. Ze draagt hem op haar hoofddoek, die de angst voor onheil en dood wegneemt, om zijn borst te binden en naakt het water in te springen. Odysseus vertrouwt haar niet helemaal, maar hij heeft geen keus. Hij springt, op de hoofddoek na, naakt het water in en zwemt naar de kust. Het duurt ondanks de hulp van Pallas Athena nog twee dagen voordat Odysseus aanspoelt op de kust. Daar doet hij de hoofddoek af, en gooit deze, zoals Ino Leukothea hem had opgedragen, met afgewend gezicht terug in de zee. Dan gaat hij geheel naakt in de bosjes uitrusten.

Athena komt, vermomd als een goede vriendin, voor in een droom van de prinses Nausikaä. Ze zegt tegen Nausikaä dat ze naar het strand moet gaan om de was te doen, want daar zal ze haar ware liefde ontmoeten. De volgende dag gaat ze met haar dienaressen de was doen aan het strand. Odysseus wordt wakker van de geluiden van Nausikaä en haar dienaressen en stapt, bedekt met wat bladeren, uit de struiken. Alle dienaressen gaan ervandoor, alleen Nausikaä blijft staan. Odysseus vraagt aan Nausikaä of zij een doek voor hem heeft die hij kan omslaan en of zij de weg naar de stad weet. Nausikaä geeft haar dienaressen de opdracht Odysseus te wassen, maar Odysseus schaamt zich en doet het liever zelf. Als hij gewassen is, legt Nausikaä hem uit hoe hij naar de stad moet komen en hoe hij moet handelen om gastvrij ontvangen te worden.

Hij handelt zoals hem gezegd is en gaat naar het paleis. Hij wordt door de godin Athena onzichtbaar gemaakt en loopt recht op koningin Arete af. Als hij zich laat vallen en haar knieën omhelst, verdwijnt zijn onzichtbaarheid, waardoor de koningin schrikt. Odysseus smeekt Arete hem naar huis te laten gaan, en de Faiaken geven hem het beste eten en de beste spullen, omdat ze denken dat Odysseus een god is. Odysseus zegt hen echter dat hij een gewoon mens, en geen god is. Koning Alkinoös belooft hem een schip om naar huis te varen.

Er wordt een feestmaal voor Odysseus gehouden, en Odysseus vraagt aan een zanger of hij over de Trojaanse Oorlog kan zingen. Dit lied ontroert Odysseus zeer, en hij begint te huilen. Alkinoös vraagt hem zijn naam bekend te maken, omdat hij nu wel erg nieuwsgierig geworden is. Odysseus antwoordt nu dat hij Odysseus is, de man die het Paard van Troje bedacht. Alkinoös vraagt hem of hij over zijn avonturen op weg naar huis kan vertellen, en Odysseus vertelt door tot diep in de nacht.

De Faiaken brengen Odysseus uiteindelijk met hun schip het laatste stuk naar Ithaka, maar worden hier volgens sommige lezingen door Poseidon zwaar voor gestraft: hun schip dan wel hun hele eiland zonk in zee.

Terugkeer op Ithaka[bewerken]

Penelope spint de lijkwade.

In de twintig jaren dat Odysseus van huis is, komen er steeds meer mannen bij zijn huis die willen trouwen met Penelope. Penelope houdt echter nog altijd van Odysseus en wil niet hertrouwen. Ze verzekeren haar dat Odysseus gestorven is en ze zeggen haar dat ze op deze manier niet verder kan leven. Penelope zegt hen te zullen trouwen met iemand, zodra ze een lijkwade voor Odysseus heeft gesponnen. Ze begint aan deze lijkwade te werken, maar ze komt al snel tot de conclusie dat ze hier snel mee klaar is. Daarom spint ze overdag, maar haalt ze de lijkwade 's nachts weer uit.

Odysseus wordt wakker op een voor hem vreemd eiland, dat in mist is gehuld. Hij ontmoet Athena, die hem zegt dat hij echt op Ithaka is en om dat te bewijzen haalt ze de mist weg. Odysseus herkent het eiland nu en Athena zegt hem dat hij niet meteen naar Penelope kan gaan, in verband met de vrijers. Ze zegt dat als hij nu naar Penelope zou gaan, hij net als Agamemnon zou sterven. Om hem daartegen te beschermen, verandert Athena hem in een bedelaar en stuurt ze hem naar Eumaios, de zwijnenhoeder. Athena zegt hem bovendien dat ze naar Sparta zal vertrekken, om zijn zoon Telemachos terug naar huis te sturen. Hij is namelijk op pad gegaan om inlichtingen over zijn vader in te winnen.

Eumaios komt er na verloop van tijd achter dat de bedelaar eigenlijk zijn meester is en waarschuwt hem niet naar zijn paleis terug te keren, in ieder geval niet voordat Telemachos teruggekeerd is. Als Telemachos terug is op Ithaka, geeft Athena Odysseus zijn echte gedaante terug. In eerste instantie herkent Telemachos zijn vader niet, maar Odysseus overtuigt hem van het feit dat het wel degelijk zo is. Odysseus vraagt zijn zoon hem te helpen met het verslaan van de vrijers, waarop Telemachos natuurlijk toezegt.

Odysseus tracht verkleed als bedelaar te worden herkend door Penelope (terracottareliëf, ca. 450 v.Chr., afkomstig uit Melos, Louvre).

Odysseus wordt weer omgetoverd tot bedelaar door Athena en gaat naar zijn paleis. De vrijers zijn ondertussen erg onrustig geworden en willen dat Penelope nu een keuze maakt. Ze verzint een list, waardoor ze met niemand hoeft te trouwen. Aan de muur hangt nog de boog van Odysseus, die alleen hij kan spannen. Ze organiseert een wedstrijd en degene die de boog kan spannen en er in één keer een pijl mee door de op de achterkant bevestigde ogen van 12 bijlen kan schieten, wordt de nieuwe echtgenoot. Alle vrijers proberen de boog te spannen, maar geen van hen lukt dit. Odysseus is ondertussen naar het paleis gelopen. Odysseus vraagt, nog steeds betoverd, of hij het eens mag proberen. De vrijers roepen dat een bedelaar al helemaal geen boog kan spannen, maar Penelope zegt dat de bedelaar het ook mag proberen. Odysseus spant de boog en schiet ermee door alle 12 de ogen en alle vrijers zijn met stomheid geslagen. Odysseus wordt weer omgetoverd in zijn normale gedaante, de vrijers herkennen hem en worden bang. De vrijers proberen Odysseus te vermoorden, waarna hij een vrijer doodt. De vrijers zijn verontwaardigd, ze vinden dat ze niks fout hebben gedaan. Dat hebben ze echter wel, ze hebben jaren van zijn geld geleefd en zijn vrouw beledigd. Hierna schiet Odysseus nog meer vrijers dood en begint er een heuse strijd. Odysseus krijgt hulp van Telemachos en samen doden ze alle vrijers. Na dit gruwelijke gevecht geeft Odysseus zijn oude voedster, Eurykleia, de opdracht om alle ontrouwe dienaressen te halen. Dit doet zij maar al te graag. De angstige meisjes worden gedwongen de lijken van de vrijers naar buiten te slepen en de grote zaal schoon te poetsen. Telemachos spande een stevig touw tussen het dak en de hofmuur, waaraan hij de ontrouwe dienaressen stuk voor stuk ophing.

Odysseus gaat na de schoonmaak op zoek naar Penelope en wordt met haar herenigd. Ze beloven voor altijd bij elkaar te blijven.

Navolging van de figuur Odysseus[bewerken]

Odysseus op een vaas uit 500 v.Chr.

Niet alleen de Romeinen gebruikten de figuur Odysseus, met "hun" Ulixis, om verhalen op te inspireren of hem er een hoofdrol in te laten spelen. Ook nu nog komt hij regelmatig voor in boeken en verhalen. Eén van die boeken heet De vloek van Polyfemos . Dat is geschreven door Evert Hartman.

In Dantes' Inferno brandt Odysseus in de hel tussen de kwade raadgevers (evenals Diomedes). Hij vertelt Dante en Vergilius dat hij na al zijn omzwervingen nog een laatste reis heeft gemaakt, naar de louteringsberg op de andere kant van de aarde, waar God zijn schip liet zinken.

Odysseus speelt ook een rol in Shakespeares Troilus en Cressida. James Joyce' Ulysses is naar hem genoemd.

Odysseus in de kunst[bewerken]

Odysseus komt geregeld terug in de oude en hedendaagse kunst. De Grieken schilderden hem al veelvuldig op vazen en borden, maar ook schilders uit de 15e en 16e schilderden hem op doeken.

Het verhaal van Odysseus en zijn avonturen is vaak verfilmd.

In de 20e eeuw volgden zeker drie "toonzettingen", één van John Harbison en één van Nicolas Maw. Alan Hovhaness wijdde zijn 25e symfonie aan de liefde tussen Odysseus en Penelope.

Odysseaanse constructie[bewerken]

In regeringskringen wordt soms het begrip "Odysseaanse constructie" gebruikt, met een verwijzing naar Odysseus' ontmoeting met de Sirenen. De jaren 2002–2004 werden gekenmerkt door een relatief geringe groei of zelfs daling van belastingontvangsten én stijgende marginale belastingtarieven. Toen in het jaar 2005 de belastinginkomsten (in het bijzonder op inkomen en vermogen) plotseling explosief stegen, verminderde het financieringstekort van de overheid. Voor de kiezer en de gekozen volksvertegenwoordiger is dat het signaal dat de overheidsfinanciën op orde zijn en dat er zodoende een overschot is, waarvan het gebruik vrij is gekomen. De roep van de kiezer wordt vergeleken met de lokroep van de Sirenen die met hun schone gezang menig schipper wisten te verleiden en op de klippen lieten varen. De oplossing was voor Odysseus even simpel als effectief: hij liet zich door zijn bemanningsleden aan de mast binden om de verleiding geforceerd te kunnen weerstaan.

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
Uranus
 
Gaea
 
Arcesius
 
Chalcomedusa
 
Hermes
 
Chione
 
Perseus
 
Andromeda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hyperion
 
Theia
 
Oceanus
 
Tethys
 
 
 
 
Amphitea
 
Autolycus
 
Oebalus
 
Gorgophone
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Helios
 
 
 
 
 
Perseis
 
Laërtes
 
 
 
Antikleia
 
 
 
 
 
Icarus
 
Periboia
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ctimene
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Circe
 
 
 
 
 
Odysseus
 
 
 
 
 
Penelope
 
 
 
Perileos
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Agrios
 
Latinus
 
Telegonus
 
Telemachus
Bronnen, noten en/of referenties