Leer (stof)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leer en leerbewerkingsgereedschap
Wayang kulit-pop
Nang Talung (een voorstelling met een verhaal uit de Ramayana, Thailand) pop
Leren jurk

Leer (ook: leder) is materiaal dat gemaakt wordt van de huid van voor vleesconsumptie gedode dieren, bijvoorbeeld koeien of varkens. Luxere leersoorten zijn afkomstig van bijvoorbeeld een hert, een lam of een kalf. Van beschermde diersoorten (zoals bepaalde slangensoorten) kan de import en handel van het leer verboden zijn, dit kan echter per land verschillen. Voor bijvoorbeeld leer van krokodillen (krokodillenleer) is dat echter niet het geval. Ook de huid van sommige kraakbeenvissen (haaien en roggen) wordt of werd wel tot leer verwerkt.

Voordat het leer gebruikt kan worden, wordt het gelooid. Daarmee wordt de huid vrijwel onbeperkt houdbaar. Leer wordt meestal ook in een kleur geverfd.

Leer wordt gebruikt voor tassen, schoenen, jassen, meubels etc. Motorrijders dragen vaak leren pakken om zich te beschermen bij eventuele valpartijen. Het dragen van leer heeft voor sommigen ook een seksuele betekenis (fetisjisme).

Omdat leer kostbaar is wordt kunstleer gebruikt voor verschillende van deze toepassingen. Vaak krijgt kunstleer een kunstmatige geur om het op leer te laten lijken. Leer heeft enig onderhoud nodig. Vooral schoenen moeten, om het leer soepel te houden, regelmatig gepoetst worden met schoensmeer. Lederen kleding zoals motorkleding wordt bij voorkeur ingewreven met speciaal ledervet.

Leer dat in de bodem terecht komt, blijft goed bewaard. Er zijn leren voorwerpen bekend uit de Middeleeuwen. Maar ook de ijsmummie Ötzi uit 3300 v.Chr. had leren voorwerpen bij zich, waarvan de diersoort zelfs nog bepaald kon worden.

Productieproces[bewerken]

Leder is afkomstig van de huid van dieren en wordt dus niet gemaakt. Het is gegroeid: een natuurproduct met al zijn eigenaardigheden en nuances. Het productieproces, waarbij het leder als eindproduct tot stand komt bestaat uit diverse bewerkingsgangen.

Ruwe huiden[bewerken]

Na het slachten van het rund wordt de huid gereinigd van alle bederfelijke resten en opgeslagen in koelcellen zodat de huiden houdbaar blijven. De ruwe huiden worden verhandeld op de huidenmarkt waar de prijs door het spel van vraag en aanbod tot stand komt. De leerlooier koopt de ruwe huiden in partijen van enige honderden huiden en maakt daarbij diverse kwaliteitsklassen. Deze kwaliteitsindelingen bepalen sterk de prijs van het leder en is afhankelijk van de huidfouten, die zowel natuurlijk kunnen zijn als huidfouten door de mens veroorzaakt. Natuurlijke huidfouten zijn: horzelgaten, luizenbeten en aantasting door motten. Huidfouten door de mens veroorzaakt kunnen o.a. ontstaan door: brandmerken, prikkeldraadbeschadigingen, vilsneden, rotplekken en looierssneden. Omdat de Europese runderen in een gunstiger klimaat leven en daarnaast ook beter onderhouden worden komen de betere kwaliteiten van ruwe huiden uit Europa.

Deze huiden zijn over het algemeen groter. De huiden van de Zuid-Amerikaanse, de Afrikaanse en de Aziatische runderen zijn vaak kleiner, en door de klimatologische omstandigheden in deze landen hebben deze huiden meer natuurlijke fouten. Een runderhuid is aan de buitenzijde geheel behaard. Aangezien deze behaarde zijde de bovenzijde van het leder wordt, dient deze zijde zorgvuldig gereinigd te worden. Met chemische middelen wordt het haar losgeweekt en weggespoeld. Na deze behandeling is het leder geheel wit van kleur.

Aan de binnenzijde van de huid bevinden zich vetresten, spierweefsels e.d. Deze worden door middel van een schraapmachine verwijderd.

Een normale runderhuid is 4 tot 6 mm dik. Om tot de gewenste dikte van het leder te komen, wordt de huid gesplitst in over het algemeen 3 delen. De minimale dikte voor de bovenhuid bedraagt ca. 0,9 mm. De onderlaag van de huid wordt gebruikt voor schoenzolenleder, terwijl de tussenlaag, het zogenaamde splitleder, als afgedekt leer van lage kwaliteit, omdat de laklaag snel breekt, op de markt komt. Als de huiden niet direct gelooid worden, kunnen ze bederven en om dit te voorkomen worden ze in een oplossing van keukenzout, zoutzuur en water gelegd hetgeen pekelen wordt genoemd.

Het looiproces[bewerken]

Zie hoofdartikel leerlooien.

Om het leder duurzaam te maken worden de huiden gelooid. Hiervoor bestaan verschillende processen, zoals chroomgelooid en plantaardig gelooid. Over het algemeen wordt de chroomlooiing toegepast hetgeen inhoudt dat de huiden door inwerking van conserveringsmiddelen houdbaar worden.

Na het looien wordt de dikte van de huiden via een schuurmachine gecontroleerd, waarbij oneffenheden in de huid worden weggeschuurd. Op de huid is het leven van het rund te "lezen". Kleine littekens, schrammen, steken van insecten en verschil in dichtheid van de poriën geven het leder steeds weer andere nuances. Door deze natuurlijke kenmerken van de huid ontstaan eveneens nuances in de kleur. De lichtbreking wordt immers beïnvloed door de structuur van de huid die bij geen enkel stuk leder gelijk is. Het verwerken van een dergelijk natuurproduct vraagt veel vakmanschap en inzicht om tot een optimaal resultaat te komen.

Traditioneel leerlooien[bewerken]

Als eerste werden de huiden van het dier gevild. Hierbij bleven resten vlees op de huid achter. Is het leer bedoeld als materiaal voor schoeisel, dan worden de huiden eerst onthaard. De huiden werden geweekt in kalkrijk water en daarna werden de haren er af geschraapt. Op de binnenkant van de huid zaten er nog veel grote resten vlees aan die huid. Die resten werden er met een scherp mes afgesneden. Dat noemt men vlezen. De vlezer stond hierbij diep gebogen over een schuin opgestelde iets bolle stenen tafel.

Als dat gebeurd was, begon het looiproces pas echt. In een looierij stonden kuipen, ook wel laven genoemd, die half in de grond gegraven werden. Ze werden gemaakt van eikenhout. Nadat de kuipen met run (gemalen schors van de eik gemengd met water) gevuld waren, werden de huiden erin gehangen. Wanneer de huiden eruit kwamen en gedroogd waren, konden ze niet meer bederven.

Voordat de huiden droog waren, werden ze eerst nog gekrabd, geschuurd en gewalst. Dit was allemaal als afwerking. Het schuren en krabben zorgden ervoor dat het leer ging glanzen. Door het walsen werd het leer platter en gladder. Wanneer deze stappen doorlopen waren was het leer zo goed als klaar.

Verven[bewerken]

Het leder uit alle kwaliteitsklassen wordt gebeitst met aniline kleurstoffen. De verfstoffen dringen diep in de huid tot ca. 1 mm. Hierbij kan men dan spreken van een door en door geverfd leder. Kleurnuances ontstaan doordat niet alle delen van de huid evenveel kleurstof opnemen. De huiden worden gedroogd en verharden daardoor. Door middel van walken (het machinaal kneden van het leder) worden de huiden weer soepel. Het gelakte leer wordt verkregen door het spuiten van de door en door geverfde huiden met kleurlak op waterbasis. Deze klassieke bewerkingsmethode levert een zeer sluitvast en weinig kwetsbaar leder op voor het dagelijks gebruik. De laklaag beschermt het leder tegen inwerking van vocht, transpiratie en vet.


Zie ook[bewerken]