Boomheiligdom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zomereik en zijn kapel op de Les Brieux heuvel
Heilige boom bij Pura Tirta Empul (Bali)
Jaya Sri Maha Bodhi (Sri Lanka), uit de derde eeuw voor christus

Boomheiligdommen zijn de heilige plaatsen, of cultusplaatsen, van verschillende bevolkingsgroepen verspreid over de hele wereld. Bij deze heilige bomen komt en kwam men om de goden te vereren, te bidden of te offeren. Deze plekken werden meestal bezocht als heiligdom, maar vaak ook vonden belangrijke bijeenkomsten (zoals rechtspraak) plaats bij het boomheiligdom.

In het oude Elam bevonden veel heiligdommen zich in een husa, een heilige gaarde. Een stele van Šilḫak-Inšušinak vermeldt er negentien verspreid over het hele rijk. [1] Deze heilige gaarden waren ook de plaats waar het offerfeest de šip gehouden werd.[2] Assurbanipal, die de Elamitische hoofdstad Susa verwoestte, pocht dat hij de helige gaarde rond de tempel die voorheen door geen enkele vreemdeling betreden mocht worden binnengedrongen was.

In Europa waren het de Kelten en Germanen, waaronder de Saksen, die heilige bomen hadden alwaar ze hun rituelen uitvoerden ten behoeve van hun religie. De Kelten gebruikten vooral de eik en de linde die ze als heilig zagen, Linde is nog altijd een veel voorkomende plaatsnaam. Ook bij de Grieken en Romeinen kende men heilige bossen en bomen, zoals de Zeuseik van het Orakel van Dodona (gewijd aan Zeus Naios en de moedergodin) en de twee lotusbomen bij de tempel van Juno Lucina.

Nog altijd zijn de indrukwekkende bomen in het landschap te ontdekken, vaak staan ze op het hoogste punt in de omgeving. Er zijn vele vermeldingen over boomheiligdommen die door brand (blikseminslag) of een storm zijn geveld, vaak echter loopt de schijnbaar dode boom daarna toch weer uit.

In India zijn ook heilige bomen waar lappen stof en kledingstukken in worden gehangen, waarmee men genezing probeert te vragen. Ook op Bali zijn heilige bomen aanwezig, ook hier worden lappen stof rond (en in) de boom gehangen en er worden dagelijks offers achtergelaten. Osun-Osogbo is het laatst overgebleven heilige bos van het Yoruba-volk in Nigeria en is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Wichelroedelopers zijn bij heilige bomen vaak op zoek naar leylijnen, omdat die daar zouden kruisen.

Een boomheiligdom heeft veel overeenkomsten met een totempaal.

Nog altijd spelen de emoties hoog op als belangrijke bomen in het straatbeeld met de kap worden bedreigd. Toen de Anne Frankboom door ziekte niet te redden zou zijn, kwamen er hevige protesten. De kap werd uitgesteld en de boom is behouden door enkele aanpassingen aan te brengen. Helaas is de boom op 23 augustus 2010 door harde windstoten alsnog geveld.

Bomen worden in het algemeen als belangrijk gezien, in het regenwoud worden (vooral grote) bomen nog dagelijks gekapt, de bossen worden uitgedund maar het zal vele eeuwen duren voordat er weer bomen staan zoals degene die worden gekapt. Er ontstaan echter steeds meer protesten dat de verdragen voor het behoud van het regenwoud worden geschonden, vaak is de lokale bevolking niet opgewassen tegen de machtige multinationals[3].

Soort boomheiligdom[bewerken]

Er zijn specifieke benamingen van boomheiligdommen, waaronder:

  • Koortsboom of lapjesboom (boom voor genezing van een ziekte)
  • Breukenboom of spijkerboom (boom voor genezing van een breuk)
  • Heilige Eik, deze benaming komt / kwam op vele plaatsen voor
  • Kroezeboom, deze grensboom werd ook als heiligdom beschouwd
  • Kinderboom, geeft pasgeboren kinderen hun ziel
  • Donareik, deze benaming kwam op vele plaatsen voor (zoals de beroemde Donareik) en verwijst naar Donar, de West-Germaanse benaming van dondergod Thor
  • Wensbomen, zoals de Lam Tsuenwensbomen

Kerstening[bewerken]

Een schilderij uit 1737; Bonifatius houdt toezicht terwijl de al gekerstende franken de Donareik bij Fritzlar vernietigen, om zo de germaanse bevolking (de Chatten) te bekeren tot het christendom

In de Indiculus superstitionum et paganiarum uit de achtste eeuw werd de verering bij heilige plaatsen (zoals bij bomen en in bossen), net als andere heidense gebruiken, verboden. Toen de christelijke kerk in de vroege middeleeuwen begon met de kerstening van Nederland en België werden vele heilige bomen omgehakt. Het hout werd vaak gebruikt voor de bouw van de kerk of kapel, ook werden er beelden van gemaakt (vaak Maria-beelden of kruisen). Eén van de bekendste boomheiligdommen is de Donareik, deze werd gerooid in opdracht van Bonifatius.

Soms bleef de boom zelf behouden, dan plaatste men vaak een kruis, beeld of kapelletje bij (of in) de boom om op die manier de bevolking te kerstenen. Later werden opnieuw pogingen gedaan de verering bij het boomheiligdom tegen te gaan, door het beeldje te verplaatsen naar een kerk in de omgeving. Dit had meestal niet het gewenste effect.

Er zijn vele volksverhalen over de wonderbaarlijke verschijning van Maria-beelden, die in de boom werden geplaatst. Wanneer de beelden verplaatst werden, kwamen ze op mysterieuze wijze weer naar de oorspronkelijke plek terug. De plaatsen werden vaak een bedevaartplaats, nog altijd trekken de boomheiligdommen vele belangstellenden.

Bekende bomen[bewerken]

De beroemdste boom van Frankrijk bij Allouville-Bellefosse, in de boom zijn twee kapellen waarvan de bovenste met een wenteltrap te bereiken is

Er zijn nog enkele tientallen heilige bomen overgebleven vooral in de zuidelijke delen van Nederland en België, enkele opvallende exemplaren zijn:

Frankrijk[bewerken]

  • Zomereik uit de 9e eeuw, Allouville-Bellefosse, dit is de beroemdste boom van Frankrijk, er zijn twee kapellen gemaakt - de bovenste is bereikbaar via een wenteltrap rond de boom (zie afbeelding).

Overblijfselen[bewerken]

Gerlachus van Houthem voor zijn holle boom

Ook als het boomheiligdom inmiddels verdwenen is, kun je vaak aan namen herleiden dat er ooit sprake was van een heilige boom.

Afbeeldingen[bewerken]

Wereldwijd zijn vele boomheiligdommen te vinden, hieronder volgen enkele afbeeldingen:

Goden en mythologie[bewerken]

De Noordse kosmogonie had een heilige boom, de wereldboom Yggdrasil, die echter niet op een aanwijsbare plaats staat. In de Germaanse mythologie is de Irminsul bekend. In de Kanaän was Asherah de levensboom, ze wordt ook in de bijbel genoemd. Het christendom kent de boom van kennis van goed en kwaad en de boom des levens. De bantoe-mythologie kent een levensboom die de godin van vruchtbaarheid achtervolgt. In India is de Aśvattha-boom geworteld in de hoogste hemel en reikt omlaag door de ruimte met zijn takken door de bestaande werelden.

De heilige boom van Heliopolis mit Thot und Sesjat, die de naam van de koning op de bladeren schrijven
Prinses Parizade brengt de zingende boom thuis, uit de vertellingen van Duizend-en-één-nacht
Freya en de appelboom
Beer en appelboom, Alpes-de-Haute-Provence

Vele goden en mythologische wezens worden in verband gebracht met een (bepaalde soort) boom.

Enkele mythologische figuren worden in verband gebracht met vele soorten bomen.

Trivia[bewerken]

De grootste Würzelgnom ter wereld (met een vermelding in het Guinness Book of Records), veel overeenkomsten met een totempaal
  • De pelgrimsstaven van kluizenaar Gummarus van Lier en de heilige Rumoldus van Mechelen zouden in eiken zijn veranderd bij Lier
  • In Laren staat de dikste eik van Nederland, de Dikke Boom. Het is een enorme boom, een volwassene kan in de holte komen (zie afbeeldingen).
  • De Major Oak, een oude eik, in Sherwood Forest wordt gezien als het hoofdkwartier van Robin Hood (hij bracht het geld van de rijken naar de armen). De boom trekt vele belangstellenden en kan gezien worden als heiligdom.
  • Er werden in het verleden huwelijken gesloten onder een lindeboom.
  • Ook in sprookjes spelen bomen een belangrijke rol, het is soms de woonplaats van een mythologisch wezen zoals een kabouter of nimf. Ook spelen bomen andere symbolische rollen, bijvoorbeeld in De kikkerkoning en Van de wachtelboom (de jeneverbesboom).
  • In het heilige bos van de Semnonen mocht men alleen geboeid naar binnen, als men viel moest men verder kruipen.
  • De Terpentijnboom wordt in het Oude Testament als heilige boom omschreven.
  • De meiboom was oorspronkelijk een berk.
  • Het woord eik is verwant aan het Indische igja dat verering betekent.
  • De namen van Gallische stammen laten boomverering zien: de Eburones waren de Taxusstam en de Lemovices waren het Volk van de Iep.
  • In Ierse mythologie zijn alle bomen heilig, in het bijzonder de eik, taxus en hazelaar. Een heilige boom wordt in Ierland bile genoemd. Een boomgroep noemt men in Ierland fidnemed en in Gallië en Bretagne nemeton[4].
  • Het woord 'druïde' is verwant met het Keltische woord voor 'eik', zo was de verzamelplaats van de Galaten bekend als Drunemeton ("eikheiligdom").
  • Eiken waren de Germanen heilig en in het Derde Rijk werd een Germaans ritueel herhaald waarbij een eikenkrans op de zomerzonnewende in een vuur werd verbrand. Daarbij werd de "Rütlischwur" uitgesproken[5]. Zie ook eikenloof.

Zie ook[bewerken]

Bij deze votiefboom worden spenen achtergelaten als ze niet meer nodig zijn, Denemarken
Op Java kwamen nogal wat bossen voor die voor de inheemse bevolking een bijzondere betekenis hadden. Dat soort 'heilige' bossen mocht men niet betreden of men mocht er in elk geval niets hakken of plukken. Ook kleinere boomgroepen of individuele bomen konden als 'heilig' beschouwd worden. Dat betekende op z'n minst dat ze niet omgekapt werden, al kwam het ook voor dat daar woonachtige Europeanen zich aan zulk 'bijgeloof' niet wensten te storen. De waringin, die ook elders in Indië een speciale status heeft - hij wordt door velen als een verblijfplaats van geesten beschouwd - is een goed voorbeeld van zo'n bijzondere boom. Op de foto (1900-1920) een waringin voor woonhuis in Soemberkareng, Tropenmuseum
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Elamite tempel building. D.J. Potts. In: From the foundations to the crenellations. 2010. ISBN 978-3-86835-031-9
  2. Parnakka's feast šip in Parsa and Elam. Wouter F.M. Henkelman. In: Elam and Persia. ISBN 978-1-57506-166-5
  3. BBC - Tribe - Bruce
  4. Keltische Mythen, Miranda Jane Green, 1993, ISBN 90-5121-413-8
  5. De "Nordischen Kuriers" van 27 Juni 1933 op