Jeneverbes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Voor het gelijknamige geslacht, zie Jeneverbes (geslacht)
Jeneverbes
Jeneverbes.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Naaktzadigen
Orde: Coniferales
Familie: Cupressaceae (Cipresfamilie)
Onderfamilie: Cupressoideae
Geslacht: Juniperus
Soort
Juniperus communis
L. (1753)
Jeneverbessen
Jeneverbessen
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De jeneverbes (Juniperus communis) is een conifeer. Het is een van de weinige coniferen die van nature voorkomen in de Benelux.

Inhoud

Verklaring van de naam [bewerken]

De naam jeneverbes is een verbastering van het Latijnse Juniperus dat is samengesteld uit 'junior' = 'de jongere' en 'parere' = 'verschijnen'. Dit slaat op de jonge vruchten die reeds verschijnen voordat de rijpere vruchten zijn afgevallen.[1] De drank jenever dankt zijn naam aan deze plant. De kegelbessen worden in het geestrijke vocht verwerkt.

In de middeleeuwen werd de boom als een symbool van kuisheid gezien. Op een van de schilderijen van Leonardo da Vinci, het portret van de vrouwe Ginevera de Benci, is een jeneverbes op de achtergrond te zien. De naam Ginevera is een verwijzing naar de jeneverbes. De hedendaagse naam Jennifer is een moderne variant van Ginevera.

Naamsverwarring [bewerken]

In Vlaanderen wordt de aalbes, rode bes of zwarte bes soms ook wel eens foutief jeneverbes genoemd.

Algemeen [bewerken]

uit Koehler (1887)

De jeneverbes is tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Het rijpen van de 'bessen' strekt zich uit over twee jaar. De vrouwelijke zaadschubben vormen in het eerste jaar zwartblauwe kegelbessen. Na de overwintering worden zij donkerblauw. De struik kan tot 10 m hoog worden.

Ecologie [bewerken]

De jeneverbes is de enige boomsoort in Nederland die op de Nederlandse Rode lijst van planten staat als algemeen voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen. De jeneverbes is een in Nederland wettelijk beschermde boom. Een groot deel van de Nederlandse exemplaren groeien op de Veluwe en in Drenthe. De Drentse naam is 'iberen' of 'damberen'. Er is een restpopulatie in Limburg. Voor het voortbestaan van de jeneverbes is het belangrijk dat er voldoende exemplaren in de buurt staan en dat ze vrij staan; de wind moet met name tijdens de bloei vrij spel hebben. Dit om het zogenaamde roken van de bomen te waarborgen. De plant verspreidt namelijk tijdens de bloei wolken van stuifmeel. De grote lijster eet de kegelbessen en verspreidt op deze wijze de zaden.

Jeneverbes komt in Nederland voor op arme zandverstuivings- en heidelandschappen. Er vindt op het ogenblik weinig tot geen natuurlijke verjonging plaats. Een uitzondering zijn de terreinen van het Nederlandse Ministerie van Defensie waar de bodem regelmatig wordt verstoord. De Jeneverbes is een pionierssoort waarvan de zaden kiemen in minerale bodems (lees: stuifzanden) na enkele natte jaren [2]. Mogelijke verklaringen voor de beperkte verjonging zijn (1) konijnenvraat van jonge scheuten en (2) een te zure samenstelling van de bodem.

Grote populaties komen voor in de naaldwouden van Azië en Canada. Het verspreidingsgebied is zeer groot: vrijwel overal op het noordelijk halfrond tot langs de poolcirkel met uitlopers tot diep in de subtropische gebieden.

Voorkomen [bewerken]

Jeneverbessen worden tegenwoordig in de meeste gevallen als solitaire struiken aangetroffen. Zeldzaam zijn de jeneverbessenbossen waarbij men diverse exemplaren vlakbij elkaar aantreft. Op de Veluwe langs de weg van Otterlo naar Schaarsbergen ligt een jeneverbessenbos. Het bos ligt gedeeltelijk in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. Het is een unieke plaats, omdat de jeneverbessen hier dicht bij elkaar staan.

Enkele plekken waar deze nog te vinden zijn:

Toepassingen [bewerken]

De jeneverbes bevat oliën die gebruikt worden in badolie. Ook worden de kegelvruchten in jenever en Bénédictine gebruikt als smaakmaker.

De gedroogde kegelvruchten wordt als specerij verwerkt in bijvoorbeeld marinades voor wild. Ook zuurkool wordt traditioneel met jeneverbes gekruid. De gedroogde 'bessen' zijn vaak in een supermarkt te koop. Naast de bessen worden ook de bladeren gebruikt, bijvoorbeeld bij het grillen van vis.

Zie ook [bewerken]

Bronvermelding [bewerken]

  1. Hüsstege G. (1976). Zakflora voor bos en heide. Helmond/Antwerpen: Uitgeverij Helmond/Standaard Uitgeverij.
  2. http://www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport465.pdf Alterra 2002 Beheersvisie Jeneverbes

Externe link [bewerken]