Nationaal Park De Hoge Veluwe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nationaal Park De Hoge Veluwe
Nationaal park
Nationaal Park De Hoge Veluwe
Nationaal Park De Hoge Veluwe
Situering
Land Nederland
Locatie Gelderland
Coördinaten 52° 5′ NB, 5° 48′ OL
Informatie
IUCN-categorie II (Nationaal park)
Oppervlakte 55 km²
Opgericht 1935
Bezoekers 527.000 (in 2007)
Beheer Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe
Foto's
Deelense was
Deelense was
Zandverstuiving
Zandverstuiving
Jong groen in het bos van de Hoge Veluwe
Jong groen in het bos van de Hoge Veluwe
Kaart van het nationaal park

Het Nationaal Park De Hoge Veluwe is een nationaal park in de Nederlandse provincie Gelderland. Het valt grotendeels onder de gemeente Ede en voor een klein gedeelte onder de gemeenten Apeldoorn en Arnhem[1]. Het park is tegenwoordig circa 5.400 hectare groot en beslaat ongeveer vijf procent van de Veluwe, het grootste laaglandnatuurterrein in noordwest-Europa. Op De Hoge Veluwe is ruimte ingeruimd voor cultuurhistorische elementen, voor architectuur en voor beeldende kunst. Zo maakt het wereldberoemde Kröller-Müller Museum deel uit van het Park. Een andere bijzonderheid is dat het Park vrijwel zonder overheidssubsidie geëxploiteerd wordt, zodat de verkoop van entreekaarten een belangrijke inkomstenbron vormt. Het park is in 1935 ontstaan en is het op één na oudste nationale park van Nederland, na Nationaal Park Veluwezoom van Natuurmonumenten, dat uit 1930 dateert.

Ontstaan[bewerken]

Het natuurgebied is gelegen op de zandgronden van de Veluwe, dekzanden die ontstaan zijn uit een morene achtergelaten in de voorlaatste ijstijd. Het gebied is eeuwenlang in beheer geweest voor bosbouw en landbouw en omvatte enkele kleine nederzettingen. Door overexploitatie is het zand weer gaan stuiven, wat onder meer met bosaanplant is tegengegaan. Aan het begin van de 20e eeuw bestond het gebied uit zandverstuivingen, heide en verschillende typen bos met grove den, vliegden en verschillende loofbomen. Een van de bewaarde kleine nederzettingen is Oud Reemst.

Stichters van het park[bewerken]

Het gebied dat nu De Hoge Veluwe vormt, dankt zijn status aan het echtpaar Kröller-Müller dat het in 1909 aankocht als landgoed met als belangrijkste functie het bieden van een privéjachtterrein. Voor de jacht werden onder andere moeflons, wilde zwijnen en edelherten uitgezet en zelfs enige tijd kangoeroes. Ook de bosexploitatie werd voortgezet. Toen het echtpaar begin jaren dertig in financiële problemen raakte, werd een poging gedaan het landgoed te verkopen aan Natuurmonumenten. Dit mislukte, waarna het Rijk de benodigde 1 miljoen gulden doneerde aan een stichting die het park in 1935 van Anton Kröller kocht. Deze stichting is nog steeds eigenaar. Destijds had de Hoge Veluwe een oppervlakte van circa 6.800 hectare. Als tegenprestatie voor de donatie kreeg het Rijk de kunstcollectie van mevrouw Kröller-Müller, op voorwaarde dat een nieuw museum in het park werd gebouwd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het park verkleind doordat uitgestrekte gebieden onder militair beheer werden gesteld. Een deel daarvan maakt nu deel uit van het Infanterie Schietkamp de Harskamp, gesticht in 1899, een ander deel is nu onderdeel van de Vliegbasis Deelen.

Landschappen[bewerken]

Oorspronkelijke was het een bebost gebied, maar door menselijk toedoen (houtkap en begrazing) zijn heide en stuifzanden ontstaan. Later zijn weer bossen aangeplant, maar toen de stuifzanden dreigden te verdwijnen is midden in het park een gebied ontbost, De Pollen, om alle soorten natuur die ooit in dit gebied geweest zijn te behouden. Heide is vooral ten zuiden en oosten hiervan en bos vooral ten noorden, waar ook het bezoekerscentrum is.

In het oosten van het park ligt het Deelensche veld, een heideveld, met daarin een aantal vennen, waaronder het Deelensche Wasch en de Gietense Flessen. Deze vennen zijn ontstaan doordat zich op het zand een ondoordringbare laag heeft gevormd, waarin het regenwater niet wegzakt. De naam Deelense was wijst erop dat de schaapherders vroeger hun schapen in dit ven gingen wassen. In en rond het ven, dat dus alleen regenwater bevat, groeien in Nederland bijzondere planten, zoals veenpluis, kleine moerasrus en veenmos.

Ten zuidwesten hiervan ligt het Deelensche zand, een uitgestrekte, deels met vliegdennen dichtgegroeide zandverstuiving, en ten westen daarvan, midden in het park, De Pollen.

Een ander groot heideveld is het Oud Reemster veld in het zuiden, dat naar het noorden overgaat in het uitgestrekte, met vliegdennen vrijwel dichtgegroeide Oud-Reemsterzand.

In het noordwesten is het schijnbaar vrijwel onbegroeide Otterlose zand, waar een standbeeld van generaal Christiaan de Wet is geplaatst.

Beeldende kunst en architectuur[bewerken]

Het park wordt niet alleen gekenmerkt door het Kröller-Müller Museum, maar kent ook enkele andere architectonische bijzonderheden. Hiervan is het Jachthuis Sint-Hubertus het belangrijkst.

Beheer natuur[bewerken]

Het beheer van dit gebied onderscheidt zich in verschillende opzichten van dat van andere natuurgebieden. Een van de redenen is dat park zich altijd verzette tegen overheidssubsidie, al werd het park in 1935 met rijksgeld aangekocht. Daardoor moesten er op andere manieren inkomsten gegenereerd worden, bijvoorbeeld uit houtteelt, maar in toenemende mate uit entreegelden van de bezoekers. Het is daarmee het enige natuurterrein van de Veluwe waarvoor bezoekers moeten betalen. Het was noodzakelijk het gebied te omgeven met hoge hekken. In het hek bevinden zich drie doorgangen met kassa's. Het hek garandeerde ook dat dieren als moeflons en edelherten binnen het park bleven en de bezoekers in aanraking konden komen met wild.

Rastering[bewerken]

Het park beslaat binnen de rasters ongeveer 50 km². Dat is ongeveer vijf procent van de Veluwe, dat op zijn beurt met een oppervlakte van 1000 km² verreweg het grootste aaneengesloten natuurterrein van Nederland is. Er wordt gestreefd naar rasterverlagingen aan de oost- en de westzijde van de Hoge Veluwe waar edelherten en reeën overheen kunnen springen. Het project Hart van de Veluwe[2] voorziet, naast rasterverlagingen, verder in een ecoduct over de drukke weg Otterlo-Schaarsbergen, langs de westzijde van het park. Dan zou er voor het eerst sinds 1932 weer wildmigratie mogelijk zijn tussen de Hoge Veluwe en het deel van de Veluwe in de driehoek Ede-Otterlo-Oosterbeek. Met het ecoduct is in 2011 een begin gemaakt en de rasterverlaging tussen de Hoge Veluwe en het Deelerwoud is aangelegd, iets ten noorden van Deelen. Aan de Hoge Veluwe-zijde is nog steeds een stuk hek waar het wild niet overheen kan. De hekken rond de Hoge Veluwe zijn de laatste decennia omstreden omdat ze de eenheid van de Veluwe als geheel verstoren, mede door de centrale ligging van De Hoge Veluwe.

Bos, heide en stuifzand[bewerken]

Heide en bos - Eerbeekse Veldpad Loenen

Het beheer van het landschap is gericht op handhaving van de huidige situatie, en in enkele gevallen op herstel van eerdere situaties. De exploitatie van het bos is de laatste decennia economisch niet meer een hoofdzaak. Wel wil men de cultuurbossen in standhouden en een deel van het economisch beheer handhaven. Er wordt de laatste decennia geëxperimenteerd met een meer natuurlijk bosbeheer, gericht op meer variatie in leeftijd en samenstelling. Het gaat hier op een veel kleinere schaal dan in gebieden van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Ondanks de grote inspanningen die er mee gemoeid zijn, wordt door het park veel belang gehecht aan handhaving van de heide en de stuifzanden. Op verschillende manieren wordt geprobeerd de heide en de zanden open te houden omdat deze landschappen als typisch voor de Veluwe en het park worden gezien.

Flora en fauna[bewerken]

De Hoge Veluwe dankt zijn faunafaam van oudsher aan de relatief grote zoogdieren, in het bijzonder het edelhert en de moeflon. Het park herbergt echter ook bijzondere vogelsoorten en insecten.

Het beheer van flora en fauna is vooral gericht op behoud van de huidige situatie en in een enkel geval op verbetering van de leefsituatie van sommige soorten. Zo wordt gewerkt aan de terugkeer van het korhoen. Terwijl in veel natuurgebieden geprobeerd wordt exoten, dier- en plantensoorten die uit andere regio's zijn gekomen met behulp van menselijk handelen, te bestrijden, zijn exoten in het park welkom. De belangrijkste exoot is wellicht de Corsicaanse moeflon, maar er zijn ook Amerikaanse eiken en verscheidene naaldboomsoorten die gekoesterd worden.

Hoe welkom de exoten ook zijn, sommige worden wel bejaagd. In het park vindt jacht plaats om de populaties van alle grote zoogdieren te reguleren, ook die van de moeflons. Deze jacht is niet onomstreden. De directie is er zeer op gebrand deze dieren te handhaven maar te grote aantallen zijn onwenselijk, onder meer met het oog op schade aan de vegetatie. Hierdoor is jacht noodzakelijk. Drijfjachten vinden niet meer plaats maar jacht wordt wel als een onlosmakelijk onderdeel van de identiteit van het park gezien.

Recreatie en educatie[bewerken]

Omdat hoge bezoekersaantallen wezenlijk zijn voor het voortbestaan van het park, krijgen recreatie en educatie veel aandacht. De belangrijkste publiekstrekker is het Kröller-Müller Museum. Jaarlijks bezoeken zo'n 600.000 mensen het park.

Musea[bewerken]

De wortels van een 135 jaar oude boom bewaard in het Museonder.

De kunstcollectie van het echtpaar Kröller-Müller vormde de basis voor het in het park gelegen Kröller-Müller Museum. Het museum bevat schilderijen, met name van Vincent van Gogh, Pablo Picasso, Fernand Leger, en Piet Mondriaan. Het beeldenpark is een van de grootste van Europa, en bevat werken van onder andere Auguste Rodin, Henry Moore, Richard Serra, en Claes Oldenburg.

Het Museonder is het eerste ondergrondse museum ter wereld[bron?] en is gevestigd in het Bezoekerscentrum (aan het Marchantplein in het centrum van het Park).

In het park ligt verder het door de architect Berlage in 1914 als woonhuis ontworpen Jachthuis Sint-Hubertus, dat in 1919 werd opgeleverd. Er worden bijna dagelijks rondleidingen gehouden.

Voorzieningen[bewerken]

Hoewel het park (beperkt) toegankelijk is voor auto's en openbaar vervoer, is de fiets er hét vervoermiddel. Op verschillende plaatsen in het park bevinden zich depots voor witte fietsen. De fietsen kunnen gratis worden gebruikt, maar mogen niet op slot worden gezet, en mogen het park niet verlaten.
Daarnaast zijn er veel wandelpaden, hoewel wandelaars niet op de paden hoeven te blijven.

Ongeveer een derde van het park is niet toegankelijk voor het publiek, om het wild en andere dieren rust te gunnen. In die gebieden zijn wel wildobservatieposten.

Naast de musea, zijn er allerlei voorzieningen en activiteiten in het park, zoals wildsafari's en kinderspeurtochten. Een groot restaurant en een grote kinderspeelplaats belichamen de ambitie een recreatieve attractie voor een breed publiek te zijn.

Grote brand[bewerken]

Op 20 april 2014 brandde in het park een gebied van 300 à 350 hectare met gras, heide en struiken af.[3] De brand was 's morgens rond 8.00 uur ontstaan en breidde zich door harde wind snel uit. Tijdens de brand werden het park en het museum ontruimd. De brandweer sprak van de grootste natuurbrand in Gelderland sinds 1976.

Trivia[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Beukhof, H., Essen, F. van, Pelzers, E., Sevink, J. (2005) Hoge Veluwe: Natuur en kunst, Waanders Uitgeverij, Zwolle.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties