Kangoeroes
| Kangoeroes | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bennettwallabie (Macropus rufogriseus) |
|||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
|
|||||||||
| Familie | |||||||||
| Macropodidae Gray, 1821 |
|||||||||
|
|||||||||
Kangoeroes (Macropodidae) zijn een familie van buideldieren die voorkomen in Australië en Nieuw-Guinea. Daarnaast zijn ze ingevoerd op Hawaï en in Engeland en Nieuw-Zeeland.
De naam Macropodidae betekent "grootpotigen", wat verwijst naar hun enorme achterpoten. Deze achterpoten stellen de soorten in staat om grote sprongen te maken. Verder hebben de dieren een lange, gespierde staart. Het vrouwtje heeft een buidel, waarvan de bovenkant open is. Het zijn over het algemeen grazers. De grootste soort is de rode reuzenkangoeroe (Macropus rufus), waarvan de mannetjes 66 kilogram kunnen wegen. De grijze reuzenkangoeroe (Macropus giganteus) wordt ongeveer even groot. Bij de geboorte zijn kangoeroes doorgaans niet groter dan 2 centimeter in diameter.
In Australië maakten de Aboriginals eeuwenlang jacht op de kangoeroe voor de vacht en vlees. Dit had weinig gevolgen voor de populatie. De Europeanen hadden echter een grote invloed op de kangoeroes. Ze vernietigden biotopen om ruimte te maken voor o.a. schapen en akkerbouw en namen uitheemse zoogdieren mee, als vos, kat, hond en konijn. Enkele (vooral kleinere) kangoeroesoorten stierven uit, maar het aantal reuzenkangoeroes nam toe. Door het vernietigen van bossen ontstonden grasvelden, die uitermate geschikt waren voor de reuzenkangoeroes. De reuzenkangoeroes worden vaak door boeren als een plaag gezien, die het gras van de schapen opeten. Daarom worden ze door de boeren afgeschoten. Ook de toename van de vraag naar kangoeroevlees en -leer draagt hieraan bij.
Inhoud |
[bewerken] Terminologie
Het woord 'kangoeroe' is afgeleid van 'gangurru' wat in het Guugu Yimidhirr 'zwarte kangoeroe' betekent. De naam is voor het eerst aangenomen op 4 augustus 1770 door luitenant James Cook aan de oever van de Endeavour rivier, niet ver van het huidige Cooktown. Het Guugu Yimidhirr is de taal gesproken door het volk van die streek.
Volgens een wijdverspreide mythe komt het woord kangoeroe van 'kagoroo' wat in het Guugu Yimidhirr "ik versta je niet" zou betekenen. Volgens die legende waren luitenant James Cook en de natuurkundige Sir Joseph Banks de streek aan het verkennen toen ze op het dier botsten. Ze vroegen aan een inboorling wat de naam was van het dier. Die antwoordde: "kagoroo", wat betekent "ik versta je niet". Meteen was de Engelse naam "kangaroo" voor het dier geboren. Maar in de jaren zeventig heeft de antropoloog John Beard Haviland dat verhaal ontkracht tijdens zijn onderzoek naar het Guugu Yimidhirr volk[1].
[bewerken] Soorten
Er zijn zo'n 50 soorten in 11 geslachten:
- Dendrolagus (boomkangoeroes - 7 tot 12 soorten)
- Dorcopsis & Dorcopsulus (struikwallabies - 5 tot 6 soorten)
- Lagorchestes & Lagostrophus (buidelhazen - 5 tot 6 soorten)
- Thylogale (pademelons - 4 tot 7 soorten)
- Setonix (quokka - 1 soort)
- Petrogale (rotskangoeroes - 10 tot 16 soorten)
- Onychogalea (stekelstaartkangoeroes - 3 soorten)
- Macropus (reuzenkangoeroes, wallaroes en echte wallabies - 14 soorten)
- Wallabia (moeraswallabie - 1 soort)
Enkele bekende kangoeroesoorten zijn:
- Macropus giganteus (grijze reuzenkangoeroe)
- Macropus rufus (rode reuzenkangoeroe)
- Macropus robustus (wallaroe, bergkangoeroe of euro)
- Macropus rufogriseus (Bennettwallabie)
- Macropus fuliginosus (westelijke grijze reuzenkangoeroe)
- Procoptodon goliah (uitgestorven)
Een fossiele soort is onder andere de Watutia.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
| Zie de categorie Macropodidae van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Families van klimbuideldieren (Diprotodontia) |
|---|
|
Koala's · Wombats · Dwergbuidelmuizen · Koeskoezen · Slurfbuidelmuis · Kleine koeskoezen · Buideleekhoorns · Vliegende buidelmuizen · Muskuskangoeroeratten · Kangoeroeratten · Kangoeroes |