Vos (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vos
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Rød ræv (Vulpes vulpes).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Vulpes
Soort
Vulpes vulpes
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied vos
Verspreidingsgebied vos
Afbeeldingen Vos op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Vos op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Geluid van een vos
Vista-kmixdocked.png
 
Medewerkers van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer doen in 1972 gedragsonderzoek bij vossen die uitgerust zijn met een zendertje.

De vos (Vulpes vulpes) (ook wel gewone of rode vos genoemd) is een lid van de hondachtigen. De vos is een van de grootste roofdieren die nog vrij in de Benelux voorkomen.

Uiterlijk[bewerken]

Vulpes vulpes- schedel

De vossenvacht is over het algemeen roodbruin, maar kan ook beige tot helderrood zijn, of zilverkleurig tot zwart (vooral in de bergen). Ook albino's komen voor. De oren zijn aan de achterzijde zwart, evenals de "sokken", de onderbenen. Sommige dieren hebben een witte staartpunt; veel vossen hebben in ieder geval enkele witte haren rond het puntje van de staart. De bovenlip is wit, evenals de bef. Op de wangen zit bij veel vossen een zwarte of bruine "traandruppel". Sommige dieren hebben een staalgrijze keel en buik, met een witte ster op de borst. In de paartijd heeft het vrouwtje, de moervos, een roze glans over de vacht aan de onderzijde.

De vos heeft een slanke snuit en puntige rechtopstaande oren. De staart is lang, dik en ruig. Hij heeft een schouderhoogte van 35 tot 40 centimeter en staat hoog op de poten. Hij heeft een kop-romplengte van 58 tot 90 centimeter met een staart van 32 tot 48 centimeter. Hij weegt zes tot tien, soms vijftien kilogram. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes.

Gedrag[bewerken]

Voedsel en activiteit[bewerken]

Vos met prooi

Vossen jagen solitair, meestal 's nachts en in de schemering, maar in onverstoorde gebieden jaagt hij liever overdag. De vos is een opportunist: hij eet bijna alles. Hij kan hard rennen, tot zestig kilometer per uur, alhoewel zes tot dertien kilometer per uur de normale snelheid is.

Zijn prooien zijn meestal kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval.

Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Een vos doodt soms meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een ware slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels als kokmeeuwen. Voedselresten worden begraven en later weer opgezocht, maar de vos legt geen voedselvoorraden aan. Een vos is meestal zeer succesvol in het terugvinden van begraven voedsel.

Sociaal gedrag[bewerken]

De vos leeft meestal in een groep van zo'n zes dieren. Een dominante rekel (mannetjesvos) en een dominante moervos (vrouwtjesvos) worden begeleid door meerdere moervossen, waarschijnlijk uit vorige worpen. Meestal zijn alle vrouwtjes in een groep aan elkaar verwant. Rekels worden, zodra ze volwassen zijn, uit de groep verjaagd. De ondergeschikte moervossen zijn helpers, die helpen met de opvoeding van de jongen. Soms planten in een groep meerdere moervossen zich voort. De worpen worden dan vaak samengevoegd tot één groep welpen, die bij alle moervossen mogen zogen.

Het territorium kan tot 12 km² bedragen, al naar gelang van voedselaanbod, veilige nestplaatsen en dergelijke. Het biotoop wordt afgebakend met geursporen, voornamelijk urine en uitwerpselen, die worden geplaatst op duidelijk zichtbare en ruikbare plaatsen, maar vooral op vaak gebruikte plaatsen. Over het algemeen bakenen alleen de dominante moervossen het territorium af met urine. Een van de componenten van de vossengeur is chemisch geïdentificeerd als 3-methyl-2-buteen-1-thiol.

De vos kan ten minste 28 verschillende geluiden voortbrengen, en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen bochtig met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden de mond wagenwijd open.

Hol[bewerken]

Vossen leven in een hol. Het hol is zelf gegraven of van een konijn of een das. De doorsnee van de pijp (gang naar het hol) is ongeveer 20 cm. Het komt voor dat vossen zelfs hun hol delen met konijnen en dassen. Een zelfgegraven hol bevindt zich meestal in een zandbank, onder een omgevallen boom, tussen boomwortels of onder rotsen, en heeft vaak twee tot vier ingangen. Een groot hol, met meerdere ingangen, wordt een burcht genoemd. Meestal gebruiken alleen drachtige vrouwtjes het hol. Buiten het voortplantingsseizoen verblijft de vos overdag meestal op beschutte plaatsen.

Voortplanting[bewerken]

Vossen zijn vaak monogaam. De paartijd vindt plaats in de winter, wanneer de vrouwtjes gedurende slechts een tot zes dagen vruchtbaar zijn en mannetjes op hun vruchtbaarst zijn. De jongen worden na een draagtijd van 51 tot 56 dagen in de lente (tussen maart en mei) geboren.[2] Het hol wordt soms gedeeld door drachtige vrouwtjes.

Een worp telt meestal 4 tot 6 welpen. Worpen van 5 tot 8 jongen komen ook voor, bij uitzondering zelfs 10. Dit aantal is afhankelijk van het voedselaanbod. In gebieden met veel vossen zijn de worpen kleiner. Veel jacht leidt tot meer en grotere worpen. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gram. Ze hebben bij de geboorte een donkere fluwelen vacht, stompe snuitjes en kleine oortjes. De eerste twee tot drie weken zijn de jongen volledig afhankelijk van hun moeder. De vader en de helpers brengen de eerste dagen voedsel voor de moeder; nadat de jongen gespeend zijn, helpt ook de moeder mee.

Welp

Na elf tot veertien dagen gaan de ogen open. De eerste maand zijn de ogen blauw van kleur, maar later wordt ze bruin. Als de pups vier weken oud zijn, groeien de neus en oren snel, en komt er een rossige glans over de vacht. Ze eten rond deze tijd hun eerste vaste voedsel. Na zes weken worden de welpen gespeend en na zeven tot acht weken hebben ze het volledige melkgebit.

Na zes maanden zijn jonge vossen op het oog niet meer te onderscheiden van volwassen dieren. Tegen de herfst zijn de jongen volwassen en na tien maanden zijn ze geslachtsrijp.

Bedreiging en levensverwachting[bewerken]

In het wild wordt de vos zo'n tien jaar oud. De meeste vossen worden echter niet ouder dan 3 jaar. Jacht is de voornaamste doodsoorzaak. Ook worden veel vossen verkeersslachtoffer. Belangrijke ziektes waaraan vossen lijden zijn schurft en hondsdolheid. Verder zijn ze ook drager van vlooien, teken, een serie parasieten waaronder de vossenlintworm de belangrijkste is (tot 4 verschillende soorten per vos). De vos ondervindt geen schade van de lintworm.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De vos heeft tegenwoordig het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren (voorheen was dit de wolf). Hij komt voor over praktisch het gehele noordelijk halfrond, van de poolcirkel tot Noord-Afrika, Noord-Amerika en het Aziatische steppengebied. De soort ontbreekt alleen in te hete woestijnen, koude toendra's en op eilanden als IJsland. Hij is geïntroduceerd in Australië, de Falklandeilanden en op het eiland Man, waar hij waarschijnlijk weer is uitgestorven.

De vos kan zich goed aanpassen, en komt in bijna elke habitat voor: woestijnen, toendra's, moerassen, gebergten, duinen en landbouwgebieden. Onder andere in Engeland komt de vos ook voor in stedelijk gebied, voornamelijk in buitenwijken, waar huizen grote tuinen hebben, en in stadsparken. In Engeland wordt de vos op deze plekken illegaal bejaagd. De favoriete habitat is bos met open gebieden en struwelen.

De vos en de jacht[bewerken]

Vos (dier)

De vos geldt als een van de meest aantrekkelijke dieren om op te jagen. Bekend is de traditionele Engelse vossenjacht, waarbij te paard met een meute beagles op de vos wordt gejaagd. In Engeland is deze traditionele vorm van vossenjacht sinds 2005 verboden. Wanneer de vos niet bejaagd wordt, zoals in de Oostvaardersplassen, blijkt dat dit "nachtdier" liever overdag jaagt. In Nederland is de vos sinds 1 april 2006 in het hele land en gedurende het gehele jaar overdag bejaagbaar.

Argumenten voor bejaging[bewerken]

Onder voorstanders van de jacht leven de volgende argumenten:

  • De vos kan ziekten en parasieten met zich meedragen, met name hondsdolheid en bepaalde soorten lintwormen.
  • De vos jaagt op allerlei soorten fauna, waaronder weidevogels, landbouwdieren als kippen en konijnen en fazanten, waarbij hij soms meer doodt dan hij nodig heeft voor zijn voedselvoorziening.
  • Bejaging van vossen dient ter bescherming van weidevogels.
  • Jacht maakt natuur natuurlijk. In de kleine Nederlandse natuurterreinen is beperkt plaats voor dieren die de top van de voedselketen vormen, en de natuurlijke vijanden van de vos zoals de wolf en de lynx komen niet voor. Jacht compenseert dat door het aantal vossen onder controle te houden.

Argumenten tegen bejaging[bewerken]

Tegenstanders van de jacht hebben de volgende argumenten:

  • Vossen vangen grote hoeveelheden woelmuizen, zoals veldmuis, rosse woelmuis, aardmuis en woelrat. Dit zijn soorten die in economisch opzicht véél grotere schade veroorzaken dan vossen.
  • Wanneer een vos gedood is, trekken dieren uit aangrenzende gebieden de vrijgekomen territoria in. Dit kan leiden tot het verspreiden van ziekten via migrerende vossen.
  • Er is een alternatief voor beheersing van hondsdolheid door de jacht: de vos kan door middel van uitgelegd aas gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Nederland en België zijn momenteel vrij van hondsdolheid.
  • Houders van kippen en konijnen kunnen hun dieren beschermen met een deugdelijk hok.
  • Jacht is onnatuurlijk. Een biotoop met predatoren heeft een natuurlijker evenwicht dan een zonder. Vossen maken deel uit van het ecosysteem.
  • Het is niet nodig om vossen te doden, aangezien deze dieren worden gereguleerd door de aanwezigheid van voedsel en door onderlinge concurrentie. De hoeveelheid prooidieren bepaalt de hoeveelheid predatoren en niet andersom.
  • Het doden van vossen is niet effectief om het aantal vossen terug te dringen. Vossen zijn heel goed in staat om zelfs grote verliezen op te vangen door middel van het krijgen van extra veel jongen.

Argumenten tegen bejaging gebruikt door de Nederlandse Dierenbescherming[bewerken]

  • Een degelijke, ingegraven omheining is een eenvoudige methode om het incidenteel doden van kippen door vossen te voorkomen. Meestal zal een vos echter de bewoonde gebieden vermijden. In België heeft de overbevolking van vossen er evenwel toe geleid dat deze tot diep in de Vlaamse steden voorkomt, zoals in Londen (Engeland) ook het geval is. Maar ook in de steden zijn eenvoudige maatregels zoals een afgesloten nachthok voor kippen en vuilniszakken afschermen doeltreffender dan het bejagen van de dieren.[3][4]
  • Een vos is beslist geen doder van volwassen schapen. Als ze zich al voeden met schapenvlees, zal dit afkomstig zijn van een al dood schaap. Bij hoge uitzondering kan het voorkomen dat een vos pasgeboren lammetjes aanvalt. Een gezonde ooi zal echter goed in staat zijn de vos weg te jagen.
  • De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Hiervoor zijn vele andere oorzaken te noemen. Bijvoorbeeld de verlaging van de grondwaterstand, verandering van de macrofauna, bemesting en landbouw.
  • Rabiës komt tegenwoordig in Nederland niet meer voor. (In Duitsland, Frankrijk en een deel van Wallonië is het virus nog steeds aanwezig)[5]. [6] Vroeger werd gedacht dat deze ziekte het beste te bestrijden was door afschot van vossen. Dit bleek niet zo te zijn. Ten eerste omdat de natuurlijke vijanden van muizen en ratten wegvielen, met nadelige effecten voor de landbouw. Ten tweede blijkt bejaging het besmettingsrisico voor gezonde vossen alleen maar groter te maken.
  • Afschot van vossen verwijdert de vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) niet. De kans dat een mens besmet wordt, blijkt erg klein te zijn. In Europa is er jaarlijks op 100.000 inwoners één geval. Op de Veluwe en in de kuststrook van Nederland zijn nog geen besmette vossen aangetroffen. Mensen die rechtstreeks in contact komen met vossen, doen er wel verstandig aan voorzorgsmaatregelen te treffen. Draag wegwerphandschoenen om Echinokokkose (besmetting met lintwormeitjes via de vossenontlasting) te voorkomen. Het RIVM adviseert wilde bosvruchten en paddenstoelen te wassen en liefst te koken, bijvoorbeeld tot jam.

De vos als exoot in Australië[bewerken]

Vulpes vulpes face.jpg

De vos is in Australië uitgezet voor de jacht. Hij geldt daar nu als de exoot die de meeste ecologische schade aanricht, meer nog dan de kat en het konijn. Vele soorten zijn door toedoen van de vos uitgestorven.

Vos als huisdier[bewerken]

De vos is niet geschikt als huisdier en is meestal mensenschuw, hoewel ze in sommige omgevingen bedelgedrag kunnen aanleren. Om het proces van de domesticatie van wilde dieren na te bootsen zijn wetenschappers in Rusland in 1958 begonnen met het fokken van vossen. Hierbij werden vossen geselecteerd op de goede "tamme" eigenschappen. Na negen generaties van selectie waren er al aanmerkelijke gedragsveranderingen en kunnen vele van deze vossen als huisdieren gebruikt worden.[7][8] Het is onduidelijk of volgens de Nederlandse regels zo een vos mag gehouden worden. De vos staat immers op de lijst van verboden huisdieren. In België mag het dier niet zonder erkenning als huisdier worden gehouden.[9]

De vos in literatuur en cultuur[bewerken]

In fabels en verhalen wordt de vos steevast afgeschilderd als slim en sluw. Hij maakt gebruik van de zwakheden van anderen om ze te bedriegen en te misleiden en heeft daar over het algemeen veel succes mee. Ondanks dit beeld komt de vos meestal sympathiek over. Hij wekt bewondering door zijn slimheid, en is meestal vrolijk en zorgeloos. Enkele voorbeelden hiervan zijn de fabels van Aisopos en de verhalen over de Reynaart de Vos. Van recenter gebruik is het personage Joris Goedbloed uit Panda en in de Bommelsaga, Lowieke de Vos uit de Fabeltjeskrant of Zwieber de Vos uit Dora the Explorer.

De fantastische meneer Vos van Roald Dahl is nog een voorbeeld van een kinderboek met vossen.

Soms wordt een link gelegd met erotische aantrekkingskracht ((en) foxy).

Bronnen, noten en/of referenties