Das (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Das
IUCN-status: Niet bedreigd[1]
Europese das
Europese das
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Familie: Mustelidae (marterachtigen)
Geslacht: Meles
Soort
Meles meles
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Das op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Das op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De (Europese) das (Meles meles) is een zwaargebouwd middelgroot roofdier, behorend tot de familie der marterachtigen (Mustelidae). Het is een van de drie soorten uit het geslacht Meles. Dassen worden ook als informele groep geclassificeerd, waar de Europese das er één van is. Een das leeft in een hol, burcht genaamd, dat vele generaties meegaat. Hij is vooral 's nachts actief en heeft een omnivoor dieet.

Beschrijving[bewerken]

De das heeft een herkenbare vachttekening: de bovenzijde is grijs van kleur, de onderzijde en poten zijn zwart. De kop, haren op de oren en de staartpunt zijn wit. Er lopen twee brede evenwijdige strepen over beide zijden van de kop, van de snuit via de ogen naar de oren en het achterhoofd. Albinistische, melanistische (geheel zwarte) en erythristische (rossige) dieren komen in sommige gebieden algemeen voor.

De das is aangepast aan het leven in de gangen van de burcht. Hij heeft een wigvormig lichaam, met een vrij kleine kop en een lange snuit. Ook heeft hij korte, stevige poten en een korte staart.

Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 68,6 tot 80,3 centimeter en een staartlengte van 12,7 tot 17,8 centimeter. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 67,3 tot 78,7 centimeter en een staartlengte van 11,4 tot 19 centimeter. Dassen hebben een schouderhoogte van ongeveer 30 centimeter. Het lichaamsgewicht verschilt per regio, geslacht en jaargetijde. In de wintermaanden zijn ze meestal zwaarder dan in de lente (dassen houden geen winterslaap, maar zijn minder actief) en in noordelijke gebieden zijn de dieren zwaarder dan in zuidelijke gebieden. Hun gewicht varieert rond 7–14 kg bij de vrouwtjes en 9–17 kg bij de mannetjes.

Voedsel[bewerken]

Dassen eten voornamelijk regenwormen, insectenlarven en plantaardig voedsel als vruchten, hazelnoten, knollen, bosbessen, frambozen, kersen, pruimen, granen, klaver en gras. Tot hun dieet behoren naast wormen en plantaardig voedsel ook insecten (zoals kevers en hun larven, rupsen en de larven van langpootmuggen), slakken, amfibieën (kikkers) en kleine zoogdieren (konijnen, muizen, woelmuizen, mollen), op de grond broedende vogels en hun eieren, aas en zelfs egels, wespen en bijennesten. De dieren zijn meer carnivoor in de lente en meer herbivoor in de herfst.

Omdat boeren mest in de grond moeten infiltreren, zijn de regenwormen in landbouwgebieden in aantal toegenomen. Bij zeer droog weer ploegt de das het gras om om bij zijn favoriete maaltje te komen.

Burcht[bewerken]

Een das voor de ingang van zijn burcht

Burchten gaan soms generaties lang mee en worden continu uitgebreid. Sommige burchten zijn zelfs al enkele honderden jaren in gebruik. Ze worden over het algemeen gegraven in struiken, heggen en houtwallen. De burcht heeft drie tot tien ingangen, die tien tot twintig meter van elkaar verwijderd liggen. Bij uitzondering kunnen de ingangen zelfs honderd meter van elkaar af liggen. Voor de ingangen liggen hopen aarde en oud nestmateriaal.

De gangen zijn gemiddeld zo'n tien tot twintig meter lang en hebben een diameter van minstens dertig centimeter. Ze leiden naar verscheidene kamers. Kamers worden bekleed met plantaardig materiaal, als varens, bladeren en droog gras. Het nestmateriaal wordt tussen de kin en de voorpoten geklemd achterwaarts de gangen ingebracht. Buiten de burcht liggen vaste latrines: ondiepe, onbedekte putten waar de uitwerpselen worden achtergelaten. Deze latrines liggen soms vlak bij de ingangen, maar de meeste liggen aan de territoriumgrenzen, en markeren zo het territorium.

Overdag blijven de dieren in hun burcht. In de zomermaanden zijn ze meestal actief voor zonsondergang, maar meestal blijven ze tot na zonsondergang in hun hol. In de wintermaanden, van november tot februari, komen ze minder vaak naar buiten. Dassen houden geen winterslaap, wel winterrust, hetgeen inhoudt dat ze minder actief zijn.[2] In de herfst kunnen dassen tot wel tien uur van hun burcht wegblijven. Ze leggen dan een wintervoorraad aan.

Een territorium is meestal zo'n dertig tot vijftig hectare groot. Voedselgronden overlappen vaak met die van nabijgelegen groepen. Binnen een hectare leven vijf tot acht volwassen dieren (varieert van twee tot vijfentwintig) met hun jongen, die één burcht delen. Een groep bestaat meestal uit meer vrouwtjes dan mannetjes. De dieren zijn niet monogaam en het komt vaak voor dat meer dan één dier binnen de groep jongen krijgt. Meestal delen twee tot drie dieren één nestkamer. De dieren gebruiken zelden langer dan een paar dagen dezelfde kamer als slaapplaats. De dieren verzorgen elkanders vacht. Zij produceren een grote verscheidenheid aan geluiden.

Voortplanting[bewerken]

Een das met jong

De paartijd duurt van februari tot mei, maar ook buiten de paartijd vinden paringen plaats, voornamelijk van juli tot september. In de paartijd kunnen ook mannetjes uit naburige groepen paren met vruchtbare vrouwtjes. De paring duurt een kwartier tot een uur. De eigenlijke draagtijd duurt slechts zeven weken, maar wordt verlengd met drie tot tien maanden.

In januari en februari worden de meeste jongen geboren. Per worp krijgt een dassenvrouwtje één tot vijf jongen. De jongen zijn blind en roze, met een dunne grijze vacht. Na vijf weken gaan de ogen open en na vier tot zes weken breekt het melkgebit door. Als de dassen twaalf weken oud zijn, hebben ze hun volwassen gebit. Na acht weken verlaten de jongen voor het eerst de burcht. De zoogtijd duurt minstens twaalf weken. Bij voedselgebrek kan de zoogtijd nog tot zes maanden duren. Nadat de jongen worden gespeend, leven ze de eerste paar dagen van halfverteerd voedsel, dat door de moeder wordt uitgebraakt.

Mannetjes zijn na negen tot achttien maanden geslachtsrijp, vrouwtjes na twaalf tot vierentwintig maanden. Meestal blijven dieren hun hele leven bij dezelfde burcht, maar het komt geregeld voor dat dieren op een gegeven moment de burcht verlaten om zich aan te sluiten bij een andere burcht. Het zijn vaker mannetjes dan vrouwtjes die de burcht verlaten. De dieren sluiten zich soms aan bij naburige groepen, maar ze kunnen zich ook enkele kilometers verderop vestigen.

Dassen worden in het wild maximaal veertien jaar, in gevangenschap tot zestien jaar. Vele wilde dassen sterven vroeger door onder de wielen van auto's terecht te komen.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Verspreidingsgebied van de Europese das (Meles meles) in het groen, Aziatische das (Meles leucurus) in het bruin en Japanse das (Meles anakuma) in het cyaan.

De Europese das komt samen met de verwante soorten Aziatische das (Meles leucurus) en Japanse das (Meles anakuma) voor in het grootste gedeelte van Europa en Noord-, Centraal- en Oost-Azië. De zuidgrens loopt van Zuid-Europa door Klein-Azië, Palestina, Iran, Tibet en China tot in Japan. De noordgrens loopt tot aan de poolcirkel. Ook op enkele eilanden in de Middellandse Zee als Rhodos komt hij voor.

De das komt voornamelijk voor in glooiend landschap, bestaande uit loofbossen, afgewisseld met grasvelden. Ze kunnen zelfs in grote tuinen worden aangetroffen (bijvoorbeeld in Engeland). In bergen komen ze voor tot de boomgrens.

De das in Nederland[bewerken]

In Nederland is het verspreidingsgebied van de das erg versnipperd. Ecologische verbindingszones kunnen versnipperde populaties in verbinding met elkaar brengen, waardoor inteelt kan worden voorkomen.

Een landelijk verspreidingsonderzoek naar geschikte leefgebieden, de bezetting daarvan, de continuïteit in de bezetting werd gedaan in 2000-2001, mede als een tussentijdse evaluatie van het dassenbeheersbeleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Ook werd de verdwijning en verstoring van dassenburchten onderzocht. De uitkomsten van het onderzoek werden vergeleken met eerdere verspreidings- en burchtonderzoeken. Het onderzoek gebeurde in het veld: er werd per 1 km² ("kilometerhokken") gekeken of een das in een gebied voorkwam, door sporen van bewoning in en rond dassenburchten te zoeken.

Uit dit onderzoek bleek dat de meeste dassen voorkomen in het zuiden en midden van het land, maar de dieren rukken op naar het noorden en oosten. Ook het aantal geschikte gebieden waar dassen voorkomen is toegenomen met een stijging van 29% in vergelijking met 1995. Het aantal kernpopulaties en splinterpopulaties nam toe, het aantal verspreide vestigingen nam af. Ook neemt de gemiddelde afstand tussen kernpopulaties af, van 28 km in 1980 naar 21 km in 2001, een indicatie dat de versnippering afneemt. De continuïteit van de verspreiding (welke kilometerhokken continu bezet zijn door dassen) nam eveneens toe. De meeste kilometerhokken waren meer dan eens bezet, maar niet continu.

De drie grootste populaties bevinden zich op de Veluwe, Zuid-Limburg en de Maasvallei. Deze populaties bevatten gezamenlijk zo'n 84% van alle dassen in Nederland, en kennen een gezamenlijke groei in de verspreiding van 36% (tussen 1995 en 2001). De groei was ditmaal het grootst in de Maasvallei.

In Friesland en het Rijk van Nijmegen/Land van Maas en Waal was de groei het grootst (respectievelijk 36% en 27%). In Zuid-Limburg groeide de verspreiding minder hard (18%), en in het Reestdal, op de Veluwe en in de Achterhoek is er nauwelijks sprake van groei. In de Achterhoek werd de groei voornamelijk veroorzaakt door uitzettingen.

Er zijn 210 dassen in Nederland uitgezet in de periode 1987-2001, op 26 locaties in zeven provincies. Bijna een derde van de dassen is na uitzetting dood teruggemeld. Vier procent van de landelijke verspreiding in 2001 is veroorzaakt door deze uitzettingen. 202 burchtlocaties zijn verdwenen tussen 1995 en 2001, waarvan 39 bewoonde. 94 burchten waren vernietigd, een daling van 39% in vergelijking met vijf jaar daarvoor.[3]

De das in Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen komt de das enkel voor in Zuid-Limburg, en meer bepaald in Haspengouw en de Voerstreek. Enkel daar zijn permanent bewoonde burchten aangetroffen. Er zijn echter aanwijzingen dat de das zich geleidelijk aan ook verspreidt naar andere delen van Vlaanderen, omdat er in enkele andere Vlaamse provincies - te weten Antwerpen en Vlaams-Brabant - dassen zijn omgekomen in het verkeer.[4]

Bedreiging en bescherming in Nederland[bewerken]

De das staat niet meer op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren. De soort is dus niet meer bedreigd. In het verleden was dat wel het geval, maar de situatie is verbeterd. Wel geniet het dier in Nederland nog de grootst mogelijke bescherming in de Flora- en faunawet.

Das & Boom[bewerken]

De vereniging Das & Boom werd in 1981 opgericht. Op haar initiatief heeft de rijksoverheid een beschermingsplan opgesteld om de das voor uitsterven te behoeden. De werkzaamheden van de vereniging hebben er mede toe geleid, dat de dassenstand van 1200 dieren in 1980 is gegroeid tot zo’n 4500 in 2006.

Om het dreigende uitsterven van de das in Nederland tegen te gaan is allereerst gewerkt aan het verlagen van de verkeerssterfte onder dassen. Er werd een slachtofferregistratie opgezet, waarna adviezen konden worden gegeven aan instanties om op kwetsbare plekken tunnels en rasters aan te leggen. Ten tweede is de planologische bescherming van de das verbeterd, op veel plekken is het leefgebied nu veiliggesteld. Verder heeft het opvangcentrum van Das & Boom een belangrijke rol gespeeld. Honderden dassen, die door de jaren heen opgevangen werden, zijn uitgezet op ‘strategische’ plekken. Bijvoorbeeld op plaatsen waar de das verdwenen was door jacht of stroperij, of in gebieden waar de populatie vers bloed nodig had. Zo kon het versnipperde dassenbestand in Nederland op steeds meer plaatsen groeien tot een levensvatbare, gezonde populatie.

Na 2006 werden de activiteiten voortgezet door de stichting Das & Boom. Deze stichting geeft adviezen over dassen in de breedste zin van het woord. Dassenburchten, dassentunnels en dassenvoorzieningen worden steekproefsgewijs gecontroleerd en er wordt gevraagd en ongevraagd advies gegeven aan overheden, organisaties en particulieren. Ook vangt de stichting nog steeds dassen op.

Ondersoorten[bewerken]

De volgende ondersoorten worden onderscheiden:

Overig[bewerken]

  • Het haar van de das wordt traditioneel gebruikt in verf- en scheerkwasten.

Externe links[bewerken]

Bronnen
  1. (en) Das op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Nijkamp J., Rook R., Slijper H. en Zweers K. (1976). De 12 maanden van het jaar. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.
  3. Van Moll / Lutra 2005 48(1):3-34
  4. Dassen verspreiden zich over Vlaanderen. hln.be (31 maart 2011) Geraadpleegd op 8 augusuts 2013