Planologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hergebruik historische gevel in Schiedam

Planologie is de wetenschappelijke reflectie op de ruimtelijke planning. Deze twee disciplines vormen samen het vakgebied van de ruimtelijke ordening. In de praktijk bestaat er vaak verwarring omtrent deze drie begrippen, en worden dan ook vaak door elkaar gebruikt. De term planoloog is niet beschermd, en in principe mag eenieder zich planoloog noemen. Echter, de zuivere planologie is een wetenschappelijke discipline die theorieën, methodiek en reflectie biedt aan de alledaagse ruimtelijke planning.

Definitie[bewerken]

Er bestaat veel discussie omtrent de definities van planologie, ruimtelijke planning en ruimtelijke ordening. Planologie is namelijk een wetenschap die de samenleving een spiegel voor houdt en constant in ontwikkeling is, en dus zelf ook voortdurend verandert van betekenis. Toch hebben Spit en Zoete (2009) in hun boek "Ruimtelijke Ordening in Nederland. Een wetenschappelijke reflectie op het vakgebied", getracht om de termen af te bakenen en aan elkaar te relateren in de volgende definities:

De definitie van ruimtelijke ordening luidt: "Ruimtelijke ordening omvat het zoekproces voor de ruimtelijke inrichting van een veranderende samenleving en het maken van keuzes hoe en waar functies tot hun recht komen, vooral met het oog op lange(re) termijn ontwikkeling, inclusief de reflectie daarop." Slechts het laatste zinsdeel van deze definitie slaat op de daadwerkelijke planologie, namelijk de wetenschappelijke reflectie op de ruimtelijke planning.

De definitie van ruimtelijke planning luidt derhalve: "De systematische voorbereiding van beleidsvormende en uitvoerende handelingen, die gericht zijn op het bewust interveniëren in de ruimtelijke orde en op het organiseren van deze interventies."

De definitie van planologie luidt dan: "Planologie is de wetenschappelijke discipline, waaruit de ruimtelijke planning haar theorieën, methoden en technieken, maar ook - niet onbelangrijk - haar reflectie put."

Planologie kijkt naar de inrichting van de ruimte, de ruimtelijke ordening, en hoe deze met beleid kan worden verbeterd. Planologen stellen bijvoorbeeld bestemmingsplannen, structuurvisies of tracébesluiten op.

Planologie heeft te maken met sociale geografie, economie, milieukunde, verkeers- en vervoerskunde, planeconomie en zelfs met psychologie en sociologie. Planologie maakt gebruik van onder meer cartografie (zie ook Geografisch informatie systeem), ecologie, hydrologie, bodemkunde demografie, statistiek en sociologie. Planologen kunnen in dienst zijn van de overheid, bedrijven, gemeenten, provincies, architecten, stedenbouwkundigen, adviesbureaus en belangenorganisaties.

Bij het nemen van beslissingen over inrichting van ruimte gaat het, zeker in een klein en dichtbevolkt land als Nederland, vaak om de vraag: Is het wenselijker te kiezen voor economische groei of voor milieubelangen? Leefbaarheid en de noodzaak van economische ontwikkeling zijn vaak strijdig met elkaar. Voorbeelden hiervan zijn de veel bediscussieerde aanleg van de HSL-Zuid, de Betuweroute, de uitbreiding van de luchthaven Schiphol en de aanleg van de door Rotterdam zo gewenste Tweede Maasvlakte.

Ook moeten er keuzes gemaakt worden voor wonen, werken, recreatie of verkeer. Allerlei partijen hebben verschillende belangen en worden in het onderzoeks- en beslissingsproces vaak vertegenwoordigd door belangengroepen en lobbyisten.

Andere vraagstukken waar planologen zich mee bezig kunnen houden zijn groenbehoud, de verdeling of herverdeling van landbouwgronden, milieubeheer, stadsontwerp, de noodzaak en inrichting van bedrijfsterreinen, monumentenzorg en acquisitie.

Subdisciplines zijn de technische planologie, vervoersplanologie en de groene planologie.

Geschiedenis[bewerken]

De term planologie is in 1929 geïntroduceerd door J.M. de Casseres in een artikel in De Gids. De rol van de planoloog is in de loop van de tijd aanzienlijk veranderd. Tot de jaren 60 hield hij zich voornamelijk bezig met het intekenen (net als de stedenbouwkundige) van plannen. Vanaf de jaren 60 is de rol echter steeds meer verschoven naar het participeren in het planningsproces en het opstellen van plannen voor het ruimtelijke beleid op verschillende schaalniveaus. Het topjaar voor de planoloog was 1966 toen met de komst van de tweede Nota op Ruimtelijke Ordening een globaal plan werd opgesteld voor Nederland dat uitging van scenario's van een Nederland dat in het jaar 2000 ongeveer 20 miljoen inwoners zou tellen. Later (in de derde Nota) toen bleek dat deze scenario geen werkelijkheid ging worden nam de invloed van de planologie licht af.

Planologie als wetenschappelijke discipline[bewerken]

Planologie wordt in Nederland op een aantal universiteiten gedoceerd. De Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam, de Rijksuniversiteit Groningen, Wageningen Universiteit en de Radboud Universiteit Nijmegen geven het vak. Daarbij moet vermeld worden dat in Utrecht, Groningen, Amsterdam en Nijmegen de discipline in de volledige bachelorfase onderdeel is van de studie Sociale Geografie en Planologie. Aan de Groninger faculteit wordt ook de opleiding Technische Planologie gedoceerd, met meer aandacht voor weg- en waterbouwkunde en bouwtechniek. Ook op een aantal hbo-scholen, waaronder Saxion te Deventer, NHTV internationaal hoger onderwijs Breda en de HRO te Rotterdam, doceert men planologie.

Externe links[bewerken]

  • Nirov - Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting
  • IKC RO - Informatie- en Kenniscentrum voor de Ruimtelijke Ordening
  • BNSP - Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen