Achterhoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Achterhoek (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Achterhoek.
Achterhoek
Regio van Nederland Vlag van Nederland
LocatieAchterhoek.svg
Geografie
Provincie Gelderland Vlag Gelderland
Hoofdstad Doetinchem (onofficieel)
Aantal gemeenten 11
Oppervlakte 1475,97
Bevolking
Inwoners 332.321 (2012)
Talen Nederlands, Nedersaksisch
Dialecten Achterhoeks
Overig
Volkslied Achterhoeks volkslied
Slangenburg in de gemeente Doetinchem

De Achterhoek (Nedersaksisch: Achterhook) is een streek in het oosten van Nederland in de provincie Gelderland en beslaat het gebied tussen de IJssel in het westen, de Oude IJssel in het zuidwesten, de Duitse grens in het zuiden en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden.

Het gebied wordt ook wel De Graafschap genoemd, naar het oude graafschap Zutphen, maar beslaat intussen een groter gebied, met onder andere het gebied van de voormalige Heerlijkheid Borculo.

Begrenzing[bewerken]

Als men het in moderne context over het gebied 'De Graafschap' heeft, dan spreekt men feitelijk nog steeds over het oude graafschap Zutphen. Dat mag zijn bestuurlijke zelfstandigheid lang geleden kwijt zijn geraakt, als plaatsbepaling is de naam blijven bestaan, zij het dat er wat begripsverwarring met de naam 'Achterhoek' lijkt op te treden. De historische Achterhoek is echter veeleer het gebied beoosten Hamaland dat voor de 13e eeuw deel uitmaakte van het bisdom Münster. Daarin lagen de kerspelen Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo, Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, Borculo (heerlijkheid Borculo), Geesteren, Neede, Eibergen en havezate Harreveld. De graven van Gelre zijn pas vanaf de 13e eeuw tot en met 17e eeuw geleidelijk in dat gebied gepenetreerd. Nadat het graafschap Zutphen steeds meer gebied verwierf ten koste van het bisdom Münster en het zelfstandige graafschap uiteindelijk opging in het Hertogdom Gelre, is de naam Graafschap als plaatsbepaling blijven bestaan, hetzelfde gebied dat men nu de Achterhoek noemt. Doetinchem, Winterswijk en Zutphen zijn de grootste plaatsen in wat tegenwoordig de Achterhoek wordt genoemd. Er bestaat ook een Regio Achterhoek, een samenwerkingsverband van acht en soms tien gemeenten in de streek, de IJsselstad en gemeente Zutphen hoort hier echter niet bij. Doetinchem is met 56.000 inwoners veruit het grootst en wordt vanwege alle aanwezige voorzieningen vaak de hoofdstad van de Achterhoek genoemd.

Hoewel de ten zuidwesten van de Achterhoek gelegen streek De Liemers als zelfstandige streek wordt onderscheiden, participeert de gehele Liemerse gemeente Montferland wel in de Regio Achterhoek.

Etymologie[bewerken]

De vroegst bekende term 'Achterhoek' duikt op in een gedicht van dominee Willem Sluyter uit de zeventiende eeuw: "Waer iemant duisent vreugden soek / Mijn vreugt is in dees' achter-hoek". Hij doelde daarmee op het gedeelte van de landstreek waar hij werd geboren en woonde, de omgeving van de saillant Neede en Eibergen.

In de negentiende eeuw schreef schoolmeester B.J. Stegeman 't Gif maor enen Achterhook / Den Gelderschen, den echten. Hij wordt soms ten onrechte beschouwd als diegene die voor het eerst het woord Achterhoek gebruikte voor het graafschap Zutphen. Echter reeds rond 1850 komt in boeken meermaals de aanduiding Achterhoek voor met betrekking tot de gehele streek.

Geschiedenis[bewerken]

Prehistorie[bewerken]

Wie zich een beeld probeert te vormen van het oorspronkelijke landschap, ziet een woest en moeilijk toegankelijk gebied. Het gebied bestaat uit dekzandruggen, uitlopers van een diluviaal hoogteterras van oostelijke zijde. Vele beken stromen van oost naar west en voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek, die een moeilijk te nemen barrière vormde voor bezoekers uit het westen. In het midden van de Achterhoek zou het niet duidelijk te lokaliseren bos Berlewalde gelegen hebben dat in een dertiende-eeuws document genoemd wordt. Later is hier door het laten grazen van gedomesticeerd vee vooral veel heide ontstaan.

Liudger geneest Bernlef

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie. Het is onduidelijk of de diverse plaatsen in de loop van de millennia permanent bewoond zijn gebleven, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen. Uit recent archeologisch onderzoek blijkt dat de eerste bewoners zich rond 8800 voor Christus in dit gebied waagden. In een oude afzetting van de Ooijerhoekse Laak bij Zutphen vonden archeologen twee 'afvalhopen' van deze jagers. De oudste dateert van 8650 en 8400, de andere van rond 6400 voor Christus. Uit de afvalhopen bleek dat deze eerste Achterhoekers zich in leven hielden met vlees en vis.[1] De eerste landbouwers kwamen pas veel later. Namen van volken, waarvan aangenomen wordt dat ze de Achterhoek bewoond hebben, zijn in chronologische volgorde: Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken), en na de Grote Volksverhuizing de Saksen.

Kerstening[bewerken]

De Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8e eeuw. Het westelijke deel, toen Hamaland geheten, viel onder het bisdom Utrecht, de oostelijke Achterhoek onder het bisdom Münster. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg missionaris Liudger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Liudger werd later de eerste bisschop van Münster.

Middeleeuwen en Vroegmoderne Tijd[bewerken]

Het graafschap Zutphen in 1757 door Isaäl Tirion

Plaatsen als Bronkhorst, Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlog. In de middeleeuwen heeft zich in de Achterhoek een feodale maatschappij ontwikkeld, die voorduurde tot in de 19e eeuw. Het oostelijke deel van de Achterhoek waarin de parochies Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo (G), Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, die voorheen deel uitmaakten van het graafschap Lohn onder het bisdom Münster werden ook onderdeel van de graafschap Zutphen. Dat gebeurde geleidelijk in de 13e en 14e eeuw. De in het noordoosten gelegen heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Münster. Ook tijdens de Gelderse Oorlogen en de Tachtigjarige Oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het Huis Bergh, Kasteel Keppel en de steden Bredevoort, Groenlo, is stevig gevochten. Bisschop Bernhard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid Borculo tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag. De bisschop wist wel Groenlo, de heerlijkheid Bredevoort, en de heerlijkheid Lichtenvoorde in te nemen. De Münsterse bezetting duurde bijna 2 jaar en in mei van het jaar 1674 trokken de Münsterse troepen weer weg uit de Achterhoek. In 1616 tenslotte werd Borculo na een erfopvolgingstwist onderdeel van de graafschap Zutphen.

Industrialisatie[bewerken]

Saksische boerderij of Los hoes in Erve Kots.

De industrialisatie heeft voornamelijk in twee delen van de Achterhoek plaatsgevonden: in een strook langs de Oude IJssel en in de oostelijke Achterhoek. Dankzij de oerhoudende grond aan weerszijden van de Oude IJssel ontstond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. In de oostelijke Achterhoek, in Winterswijk, Aalten en Neede is de textielindustrie tot grote bloei gekomen, evenals in het aangrenzende Twente[2]. Door de groeiende concurrentie vanuit het buitenland, met name uit de lagelonenlanden, bleek een groot deel van de textielindustrie na de Tweede Wereldoorlog niet langer levensvatbaar. Voor de textielindustrie zijn spoorlijnen aangelegd die dit deel van de Achterhoek verbonden met Arnhem, Zutphen, Twente en Duitsland. [3]. In een groot deel van de Achterhoek was tot in de 19e eeuw kleinschalige landbouw de voornaamste bron van bestaan.

Veel buurschappen, dorpen èn steden bezaten vaak gezamenlijk enkele esgronden en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas in het begin van de 20e eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Aan deze functie kwam eind jaren 40 een einde.

Doordat de overheid en particuliere ondernemers, zoals de textielfabrikant Jan Willink, in de tweede helft van de 19e eeuw met de aanleg van spoorlijnen en verharde wegen in de streek investeerden, werd het gebied toegankelijker. Verschillende plaatsen werden aangesloten op het spoorwegnet van de Nederlands-Westfaalsche Spoorweg (NWS) en de GOLS, de rest van de Achterhoek werd begin 20e eeuw ontsloten door middel van goedkopere trambanen van een viertal trambedrijven. Hierdoor nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, en werd de streek ook bezocht door recreanten. Met het toenemen van het wegverkeer zijn na de Tweede Wereldoorlog veel van de lokaalspoorlijnen en alle tramwegen verdwenen.

Geografie[bewerken]

Plaatsen[bewerken]

Een overzicht van de grotere en/of toeristische plaatsen:

Gemeenten[bewerken]

Ligging van gemeenten in de Achterhoek

Op 1 januari 2005 vond een gemeentelijke herindeling plaats in de Achterhoek (en een aangrenzend deel van Overijssel). Hierbij werden enkele kleinere gemeenten gefuseerd tot een aantal grotere. Thans bestaat de Achterhoek in de ruimste opvatting uit de volgende gemeenten(1):

(1) Er is geen officiële grens voor de Achterhoek.

Landschap[bewerken]

In het Achterhoekse coulisselandschap is veel en geschakeerd natuurschoon te vinden zoals op de Lochemse Berg, in boswachterijen te Ruurlo, in de Slangenburg bij Doetinchem en in enkele veengebieden tegen de oostgrens met Duitsland zoals het Korenburgerveenen het Vragenderveen. De Achterhoek is ook rijk aan kastelen en landhuizen. Het landschap rond Winterswijk is misschien wel het meest karakteristiek voor de Achterhoek. Het heeft vanwege het bijzondere karakter de status van Nationaal Landschap Winterswijk gekregen.

Demografie[bewerken]

Inwonertal[bewerken]

Gemeente Aantal inwoners 1-11-2012
Aalten 27.104
Berkelland 44.829
Bronckhorst 37.238
Doetinchem 56.351
Oost Gelre 29.850
Montferland 34.881
Lochem 33.309
Oude IJsselstreek 39.777
Winterswijk 28.982
Totaal 332.321

Taal[bewerken]

Nedersaksische uitnodiging op een bankje te Lichtenvoorde

In de Achterhoek spreekt men van oudsher een variant van het Nedersaksisch: het Achterhoeks, ook wel plat genoemd. Inwoners met Nedersaksisch als enige taal beginnen zeldzaam te worden. De meeste mensen tegenwoordig zijn tweetalig opgevoed, vaak met Nedersaksisch thuis en Nederlands op school. Mede door immigratie uit en bestuur vanuit het westen heeft het Nederlands veel invloed op het Achterhoekse dialect. Veel oude woorden zijn vergeten en vervangen door van het Nederlands afgeleide varianten. Anderzijds zijn ook nieuwe woorden ontstaan zoals bijvoorbeeld: Spiekerbokse voor spijkerbroek of huulbessem (letterlijk huilbezem) voor stofzuiger.[4][5] De opkomst van Streektaal- en dialectmuziek zorgt voor een bepaalde toename aan populariteit van het Nedersaksisch.[6]

Religie[bewerken]

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was in 2003 nog 34,4% van de Achterhoekse bevolking rooms-katholiek, 23,9% Nederlands-hervormd, 4,7% gereformeerd, 3% moslim, 5,1 % overig ; en 31,2% gaf aan geen kerkelijke gezindte te hebben. Er zijn geen recentere cijfers bekend voor de Achterhoek, wel blijkt uit landelijke CBS-cijfers dat sinds 2003 het aantal christenen verder is afgenomen.

Door de toenemende secularisatie neemt het aantal gelovigen, en met name het kerkbezoek gedurende de laatste decennia af. Vooral de katholieke kerk moet ingrijpend reorganiseren door de nog steeds verdergaande ontkerkelijking. Nadat in het begin van de 21e eeuw de dekenaten waren opgeheven werden vervolgens in de hele regio rooms-katholieke parochies samengevoegd.

Verwacht wordt dat verscheidene kerken mede als gevolg van de reorganisatie maar vooral door het afnemend kerkbezoek hun deuren zullen moeten sluiten. Ook het aantal katholieke missen is sterk verminderd vanwege het steeds verder afnemende kerkbezoek. Volgens de cijfers van het onderzoeksinstituut KASKI over 2006 is het aantal zondagse kerkbezoekers in het bisdom Utrecht (dat ook de achterhoek omvat) tot minder dan een procent van de bevolking gedaald.

Kerkelijk kenmerkte de Achterhoek zich doordat de streek vroeger grotendeels van Nederlands-hervormde signatuur was, met een aantal rooms-katholieke 'enclaves'. Dit zijn onder andere de voormalige gemeenten Bergh en Wehl, en plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde. Doetinchem kent - voor zover godsdienstig - gezien een gemengde bevolking. In Aalten telt men vanouds talrijke gemeenteleden van de Gereformeerde Kerken in Nederland (nu PKN).

Cultuur[bewerken]

Bevolking[bewerken]

Noaber vrouwleu in klederdracht zijn een zeldzaamheid geworden in het straatbeeld van Aalten

De bewoners van het gebied leefden oorspronkelijk vooral van de landbouw. Tegenwoordig kent de Achterhoek een schakering aan werkgelegenheid, waarvan de traditionele agrarische sector nog steeds deel uitmaakt en de toeristische sector in belang is toegenomen. Veel inwoners van de Achterhoek spreken nog hun eigen streektaal, het Achterhoeks, dat een Nedersaksisch dialect is. Een volgens sommigen typisch Oost-Nederlands gebruik dat men in de Achterhoek terugvindt is de burenhulp, het noaberschap.

Evenementen[bewerken]

Regionaal bekende evenementen met een artikel op Wikipedia:

Economie[bewerken]

Exportproducten[bewerken]

Grolsch bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo

Toerisme[bewerken]

De verschaling van de landbouw heeft er mede voor gezorgd dat er binnen de regio veel plattelandstoerisme is ontstaan. Het gebied is erg in trek bij mensen die rust zoeken of juist een zeer actieve vakantie wensen. Diverse activiteiten als fietsen, wandelen, paardrijden, nordic walking, huifkartochten, kanovaren en ballonvaren worden door de toeristen ondernomen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Eerste Achterhoekers aten vlees en vis, de Stentor, 17 december 2008
  2. Th.J. IJzerman - Beeld en Werkelijkheid van de Twents-Achterhoekse Textielindustrie. Rapport van de Stichting Textielvak te Hengelo
  3. Winterswijk spoorlijnen voor textielindustrie en steenkolen: gols-station.nl
  4. Het verhaal van een taal | J.W. de Vries Nederlands - 1995
  5. Achterhoeks woordenboek op: achterhoek.nl
  6. Meer status voor dialect
    streektaalvrienden.nl