Achterhoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Er bestaan ook dorpen en buurschappen genaamd Achterhoek, zie Achterhoek (Hof van Twente), Achterhoek (Nijkerk), Wilp-Achterhoek en Achterhoek (Stadt Kevelaer - (D))
Locatie van de Achterhoek incl. Liemers
Slangenburg in de gemeente Doetinchem

De Achterhoek (Nedersaksisch: Achterhook) is een streek in het oosten van Nederland in de provincie Gelderland en beslaat het gebied tussen de IJssel in het westen, de Oude IJssel in het zuidwesten, de Duitse grens in het zuiden en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden.

Inhoud

[bewerken] Begrenzing

Als men het in moderne context over het gebied 'De Graafschap' heeft, dan spreekt men feitelijk nog steeds over het oude graafschap Zutphen. Dat mag zijn bestuurlijke zelfstandigheid lang geleden kwijt zijn geraakt, als plaatsbepaling is de naam blijven bestaan, zij het dat er wat begripsverwarring met de naam 'Achterhoek' lijkt op te treden. De historische Achterhoek is echter veeleer het gebied beoosten Hamaland dat voor de 13e eeuw deel uitmaakte van het bisdom Münster. Daarin lagen de kerspelen Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo, Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, Borculo, Geesteren, Neede en Eibergen. De graven van Gelre zijn pas vanaf de 13e eeuw tot en met 17e eeuw geleidelijk in dat gebied gepenetreerd. Nadat het Graafschap Zutphen steeds meer gebied verwierf ten koste van het bisdom Münster en het zelfstandige graafschap uiteindelijk opging in het Hertogdom Gelre, is de naam 'Graafschap' als plaatsbepaling blijven bestaan, het zelfde gebied dat men nu de 'Achterhoek' noemt. Tegenwoordig zijn Doetinchem, Winterswijk en Zutphen de grootste plaatsen in de Achterhoek. Doetinchem is met 56.000 inwoners veruit het grootst en wordt met al zijn voorzieningen ook vaak de hoofdstad van de Achterhoek genoemd.

De ten zuidwesten van de Achterhoek gelegen streek De Liemers wordt wel eens gezien als onderdeel van de Achterhoek, maar is in feite een andere streek. Bestuurlijk gezien maakt de gehele nieuwe Liemerse gemeente Montferland op haar beurt wel weer deel uit van de regio Achterhoek.

[bewerken] Etymologie

De term 'Achterhoek' duikt voor het eerst op in een gedicht van dominee Willem Sluyter uit de zeventiende eeuw: "Waer iemant duisent vreugden soek / Mijn vreugt is in dees' achter-hoek". Hij doelde daarmee op de regio waar hij woonde, de omgeving van Eibergen.

In de negentiende eeuw schreef schoolmeester B.J. Stegeman "'t Gif maor enen Achterhook / Den Gelderschen, den echten.", waarmee hij voor het eerst het woord Achterhoek voor de hele regio ten oosten van de IJssel gebruikte.

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Prehistorie

Wie zich een beeld probeert te vormen van het oorspronkelijke landschap, ziet een woest en moeilijk toegankelijk gebied. Het gebied bestaat uit dekzandruggen, uitlopers van een diluviaal hoogteterras aan Duitse zijde. Vele beken stromen van oost naar west en voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek, die een moeilijk te nemen barrière vormde voor verkeer uit het westen. Op de hoger gelegen gronden kwamen bos en heide voor. Deze heide is overigens ontstaan door menselijke bemoeienis, door het te laten begrazen door gedomesticeerd vee.

Liudger geneest Bernlef

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie. Het is onduidelijk of de diverse plaatsen in de loop van de millennia permanent bewoond zijn geweest, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen en/ of vijandigheden. Uit recent archeologisch onderzoek blijkt dat de eerste bewoners rond 8800 voor Christus zich in dit gebied waagden. In een oude afzetting van de Ooijerhoekse Laak bij Zutphen vonden archeologen twee 'afvalhopen' van deze jagers. De oudste dateert van 8650 en 8400, de andere van rond 6400 voor Christus. Uit de afvalhopen bleek waarmee deze eerste Achterhoekers zich in leven hielden. Vlees en vis. [1] De eerste landbouwers kwamen pas veel later. Namen van volken, waarvan aangenomen wordt dat ze de Achterhoek bewoond hebben, zijn in chronologische volgorde: Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken), en na de Grote Volksverhuizing de Saksen.

[bewerken] Kerstening

De Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8e eeuw. Het westelijke deel, toen Hamaland geheten, viel onder het bisdom Utrecht, de oostelijke Achterhoek onder het bisdom Münster. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg missionaris Liudger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Liudger werd later de eerste bisschop van Münster.

[bewerken] Middeleeuwen en Vroegmoderne Tijd

Het Graafschap Zutphen in 1757 door Isaäl Tirion

Plaatsen als Bronkhorst, Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlog. In de middeleeuwen heeft zich in de Achterhoek een feodale maatschappij ontwikkeld (die voorduurde tot in de 19e eeuw). Het oostelijke deel van de Achterhoek waarin de parochies Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo (G), Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, die voorheen deel uitmaakten van het bisdom Münster werden ook onderdeel van de graafschap Zutphen. Dat gebeurde geleidelijk in de 13e en 14e eeuw. De in het noordoosten gelegen heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Münster. Ook tijdens de Gelderse oorlogen en de Tachtigjarige Oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het Huis Bergh, Kasteel Keppel en de steden Bredevoort, Groenlo, is stevig gevochten. Bisschop Bernhard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid Borculo tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag. De bisschop wist wel Groenlo, de heerlijkheid Bredevoort, en de heerlijkheid Lichtenvoorde in te nemen. De Münsterse bezetting duurde bijna 2 jaar en in mei van het jaar 1674 trokken de Münstersen troepen weer weg uit de Achterhoek. In 1616 werd Borculo tenslotte na een erfopvolgingstwist onderdeel van de Graafschap Zutphen.

[bewerken] Industrialisatie

Saksische boerderij of Los hoes in Erve Kots.

De industrialisatie is de Achterhoek grotendeels ontgaan. Uitzondering hierop is de strook aan weerszijden van de Oude IJssel, waar dankzij de oerhoudende grond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie ontstond in en rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. Voor het overige leefde men tot ver in de 19e eeuw zoals men dat al eeuwen had gedaan.

Veel buurschappen, dorpen èn steden bezaten vaak gezamenlijk enkele esgronden en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas in het begin van de 20e eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Aan deze functie kwam eind jaren '40 een einde.

Doordat de overheid en particuliere ondernemers, zoals de textielfabrikant Jan Willink, in de tweede helft van de 19e eeuw met de aanleg van spoorlijnen en verharde wegen in de streek investeerden, werd het gebied toegankelijker. Verschillende plaatsen werden aangesloten op het spoorwegnet van de Nederlands-Westfaalsche Spoorweg (NWS) en de GOLS, de rest van de Achterhoek werd begin 20e eeuw ontsloten door middel van goedkopere trambanen van een viertal trambedrijven. Hierdoor nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, alsook de recreatieve voorzieningen. Na de Tweede Wereldoorlog is de welvaart gestaag toegenomen.

[bewerken] Geografie

[bewerken] Plaatsen

Een overzicht van de grotere en/of toeristische plaatsen:


[bewerken] Gemeenten

Ligging van gemeenten in de Achterhoek

Op 1 januari 2005 vond een gemeentelijke herindeling plaats in de Achterhoek (e.o.). Hierbij werden enkele kleinere gemeenten gefuseerd tot een aantal grotere. Thans bestaat de Achterhoek uit de volgende gemeenten:

(1) Zie Overlegpagina.

[bewerken] Landschap

In het Achterhoekse coulisselandschap is veel en geschakeerd natuurschoon te vinden zoals op de Lochemse Berg, in boswachterijen te Ruurlo, in de Slangenburg bij Doetinchem en in enkele veengebieden tegen de oostgrens met Duitsland zoals het Korenburgerveen, Vragenderveen. Het landschap rond Winterswijk is misschien wel het meest karakteristiek voor de Achterhoek. De Achterhoek is rijk aan kastelen en landhuizen.

[bewerken] Demografie

[bewerken] Inwonertal

Gemeente Aantal inwoners 1-1-2007
Aalten 27.576
Berkelland 45.170
Bronckhorst 37.795
Doetinchem 56.254
Oost Gelre 29.850
Montferland 35.053
Oude IJsselstreek 40.079
Winterswijk 29.135
Totaal 300.912

[bewerken] Taal

In de Achterhoek spreekt men van oudsher een variant van het Nedersaksisch: het Achterhoeks, ook wel plat genoemd. Inwoners met Nedersaksisch als enige taal beginnen zeldzaam te worden. De meeste mensen tegenwoordig zijn tweetalig opgevoed, vaak met Nedersaksisch thuis en Nederlands op school. Mede door immigratie uit en bestuur vanuit het westen heeft het Nederlands veel invloed op het Achterhoekse dialect. Veel oude woorden zijn vergeten en vervangen door van het Nederlands afgeleide varianten.

[bewerken] Religie

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was in 2003 nog 34,4% van de Achterhoekse bevolking rooms-katholiek, 23,9% Nederlands hervormd, 4,7% gereformeerd, 3% islamitisch, 5,1 % overig ; 31,2% aan geen kerkelijke gezindte te hebben.

Door de toenemende secularisatie neemt het aantal gelovigen, en met name het kerkbezoek gedurende de laatste decennia af. Vooral de katholieke kerk moet ingrijpend reorganiseren door de nog steeds verdergaande ontkerkelijking. Nadat recentelijk reeds de dekenaten zijn opegeheven, moeten nu in de hele regio rooms-katholieke parochies worden samengevoegd. Deze reorganisatie moet volgend jaar - in 2010 - zijn voltooid.

Verwacht wordt dat verscheidene kerken mede als gevolg van de reorganisatie maar vooral door het afnemend kerkbezoek hun deuren zullen moeten sluiten. Ook het aantal katholieke missen wordt sterk verminderd door het steeds verder afnemende kerkbezoek. Volgens de cijfers van het onderzoeksinstituut KASKI over 2006 is het aantal zondagse kerkbezoekers in het bisdom Utrecht (dat ook de achterhoek omvat) tot minder dan een procent van de bevolking gedaald.

Kerkelijk kenmerkte de Achterhoek zich doordat de streek vroeger grotendeels van Nederlands Hervormde signatuur was, met een aantal rooms-katholieke 'enclaves'. Dit zijn onder andere de voormalige gemeenten Bergh en Wehl, en plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde. Doetinchem kent - voor zover godsdienstig - gezien een gemengde bevolking. In Aalten telt men vanouds talrijke gemeenteleden van de Gereformeerde Kerken in Nederland (nu PKN).

[bewerken] Cultuur

[bewerken] Bevolking

Noaber vrouwleu in Aaltense Klederdracht, net als de streektaal steeds minder voorkomend in het straatbeeld

De bewoners van het gebied leefden oorspronkelijk vooral van de landbouw. Tegenwoordig kent de Achterhoek een schakering aan werkgelegenheid, waarvan de traditionele agrarische sector nog steeds deel uitmaakt en de toeristische sector in belang is toegenomen. Veel inwoners van de Achterhoek spreken nog hun eigen streektaal, het Achterhoeks, dat een Nedersaksisch dialect is. Een volgens sommigen typisch Oost-Nederlands gebruik dat men in de Achterhoek terugvindt is de burenhulp, het noaberschap.

[bewerken] Evenementen

Onder andere:

De Zwarte Cross, een begrip.

[bewerken] Economie

[bewerken] Exportproducten

Grolsch bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo
  • Landbouw, tegenwoordig met name veeteelt met relatief veel melkveehouderijen. Tot even na de Tweede Wereldoorlog ook veel bosbouw.
  • Oerhoudende grond maakte vanaf de 18e eeuw ijzerindustrie mogelijk. Bekende namen van Achterhoekse oorsprong zijn DRU, Pelgrim, Becking en Bongers en ATAG.
  • Grolsch-bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo (Nedersaksisch: Grolle). In het voorjaar van 2005 is de laatste èchte Grolsche bierbrouwerij gesloten en heeft het bedrijf de Achterhoek definitief verlaten.
  • De popgroep Normaal heeft veel gedaan voor de "emancipatie" van de Achterhoekers. Men werd er trots op boer te zijn.
  • Jovink en de Voederbietels is ook een bekende popgroep uit de Achterhoek. Iets minder bekend buiten de Achterhoek, maar in de streek zelf populair is de popgroep Boh Foi Toch.

[bewerken] Toerisme

De verschaling van de landbouw heeft er mede voor gezorgd dat er binnen de regio veel plattelandstoerisme is ontstaan. Het gebied is erg in trek bij mensen die rust zoeken of juist een zeer actieve vakantie wensen. Diverse activiteiten als fietsen, wandelen, paardrijden, nordic walking, huifkartochten, kanovaren en ballonvaren worden door de toeristen ondernomen.


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. [1]: "Eerste Achterhoekers aten vlees en vis" uit De Stentor.
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken