Vrede van Münster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De beëdiging van het verdrag door de Spaanse en Nederlandse onderhandelaars (Gerard Terborch, 1648) De ondertekening van het vredesverdrag van Münster - de zes onderhandelaars met opgeheven vingers v.l.n.r. Willem Ripperda, Frans van Donia, Adriaen Clant tot Stedum, Adriaen Pauw, Jan van Mathenesse en Barthold van Gent

De Vrede van Münster was een voor Nederland en België belangrijk verdrag dat op 15 mei 1648 in Münster werd gesloten tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarmee aan de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Republiek en Spanje (Habsburg) een einde kwam, en de Republiek als soevereine staat werd erkend.

De Vrede van Münster was onderdeel van de Vrede van Westfalen, die ook een einde maakte aan de Dertigjarige Oorlog tussen een groot aantal andere Europese landen. Zij moet niet worden verward met het verdrag van Münster (Instrumentum Pacis Monasteriensis, IPM) van 24 oktober 1648 tussen het Heilige Roomse Rijk en Frankrijk, dat overigens een grote overlapping had met het verdrag van Osnabrück (IPO) van dezelfde datum tussen het Heilige Roomse Rijk en Zweden. Alle zijn wel onderdeel van de Vrede van Westfalen.

Het verdrag tussen Spanje en de Nederlanden werd op 30 januari 1648 vastgesteld. Op 15 mei werd de vrede definitief getekend en door Nederlandse en Spaanse gezanten met hun eed bekrachtigd, onder grote belangstelling van het publiek in Münster.

Inhoud

Achtergrond [bewerken]

Kaart van de Zeventien Provinciën met in rood de lijn de van de scheiding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in 1648

De Franse inmenging in de oorlog tegen Spanje had het tij definitief in het voordeel van de Republiek gekeerd. Inmiddels was het oorlog in grote delen van Europa: de Dertigjarige Oorlog. In 1641 begonnen vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen in deze oorlog. Afgesproken werd dat in Münster en Osnabrück onderhandeld zou worden. Hoewel de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden niet meevocht in de Dertigjarige Oorlog, werd besloten de Republiek toch uit te nodigen bij de vredesonderhandelingen. Door de oorlog tegen Spanje was de Republiek te veel een partij geworden. Via Frankrijk ontving de Republiek een uitnodiging.

Hoewel er rond die tijd enorme militaire successen werden geboekt, was er binnen de Republiek steeds meer sprake van een vredesstemming. De langdurige oorlog kostte veel geld en mensenlevens. Alleen de provincies Zeeland en Utrecht en de stad Leiden bleven tot het einde toe voorstander van het voortzetten van de oorlog.

De Republiek slaagde erin als volwaardige staat aan de onderhandelingen mee te mogen doen: zelfs Spanje stemde hiermee in. In januari 1646 kwamen acht vertegenwoordigers van de Staten aan in Münster om met de Spanjaarden te onderhandelen over vrede. De onderhandelingen vonden plaats in het Huis van het Kramersgilde, tegenwoordig het Haus der Niederlande genoemd. De Spaanse onderhandelaars hadden uitgebreide volmachten meegekregen van koning Filips IV, die al jaren vrede zocht. Tijdens de onderhandelingen werden de Republiek en Spanje het snel eens: de tekst van het Twaalfjarig Bestand werd als uitgangspunt genomen en de Republiek werd door Spanje als soevereine staat erkend. De vrede leek nabij. Frankrijk, waarmee de Republiek had afgesproken om tot een gezamenlijk verdrag met Spanje te komen, gooide echter roet in het eten door steeds met nieuwe eisen te komen. De Staten besloten hierop buiten Frankrijk om vrede te sluiten met Spanje. Op 30 januari 1648 werd de vredestekst vastgesteld. Deze werd ter ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede definitief getekend en door Nederlandse en Spaanse gezanten met hun eed bekrachtigd, onder grote belangstelling van het publiek. In Nederland bewaart het Nationaal Archief twee exemplaren van de Vrede van Münster, een Spaanse en een Franse versie. Beide versies zijn door koning Filips IV ondertekend en voorzien van zijn zegel in massief goud. Ze zijn beide te zien in De Verdieping van Nederland.

Een belangrijk indirect gevolg van dit verdrag was het feit dat het Nederduits-Gereformeerde geloof de staatskerk van de Republiek werd. Alle katholieke goederen vervielen aan de overheid: niet alleen kerken en kapellen, maar ook kloosters en hun bezittingen. De katholieken moesten tot 1795 gebruikmaken van zogenaamde 'schuilkerken': ze mochten wel diensten houden, maar niet in gebouwen die aan de buitenkant als kerk herkenbaar waren.

Ook kwam er een grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. De grens tussen beide werd bepaald door de frontsituatie op dat moment tussen de Nederlandse opstandelingen en de Spanjaarden. Het belangrijkste gevolg voor Antwerpen was dat de Schelde nu voor bijna twee eeuwen afgesloten was (tot 1813).

Literatuur [bewerken]

  • Boer, H.W.J. de, H. Bruch en H. Krol (red.), Adriaan Pauw (1585-1653); staatsman en ambachtsheer. Heemstede, VOHB, 1985
  • Manzano Baena, Laura, "Negotiating Sovereignty: the Peace Treaty of Münster, 1648", History of Political Thought, Volume 28, Number 4, 2007, pp. 617-641.
  • Poelhekke, J.J., De vrede van Munster. 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1948.

Externe link [bewerken]

Zie ook [bewerken]