Realisme (kunststroming)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bonjour, Monsieur Courbet, 1854. Realistisch schilderij door Gustave Courbet.

Het realisme was een stroming in de 19e-eeuwse beeldende kunst, theater en literatuur, waarin gestreefd werd naar het weergeven van de (maatschappelijke) werkelijkheid. De stroming was vooral sterk in Frankrijk rond het midden van de 19e eeuw en wordt gezien als reactie op de romantiek. Daarnaast had het opkomende marxisme een belangrijke invloed door de gewone arbeider centraal te stellen. Uitgangspunt van de stroming was een uitspraak van Baudelaire: "je moet in je eigen tijd staan".

Realistische schilderkunst[bewerken]

Halverwege de 19e eeuw rees er bij diverse schilders verzet tegen de afstandelijke stijl van het classicisme en de overdreven stijl van de romantiek. Het realisme beeldde alledaagse gebeurtenissen af, een groet of gewone arbeiders aan het werk op het land. De manier van schilderen was vergelijkbaar met die van de romantiek: veel aardetinten en realistische verhoudingen en kleuren. Voor het eerst werd gezocht naar de ongeïdealiseerde werkelijkheid, dit uitte zich in het afbeelden van bezwete geharde havenarbeiders, maar ook in het afbeelden van schaam- en okselhaar in naakten. Dit riep veel weerstand op, critici vonden dat de realisten zich te veel richten op datgene wat lelijk was. Realisten zagen zichzelf meer als journalisten, maar koesterden ook zeker een romantisch verlangen naar de ongeindustrialiseerde werkelijkheid. Gustave Courbet was de oprichter, belangrijkste schilder en woordvoerder van het realisme. Andere schilders zijn bijvoorbeeld:

Naar het voorbeeld van de Engelsen John Constable en John Crome gingen ze, vanaf 1832, "en plein air" schilderen, buiten, direct in de natuur, om bomen, planten, dieren en bevolking zo natuurgetrouw mogelijk te kunnen weergeven.

Amerika[bewerken]

België[bewerken]

Nederland[bewerken]

Rusland[bewerken]

Andere essayisten wijden dan weer hun beschouwingen aan het sociaal realisme, dat zich ongeveer exclusief richt op de sociaal menselijke toestanden als arbeid, ziekte, ellende of geluk. Constantin Meunier, Pierre Paulus en Eugeen Van Mieghem zijn hiervoor Belgische voorbeelden, maar bij hen is de omschrijving heel wat moeilijker af te bakenen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]