Charles Dickens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles Dickens
Dickens by Watkins detail.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Charles John Huffam Dickens
Geboren 7 februari 1812, Landport bij Portsmouth
Overleden 9 juni 1870, Gad's Hill Place in Higham
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Werk
Jaren actief 1836-1870
Genre Roman
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Beluister

(info)
Charles Dickens, ca 1867

Charles John Huffam Dickens (Landport bij Portsmouth, 7 februari 1812 – Gad's Hill Place in Rochester (Kent), 9 juni 1870) was één van de belangrijkste Engelse schrijvers tijdens het Victoriaans tijdperk en de eerste literaire chroniqueur van de grootstad middenin de industriële revolutie. Tot na de Eerste Wereldoorlog bleef hij Engelands populairste schrijver. Hij verwierf bekendheid met The Pickwick Papers (The posthumous papers of the Pickwick Club) dat vanaf 1836 maandelijks verscheen. Daarna verschenen Oliver Twist in het door hem geredigeerde tijdschrift Bentley's Miscellany in 1837-1838, Nicholas Nickleby in 1838-1839, The Old Curiosity Shop en Barnaby Rudge beiden in 1841. Zijn beroemdste romans zijn David Copperfield (1849-1850, deels autobiografisch), Great Expectations (1860-1861), Oliver Twist, Nicholas Nickleby en A Christmas Carol (boek) (1843) . A tale of two cities staat met 200 miljoen exemplaren op nummer zeven van 's werelds meest verkochte boeken.[1] Kenmerkend voor zijn verhalen zijn de sociale misstanden, de verhaalopbouw, de cartooneske karakters en de humor.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Londen omstreeks 1870, gravure van Gustave Doré.

Charles Dickens werd geboren als tweede van acht kinderen van John en Elizabeth Barrow. Toen hij tien was, in 1822, verhuisde de familie van Rochester (Kent) naar Camden Town in Londen om dichter bij vaders werkplek (het Navy Pay Office in het Somerset House) te wonen. Dickens maakte de reis met de postkoets alleen. Er waren geen andere passagiers en hij had enkel sandwiches, een boek en wat kleren bij zich. Die 'droefgeestige' reis, op een regenachtige zomerdag bleef hangen en hij zou hem later beschrijven in zijn bundel The uncommercial traveler: "Het regende hard, en nooit zal ik die geur van nat stro vergeten." Camden Town ligt op dat moment in het noordwesten van de uitdijende en lawaaierige metropool. De wijk en de stad inspireerden Dickens en kropen in zijn kleren: de overvolle straten met karren en koetsen, met ruiters en straatventers, de eet- en koffiestalletjes tussen de afvalhopen en de bouwwerven in, de blootsvoetse en in lompen geklede kinderen... Dickens zou in de loop van zijn leven overal komen: in werkhuizen en huurkazernes, in duistere kroegen, een opiumkit en mistige steegjes, in sloppenwijken en lijkenhuizen, in gevangenissen. Hun nieuwe huis in Bayham Street was met een meid en een onderhuurder niet alleen druk bevolkt, het was ook benepen. De financiële moeilijkheden van zijn vader, een aimabel man, speelden hierin een rol. In 1824 werden zijn vader en de familie wegens schulden in de beruchte gevangenis Marshalsea Prison opgesloten. De twaalfjarige Charles verliet zijn school en ging werken in Warren's Shoe Blacking Factory. In die schoensmeerfabriek, in een vervallen magazijn bij Hungerford Stairs aan de oever van de stinkende rivier, werkte hij tien uur per dag en leerde hij de arbeidsomstandigheden kennen. Het werd, net zoals de gekwetste kinderziel, een belangrijk thema in zijn werk.[2]

De twaalfjarige Dickens aan het werk in Warren's Shoe Blacking Factory.
Aanhalingsteken openen Op marktdagen is Covent Garden geweldig gezelschap. De grote wagens vol kolen, waaronder de kwekers en hun jonge helpers te slapen liggen, bewaakt door felle honden uit hun dorp: het is even goed als feest. Maar een van de ergste gezichten die ik ken in Londen, zijn de kinderen die rondsluipen op deze plek; die in de manden slapen, vechten voor het afval, zich op alles storten wat ze denken te kunnen weggraaien, die duiken onder de wagens en steekkarren, wegspringen voor de politiemannen en voortdurend met de regen van hun naakte voeten op de Piazza pletsen.
— Night Walks
Aanhalingsteken sluiten

Op zijn vijftiende ging hij werken op een advocatenkantoor en leerde zichzelf stenografie. In 1835 werd hij verslaggever in de kamer voor de Morning Chronicle en ontstond uit zijn journalistiek zijn eerste literaire werk. Deze beschrijvingen van Londen en het buitenleven werden later gebundeld in Sketches by Boz (1836). 'Boz' was de bijnaam van zijn altijd verkouden jongere broer Moses.

Londen[bewerken]

Net zoals David Copperfield of Pip (Great Expectations) was Dickens een migrant. Om een echte Londenaar te zijn, moest men geboren zijn binnen de geluidsafstand van de kerkklokken van St. Mary-le-Bowkerk. Londen, een plek van extreme rijkdom en mensonterende ellende, was zijn muze met wie hij een haat-liefdeverhouding had. 'Wat een verbazingwekkende plek leek Londen' zegt David Copperfield, 'toen ik het zag vanuit de verte.' Het negentiende-eeuwse Londen barstte als een plek van belofte uit zijn voegen. Als een gelukszoekersmagneet nam de bevolking ongezien toe. Bij de aankomst van Dickens telde de stad anderhalf miljoen inwoners, bij zijn dood in 1870 waren dat er 3,5 miljoen.

Aanhalingsteken openen De sukkelaars die Londen binnen zwierven langs de grote weg vlakbij en die vermoeid en met zere voeten, angstig opkeken naar de grote stad die voor hen lag, alsof ze voorvoelden dat hun ellende daar zou zijn als een waterdruppel in de zee of een zandkorrel op het strand - ze liepen voort, alsmaar dieper in elkaar gedoken. Dag na dag kropen zulke reizigers voorbij, maar altijd... in één richting, naar de stad toe. Voer voor de hospitalen, de kerkhoven, de gevangenissen, de rivier, koorts, waanzin, misdaad en dood. Ze liepen naar het monster toe, dat brullend in de verte lag, en waren verloren.
— Aldus een personage in Dombey and son
Aanhalingsteken sluiten
A Christmas Carol. Met illustraties van John Leech. London: Chapman & Hall, 1843. Eerste editie, titelpagina.

Auteur[bewerken]

In 1842 reisde hij naar de Verenigde Staten, waar hij pleitte voor de afschaffing van de slavernij. Hij vertrok vol enthousiasme maar kwam ontgoocheld terug. Zijn ervaringen schreef hij neer in American Notes uit 1842. In 1843 verscheen zijn eerste en beroemdste kerstvertelling: A Christmas Carol in Prose, een verhaal dat tot op heden in allerlei bewerkingen opgevoerd en verfilmd wordt. De jaren daarna verschenen andere ontroerende kerstvertellingen zoals The Chimes, The Cricket on the Hearth, The Battle of Life en The haunted Man. In 1844 bezocht hij Italië (Pictures from Italy, 1846), in 1846 Zwitserland waar Dombey and son (1848) ontstond. In 1850 startte Dickens met zijn weekblad Household Words en nam hij zijn intrek in Wellington Street 16. Veel van zijn werk verscheen als feuilleton in dit blad dat hij redigeerde en in de opvolger ervan, All the Year Round. De oprichting van dit laatste tijdschrift viel samen met de verhuizing naar Wellington Street 26, een huis dat er nu nog staat. Van 1853 tot 1870 trad Dickens regelmatig en succesvol op als voorlezer. Hiertoe bewerkte hij zijn teksten ingrijpend. Naast zijn schrijven deed Dickens aan liefdadigheid, voerde hij campagne voor de volksgezondheid, de huisvesting en opvoeding, hij reisde en wandelde vaak. Zijn slapeloosheid en zijn vriendschap met enkele politieofficieren brachten hem in contact met misdadigers, nachtbrakers, portiers, prostituees, nachtwerkers en daklozen.

Dickens' huwelijk met Catherine Hogarth, dat hij weinig inspirerend vond, eindigde na 22 jaar, mee beïnvloed door zijn affaire met de jongere actrice Ellen Ternan. Het koppel Dickens-Hogarth had tien kinderen.

Charlesdickens.jpg

Laatste jaren[bewerken]

Charles Dickens sukkelde vanaf 1860 met zijn gezondheid. De lezingen die hij gaf putten hem uit en eisten hun tol. Zijn laatste afgewerkte roman Our Mutual Friend uit 1865 behoort tot zijn beste werk. Dickens overleed in 1870 op 58-jarige leeftijd, terwijl hij bezig was aan The Mystery of Edwin Drood. Hij werd op voorspraak van koningin Victoria en tegen zijn wil in begraven in de Poets' Corner in Westminster Abbey in Londen. Dickens gaf echter de voorkeur aan het familiegraf in Highgate, waar zijn tijdgenoot Karl Marx een decennium later begraven zou worden.

Bibliografie[bewerken]

Dickens schreef vijftien romans.

Zie ook[bewerken]

In 1890 maakte Francis Edwin Elwell standbeeld van Dickens en Kleine Nell. Het staat tegenwoordig in Clark Park in Philadelphia, Pennsylvania.

A Christmas Carol[bewerken]

Luister naar A Christmas Carol in vijf delen.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. De tien meest verkochte boeken ter wereld
  2. Vgl. Het Londen van Charles Dickens, hel en hemel. In: De Standaard der Letteren, 3 februari 2012, p. 8-11.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Charles Dickens.