Minimal art

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carl Andre: 43 Roaring forty (1968), beeldenpark van het Kröller-Müller Museum, Otterlo
Sol LeWitt: Long Pyramid (1994), Bonnefantenmuseum, Maastricht
Donald Judd: Untitled (1988/91), Billy Rose Art Garden, Jeruzalem
Ulrich Rückriem: Granit gespalten (1985) Neue Nationalgalerie, Berlijn
Ron Robertson-Swann: Vault (1980), Melbourne

Minimal art of minimalisme is een stroming in de beeldende kunst die vanaf de jaren 1960 vanuit de Verenigde Staten in Europa geïntroduceerd werd. De stroming heeft verwantschap met de fundamentele kunst en was een reactie op het voordien in Amerika hoogtij vierende abstract expressionisme.

Kenmerken[bewerken]

Minimal art bediende zich van simpele, eventueel gevonden materialen. Belangrijk was om met zo eenvoudig mogelijke middelen een relatie aan te gaan met de omgeving. De spanning, die zou ontstaan door het creëren van een tegenstelling met de omgeving, was daarbij van belang.

Zo componeerde Carl Andre in 1968 een kunstwerk door naar een bouwterrein te wandelen en daar een aantal oude elektriciteitssnoeren mee te nemen om die vervolgens in de expositiezaal van het Gemeentemuseum van Den Haag neer te leggen op de vloer. De stroming werd wereldwijd nagevolgd. In Italië ontstond snel daarna een stroming die men de arte povera noemde.

Kunstenaars minimal art[bewerken]

Belangrijke vertegenwoordigers van de minimal art zijn:

Nederland[bewerken]

Enno Develing organiseerde de eerste tentoonstelling van minimal art in 1968 in het Gemeentemuseum Den Haag. [1] In Nederland is Jan Schoonhoven een vertegenwoordiger te noemen met verwante mentaliteit. Schoonhoven was lid van de Nederlandse Informele Groep en de Nederlandse Nul-beweging, en verwierf faam met zijn, veelal witte, reliëfs van papier-maché. De in Nederland woonachtige Britse kunstenaar Keith Milow kan gerekend worden tot het post-minimalisme.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Enno Develing [1]