Postmodernisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Postmodernisme is een stroming in de filosofie en de kunst die gezien wordt als een radicale reactie op het modernisme.

Kenmerken[bewerken]

Het meest in het oog springende kenmerk van de stroming is het in twijfel trekken van lang gekoesterde begrippen als waarheid en - romantische - authenticiteit. In de beeldende kunst resulteert die twijfel vaak in eclecticisme met een flinke dosis ironie. Op filosofisch vlak houden zij die tot de postmodernen worden gerekend zich, meer nog dan hun voorgangers, bezig met taalkritiek. Zij zijn hiertoe voornamelijk door Lyotard geïnspireerd. Het model waarin taal een afspiegeling zou zijn van de werkelijkheid wordt daarin nadrukkelijk verlaten. Men proclameert het einde van de 'grote verhalen' (vooruitgang door techniek, marxisme, christendom).

Postmodernisten spelen een spel met citaten uit 'hoge' en 'lage' cultuur, die ze met elkaar laten botsen. Gespeeld wordt ook met verschillende stijl(element)en uit verschillende historische perioden. Daardoor wordt de kenbaarheid van de wereld eens te meer op de helling gezet.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Postmoderne literatuur

Sinds de jaren '60 is het postmodernisme de dominante stroming in de architectuur, literatuur, poëzie en kunst in zijn algemeenheid. Kunststromingen komen in golven, de romantiek maakte plaats voor het modernisme. Dat werd opgevolgd door het existentialisme, dat op zijn beurt weer werd opgevolgd door het postmodernisme. Het probleem met de term postmodernisme is dat, theoretisch alles, elke vorm van kunst die na het modernisme kwam, postmodern is.[bron?]

Postmodernisme versus modernisme[bewerken]

Omdat het postmodernisme is ontstaan in reactie op het modernisme, kan men de aard van het postmodernisme goed weergeven door het tegenover het modernisme te stellen.

  • Modernisten gaan er van uit, dat er een goed fundament is om kennis op de stand van de (toen) geldende wetenschappen te baseren. De wetenschappelijke methode werkt dan ook goed. Daarnaast worden in alle redelijkheid argumenten uitgewisseld tussen mensen en partijen, waardoor er steeds meer consensus tot stand komt over de gewenste ontwikkelingen.

Het postmodernisme gaat daarentegen uit van een gebrekkige fundering van kennis. Er is geen geprivilegieerde methode om toegang tot de werkelijkheid te krijgen. Het menselijk subject is niet autonoom, maar wordt mede bepaald door het onderbewuste, emoties, anderen en taal. Dit noemen postmodernen de ‘’decentrering van het subject’’. Dit brengt met zich mee dat de mens mede irrationeel is. Het gesprek tussen mensen wordt verstoord doordat men gebonden is aan het gebrekkige instrument taal. Omdat het fundament, het middel (de taal) en de rede daartoe ontbreken, kan men niet tot consensus komen, en heerst er een onophefbare pluraliteit van denken.

  • Volgens het modernisme leiden kennis en argumentaties uiteindelijk tot universele principes en theorieën. De mensheid komt steeds nader tot de waarheid, en is het in redelijke mate eens over hoe kennis moet worden ingezet om tot maatschappelijke verbeteringen te komen. De maatschappelijke ontwikkeling wordt gezien als een doelgericht proces.

Volgens postmodernisten bestaat kennis echter vooral uit gedachteconstructies, 'Waarheid' als zodanig bestaat dan ook niet. Omdat ook normen worden geproblematiseerd en zeer divers blijken te zijn, is het bovendien niet meer zo duidelijk ten behoeve waarvan kennis moet worden ingezet. Met de op consensus gebaseerde ‘’grote verhalen’’ vervallen ook de universele doelen. Dit leidt tot waardenpluralisme en –relativisme.

  • Volgens het modernisme kunnen de gestelde doelen in de praktijk ook worden bereikt. De mens is het subject dat op een rationele wijze richting geeft aan de gewenste maatschappelijke ontwikkeling. Het analyseren en beheersbaar maken van natuurlijke en sociale levensomstandigheden leiden uiteindelijk tot emancipatie en technologische en economische vooruitgang.

Het postmodernisme relativeert de mogelijkheid om middels ingrepen doelen te bereiken. Gezien de complexe realiteit zijn er problemen met de middelen, zoals planning en controle. Dit beperkt de mogelijkheden tot maakbaarheid. Er kan dan ook niet veel richting worden gegeven aan de maatschappelijke ontwikkeling en de mogelijkheden voor "vooruitgang" zijn beperkt. Dit mede door grotere bewustwording van de relativiteit van vooruitgang. Om wiens vooruitgang gaat het? Wat zijn de veronderstellingen die aan vooruitgang ten grondslag liggen? Globalisering en informatiseringprocessen in de samenleving stimuleren een reflexieve en contingente benadering in een gepercipieerde werkelijkheid.

  • In het modernisme was nog een groot vertrouwen in de kunsten als verheffend iets - via kunst kan je de wereld verbeteren, dacht men.

In het postmodernisme wordt ook dit gerelativeerd. Kunst leidt niet noodzakelijk tot het Ware, het Goede of het Schone. Een bekend voorbeeld in dit verband zijn de kampbeulen in nazi-Duitsland: wanneer zij thuis kwamen na een gruwelijke werkdag, konden ze toch genieten van klassieke muziek, een van de high art-vormen bij uitstek.[bron?]

Postmodernisme in de beeldende kunst[bewerken]

Puppy van Jeff Koons

Kenmerken van het postmodernisme in de beeldende kunst - alhoewel ook hier de term zeer problematisch is en moeilijk af te lijnen (zowel qua periode als qua vorm- en inhoudskenmerken) - zijn: eclecticisme, kritiek op instituten, deconstructie, relativisme en massamedia.

Enkele voorbeelden van postmoderne werken zijn:

  • Marilyn-diptiek, 1962 van Andy Warhol
  • Brillo, 1964 van Andy Warhol
  • Reservoir met de ballen in totaal evenwicht, 1985 van Jeff Koons
  • Vest met aqualung, 1985 van Jeff Koons
  • U rijdt een volvo, 1996 van Julian Opie
  • Interieur met waterlelies, 1991 van Roy Lichtenstein

Een museum met postmoderne werken is o.a. het Tate Modern in Londen.

Postmoderne literatuur[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Postmoderne literatuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Bart Vervaeck, Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman, Brussel, 1999.
  • William Spanos, Repetitions: The Postmodern Occasion in Literature and Culture, Londen, 1987.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]