Sokal-affaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Sokal-affaire betreft een hoax, bedacht door Alan Sokal, hoogleraar in de natuurkunde aan de universiteit van New York. Hij stuurde een nepartikel, doorspekt met onzinnige redeneringen en pseudowetenschappelijk jargon, naar het Amerikaans academisch tijdschrift Social Text. Sokal wilde, bij wijze van experiment, te weten komen of een goedgemaakt maar compleet onzinnig artikel gepubliceerd zou worden in een postmodern tijdschrift als het a) goed zou klinken, en b) de redactieleden zou flatteren met ideologische maar holle concepten. Het artikel werd, in 1996, inderdaad gepubliceerd en kreeg veel aandacht in de internationale academische wereld. Het bracht een debat op gang over de invloed van ideologie op de wetenschapsbeoefening en de normen voor intellectuele eerlijkheid.

De hoax[bewerken]

Het artikel was voorzien van de klinkende maar nietszeggende titel Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity en werd in 1996 gepubliceerd in het lentenummer van Social Text, dat in die tijd geen collegiale toetsingsprocedure kende.[1]

Op de dag van de publicatie maakte Sokal in een andere publicatie, Lingua Franca, bekend dat het artikel een hoax was en hij noemde het "een parodie op links georiënteerd jargon met lichtzinnige referenties, hoogdravende citaten en totale nonsens". Hij had het bovendien gestructureerd rond "de meest dwaze citaten en woordenbrij" die hij kon vinden. Sokal demonstreerde hoe vooral de Franse postmodernisten misbruik maakten van wetenschappelijke terminologie en concepten. De hoax bevatte veel citaten van gerenommeerde denkers.

Intellectueel bedrog[bewerken]

De affaire zinderde jaren later nog na en resulteerde in een boek genaamd Intellectueel bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap (uitgeverij EPO, 1999). Het is de neerslag van een doortastende analyse samen met de Belgische co-auteur Jean Bricmont, professor theoretische fysica aan de universiteit van Louvain-la-Neuve. Het boek heeft twee thema's. Sokal en Bricmont analyseren citaten van postmoderne filosofen over wiskundige en fysische theorieën. Daarnaast buigen zij zich over de subtielere kwestie van het cognitief relativisme, dat is de theorie die beweert dat de geldigheid of ongeldigheid van een uitspraak afhangt van de context. Zowel Jacques Lacans gebruik van de topologie als Julia Kristeva's interpretatie van de Onvolledigheidsstellingen van Gödel worden er in doorgeprikt. Andere Franse postmoderne denkers die in het boek onder de loep genomen worden zijn Bruno Latour, Gilles Deleuze, Jean Baudrillard en Luce Irigaray.

Alan Sokal en Jean Bricmont concluderen in Intellectueel bedrog dat deze intellectuele keizers achter hun imposant jargon naakt zijn. De publicatie bracht eind 1997 In Europa en Amerika een debat op gang. De inzet van het debat was: Is wetenschap alleen maar ideologie? Zijn er normen voor intellectuele eerlijkheid? De Amerikaanse auteur Noam Chomsky reageerde op de Sokal-affaire met de woorden: De moderne wetenschap is een van de grootste menselijke verwezenlijkingen. Dit is een gemeenplaats, maar Sokal en Bricmont tonen hoe gemakkelijk zij uit het gezicht kan verdwijnen, en met welke schadelijke gevolgen. Julia Kristeva reageerde op haar beurt in Le Nouvel Observateur, met: Desinformatie... een intellectueel en politiek onbetekenend product.

Externe link[bewerken]

Referenties

  1. Social Text #46/47 (lente/zomer 1996) pp. 217-252. Duke University Press. Aangeroepen op 3 april 2007.

Bronnen