Poststructuralisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het poststructuralisme is een filosofische denkrichting in de hedendaagse filosofie die ontstond in Frankrijk aan het einde van de jaren 60 van de 20e eeuw, in reactie op (dan wel als voortzetting van) het structuralisme. Als belangrijke auteurs binnen deze stroming gelden Deleuze, Derrida, Lyotard en (met enig voorbehoud) Foucault.

Er bestaat echter geen vaste afbakening van het poststructuralisme; er bestaat geen poststructuralistisch manifest of enige georganiseerde school waarmee denkers eenduidig als 'poststructuralist' kunnen worden aangemerkt. Daarmee is het eerder een stroming dan een methode. Evenwel kunnen een pleidooi voor de erkenning van diversiteit, een stellingname tegen totaliserende filosofie (de neiging om alomvattende filosofische systemen te bouwen) en reductionisme, alsmede een bepaalde literaire schrijfstijl als kenmerk genoemd worden.

Vooral Hegels dialectiek is mikpunt van poststructuralistische kritiek. Zijn werken werden in Frankrijk bekend door Jean Hippolyte en Alexandre Kojève, die in de jaren 40 en 50 velen van de latere poststructuralisten opleidden.

Als grote voorganger van de stroming geldt Friedrich Nietzsche met zijn kritiek van de moderniteit.

Het poststructuralisme kwam op in de ook in Frankrijk 'roerige' jaren 60, die hun hoogtepunt vonden in de studentenopstand en stakingen van mei 1968. Verscheidene van de geassocieerde denkers waren ook zelf politiek of maatschappelijk geëngageerd.

Bron[bewerken]

  • Stefan Münker en Alexander Roesler (2000). Poststrukturalismus. Stuttgart/Weimar: Metzler.

Zie ook[bewerken]