Romantiek (stroming)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Francesco Hayez, "Rinaldo en Armida" (twee figuren uit "Gerusalemme liberata" van Torquato Tasso)

De romantiek was een stroming in de westerse cultuur die zich aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw sterk deed gelden in de kunst en het intellectuele leven van met name Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar ook in België en Nederland.

In de romantiek werd, in reactie op de Verlichting die eraan vooraf was gegaan, de subjectieve ervaring als uitgangspunt genomen. Hierdoor kwamen introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding centraal te staan.

Etymologie[bewerken]

De naam romantiek is ontleend aan de middeleeuwse romances - verhalen waarin feilbare mensen de droom van volmaaktheid najagen. Aanvankelijk had het woord niet de misprijzende bijbetekenis die tegenwoordig aan een woord als sentimenteel kleeft.

Historische oorsprong[bewerken]

De Franse revolutie speelde een belangrijke, bezielende rol in de verandering van geestelijk klimaat aan het eind van de 18e eeuw. De eerste fase van de Franse Revolutie werd gemarkeerd door de opstelling van de Verklaring van de rechten van de mens en de burger en de bestorming van de Bastille om de politieke gevangenen te bevrijden en kreeg vooral in Engeland enthousiaste bijval. Twee invloedrijke geschriften getuigen van de radicale sociale denkwijze die door de revolutie was gestimuleerd:

  • Rights of Man (1791-1792) van Thomas Paine, die de Franse Revolutie legitiem verklaarde en haar verdedigde tegen de aanval die Edmund Burke had gelanceerd in zijn Reflections on the Revolution in France (1790). Hij pleitte hierin voor een Engelse democratische republiek.
  • Een nog sterkere invloed op romantische dichters als Wordsworth, Shelley en anderen, was echter Inquiry Concerning Political Justice (1793) van William Godwin. De auteur voorspelde hierin de onafwendbare vreedzame revolutie naar een maatschappij waarin de middelen gelijk zouden zijn verdeeld.

Later zouden romantische sympathisanten echter afgeschrikt worden door de gruwelijke ontwikkelingen van de Franse Revolutie. Na de machtsovername van jacobijnse extremisten volgden de 'Septembermoorden' van 1792, de terechtstelling van de koninklijke familie, Frankrijks expansieve politiek waardoor ook de Nederlanden werden aangevallen, het schrikbewind van Robespierre en de Napoleontische oorlogen en die kregen weinig sympathie in Engeland of in continentaal Europa. Deze gevoelens werden door de romantische dichter William Wordsworth in zijn gedicht The Prelude [1] als volgt vertolkt:[2]

"...become oppressors in their turn, Frenchmen had changed a war of self-defence For one of Conquest, losing sight of all Which they had struggled for..."

Van belang is ook te vermelden dat schrijvers als Wordsworth en Coleridge niet naar zichzelf verwezen als 'romantici', een term die pas een halve eeuw later door Engelse historici gebruikt zou worden. Tijdgenoten (critici e.d.) zagen hen eerder als speciale individuen of brachten hen onder in een of andere 'school', zoals de Lake School (zie Lake Poets) van Wordsworth, Coleridge en Robert Southey, de 'Cockney School' van Londenaars zoals Leigh Hunt, William Hazlitt en ook John Keats, en de 'Satanic School' van Byron, Shelley en hun volgelingen.

Kenmerken[bewerken]

Het begin en het einde[bewerken]

De bloeiperiode van de romantiek liep van ca. 1795 tot ca. 1848. Romantiek is niet zozeer te beschouwen als stijlperiode, maar eerder als geestesrichting, waaraan alle sociale klassen konden participeren: boeren, burgers, werklieden, maar ook vrouwen zoals de schrijfster en feministe Mary Wollstonecraft.

Emotionaliteit[bewerken]

Tijdens de romantiek werd de overwaardering van de rationele zijde van de mens aangevallen. Men beschouwt het rationalisme van de 18e eeuw als een vernauwing van het bewustzijn. Romantici keerden zich tegen de koele onverschillige objectiviteit van rationalistische denkers en de wetenschap. Men verzet zich tegen de overheersing van wetenschap en technologie. Zo werd Isaac Newton wel eens bestempeld als de 'vleesgeworden duivel' door William Blake.

Daartegenover stelde men het gevoel, de fantasie, de verbeelding, de intuïtie, het onderbewuste, het onverklaarbare en het raadselachtige. Deze intense emotionaliteit en verlangen naar het onverklaarbare en de fantasie leidde ook tot een grote hoeveelheid zelfmoorden. Dit wordt wel de Zwarte Romantiek genoemd. Goethe's Die Leiden des jungen Werthers, dat eindigt met de zelfmoord van de hoofdpersoon, is hiervan het beste voorbeeld.

Geschiedenis[bewerken]

Romantici vonden zich niet in de vooruitgangsgedachte, maar waren bezorgd voor de toekomst en nostalgisch naar het verleden. Voor sommigen geldt de romantiek daarom als een laatste traditionele reactie tegen de vooruitgang. Tegenover de tijdloze rede van de verlichting stelt de romantiek het historische bewustzijn, de Zeitgeist: de wereld ontwikkelt zich niet volgens een goddelijk heilsplan waarvan de uitkomst vaststaat, maar door individuen met een onbekend einde. Deze opvatting leidde tot het concept De Geschiedenis. Geschiedschrijving werd hierdoor meer dan het noteren van gebeurtenissen. Er moest een verhaal worden ontdekt.

Kunst[bewerken]

Was de kunstenaar voorheen nog een al dan niet gerespecteerd ambachtsman, tijdens de romantiek wordt hem, dankzij de toegang die alleen hij tot zijn subjectieve ervaringen heeft, een bijzondere status toegekend, en oorspronkelijke kunst verkrijgt grote waardering. Het gevoel en de verbeelding worden zeer belangrijk geacht. Bij dichters en kunstenaars zijn deze vermogens sterk ontwikkeld. Daarmee staan de kunst en de kunstenaar op eenzame hoogten, en ontstaat de mythe van de geniale kunstenaar. In de meest extreme gevallen leidde dit tot een persoonlijkheidscultus zoals bij Goethe en Byron het geval was. Goethe was overigens geen romanticus, maar er werd door vertegenwoordigers van de romantische beweging in Duitsland rond 1800 wel tegen hem opgekeken, vooral vanwege zijn Sturm und Drang-roman Die Leiden des jungen Werthers; Goethe bedankte echter voor de eer, hun geestelijke vader te zijn.

De romantiek manifesteerde zich in vele takken van kunst, onder meer in de schilderkunst (Delacroix, Constable, Turner, Friedrich), literatuur (Rousseau, Victor Hugo, Wordsworth, Heine) en romantische muziek (Wagner, Liszt, Chopin).

Ook Nederland heeft romantische kunstschilders voortgebracht, zoals Wijnand Nuijen, Barend Cornelis Koekkoek, Bartholomeus Johannes van Hove, Cornelis Springer en Andreas Schelfhout. Maar de Nederlandse Romantische School vertoont aanmerkelijke verschillen met bijvoorbeeld de romantische schilders uit Frankrijk, Duitsland of Engeland. In Nederland schilderde men geen grootse landschappen met rotspartijen en indrukwekkende watervallen, geen de droombeelden of de fantasieën, en nauwelijks historische gebeurtenissen. Sommige kunsthistorici menen daarom dat er in Nederland geen sprake was van een Romantische schilderkunst. Echter, wel typisch romantisch was het gevoel van het nostalgische verlangen, dat zich manifesteerde in typisch Hollandse landschappen, zoals wintergezichten met schaatsenrijders en koek-en-zopie, riviergezichten en stadsgezichten. Ook stillevens waren erg populair. In de landschappen kwamen niet vaak elementen voor die herinnerden aan de hectische moderne tijd van de Industriële Revolutie waarin de kunstenaars toen leefden, zoals stoomtreinen of fabrieken. Alleen historiestukken en religieuze onderwerpen verdwenen bijna volledig uit beeld. Wel kwam er meer aandacht voor topografie. Zoals vroeger gebruikelijk, schetsen schilders vaak in de buitenlucht, maar schilderijen kwamen tot stand in het atelier. Het was daarbij niet noodzakelijk dat een landschap of stadsgezicht daadwerkelijk bestond, als de compositie maar mooi genoeg was. Daar kwam verandering in. Bij de stadsgezichtenschilders uit de Romantische School zien we steeds meer stadsgezichten ontstaan die grotendeels overeenkomen met de werkelijkheid. Net als in de zeventiende eeuw gingen kunstschilders vaak op studiereis naar het buitenland, maar nu in groteren getale, dankzij moderne uitvindingen als het spoorwegnet.

Bekende namen uit de Belgische romantische schilderkunst zijn Edouard de Bièfve, Gustaaf Wappers, Louis Gallait, Nicaise de Keyser, Adèle Kindt, Hendrik Leys en Ferdinand Pauwels.

Natuur[bewerken]

De romanticus had een zekere afkeer van de (zich ontwikkelende) industrie, de techniek en de steden. Plekken die nog niet door de menselijke ratio waren bezoedeld kregen de eretitel natuur. In de Romantiek nam de verheerlijking van de natuur bijna religieuze vormen aan. Romantici ontwikkelden een bijzondere waardering voor wildernis omdat zij veronderstelden dat daarin de meest authentieke, pure vorm van natuur te vinden is. Daarnaast ging men uit van een eenheid van mens en natuur.

De aantrekkingskracht van het mysterieuze, de duisternis en de mystiek van leven en dood werd groter. Hierdoor ontstond het idee dat bomen als sparren, cipressen en treurige boomsoorten als wilgen symbolisch de droefheid uitbeeldden. Naast de taxus, het symbool van de onvergankelijkheid, zijn op begraafplaatsen uit deze tijd veel van deze bomen te vinden.

Liefde en vriendschap[bewerken]

Vriendschap was volgens de romantische levenshouding de belangrijkste vorm van loyaliteit die een mens kende. Vrienden kiest men immers op grond van hun aard. In samenspraak met gelijkgestemde vrienden kan de eigen grillige identiteit nog beter worden onderzocht. Ook de romantische liefde kenmerkt zich door een grote aandacht voor de karakters van de beide geliefden. Voorheen werd partnerkeuze vooral bepaald door maatschappelijke overwegingen. Deze vrijheid leidde ook tot de vrijheid om een ander af te wijzen.

Decadentie[bewerken]

De romanticus probeert zijn subjectieve gevoelswereld zo authentiek mogelijk tot uiting te brengen in de objectieve wereld. Dit houdt, volgens de Kantiaanse vaststelling dat het subjectieve en het objectieve van onvergelijkbare aard zijn, een onmogelijkheid in. Het erkennen van deze onmogelijkheid om authentiek te leven heeft onder romantici geleid tot afwijzing van het maatschappelijk leven in de vorm van ironie, verbittering, hedonisme of decadentie.

Het eigene[bewerken]

Waar de Verlichting er van uitging dat verschillen tussen individuen en volken geleidelijk zouden verdwijnen, omdat verschillen van inzicht in principe langs rationele weg op te lossen zijn, benadrukte en waardeerde de romantiek het eigene en onderscheidende van individuen en groepen. Elk volk heeft een unieke cultuur en is bijzonder. Elke samenleving, elke natie kent bepaalde karakteristieke cultuuruitingen die samenhangen met haar verleden. Een volk is dus een samenhangende gemeenschap en moet dan ook autonoom zijn en blijven. Regionale gebruiken worden gekoesterd, bestaande culturen moeten behouden blijven. Het 19e-eeuwse nationalisme, dat de nog vaak tamelijk feodale monarchieën ging ondermijnen, ligt duidelijk in het verlengde hiervan.

Keuzes van de romanticus[bewerken]

Aangezien de romantiek is ontstaan in reactie op de verlichting, kan men de romanticus karakteriseren aan de hand van de tegenstellingen tussen romantiek en verlichting. De romanticus is geneigd te kiezen voor:

  • Voelen (romantiek) boven denken (verlichting).
  • Het subjectieve (romantiek) boven het objectieve (verlichting).
  • Synthese en holisme (romantiek) boven analyse (verlichting).
  • Het ambigue en ironische (romantiek) boven ondubbelzinnigheid en helderheid (verlichting).
  • Kunst (romantiek) boven wetenschap (verlichting).
  • Creativiteit in de kunst boven nabootsing.
  • Het spirituele boven materialisme.
  • Zin boven nut.
  • Kwaliteit boven kwantiteit.
  • Een organische natuurbeschouwing boven een mechanische natuurbeschouwing.
  • De mens die deel van de natuur uitmaakt boven de mens die boven de natuur staat en haar probeert te gebruiken.

Bekende personen[bewerken]

Beroemde romantici zijn onder anderen Johann Gottlieb Fichte, Caspar David Friedrich, John Keats, Johann Gottfried von Herder, Samuel Taylor Coleridge, Jean-Jacques Rousseau, William Wordsworth, William Turner, Friedrich Wilhelm Schelling, Novalis, Guido Gezelle en Percy Bysshe Shelley. In Nederland worden letterkundigen als Rhijnvis Feith, Willem Bilderdijk, Multatuli en ook een politicus als Johan Rudolph Thorbecke tot de romantici gerekend. Johann Wolfgang von Goethe en Friedrich von Schiller behoorden in hun jonge jaren tot de Sturm und Drang-beweging, maar niet tot de Romantiek in engere zin. Door hun latere werken gelden zij als vertegenwoordigers van de Duitse Klassik, waarin het steeds om een evenwicht gaat tussen gevoel en verstand.

De erfenis van de romantiek[bewerken]

Diverse onder invloed van de romantiek tot bloei gekomen verschijnselen zijn nog lang invloedrijk gebleven. Sommige cultuurbeschouwers menen zelfs dat we, vanwege onze grote waardering voor het individuele gevoelsleven, nog steeds in het tijdperk van de romantiek leven. Gebruikelijker is echter de visie dat romantische motieven een eigen onderdeel vormen van de moderne samenleving, maar wel in een apart domein, buiten de gangbare, dagelijkse leefwereld. Op verschillende momenten en op uiteenlopende manieren komt de romantische denkwijze opnieuw naar voren, bijvoorbeeld in:

  • De milieubeweging. Hoewel een deel van de milieubeweging zich op de verlichting baseert, baseert een ander deel van de milieubeweging zich nadrukkelijk op de romantiek. Velen die zich engageren met de milieubeweging grijpen impliciet of expliciet terug op de romantiek.
  • De hippiebeweging van de jaren ’60. Hippies verwierpen op een romantische wijze de gevestigde orde. Zij propageerden een natuurlijke manier van leven, keerden zich af van het materiële, en hadden een hang naar mystiek.
  • Nationalisme en de visie op de Europese integratie. De romanticus wenst de eigen culturele identiteit en de organisch samenhangende gemeenschap te beschermen. Hij zal dus over het algemeen geen voorstander zijn van globalisering en verdere Europese integratie.
  • Het postmodernisme. Romantiek en postmodernisme vragen bijvoorbeeld beide aandacht voor het bijzondere en het verlangen te ontkomen aan de dwingende invoeging in de regelmaat.
  • De kunst. Sinds de romantiek is originaliteit een vereiste van de kunst geworden. Breken met kunstregels, het creëren van nieuwe genres is er het uitvloeisel van. Neoromantiek is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

Romantici (literatuur)[bewerken]

België[bewerken]

Nederland[bewerken]

Over Nederland zeggen literaire historici veelal dat er weinig Romantiek van betekenis is geweest. Wat er toch was, zou vooral nabootsing zijn van het buitenland. Desondanks zijn er wel auteurs die, al dan niet gedeeltelijk, met de romantiek zijn verbonden.

Duitsland[bewerken]

Engeland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Poëzie van de Engelse romantiek

In de Engelse literatuur kent de periode van de romantiek hoogtepunten in het werk van dichters als William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge, wier boek Lyrical Ballads uit 1798 het begin van de periode markeert. Hun inzichten werden mede geïnspireerd door de Franse revolutie en vormden een verzet tegen de voorafgaande verstarde classicistische ideeën. De dichter en schilder William Blake is een aansprekend voorbeeld van de romantische idee en gevoelens. Ook de schilders Turner en Constable worden met de romantiek geassocieerd. De dichters Byron, Shelley, Mary Shelley en John Keats zijn vertegenwoordigers van een volgende fase in de korte periode. De historicus Thomas Carlyle en de schilderschool van de Pre-raffaëllieten markeren de overgang van de romantiek naar het Victoriaanse tijdperk.

Frankrijk[bewerken]

In Frankrijk is de romantiek voortgevloeid uit het rousseauisme en de preromantici die de gevoelens lieten prevaleren over de rede. Het gaat hier over een meer algemene culturele beweging die zich vertaalt in de wil van het individu om zich af te zetten tegen het regime en om zijn vrijheid te bevestigen.

De Franse poëzie in de preromantische periode is, zeker vergeleken met andere periodes in de Franse literatuurgeschiedenis, vrij pover. Weinig dichters durven het aan om van het pad van het neoclassicisme af te wijken en vernieuwingen volledig door te trekken. Het blijft aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw beperkt tot enkele schuchtere pogingen tot veranderingen in vorm (o. a. in het metrum) en in onderwerp (een steeds groter wordend aandeel van het gevoel in de poëzie).

In de periode 1800-1820 werden uiteindelijk de definitieve keuzes gemaakt wat betreft de onderwerpen die de komende romantische generatie zouden domineren. Men merkt al bij de eerste romantische schrijvers wat de overheersende onderwerpen zijn: het belang van het individu, de ontembare gevoelens, de natuur, etc.

De literaire romantische werken onder het Eerste Franse Keizerrijk zijn vooral romans, geschreven door tegenstanders van het regime die tegen de orde ingaan. Deze romans dragen vaak een voornaam als titel: Corinne (1807) van Madame de Staël, Adolphe van Benjamin Constant, René van François René de Chateaubriand, Oberman van Senancour. Deze romans vertellen het verhaal van een uniek individu. Senancour laat in zijn roman Oberman al de ervaringen van het individu als een belangrijk thema naar voren komen.

Men kan in deze werken al de zoektocht van het individu naar een zin van het bestaan opmerken. Deze zoektocht geeft aanleiding tot een existentiële crisis, die door Chateaubriand als mal du siècle wordt omschreven.

Men kan in de Franse romantiek twee grote periodes onderscheiden, die elk een verschillende personage hebben gecreëerd.

  • In de eerste periode (tot 1830) prevaleert vooral het individualisme. Het hoofdpersonage is aristocratisch en ontwikkelt een afkeer van het leven, terwijl hij een voorliefde heeft voor het 'elders'. Hij wil vooral alleen zijn en worstelt met gecompliceerde liefdesperikelen. Hij heeft vele idealen, maar wordt niet begrepen en wordt ook gehinderd om effectief te handelen. Het beste voorbeeld van dit soort romantisch held is René uit het gelijknamige boek van Chateaubriand.
  • Na 1830 krijgt de romantiek een socialer karakter, waarbij het hoofdpersonage zich inzet in de strijd voor vrijheid. De romantische held gaat deze keer wel over tot acties, aangespoord door zijn passies. Van deze held is Lorenzo (uit Lorenzaccio van Alfred de Musset) het belangrijkste voorbeeld.

Belangrijke Franse romantische schrijvers zijn: Étienne Pivert de Senancour, Mme de Staël, Benjamin Constant, François René de Chateaubriand, Alphonse de Lamartine, Alfred de Musset, Alfred de Vigny, Théophile Gautier, Charles Augustin Sainte-Beuve, Victor Hugo, George Sand, Prosper Mérimée, Alexandre Dumas, Stendhal, Honoré de Balzac, Charles Nodier, Gérard de Nerval.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The Prelude, Book XI, versregel 205 e.v.)
  2. Geparafraseerd: de Franse bevrijders... werden zelf nu de onderdrukkers en verloren alles uit het oog waar ze voor gevochten hadden...