Jakobijnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"La liberté", een allegorie op de Franse Revolutie door Jeanne-Louise Vallain hing in de vergaderzaal van de Jakobijnen.
Alexandre de Lameth als president van een vergadering in de club des Jacobins (1791)

De jakobijnen vormden een Franse politieke beweging tussen 1789 en 1794, die zich inzette voor volkssoevereiniteit en de ondeelbaarheid van de Franse Republiek.

De naam jakobijnen ontstond in december 1789 in Rue Saint-Jacques te Parijs, in het dominicaanse klooster "Couvent des Jacobins St Honoré". De leden van deze "Club des Jacobins" waren ook leden van de Nationale Vergadering en voelden zich betrokken bij het formuleren van een grondwet en noemden zich "Société des amis de la Constitution" (Maatschappij der Vrienden van de Grondwet); het lidmaatschap is vervolgens opengesteld voor iedereen. In 1790 waren er 1.100 leden, waaronder ook enkele Nederlanders. Er werden debatten gevoerd en er werd politiek bedreven.

Door zijn plaatselijke afdelingen deed de Club des Jacobins zijn invloed in het gehele land gelden en was ze overal een ontmoetingspunt voor de verdedigers van de Revolutie en de kopers van nationale goederen. In de loop van 1790 en het begin van 1791 kreeg de meer radicale vleugel langzaam de overhand. Op 16 juli kwam het tot een scheuring en stichtten de gematigde en conservatieve leden een eigen club in het nabijgelegen klooster van de cisterciënzers, de zogenaamde Feuillants.

Er waren gematigde leden, zoals Emmanuel Joseph Sieyès, Pierre-Louis Roederer, de oprichter, Gilbert du Motier de la Fayette en de Markies de Mirabeau en radicale, zoals Jacques Pierre Brissot (die in 1792 echter wegens de oorlogspolitiek naar de girondijnen overliep), Georges Danton en Maximilien de Robespierre, die snellere veranderingen wilden en een nieuwe Franse grondwet van 1793. De grondwet werd in een referendum goedgekeurd, maar is nooit in werking getreden.

Nadat Robespierre was geëxecuteerd, werd de "Club des Jacobins" in 1794 ontbonden.

Ideeën[bewerken]

Een gravure met de sluiting van de Club in de nacht van 27 op 28 juli 1794
  • Het christendom werd verboden en kerkgoederen werden ingenomen (vooral grond die weer verkocht werd aan rijke boeren). In de plaats hiervan moest het menselijke aanbeden worden.
  • De koning en alle anderen die zich tegen de Republiek keerden werden terechtgesteld.
  • De opvoeding en scholing van iedereen moest in het teken staan van de revolutie.
  • De maanden van het jaar werden veranderd in revolutionaire maanden.
  • Andere talen dan het Frans werden verboden.
  • Betere werkomstandigheden
  • Meer loon
  • Minder belasting
  • Herendiensten afschaffen